<Resultaat 1623 van 2965

>

p1
Mynheer Gezelle,

Waarschynelyk wanneer gy mynen brief zult opendoen, en zien dat hy van Leuven komt, zult gy wat zwart kyken, en zeggen: Nog eens! Maar na hem gelezen te hebben, zult gy toch wel, hope ik, medelyden hebben met ..... hoe zou ik zeggen - met die sukkelaars van studenten.

Ge weet misschien al dat de Westvlaamsche Gilde, den dertigsten van April, groote feesten zal vieren: 't vyfjarige bestaan,[1] en 't inhulden van ons nieuw vaandel.[2] De plan is gemaakt door Mynheer Helle-p2putte, den Hoogleeraar. "Op ons vane, Mynheer Gezelle, vliegt de blauwvoet";[3] daar staat ook "het machtig Christi Kruis" en onze leuze, ook uit den Blauwvoet: "Leve God en Vlaanderland!"[4]

Wy hebben gedacht dat het wel de gelegenheid was om ne keer aan de Vlaamsche studenten "'t vrye vlaamsche woord" te doen hooren. De Walen krygen al wien ze willen om voor hunne gilde te spreken: den advokaat Levie, den heere Collinet, enz. Van geheel het jaar, en is er nog geene vlaamsche voordracht gegeven geweest!

Wy hebben dus geschreven en gevreven om in ons doel te gelukken. Wy hebben geschreven naar Mynheer Van Steenkiste; 'K ben zelve gegaan by de Heeren Ad. en Hugo Verriest,p3en wy en zyn nog nievers! Gy en zult het toch niet kwalyk nemen dat wy ons tot Uedele wenden om geholpen te zyn. Feesten zonder voordracht en zyn geen feesten te Leuven. Zal men mogen zeggen dat de Westvlaamsche Gilde geene feesten kan geven?

Mynheer Gezelle, gy zult zeggen misschien, dat ik wel stout ben. Da 'k. De honderd twintig leden der Gilde zyn het met my. Confiteor, confiteor tibi, Pater.[5] Zou er toch geene middel zyn van op diene Maandag dertigsten April, - of ware 't ook op den Dysendag - ons eene kleene voordracht te komen geven.[6] Veel werk en zou het Uedele niet kosten; want ik heb hooren spreken van eene voordracht die eens gegevenp4geweest is in het Davidsfonds van Kortryk, over de maand Mei.[7] Ware het niet wel gepast? En daarby hoe zoudt gy welgekomen zyn!

Ik heb Uedele nog iets te vragen; maar 'k hope wel dat het zal onnoodig zyn. Dat het nu eens Uedele moest - tegen onze vurigste wenschen, en by ongelukke - moest onmogelyk zyn te komen, zou ik U niet mogen vragen een woordeken ten besten te spreken by een der Heeren Verriest, b.v. ofwel by nen anderen. Wanneer gy het vraagt, zal men niet durven weigeren; voor ons, die niet gekend en zyn, is het geel anders; en toch, dat men wist hoe wy gevrocht en geloopenp5hebben om de gelden te verkrygen; en hoe wy aan onze Westvlaamsche Blauwvoetersgilde houden!

'K Moet Uedele nog eens verschooning vragen voor myne stoutheid, en ook voor mynen al te langen brief. Maar, Mynheer Gezelle, het zou ons toch zoo spyten, moesten wy de arms laten vallen, en zeggen aan de Walen: Neen, wat gy kunt, en kunnen wy niet.

Aanveerd, Mynheer Gezelle, de verzekering onzer eerbiedige erkentenis.
ErnReynaert
Voorzitter der Westvlaamsche gilde,
Bériotstraat, 18,
Leuven.

