<Hit 749 of 2965

>

p1

op het vlaamsch neerstig toeleggen Hier te Leuven alleen zou ik er U een geheel gelid kunnen voor den dag brengen. - Als ik u in iets kan helpen en zal ik het niet laten; maar van nu tot Oegst zal het moeillyk zyn, 'k ben nu overlast met myn examen.[1] Oremus pro invicem.[2]

Servus in Christo.[3]
Jozef: Frans: Axters. Societas Jesu[4]
Leuven 24 Juni 1881.
p2

Annotations

[1] Hij studeerde op dat moment theologie en filosofie in Leuven als deel van zijn opleiding tot Jezuïet.
[2] Vertaling (Latijn): Laten we voor elkaar bidden. Oude Latijnse groet die voornamelijk tussen christenen en geestelijken gebruikt werd in geschreven vorm. De volledige vorm van de groet luidt: "commendo me; oremus pro invicem".
[3] Vertaling (Latijn): Dienaar in Christus.
[4] De Jezuïeten, een katholieke religieuze orde.
Bezatse z. Zie. zak Verwijzing naar plaats in de ‘woordentas’. Zie. Verwijzing naar plaats in de ‘woordentas’.“ “ zak met snoer“ “ wrong“ “ ‘t is al zak na bezatse“ “ loesse

Register

Correspondents - persons

NameAxters, Jozef Frans
Dates° Brugge, 11/01/1850 - ✝ Gent, 19/12/1913
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; broeder
BioJozef Frans Axters was een onderwijzer, blauwvoeter en Jezuïet die geboren werd op 13 januari 1850 in Brugge als zoon van Joanna Ameye en Jacobus Axters, een kunstsmid, fabrikant van en handelaar in kachels in de Eekhoutstraat. Hij genoot een opleiding aan het Sint-Lodewijkscollege, die hij in 1869 afrondde, met Leonard Lodewijk De Bo als zijn klastitularis. In september 1869 startte hij volgde hij filosofie aan het kleinseminarie Roeselare, waar hij in 1873 werk vond als leerkracht wiskunde en surveillant. Zijn priesterwijding volgde op 30 mei 1874. Het is in het kleinseminarie dat Axters in contact kwam met enkele belangrijke figuren uit de Vlaamse beweging. Zo had hij er een goede band met Hugo Verriest en Albrecht Rodenbach, die hij aan Guido Gezelle introduceerde. Tijdens de Groote Stooringe was hij een van de leerkrachten die de studenten steunde in hun protest. Hij was dan ook erg actief als flamingant. In 1875 trad hij toe tot de Westvlaamsche Gilde als penningmeester, waardoor hij ook terechtkwam bij de redactie van “De Vlaamsche Vlagge”, en was lid van het ‘Zoeavenleger’. Door zijn invloed op de studenten werd hij in 1876 overgeplaatst naar het overwegend Franstalig college in Moeskroen, waarna hij zich op 27 september 1877 besloot zich aan te sluiten bij de Jezuïeten. Tot 1890 volgde hij de klassieke jezuïetenopleiding: tweejarig noviciaat in Drongen, gevolgd door twee jaar filosofie en een jaar theologie in Leuven. Daarna bracht hij een "derde jaar" door in Drongen. Deze periode werd regelmatig onderbroken door lesopdrachten aan jezuïetencolleges in Charleroi en Namen, waar hij wiskunde, wetenschappen en Nederlands onderwees. In Leuven hernieuwde hij zijn contact met Albrecht Rodenbach, die hij, toen deze ernstig ziek werd, regelmatig bezocht en op wie hij een grote invloed had. Vanaf 1890-1891 was hij actief als biechtvader, predikant en godsdienstleraar, terwijl hij ook verschillende vrome genootschappen begeleidde. Daarnaast was hij proost van meerdere Mariacongregaties, de Bond van het Heilig Hart en de Broederschap van het Apostolaat van het Gebed. Enkele jaren beheerde hij de kloosterbibliotheek. Vanaf 1896 tot aan zijn overlijden was hij ‘minister’ van de residentie, verantwoordelijk voor het beheer en de organisatie, en daarmee de tweede in bevel na de overste. Axters overleed in het klooster van Gent op 19 december 1913.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
Sources https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/axters-jozef
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Sender

