<Resultaat 991 van 2965

>

p1Geloofd zij Jezus Kristus
Wel Eerweerde heer en meester,

Wij allen, gildebroêrs van 't Limburgsch zanters gildeken, nieuwejaren blij en hertelijk onzen lieven hoofdman en geleerden leider, hem wenschend al wat hij zelf maar wenschen kan voor zijn eigen ziel en lijf, maar bijzonder, dat hij weêr al nen duchtigen schreê verder mag gaan op den weg naar de Hemel; en van God goê gezondheid met jonge krachten krijgen om alle goê vlaamsche zielen veel goeds te doen en 't Vlaamsche dierbaar land meer en meer te verheugen en te verheerlijken met zijnen schoonen zang en diepgeleerde taalstudies. God geve dat het al zóó uitvalle! - en dat Loquela haast naar Luik gereisd kome, want wij wachten er na wie na een nieuwjaarsgift van vader of moeder. In 't korte is onze zante ook gereed, wat woorden en wat p2kerst- en drijkoningenliedekens van t'onzent.

Hertelijkste vlaamsche groeten van ons allen,
August Cuppens
F. Coenegracht.
J. Carmans.[1]
J. Erkens
Lahaye R
H. Theunissen.
B. Broers
LWJLenaerts
F. Porta.
E. Raedschelders
F. Hover
Joh: Borgerhoff
L. Moens[2]

Eerweerde Heer ik voeg mij bij het Limburgsch gildeken om u wegens kristene en vlaemsch geplogentheden een gelukzalig nieuwjaer te wenschen en nog vele navolgende als het u zalig is - Verhope dat gij uw stuk en uw boek[3] niet en zult vergeten te zenden en groete u met alderjonste[4] vriendscepe ende minne.

Arthur Lewylle

Noten

[1] De ’ar’ in de naam van Carmans zijn overschreven met andere inkt door Cuppens omwille van de leesbaarheid.
[2] Mogelijk Ludovicus Moons.
[3] Cuppens liet in zijn brief van 08/11/1883 aan Gezelle weten dat De wech der Saligheydt, gedruct te Utrecht in 1486 en der Sielen Troest gedruct te Herlem in 1484, bijeengebonden in een boek, in de bibliotheek van het grootseminarie te Luik stonden. Gezelle vroeg in een eerder schrijven aan Cuppens om dit boek te lenen uit de bibliotheek van het grootseminarie van Luik om het ”te lezen en er mijnen honing uit te halen”.

Tijdens de kerstvakantie van 1883 bracht Arthur Lewylle dit boek mee naar West-Vlaanderen en leverde het thuis af bij Guido Gezelle.

[4] L. L. De Bo, Westvlaamsch Idioticon. Brugge: Gaillard, 1873, p. 381: ” Goedjonstig, goedjunstig, adj. Goedgunstig, toegenegen, fr. bénévole. “Tot den goedjonstigen lezer.” (A. Duclos.).”