Noten

[1] Beschrijving van de feesten in: G. (= Laporta A.), Nieuws uit Leuven. In: De Student: 8 (1888) 4, p.92-93: “Den 1e Mei was het hier Feest: de Westvlaamsche Gouwgilde vierde heur vijfjarig bestaan en haalde haar vaan in. ‘s Avonds te voren was het voordracht en muziekfeest: vijfhonderd studenten en zes heeren Hoogl. woonden die puike avondfeest bij. ‘s Anderdaags na den noen gingen de Vlamingen in grootschen stoet, 600 tot 700 man sterk, en met de schoone vaandels van Met Tijd en Vlijt en van de andere gilden het nieuwe vaan inhalen. (...) Na den stoet was ‘t vergadering, voorgezeten door de hoofdmannen der gilde en door eenen afgeveerdigde van de Hollandschen Club.”
[2] Beschrijving van de nieuwe vaan van de Westvlaamsche Gilde in: G. (= Laporta A.), Nieuws uit Leuven. In: De Student: 8 (1888) 4, p.92-93: “Hulde aan Hgl. J. Helleputte, die het geteekend heeft! Het is een donkerrood veld, doorzaaid met de ineengevlochte letters S V (Schild en Vriend); in ‘t midden hangt aan het kruis het wapen van Westvlaanderen, en daar rond staat de schoone leuze: “Leve God en Vlaanderen”. Van boven in den hoek ziet ge de wentelende, grauwe baren, ‘t is “Storm op zee”, en hooger zweeft er een vogel, boven de woedende golven “Vliegt de Blauwvoet.””.
[3] Vers uit het gedicht: “Het Lied der Vlaamsche Zonen, gezeid De Blauwvoet” van Albrecht Rodenbach. Gepubliceerd in: Eerste gedichten (1878), p.20. Het was het strijdlied van de Blauwvoeterij en de Vlaamse studentenbeweging. De tekst is geïnspireerd door het verhaal “De Kerels van Vlaanderen” van Hendrik Conscience. Het lied leidde bij zijn creatie in 1875 tot de studentenopstand: “De Groote Stooringhe”, in het kleinseminarie in Roeselare toen het geweigerd werd door de superior om gezongen te mogen worden op een schoolfeest.
[4] Slotvers van het gedicht ‘De Blauwvoet’.
[5] Vertaling Paul Thoen (Latijn): Ik beken, ik belijd aan jou, vader. Dit is een variante op de beginformule van de belijdenis in de biecht en ze doet meteen denken aan het 'Confiteor', de schuldbelijdenis bij het begin van de eucharistieviering in de Katholieke liturgie. Met 'Confiteor, confiteor tibi, Pater' excuseert de briefschrijver zich bij Guido Gezelle voor zijn gedurfde vraag, die hij al op twee andere manieren inleidde: 'gy en zult het toch niet kwalijk nemen ...' en 'gy zult zeggen misschien dat ik wel stout ben'. De drie samen vormen dus een mooie climax. De 'confiteor'-formule werd al jarenlang geparodieerd om eigen tekortkomingen te verontschuldigen bv. in Reynaert de vos’ biecht aan Grimbeert (v. 1457): Confiteor pater mater.
[6] Er geen vermelding naar een voordracht door Guido Gezelle in het verslag van de feesten in: G. (= Laporta A.), Nieuws uit Leuven. In: De Student: 8 (1888) 4, p. 92-93. Gezelle zal dit verzoek dus afgewezen hebben.
[7] Dit gaat over de redevoering van Guido Gezelle gehouden op de eerste officiële vergadering van het Davidsfonds Kortrijk op 1 mei 1881. Adolf Duclos beschrijft in Rond den Heerd waarover Gezelle gesproken heeft: zie: Rond den Heerd: 16 (8 mei 1881) 24, p.192: “Maar 't gene die het meest aantrek had was de geestige, diepgedachte, dichterlijk uitgesprokene rede van Guido Gezelle, over Meidag, over taalkennis, spreuken en woorden. De spreker heeft ons eene ure lang onder zijn betooverend woord gehouden, en elkendeen was spijtig dat het uit was.” Dit had te maken met tijdschrift Loquela dat net verschenen was (zie: Jozef Boets, Gezelle bij de wieg van het Davidsfonds te Kortrijk. In: Dietsche Warande en Belfort: 120 (1975), p.359).