NameAxters, Jozef Frans
Dates° Brugge, 11/01/1850 - ✝ Gent, 19/12/1913
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; broeder
BioJozef Frans Axters was een onderwijzer, blauwvoeter en Jezuïet die geboren werd op 13 januari 1850 in Brugge als zoon van Joanna Ameye en Jacobus Axters, een kunstsmid, fabrikant van en handelaar in kachels in de Eekhoutstraat. Hij genoot een opleiding aan het Sint-Lodewijkscollege, die hij in 1869 afrondde, met Leonard Lodewijk De Bo als zijn klastitularis. In september 1869 startte hij volgde hij filosofie aan het kleinseminarie Roeselare, waar hij in 1873 werk vond als leerkracht wiskunde en surveillant. Zijn priesterwijding volgde op 30 mei 1874. Het is in het kleinseminarie dat Axters in contact kwam met enkele belangrijke figuren uit de Vlaamse beweging. Zo had hij er een goede band met Hugo Verriest en Albrecht Rodenbach, die hij aan Guido Gezelle introduceerde. Tijdens de Groote Stooringe was hij een van de leerkrachten die de studenten steunde in hun protest. Hij was dan ook erg actief als flamingant. In 1875 trad hij toe tot de Westvlaamsche Gilde als penningmeester, waardoor hij ook terechtkwam bij de redactie van “De Vlaamsche Vlagge”, en was lid van het ‘Zoeavenleger’. Door zijn invloed op de studenten werd hij in 1876 overgeplaatst naar het overwegend Franstalig college in Moeskroen, waarna hij zich op 27 september 1877 besloot zich aan te sluiten bij de Jezuïeten. Tot 1890 volgde hij de klassieke jezuïetenopleiding: tweejarig noviciaat in Drongen, gevolgd door twee jaar filosofie en een jaar theologie in Leuven. Daarna bracht hij een "derde jaar" door in Drongen. Deze periode werd regelmatig onderbroken door lesopdrachten aan jezuïetencolleges in Charleroi en Namen, waar hij wiskunde, wetenschappen en Nederlands onderwees. In Leuven hernieuwde hij zijn contact met Albrecht Rodenbach, die hij, toen deze ernstig ziek werd, regelmatig bezocht en op wie hij een grote invloed had. Vanaf 1890-1891 was hij actief als biechtvader, predikant en godsdienstleraar, terwijl hij ook verschillende vrome genootschappen begeleidde. Daarnaast was hij proost van meerdere Mariacongregaties, de Bond van het Heilig Hart en de Broederschap van het Apostolaat van het Gebed. Enkele jaren beheerde hij de kloosterbibliotheek. Vanaf 1896 tot aan zijn overlijden was hij ‘minister’ van de residentie, verantwoordelijk voor het beheer en de organisatie, en daarmee de tweede in bevel na de overste. Axters overleed in het klooster van Gent op 19 december 1913.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
Sources https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/axters-jozef

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameLeuven
SettlementLeuven

Name - person

NameAxters, Jozef Frans
Dates° Brugge, 11/01/1850 - ✝ Gent, 19/12/1913
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; broeder
BioJozef Frans Axters was een onderwijzer, blauwvoeter en Jezuïet die geboren werd op 13 januari 1850 in Brugge als zoon van Joanna Ameye en Jacobus Axters, een kunstsmid, fabrikant van en handelaar in kachels in de Eekhoutstraat. Hij genoot een opleiding aan het Sint-Lodewijkscollege, die hij in 1869 afrondde, met Leonard Lodewijk De Bo als zijn klastitularis. In september 1869 startte hij volgde hij filosofie aan het kleinseminarie Roeselare, waar hij in 1873 werk vond als leerkracht wiskunde en surveillant. Zijn priesterwijding volgde op 30 mei 1874. Het is in het kleinseminarie dat Axters in contact kwam met enkele belangrijke figuren uit de Vlaamse beweging. Zo had hij er een goede band met Hugo Verriest en Albrecht Rodenbach, die hij aan Guido Gezelle introduceerde. Tijdens de Groote Stooringe was hij een van de leerkrachten die de studenten steunde in hun protest. Hij was dan ook erg actief als flamingant. In 1875 trad hij toe tot de Westvlaamsche Gilde als penningmeester, waardoor hij ook terechtkwam bij de redactie van “De Vlaamsche Vlagge”, en was lid van het ‘Zoeavenleger’. Door zijn invloed op de studenten werd hij in 1876 overgeplaatst naar het overwegend Franstalig college in Moeskroen, waarna hij zich op 27 september 1877 besloot zich aan te sluiten bij de Jezuïeten. Tot 1890 volgde hij de klassieke jezuïetenopleiding: tweejarig noviciaat in Drongen, gevolgd door twee jaar filosofie en een jaar theologie in Leuven. Daarna bracht hij een "derde jaar" door in Drongen. Deze periode werd regelmatig onderbroken door lesopdrachten aan jezuïetencolleges in Charleroi en Namen, waar hij wiskunde, wetenschappen en Nederlands onderwees. In Leuven hernieuwde hij zijn contact met Albrecht Rodenbach, die hij, toen deze ernstig ziek werd, regelmatig bezocht en op wie hij een grote invloed had. Vanaf 1890-1891 was hij actief als biechtvader, predikant en godsdienstleraar, terwijl hij ook verschillende vrome genootschappen begeleidde. Daarnaast was hij proost van meerdere Mariacongregaties, de Bond van het Heilig Hart en de Broederschap van het Apostolaat van het Gebed. Enkele jaren beheerde hij de kloosterbibliotheek. Vanaf 1896 tot aan zijn overlijden was hij ‘minister’ van de residentie, verantwoordelijk voor het beheer en de organisatie, en daarmee de tweede in bevel na de overste. Axters overleed in het klooster van Gent op 19 december 1913.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
Sources https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/axters-jozef

Name - place

NameLeuven
SettlementLeuven

Index terms

Correspondents - persons

Axters, Jozef Frans
Gezelle, Guido

Name - person

Axters, Jozef Frans

Name - place

Leuven

Place

Leuven

Recipient

Gezelle, Guido

Sender

Axters, Jozef Frans

Title24/06/1881, Leuven, Jozef Frans Axters aan [Guido Gezelle]
EditorJoppe Werbrouck; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2025
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingJoppe Werbrouck; Universiteit Antwerpen, Axters Jozef Frans aan Gezelle Guido, Leuven (Leuven), 24/06/1881. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
SenderAxters, Jozef Frans
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent24/06/1881
Place SentLeuven (Leuven)
AnnotationAdressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Physical Description
Support Material 1 enkel vel, 104 mm x 133 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 1 zijde beschreven, inkt
Condition fragment: bovenkant van vel ontbreekt
Additions op blanco zijde 2 links: taalkundige notities: Bezatse z. zak " " zak met snoer " " wrong " " 't is al zak na bezatse " " loesse (inkt en purperen inkt, verticaal, hand G.G. en Cordelia VDW)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive7747
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.14076
Content Description
Incipitop het vlaamsch neerstig toeleggen
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.