Register

Correspondenten - personen

NaamBorgerhoff, Petrus Joannes Hubertus; Borgerhoff, Pieter Jan Hubert; Borgerhoff, Joannes
Datums° Dilsen, 31/12/1861 - ✝ Seraing-le-Château, 27/12/1936
GeslachtMannelijk
BioPetrus Joannes Hubertus Borgerhoff werd geboren in Dilsen op 31 december 1861, als zoon van Joannes Mathijs Hubertus Borgerhoff en Maria Catharina Jacobs. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. Hij werd op 19 december 1885 in Luik tot priester gewijd. Hij diende als pastoor van Stockay. Petrus Joannes Hubertus Borgerhoff overleed in Seraing-le-Château op 27 december 1936.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 30
NaamBroers, Balthasar; Broers, Balthazar
Datums° Moelingen, 06/01/1861 - ✝ Eijsden, 24/10/1918
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor
VerblijfplaatsNederland
BioBalthasar Broers werd geboren in Moelingen (Voeren) op 6 januari 1861, als zoon van Balthasar Broers en Maria Catharina Janssen. Tijdens zijn studies aan het groot Seminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. Hij werd priester gewijd op 19 juni 1886 in Luik. Op 17 oktober 1895 werd hij benoemd tot pastoor van de parochie Sint-Jan Baptist in Herstappe, een functie die hij waarnam tot 1904. Balthasar Broers overleed in Eijsden (Nederland) op 24 oktober 1918.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 38; Geneanet
NaamCoenegracht, Felix; Coenegrachts, Felix
Datums° Oostham, 07/09/1862 - ✝ Oostham, 20/03/1946
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; pastoor
BioFelix Coenegracht werd geboren op 7 september 1862 Oostham als zoon van Deodatus (1825-1907), onderwijzer te Oostham en Theresia Lambertina Caels (1823-1897). Het gezin telde drie zonen die tot priester werden gewijd, en één zoon die intrad bij de jezuïeten. Net als zijn broer Theofiel Coenegracht correspondeerde hij met Guido Gezelle. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgildeke'. Op 30 mei 1885 werd hij priester gewijd te Luik. Zijn loopbaan begon in 1884 als leraar aan het Sint-Jozefscollege in Beringen. Vanaf 1889 was hij onderpastoor aan de Sint-Quintinuskerk in Hasselt. In 1897 werd hij benoemd tot pastoor te Zonhoven, een functie die hij vervulde tot zijn emeritaat in 1928. Ter gelegenheid van deze benoeming werd hij door 'Het Leesgezelschap Hasselt' gehuldigd voor zijn rol als stichter en oud-voorzitter (1896). Hij overleed op 20 maart 1946 te Oostham.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 54; Geneanet; Anny Van der Meulen-Corens, ‘De Geschiedenis van “'t Daghet” in het Kader van de Limburgse Volkskunde’, in ’t Daghet in den oosten (1885-1914). Antwerpen: Centrum voor Studie en Documentatie, 1971, XXXVII-XXXIX
NaamCuppens, August
Datums° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NaamErkens, Gulielmus Josephus; Erkens, Guillaume
Datums° Geleen, 04/07/1857 - ✝ Geleen, 12/04/1938
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; pastoor
VerblijfplaatsNederland
BioGulielmus Josephus Erkens werd geboren op 4 juli 1857 in Geleen (Nederland) als zoon van Pieter Jozef Erkens (1824-1894) en Maria Joanna Göbbels (1820-1872). Hij volgde de opleiding wijsbegeerte aan het kleinseminarie te Sint-Truiden, waar hij in de academiejaren 1881-1882 lid was van het letterkundig genootschap 'Utile Dulci'. In 1883 ontving hij van het Davidsfonds een eervolle vermelding voor zijn blijspel met zang in één bedrijf, "Baas Lens of Waar er velen dorschen moet men maai slaan". Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was Erkens lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Op 22 februari 1886 werd hij te Houthalen tot priester gewijd. Van 1886 tot 1890 doceerde hij Nederlands aan het kleinseminarie van Sint-Truiden. In deze periode was hij ipso facto voorzitter van 'Utile Dulci'. In 1888 verzorgde hij een heruitgave van J. van den Vondels "Altaargeheimenissen" ten behoeve van studenten. Later werd Erkens aangesteld als pastoor van de Sint-Trudoparochie in Opitter. Hij overleed op 12 april 1938 in Geleen.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken: studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 38