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamReynaert, Ernest Auguste Henri
Datums° Kortrijk, 09/08/1867 - ✝ Kortrijk, 31/12/1937
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; politicus
BioErnest Auguste Henri Reynaert werd geboren in Kortrijk op 9 augustus 1867. Hij was de zoon van August Reynaert, volksvertegenwoordiger en burgemeester van Kortrijk. Tijdens zijn rechtenstudies in Leuven stichtte hij in 1884 de studentenvereniging Kortrijkse Groeninghergilde, die tegenwoordig Moeder Kortrijkse heet. Van 1887 tot 1890 vulde hij de functie van praeses in voor de West-Vlaamse Gilde Leuven. In deze periode zocht Reynaert contact met Gezelle in verband met een lezing. Na zijn studententijd was hij kortstondig advocaat, waarna hij de functie van arrondissementscommissaris van Kortrijk op zich nam. Later trad hij in de sporen van zijn vader als volksvertegenwoordiger van arrondissement Kortrijk en schepen van zijn gemeente. Reynaert stierf er op 31 december 1937.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; studentenbeweging; Groeninghergilde Kortrijk
Bronnen https://www.academia-studentica.eu/wiki/nl/index.php/West-Vlaamse_Gilde_(Leuven)

Briefschrijver

NaamReynaert, Ernest Auguste Henri
Datums° Kortrijk, 09/08/1867 - ✝ Kortrijk, 31/12/1937
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; politicus
BioErnest Auguste Henri Reynaert werd geboren in Kortrijk op 9 augustus 1867. Hij was de zoon van August Reynaert, volksvertegenwoordiger en burgemeester van Kortrijk. Tijdens zijn rechtenstudies in Leuven stichtte hij in 1884 de studentenvereniging Kortrijkse Groeninghergilde, die tegenwoordig Moeder Kortrijkse heet. Van 1887 tot 1890 vulde hij de functie van praeses in voor de West-Vlaamse Gilde Leuven. In deze periode zocht Reynaert contact met Gezelle in verband met een lezing. Na zijn studententijd was hij kortstondig advocaat, waarna hij de functie van arrondissementscommissaris van Kortrijk op zich nam. Later trad hij in de sporen van zijn vader als volksvertegenwoordiger van arrondissement Kortrijk en schepen van zijn gemeente. Reynaert stierf er op 31 december 1937.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; studentenbeweging; Groeninghergilde Kortrijk
Bronnen https://www.academia-studentica.eu/wiki/nl/index.php/West-Vlaamse_Gilde_(Leuven)

