<Hit 2943 of 2965

>

p1
Eerweerde Heer,

'k Schrijf u in mijnen brief dat de tijd mij ontbreekt ..........

Ja, aan U mag ik zeggen waar ik ‘t meest van mijnen tijd (dus den studietijd niet) aan bestéé?[1] Ik ben van den opstellersraad van “de Student[2] zelf schrijf ik weinig artikels, maar ik heb het stoffelijk (?) bestuur van dit tijdschrift in handen: onderhandelingen met den drukker, met de inschrijvers rekeningen enz in een woord al de bureelzaken gaan op mij af.

Ik neem deze gelegenheid waar om u dit tijdschrift dat ge regelmatig ontvangt,[3] eens indachtig te maken.

Ik weet het goed genoeg: ge hebt op zooveel te peizen, maar wij en vragen niet veel en daarbij onze “Student” heeft 1130 inschrijvers ‘t zal dan toch niet verloren zijnp2Als ge sondtijds[4] een uwer stukskens kost opzenden, dat wij met uwen naam mogen teekenen, dat zou ons heel aangenaam zijn en ons tijdschrift zou er meêpronken.[5] Dus, als ge kunt, peist daar eens op.

Buiten den opstellersraad en twee of drie vrienden, lijk Cuppens, en weet er niemand dat ik van den “Student” ben en wij allen houden er heel straf aan ongekend te blijven, ‘t is daarom dat ik u dus op een los papierken schrijf omdat ge het seffens zoudt verbranden.

Onnoodig U te verzoeken nooit aan iemand hier iets te laten over blijken opdat wij vrijer zouden kunnen werken voor onze leus:

Alles voor Vlaanderen!
Vlaanderen voor Christus![6]

Gust

Met haast!

Annotations

[1] Gustaaf Janssens volgde ten tijde van de opstelling van deze brief een opleiding in het Grootseminarie Mechelen.
[2] De Student was een invloedrijk studententijdschrift dat verscheen tussen 1881 en 1930. Het werd opgericht door Frans Drijvers en Gustaaf Janssens met als doel het gedachtegoed van de katholieke Vlaamse studentenbeweging te verspreiden en het pleitten voor cultuurflamingantisme. Het blad vond voornamelijk succes in het aartsbisdom Mechelen, maar verspreide zich ook naar Brussel en Leuven. Ook Gezelle maakte deel uit van de abonnees.
[3] Het werd Guido Gezelle gratis toegestuurd.
[4] Foutief voor ‘somtijds’.
[5] Er werd uiteindelijk geen werk onder de naam Guido Gezelle gepubliceerd in de hierop volgende jaargangen van De Student.
[6] Deze bekende leuze van de katholieke Vlaamse beweging werd voor het eerst vermeld in De Student in 1881 door hoofdredacteur Frans Drijvers. Sindsdien werd ze op elke voorpagina van het studentenblad gedrukt.

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameJanssens, Gustaaf Hendrik Jozef
Dates° Mechelen, 23/08/1858 - ✝ Brussel, 30/04/1902
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; auteur; redacteur
BioGustaaf Janssens deed zijn middelbare studies aan het Sint-Romboutscollege te Mechelen, waar hij o.m. les kreeg van Jan Bols. In 1876-77 was hij er medestichter van de ‘jonge Kerelsgilde’ die zich bezighield met letterkundige oefeningen in de volkstaal; ze werd een onderafdeling van ‘De jonge taalvrienden’ van het kleinseminarie van Mechelen. Samen met enkele medeleerlingen probeerde hij de katholieke Vlaamse studenten te groeperen, wat zou leiden tot het in 1890 opgerichte Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond (AKVS). Als filosofiestudent aan het kleinseminarie van Mechelen (1878-1880) was hij medeoprichter en redacteur van de studentenalmanak "Driesken de Nijper". Dit was de voorloper van "De Student. Tijdschrift voor het Vlaamsche Studentenvolk" (1881-1930), dat hij samen met Frans Drijvers oprichtte tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Mechelen. Als redactielid van "De Student" schreef hij zelf weinig artikelen, maar nam hij het zakelijke beheer van het tijdschrift op zich. Hij voerde de onderhandelingen met de drukker, beheerde de administratie van de abonnees en was verantwoordelijk voor de financiële afhandeling en overige bureautaken. Hij betrok ook Guido Gezelle bij het tijdschrift via de taalkundige rubriek ‘vindekoorn’. Ondertussen sprokkelde hij ook woorden voor Gezelles taalkundig tijdschrift “Loquela”. Janssens werd op 7 jun 1884 tot priester gewijd en op 8 juni vierde hij zijn eerste mis. Op 13 april 1884 begon hij als leraar aan het Sint-Aloysiuscollege van Geel, waar hij onder andere lesgaf in 'Vlaams'. Voor de invulling van deze lessen vroeg hij advies aan Guido Gezelle. Hij bleef er lesgeven tot 14 oktober 1890 en stond er bekend om zijn Vlaamsgezindheid. In 1890 en 1898 werd hij respectievelijk diocesaan inspecteur en hoofdinspecteur van het lager onderwijs. Hij overleed in Brussel op 30 april 1902.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter; studentenbeweging