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamHover, Franciscus; Hover, Johan Frans
Datums° Posterholt, 25/02/1861 - ✝ 09/04/1923
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor
VerblijfplaatsNederland
BioFranciscus Hover werd geboren in Posterholt, Nederland op 25 februari 1861. Tijdens zijn studies aan het Groot Seminarie van Luik was hij lid van het ‘Limburgsch Zanterkesgildeke’. Hij werd op 19 december 1885 in Luik tot priester gewijd. Later was hij pastoor van Cras-Avernas. Franciscus Hover overleed op 9 april 1923 in Cras-Avernas, Luik. Hij werd daar ook begraven.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
Bronnen https://www.geni.com/people/Johan-Frans-Hover/6000000023418564924; E. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 159
NaamLahaye, Renerus
Datums° Reppel, 31/03/1862 - ✝ Tongeren, 22/04/1941
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor
BioRenerus Lahaye werd geboren op 31 maart 1862 te Reppel. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. Op 18 december 1886 werd hij te Luik tot priester gewijd. Nadien was hij werkzaam als pastoor op de parochie Jean-Baptist te Tongeren. Hij stierf er op 22 april 1941.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 185
NaamLenaerts, Leonard Willem Jakob
Datums° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; priester; kapelaan; pastoor
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Daarna werd hij achtereenvolgens pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden), Membruggen en Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Bronnen https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.)
NaamLewylle, Arthur
Datums° Vlamertinge, 15/01/1860 - ✝ Ukkel, 31/12/1914
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor
BioArthur Lewylle was de zoon van Julia Bulteel en marktkramer Petrus Lewylle. Hij studeerde aan het Sint-Vincentiuscollege te Ieper en had er de priesters Edmond Houtave als principaal en Frans Boudeweel als titularis in de twee laatste jaren. Hugo Verriest verving Houtave tijdens de retorica van Arthur Lewylle. Voor de prijsuitreiking schakelde Verriest de enscenering in van Albrecht Rodenbach voor een Nederlandstalige opvoering, half augustus 1879. Door de gunstige Vlaamsgezindheid in het college was Arthur Lewylle een geëngageerde filosofiestudent aan het kleinseminarie van Roeselare. Dat kwam hem duur te staan, hij werd weggestuurd door superior Delbar, en meteen kon hij zijn priesterstudies niet verderzetten. Verriest zorgde ervoor dat dit wél kon, in Sint-Truiden voor dat ene jaar filosofie en de resterende jaren theologie in Luik. Ondertussen overleed Rodenbach en Lewylle wou hem herdenken in Sint-Truiden. Dit verbaasde zijn Limburgse medeseminaristen. Hij leerde hen niet alleen Rodenbach en de Blauwvoeterij, maar ook en vooral Gezelle kennen. Correspondentie volgde, de Limburgsch Zantersgildeken kwam er en zelfs het tijdschrift ’"t Daghet in den Oosten" (1885-1914). Voor zijn priesterwijding te Luik op 20 december 1884 kreeg hij een gedicht van Gezelle toegestuurd: "Het teeken des vreden". Ook voor zijn eerste mis te Vlamertinge op 23 december 1884 schreef Gezelle een gedicht: "Het land van uw’ geboorte ‘t is". Daarna begon een carrière voor Arthur Lewylle van onderpastoor tot pastoor binnen het bisdom Luik (in Verviers, maar ook in Laar in Vlaams-Brabant, Halen in Limburg, onderpastoor in Luik, Sint-Gillis, pastoor (07/1888) en te As in Limburg (08/1897).