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamLeuven
GemeenteLeuven

Naam - persoon

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamHelleput, Joris
Datums° Gent, 31/08/1852 - ✝ Leuven, 22/02/1925
GeslachtMannelijk
Beroepingenieur; architect; hoogleraar; volksvertegenwoordiger; minister
BioJoris Helleput, geboren Georgius Augustinus (Joris) Helleput was een Belgisch ingenieur, architect, hoogleraar, volksvertegenwoordiger en minister voor de Katholieke Partij. Tijdens zijn studies was hij actief in het Vlaamsgezind literair-cultureel studentengenootschap Met Tijd en Vlijt. Helleput werd er de ondervoorzitter van en sprak zich in deze functie uit voor de vernederlandsing van het middelbaar onderwijs. Hij was uitgesproken katholiek, ultramontaan en Vlaamsgezind. In 1881 werd hij decaan van de faculteit der wetenschappen aan de KUL. Als architect realiseerde hij o.a. het Justus Lipsiuscollege, het Heilig Hartinstituut Heverlee, het anatomisch amfitheater in het Vesaliusinstituut. Hij werd in 1890 een van de stichters en de eerste voorzitter (1890-1925) van de Belgische Boerenbond, en was onder meer van 1898 tot 1911 ook voorzitter van het Davidsfonds.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellegekend door Gezelle als spreker voor studentengildes
NaamReynaert, Ernest Auguste Henri
Datums° Kortrijk, 09/08/1867 - ✝ Kortrijk, 31/12/1937
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; politicus
BioErnest Auguste Henri Reynaert werd geboren in Kortrijk op 9 augustus 1867. Hij was de zoon van August Reynaert, volksvertegenwoordiger en burgemeester van Kortrijk. Tijdens zijn rechtenstudies in Leuven stichtte hij in 1884 de studentenvereniging Kortrijkse Groeninghergilde, die tegenwoordig Moeder Kortrijkse heet. Van 1887 tot 1890 vulde hij de functie van praeses in voor de West-Vlaamse Gilde Leuven. In deze periode zocht Reynaert contact met Gezelle in verband met een lezing. Na zijn studententijd was hij kortstondig advocaat, waarna hij de functie van arrondissementscommissaris van Kortrijk op zich nam. Later trad hij in de sporen van zijn vader als volksvertegenwoordiger van arrondissement Kortrijk en schepen van zijn gemeente. Reynaert stierf er op 31 december 1937.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; studentenbeweging; Groeninghergilde Kortrijk
Bronnen https://www.academia-studentica.eu/wiki/nl/index.php/West-Vlaamse_Gilde_(Leuven)
NaamVan Steenkiste, Eugeen Karel
Datums° Brugge, 27/08/1841 - ✝ Brugge, 17/02/1914
GeslachtMannelijk
Beroepzoeaaf; arts; gemeenteraadslid
BioEugeen Van Steenkiste was een Brugs geneesheer. Hij deed zijn middelbare studies in Brugge en Kortrijk en studeerde af in 1859. Hij werd student geneeskunde aan de Katholieke Universiteit Leuven (afgestudeerd in 1866). Na zijn studies deed hij vrijwilligerswerk bij de pauselijke zoeaven, en bouwde hij een medische carrière uit in Brugge. Hij werd geneesheer aan het Sint-Janshospitaal te Brugge (1880) en werd er hoofdarts in 1899. Hij engageerde zich zeer sterk in het katholieke Vlaamsgezinde verenigingsleven. Hij was medestichter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde (1874) en de Brugse Davidsfondsafdeling (1875). Bovendien was hij erg actief in de Vlaamse Broederbond en de Breidelcommissie en betrokken bij de oprichting van het tijdschrift Biekorf (1889). Hij verwierf faam als voorzitter van de Katholieke Burgersgilde en zette zich in voor de vernederlandsing van het culturele leven. Hij was erg strijdbaar en schuwde ook de meer radicale strekkingen niet. Zo was hij was nauw betrokken bij de studentenstrijd en steunde hij ook een tijd lang de democratisch gezinde katholieken. Vanaf 1878 was hij actief als gemeenteraadslid, waar hij het opnam voor de vernederlandsing van de stedelijke administratie.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; medestichter van Biekorf
NaamVerriest, Adolf
Datums° Deerlijk, 15/08/1830 - ✝ Kortrijk, 21/06/1891
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; politicus; dichter; componist