Sender

NameJanssens, Gustaaf Hendrik Jozef
Dates° Mechelen, 23/08/1858 - ✝ Brussel, 30/04/1902
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; auteur; redacteur
BioGustaaf Janssens deed zijn middelbare studies aan het Sint-Romboutscollege te Mechelen, waar hij o.m. les kreeg van Jan Bols. In 1876-77 was hij er medestichter van de ‘jonge Kerelsgilde’ die zich bezighield met letterkundige oefeningen in de volkstaal; ze werd een onderafdeling van ‘De jonge taalvrienden’ van het kleinseminarie van Mechelen. Samen met enkele medeleerlingen probeerde hij de katholieke Vlaamse studenten te groeperen, wat zou leiden tot het in 1890 opgerichte Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond (AKVS). Als filosofiestudent aan het kleinseminarie van Mechelen (1878-1880) was hij medeoprichter en redacteur van de studentenalmanak "Driesken de Nijper". Dit was de voorloper van "De Student. Tijdschrift voor het Vlaamsche Studentenvolk" (1881-1930), dat hij samen met Frans Drijvers oprichtte tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Mechelen. Als redactielid van "De Student" schreef hij zelf weinig artikelen, maar nam hij het zakelijke beheer van het tijdschrift op zich. Hij voerde de onderhandelingen met de drukker, beheerde de administratie van de abonnees en was verantwoordelijk voor de financiële afhandeling en overige bureautaken. Hij betrok ook Guido Gezelle bij het tijdschrift via de taalkundige rubriek ‘vindekoorn’. Ondertussen sprokkelde hij ook woorden voor Gezelles taalkundig tijdschrift “Loquela”. Janssens werd op 7 jun 1884 tot priester gewijd en op 8 juni vierde hij zijn eerste mis. Op 13 april 1884 begon hij als leraar aan het Sint-Aloysiuscollege van Geel, waar hij onder andere lesgaf in 'Vlaams'. Voor de invulling van deze lessen vroeg hij advies aan Guido Gezelle. Hij bleef er lesgeven tot 14 oktober 1890 en stond er bekend om zijn Vlaamsgezindheid. In 1890 en 1898 werd hij respectievelijk diocesaan inspecteur en hoofdinspecteur van het lager onderwijs. Hij overleed in Brussel op 30 april 1902.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter; studentenbeweging

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameMechelen
SettlementMechelen