Links[odis]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; 't Daghet in den Oosten; gelegenheidsgedichten
NaamPorta, Franciscus Josephus Cornelus
Datums° Heers, 24/04/1863 - ✝ Heers, 23/10/1940
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; pastoor
VerblijfplaatsPorta, Franz
BioFranciscus Josephus Cornelius Porta werd geboren in Heers op 24 april 1863, als zoon van François Joseph Xavier Porta en Marie Catharina Wijnands. Van 1883 tot 1884 was hij lid van het 'Genootschap van Vlaamsche Snelspraak', een afdeling van het taalminnend genootschap 'Utile Dulci'. Deze vereniging werd in 1883 opgericht aan het kleinseminarie van Sint-Truiden en was verplicht voor de studenten wijsbegeerte. Ze had tot doel het Nederlands correct en vlot te leren spreken in het openbaar. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was Porta lid van het' Limburgsch Zanterkesgildeke'. Op 2 april 1886 werd hij in Luik tot priester gewijd. Nog datzelfde jaar begon hij zijn loopbaan als leraar aan het kleinseminarie van Sint-Truiden, waar hij Griekse, Latijnse en Franse grammatica doceerde. Op 29 januari 1901 werd hij benoemd tot pastoor van Veulen. In zijn parochie richtte hij nieuwe religieuze verenigingen op, waaronder in 1901 de Derde Orde en de Congregatie van O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen, en in 1902 de Sint-Antoniusvereniging. Hij speelde ook een belangrijke rol bij de oprichting van een zusterschool vanaf 1913. Namens de parochie sloot hij een overeenkomst met het gemeentebestuur voor de subsidiëring van deze school. Aanvankelijk gaf hij er zelf les, maar vanaf 1916 werd hij op zijn eigen verzoek vervangen door zusters van het Instituut van het Heilig Hart en de Onbevlekte Ontvangenis te Heverlee. Franciscus Porta overleed in Veulen op 23 oktober 1940.
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 258 ; Geneanet
NaamRaedschelders, Emiel; Raedschelders, Aemilius
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor
BioEmiel Raedschelders werd geboren in Maaseik op 24 november 1859. Vanaf 1883 was hij werkend lid en voorzitter van het 'Genootschap van Vlaamsche Snelspraak'. Deze afdeling van het taalminnend genootschap Utile Dulci werd in 1883 opgericht aan het kleinseminarie van Sint-Truiden en was verplicht voor de studenten wijsbegeerte. Het genootschap had tot doel de leden te leren Nederlands spreken in het openbaar. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde hij Limburgse woorden voor Guido Gezelle. Hij werd op 18 december 1886 in Luik tot priester gewijd en begon zijn loopbaan als onderpastoor in Luik, Saint-Gilles (1886-1888), vervolgens Sainte-Walburge (1888-1893), Sint-Martinus, Sint-Martens-Voeren (1893-1895), Rutten (1895-1897) en Sint-Dionysius, Opoeteren (1897-1899). In 1899 werd hij pastoor van Sint-Hubertus, Neerglabbeek, een functie die hij uitoefende tot zijn emeritaat in 1910. Hij overleed in Maaseik op 27 februari 1945.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 262
NaamTheunissen, Henricus
Datums° Bree, 23/12/1859 - ✝ Bree, 19/11/1929
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor; deken
BioHenricus Theunissen werd geboren in Bree op 23 december 1859. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Hij werd op 30 mei 1885 in Luik tot priester gewijd. Hij diende als pastoor van de parochie Onze-Lieve-Vrouw Geboorte in Tongeren en bekleedde daarnaast de functie van deken van het decanaat Tongeren. Henricus Theunissen overleed in Bree op 19 november 1929.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 305