BioAdolf Verriest werd geboren te Deerlijk op 15 augustus 1830 als zoon van Petrus-Johannes Verriest (1796-1871), koopman en armenmeester in Deerlijk. Hij was de oudere broer van Hugo Verriest en Gustaaf Verriest. Na de lagere school in Deerlijk liep hij college aan het kleinseminarie te Roeselare, waar hij een studiegenoot was van Guido Gezelle. Hij werd er de eerste voorzitter van de door Gezelle gestichte Lettergilde en zou voor het leven bevriend blijven met hem. Na zijn collegetijd volgde hij studies in de Letteren en de Rechten aan de Leuvense universiteit. In 1858 werd hij advocaat in Kortrijk en manifesteerde er zich als voorvechter van de volkstaal. Hij had er ook politieke ambities en werd er gemeenteraadslid van 1870 tot 1886 en schepen van 1886 tot aan zijn dood op 21 juni 1891. Hij was zeer actief in het Kortrijkse culturele leven in de jaren 1870 en 1880 (o.a. als voorzitter van het Davidsfonds en bestuurslid van de muziekschool). Hij was dichter en publicist (Gedichten en aanspraken. Kortrijk, 1893). Hij componeerde zelf liederen en vroeg Gezelle vaak om vertalingen van liederen. Gezelle schreef voor hem heel wat gelegenheidsgedichten waaronder: Adolf, mijn vriend, mijn advocaat. Gezelle was vriend aan huis en steunde Adolf met zijn politieke activiteiten.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedichten
NaamVerriest, Hugo
Datums° Deerlijk, 25/11/1840 - ✝ Ingooigem, 27/10/1922
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; auteur; leraar; directeur kloostergemeenschap; schooldirecteur; pastoor
BioHugo Verriest was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare (1854-1859). Hij kreeg er gedurende negen maanden les van Gezelle. Hij volgde filosofie in 1860 en zijn priesterwijding volgde op 17/12/1864. Hij werd leraar aan het Sint-Lodewijkscollege (09/06/1864) en aan het kleinseminarie te Roeselare (19/09/1867). Hij onderwees zijn leerlingen in de geest van Gezelle. Hij figureerde als spilfiguur binnen de Blauwvoeterij, dit ook als redacteur van het studententijdschrift De Vlaamsche Vlagge, het medium van de Blauwvoeterij. Vervolgens was hij directeur van de Zusters van Liefde in Heule (25/08/1877) en superior van het college te leper (13/06/1878). Hij was pastoor te Wakken (19/09/1888) en Ingooigem (19/06/1895). In 1906 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal-en Letterkunde. Hij was een spilfiguur in de Vlaamse Beweging en een zeer vurig spreker. Als auteur schreef hij romantisch-impressionistische gedichten, talrijke artikels en biografieën o.m. van Guido Gezelle, Stijn Streuvels en Albrecht Rodenbach.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent; medestichter van Biekorf; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamLevie, Edouard Michel
Datums° Binche, 04/10/1851 - ✝ Sint-Joost-ten-Node, 20/11/1921
GeslachtMannelijk
Beroeppoliticus; advocaat; industrieel
BioÉdouard Michel Levie (1851-1939) was een Belgische advocaat en politicus. Hij werd geboren in Binche op 4 oktober 1851 en behaalde op 22-jarige leeftijd zijn doctoraat in de rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven. Tijdens zijn studies kwam hij in contact met Charles Périn, die zijn interesse voor sociale rechtvaardigheid en arbeidersrechten aanwakkerde. Na zijn studie vestigde Levie zich als advocaat in Charleroi, waar hij zich al snel in de lokale politiek voor de Katholieke partij engageerde. Hij pleitte voor staatsinterventie om sociale problemen aan te pakken en zette zich in voor verplichte ziekteverzekeringen, onafhankelijke arbeidersvakbonden en algemeen stemrecht. Daarnaast had hij sympathie voor de Vlaamse Beweging. Rond de eeuwwisseling bloeide zijn politieke carrière uit. Van 1911 tot 1914 was hij minister van Financiën. Tijdens de Eerste Wereldoorlog speelde hij een bemiddelende rol tussen de Belgische regering in ballingschap en het Nationaal Comité voor Hulp en Voedselvoorziening. Voor zijn inspanningen kreeg hij in 1918 de eretitel van minister van staat. Michel Levie overleed op 20 november 1939 in Sint-Joost-ten-Node.
Links[odis], [wikipedia]
Bronnen https://maitron.fr/spip.php?article224952 https://academieroyale.be/fr/la-biographie-nationale-personnalites-detail/personnalites/michel-levie/Vrai/
NaamCollinet, Léon
Datums° Luik, 12/05/1842 - ✝ Huccorgne, 19/09/1908
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; ondernemer; politicus; auteur
BioLéon Collinet was een advocaat, ondernemer en politicus die geboren werd op 12 mei 1842 in Luik. Op 18 jarige leeftijd richtte hij het succesvolle bedrijf Carmeuse op dat aan kalksteenwinning doet. Daarnaast is hij bekend als voorvechter van het katholicisme en als een van de belangrijkste figuren binnen het Belgisch ultramontanisme, een stroming die de nadruk legt op het gezag van de paus. Hij publiceerde verschillende werken en pamfletten en was ook mede organisator van de sociale congressen van Luik. In 1890 werd hij verkozen tot burgemeester van Huccorgne, een functie die hij uitoefende tot zijn dood op 19 september 1908.
Bronnen https://connaitrelawallonie.wallonie.be/fr/wallons-marquants/dictionnaire-des-wallons/collinet-leon