Name - person

NameJanssens, Gustaaf Hendrik Jozef
Dates° Mechelen, 23/08/1858 - ✝ Brussel, 30/04/1902
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; auteur; redacteur
BioGustaaf Janssens deed zijn middelbare studies aan het Sint-Romboutscollege te Mechelen, waar hij o.m. les kreeg van Jan Bols. In 1876-77 was hij er medestichter van de ‘jonge Kerelsgilde’ die zich bezighield met letterkundige oefeningen in de volkstaal; ze werd een onderafdeling van ‘De jonge taalvrienden’ van het kleinseminarie van Mechelen. Samen met enkele medeleerlingen probeerde hij de katholieke Vlaamse studenten te groeperen, wat zou leiden tot het in 1890 opgerichte Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond (AKVS). Als filosofiestudent aan het kleinseminarie van Mechelen (1878-1880) was hij medeoprichter en redacteur van de studentenalmanak "Driesken de Nijper". Dit was de voorloper van "De Student. Tijdschrift voor het Vlaamsche Studentenvolk" (1881-1930), dat hij samen met Frans Drijvers oprichtte tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Mechelen. Als redactielid van "De Student" schreef hij zelf weinig artikelen, maar nam hij het zakelijke beheer van het tijdschrift op zich. Hij voerde de onderhandelingen met de drukker, beheerde de administratie van de abonnees en was verantwoordelijk voor de financiële afhandeling en overige bureautaken. Hij betrok ook Guido Gezelle bij het tijdschrift via de taalkundige rubriek ‘vindekoorn’. Ondertussen sprokkelde hij ook woorden voor Gezelles taalkundig tijdschrift “Loquela”. Janssens werd op 7 jun 1884 tot priester gewijd en op 8 juni vierde hij zijn eerste mis. Op 13 april 1884 begon hij als leraar aan het Sint-Aloysiuscollege van Geel, waar hij onder andere lesgaf in 'Vlaams'. Voor de invulling van deze lessen vroeg hij advies aan Guido Gezelle. Hij bleef er lesgeven tot 14 oktober 1890 en stond er bekend om zijn Vlaamsgezindheid. In 1890 en 1898 werd hij respectievelijk diocesaan inspecteur en hoofdinspecteur van het lager onderwijs. Hij overleed in Brussel op 30 april 1902.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter; studentenbeweging
NameMeulemans, Alfons
Dates° Leuven, 04/09/1856 - ✝ Leuven, 26/07/1936
SexMannelijk
Occupationdrukker; uitgever
BioAlfons Meulemans werd geboren op 4 september 1856 te Leuven, als zoon van Guillaume Meulemans en Jeanne Robyns. Hij vestigde zich als drukker in zijn geboortestad, waar hij op 31 december 1879 huwde met Maria Sophia De Preter (Beerzel, 18 maart 1856 – Leuven, 28 januari 1917). De drukkerij, die voortaan de naam 'Meulemans-De Preter' droeg, was actief op twee locaties in Leuven: de Zeelstraat en de Muntstraat. Alfons Meulemans verwierf bekendheid als uitgever van Vlaamsgezinde studentenpublicaties. Tussen 1882 en 1886 gaf hij het studententijdschrift “Onze Vlaamsche Wekker” uit, waarvan Julius Delbeke en Camille Marichal de redactie voerden. Vanaf 1882 was hij jarenlang verantwoordelijk voor de druk van “De Student”, en vanaf 1888 ook van “Ons Leven, tijdschrift der Lovense studenten”. In 1884 publiceerde hij de eerste editie van “Jan Blokker” van Florimond Heuvelmans in 1887 “Het gebruik onzer taal in strafzaken” van Adolf Pauwels. Van 2 april 1893 tot 17 oktober 1894 gaf hij “Nieuw Loven” uit, een tijdschrift met bijzondere aandacht voor Kongo en sociale thema’s. Daarnaast drukte hij ook botanische werken, bidprentjes en andere gelegenheidsdrukwerk. Alfons Meulemans overleed als weduwnaar in Leuven op 26 juli 1936.
Sources https://gw.geneanet.org/mromain1?n=meulemans&oc=&p=alfons; https://agatha.arch.be/data/images/518/518_9999_999_1900259_000/0_0416; M. Carlier en A. Deprez, Lettervruchten van Met Tijd en Vlijt … Onze Vlaamsche Wekker 1882-1887, Gent, 1991 (Bibliografie Vlaamse tijdschriften in de negentiende eeuw, II, 27), p.82-83

Name - institute

NameGrootseminarie Mechelen
DescriptionHet Grootseminarie Mechelen werd in 1595 opgericht door aartsbisschop Mathias Hovius in het voormalige Standonckcollege, naar aanleiding van het Concilie van Trente. In 1746 begon de bouw van een nieuw seminarie. Doorheen de jaren kende het seminarie verschillende periodes van sluiting en heropening, onder meer tijdens het bewind van Jozef II en de Franse Revolutie. In 1830 kon de priesteropleiding definitief herstarten. Gedurende de 20e eeuw werden seminaristen onder meer getraind voor militaire dienst en vonden er meerdere herstructureringen plaats. In 1970 werd het Grootseminarie van Mechelen gesloten en verhuisden de opleidingen naar Leuven en later ook naar Brussel. In 1995 werd het seminarie tijdelijk heropend als Theologicum, maar door een gebrek aan seminaristen werd het in 2006 volledig geïntegreerd in het Johannes XXIII-seminarie te Leuven.
Dating1595-2006
Links[odis], [wikipedia]

Title - other work

TitleDe Student: tijdschrift voor het Vlaamsch Studentenvolk (periodical)
AuthorJanssen, Gustaaf; Laporta, August (red.) e.a
Date1881-1930
PlaceLeuven; Lier; Brussel; Laken
Publisher[s.n.]
Links[odis]

Title[xx/xx/1881 t.p.q. - 18/07/1883 t.a.q.], Mechelen, [Gustaaf Hendrik Jozef Janssens] aan [Guido Gezelle]
EditorJoppe Werbrouck
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2025
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingJoppe Werbrouck, Janssens Gustaaf Hendrik Jozef aan Gezelle Guido, Mechelen (Mechelen), [xx/xx/1881 t.p.q. - 18/07/1883 t.a.q.]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
Sender[Janssens, Gustaaf Hendrik Jozef]
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent[xx/xx/1881 t.p.q. - 18/07/1883 t.a.q.]
Place SentMechelen (Mechelen)
AnnotationT.p.q. gereconstrueerd op basis van de brieftekst: na de oprichting van het tijdschrift De Student in 1881; t.p.q. gereconstrueerd op basis van de volledige correspondentie van G. Janssens: voor brief nr 5347 van 18/07/1883; plaats gereconstrueerd op basis van de brieftekst: hij is nog student aan 't Groot Seminarie van Mechelen; adressant gereconstrueerd op basis van het handschrift; adressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Physical Description
Support Material 1 enkel vel, 138 mm x 105 mm
papier, wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive7621
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.13985
Content Description
Incipit'k Schrijf u in mynen
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.