Naam - plaats

NaamLeuven
GemeenteLeuven

Naam - instituut/vereniging

NaamDavidsfonds Kortrijk
BeschrijvingGezelle was medestichter van de Kortrijkse afdeling van het Davidsfonds, met advocaat Adolf Verriest als voorzitter. Na een snelle opgang, kende ze een terugval om in 1881 terug op te starten. Gezelle was nauw betrokken bij de activiteiten, voerde er verschillende keer het woord en gaf er Engelse les. Hij werd er warm onthaald en feestelijk gehuldigd in 1886.
Links[wikipedia]
NaamWest-Vlaamse Gilde, Leuven
BeschrijvingDe West-Vlaamse Gilde is de oudste provinciale studentengilde van Leuven. Het werd gesticht in 1882 door Juliaan Delbeke, Aloïs Bruwier, Alfons Depla en Emiel Lauwers. Allen waren ze aanhangers van de Blauwvoeterij die uit Roeselare kwam overgewaaid met de komst van Rodenbach en zijn medestudenten uit het kleinseminarie. Onder invloed van deze beweging bloeide de West-Vlaamse studentenbeweging en de Katholieke Vlaamse studentenbeweging van Leuven. Zo publiceerden de stichters ook enkele Vlaamsgezinde bladen genaamd: "Kwaepenninck", "De Tassche" en "Onze Vlaamsche Wekker". De gilde vormt een overkoepelende vereniging van alle West-Vlaamse regionale studentenclubs van Leuven, waaronder: de Roeselaarse Club, die in 1927 ontbonden werd, Moeder Kortrijkse en Moeder Brugse. Kort na de oprichting gaf het de toon aan aan de andere provincies om een soortgelijke Gilde te creëren. Toen Ernest Reynaert praeses was ontstond er correspondentie met Guido Gezelle omtrent het verzoek voor een lezing. De gilde werd tweemaal kortstondig ontbonden in de jaren 1914 en 1948. Sinds 1929 maakt de gilde, samen met de andere vier Vlaamse provinciale Gildes, deel uit van het Seniorenkonvent Leuven.
Datering1882-heden
Links[wikipedia]

Titel - ander werk

TitelEerste gedichten
AuteurRodenbach, Albrecht
Datum1878
PlaatsRouselare
UitgeverDe Meester

Titel15/03/[1888], Leuven, Ernest Auguste Henri Reynaert aan [Guido Gezelle]
EditeurJoppe Werbrouck; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2025
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenJoppe Werbrouck; Universiteit Antwerpen, Reynaert Ernest Auguste Henri aan Gezelle Guido, Leuven (Leuven), 15/03/[1888]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
VerzenderReynaert, Ernest Auguste Henri
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum15/03/[1888]
VerzendingsplaatsLeuven (Leuven)
AnnotatieJaartal gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens ; adressaat gereconstrueerd op basis van de aanhef.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 enkel vel; 1 dubbel vel, 208 mm x 134 mm
papier, wit
papiersoort: 5 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden rouwpapier
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief7667
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.14024
Inhoud
IncipitWaarschynelyk wanneer gy
Samenvatting vraagt Gezelle om een Vlaamse voordracht te geven voor de studenten van de West-Vlaamsche Gilde op de feesten van 30 april voor het vijfjarig bestaan en de huldiging van de nieuwe vaandel ; de feesten zijn het idee van Mr Helleputte ; er is dit jaar nog geen enkele Vlaamse spreker geweest; vroeg het al aan Adolf en Hugo Verriest en aan Eugène Van Steenkiste; vraagt voordracht zoals Gezelle die in Kortrijk gaf voor het Davidsfonds over de maand mei; indien Gezelle niet kan vraagt hij een aanbeveling bij Adolf en Hugo Verriest
Tekstsoortbrief
TalenNederlands; Latijn
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.