Briefschrijver

NaamBorgerhoff, Petrus Joannes Hubertus; Borgerhoff, Pieter Jan Hubert; Borgerhoff, Joannes
Datums° Dilsen, 31/12/1861 - ✝ Seraing-le-Château, 27/12/1936
GeslachtMannelijk
BioPetrus Joannes Hubertus Borgerhoff werd geboren in Dilsen op 31 december 1861, als zoon van Joannes Mathijs Hubertus Borgerhoff en Maria Catharina Jacobs. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. Hij werd op 19 december 1885 in Luik tot priester gewijd. Hij diende als pastoor van Stockay. Petrus Joannes Hubertus Borgerhoff overleed in Seraing-le-Château op 27 december 1936.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 30
NaamBroers, Balthasar; Broers, Balthazar
Datums° Moelingen, 06/01/1861 - ✝ Eijsden, 24/10/1918
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor
VerblijfplaatsNederland
BioBalthasar Broers werd geboren in Moelingen (Voeren) op 6 januari 1861, als zoon van Balthasar Broers en Maria Catharina Janssen. Tijdens zijn studies aan het groot Seminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. Hij werd priester gewijd op 19 juni 1886 in Luik. Op 17 oktober 1895 werd hij benoemd tot pastoor van de parochie Sint-Jan Baptist in Herstappe, een functie die hij waarnam tot 1904. Balthasar Broers overleed in Eijsden (Nederland) op 24 oktober 1918.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 38; Geneanet
NaamCoenegracht, Felix; Coenegrachts, Felix
Datums° Oostham, 07/09/1862 - ✝ Oostham, 20/03/1946
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; pastoor
BioFelix Coenegracht werd geboren op 7 september 1862 Oostham als zoon van Deodatus (1825-1907), onderwijzer te Oostham en Theresia Lambertina Caels (1823-1897). Het gezin telde drie zonen die tot priester werden gewijd, en één zoon die intrad bij de jezuïeten. Net als zijn broer Theofiel Coenegracht correspondeerde hij met Guido Gezelle. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgildeke'. Op 30 mei 1885 werd hij priester gewijd te Luik. Zijn loopbaan begon in 1884 als leraar aan het Sint-Jozefscollege in Beringen. Vanaf 1889 was hij onderpastoor aan de Sint-Quintinuskerk in Hasselt. In 1897 werd hij benoemd tot pastoor te Zonhoven, een functie die hij vervulde tot zijn emeritaat in 1928. Ter gelegenheid van deze benoeming werd hij door 'Het Leesgezelschap Hasselt' gehuldigd voor zijn rol als stichter en oud-voorzitter (1896). Hij overleed op 20 maart 1946 te Oostham.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 54; Geneanet; Anny Van der Meulen-Corens, ‘De Geschiedenis van “'t Daghet” in het Kader van de Limburgse Volkskunde’, in ’t Daghet in den oosten (1885-1914). Antwerpen: Centrum voor Studie en Documentatie, 1971, XXXVII-XXXIX
NaamCuppens, August
Datums° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NaamErkens, Gulielmus Josephus; Erkens, Guillaume
Datums° Geleen, 04/07/1857 - ✝ Geleen, 12/04/1938
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; pastoor
VerblijfplaatsNederland
BioGulielmus Josephus Erkens werd geboren op 4 juli 1857 in Geleen (Nederland) als zoon van Pieter Jozef Erkens (1824-1894) en Maria Joanna Göbbels (1820-1872). Hij volgde de opleiding wijsbegeerte aan het kleinseminarie te Sint-Truiden, waar hij in de academiejaren 1881-1882 lid was van het letterkundig genootschap 'Utile Dulci'. In 1883 ontving hij van het Davidsfonds een eervolle vermelding voor zijn blijspel met zang in één bedrijf, "Baas Lens of Waar er velen dorschen moet men maai slaan". Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was Erkens lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Op 22 februari 1886 werd hij te Houthalen tot priester gewijd. Van 1886 tot 1890 doceerde hij Nederlands aan het kleinseminarie van Sint-Truiden. In deze periode was hij ipso facto voorzitter van 'Utile Dulci'. In 1888 verzorgde hij een heruitgave van J. van den Vondels "Altaargeheimenissen" ten behoeve van studenten. Later werd Erkens aangesteld als pastoor van de Sint-Trudoparochie in Opitter. Hij overleed op 12 april 1938 in Geleen.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken: studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 38
NaamHover, Franciscus; Hover, Johan Frans
Datums° Posterholt, 25/02/1861 - ✝ 09/04/1923
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor
VerblijfplaatsNederland
BioFranciscus Hover werd geboren in Posterholt, Nederland op 25 februari 1861. Tijdens zijn studies aan het Groot Seminarie van Luik was hij lid van het ‘Limburgsch Zanterkesgildeke’. Hij werd op 19 december 1885 in Luik tot priester gewijd. Later was hij pastoor van Cras-Avernas. Franciscus Hover overleed op 9 april 1923 in Cras-Avernas, Luik. Hij werd daar ook begraven.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
Bronnen https://www.geni.com/people/Johan-Frans-Hover/6000000023418564924; E. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 159
NaamLahaye, Renerus
Datums° Reppel, 31/03/1862 - ✝ Tongeren, 22/04/1941
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor
BioRenerus Lahaye werd geboren op 31 maart 1862 te Reppel. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. Op 18 december 1886 werd hij te Luik tot priester gewijd. Nadien was hij werkzaam als pastoor op de parochie Jean-Baptist te Tongeren. Hij stierf er op 22 april 1941.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 185
NaamLenaerts, Leonard Willem Jakob
Datums° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; priester; kapelaan; pastoor
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Daarna werd hij achtereenvolgens pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden), Membruggen en Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Bronnen https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.)
NaamLewylle, Arthur
Datums° Vlamertinge, 15/01/1860 - ✝ Ukkel, 31/12/1914
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor
BioArthur Lewylle was de zoon van Julia Bulteel en marktkramer Petrus Lewylle. Hij studeerde aan het Sint-Vincentiuscollege te Ieper en had er de priesters Edmond Houtave als principaal en Frans Boudeweel als titularis in de twee laatste jaren. Hugo Verriest verving Houtave tijdens de retorica van Arthur Lewylle. Voor de prijsuitreiking schakelde Verriest de enscenering in van Albrecht Rodenbach voor een Nederlandstalige opvoering, half augustus 1879. Door de gunstige Vlaamsgezindheid in het college was Arthur Lewylle een geëngageerde filosofiestudent aan het kleinseminarie van Roeselare. Dat kwam hem duur te staan, hij werd weggestuurd door superior Delbar, en meteen kon hij zijn priesterstudies niet verderzetten. Verriest zorgde ervoor dat dit wél kon, in Sint-Truiden voor dat ene jaar filosofie en de resterende jaren theologie in Luik. Ondertussen overleed Rodenbach en Lewylle wou hem herdenken in Sint-Truiden. Dit verbaasde zijn Limburgse medeseminaristen. Hij leerde hen niet alleen Rodenbach en de Blauwvoeterij, maar ook en vooral Gezelle kennen. Correspondentie volgde, de Limburgsch Zantersgildeken kwam er en zelfs het tijdschrift ’"t Daghet in den Oosten" (1885-1914). Voor zijn priesterwijding te Luik op 20 december 1884 kreeg hij een gedicht van Gezelle toegestuurd: "Het teeken des vreden". Ook voor zijn eerste mis te Vlamertinge op 23 december 1884 schreef Gezelle een gedicht: "Het land van uw’ geboorte ‘t is". Daarna begon een carrière voor Arthur Lewylle van onderpastoor tot pastoor binnen het bisdom Luik (in Verviers, maar ook in Laar in Vlaams-Brabant, Halen in Limburg, onderpastoor in Luik, Sint-Gillis, pastoor (07/1888) en te As in Limburg (08/1897).
Links[odis]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; 't Daghet in den Oosten; gelegenheidsgedichten
NaamPorta, Franciscus Josephus Cornelus
Datums° Heers, 24/04/1863 - ✝ Heers, 23/10/1940
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; pastoor
VerblijfplaatsPorta, Franz
BioFranciscus Josephus Cornelius Porta werd geboren in Heers op 24 april 1863, als zoon van François Joseph Xavier Porta en Marie Catharina Wijnands. Van 1883 tot 1884 was hij lid van het 'Genootschap van Vlaamsche Snelspraak', een afdeling van het taalminnend genootschap 'Utile Dulci'. Deze vereniging werd in 1883 opgericht aan het kleinseminarie van Sint-Truiden en was verplicht voor de studenten wijsbegeerte. Ze had tot doel het Nederlands correct en vlot te leren spreken in het openbaar. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was Porta lid van het' Limburgsch Zanterkesgildeke'. Op 2 april 1886 werd hij in Luik tot priester gewijd. Nog datzelfde jaar begon hij zijn loopbaan als leraar aan het kleinseminarie van Sint-Truiden, waar hij Griekse, Latijnse en Franse grammatica doceerde. Op 29 januari 1901 werd hij benoemd tot pastoor van Veulen. In zijn parochie richtte hij nieuwe religieuze verenigingen op, waaronder in 1901 de Derde Orde en de Congregatie van O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen, en in 1902 de Sint-Antoniusvereniging. Hij speelde ook een belangrijke rol bij de oprichting van een zusterschool vanaf 1913. Namens de parochie sloot hij een overeenkomst met het gemeentebestuur voor de subsidiëring van deze school. Aanvankelijk gaf hij er zelf les, maar vanaf 1916 werd hij op zijn eigen verzoek vervangen door zusters van het Instituut van het Heilig Hart en de Onbevlekte Ontvangenis te Heverlee. Franciscus Porta overleed in Veulen op 23 oktober 1940.
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 258 ; Geneanet
NaamRaedschelders, Emiel; Raedschelders, Aemilius
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor
BioEmiel Raedschelders werd geboren in Maaseik op 24 november 1859. Vanaf 1883 was hij werkend lid en voorzitter van het 'Genootschap van Vlaamsche Snelspraak'. Deze afdeling van het taalminnend genootschap Utile Dulci werd in 1883 opgericht aan het kleinseminarie van Sint-Truiden en was verplicht voor de studenten wijsbegeerte. Het genootschap had tot doel de leden te leren Nederlands spreken in het openbaar. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde hij Limburgse woorden voor Guido Gezelle. Hij werd op 18 december 1886 in Luik tot priester gewijd en begon zijn loopbaan als onderpastoor in Luik, Saint-Gilles (1886-1888), vervolgens Sainte-Walburge (1888-1893), Sint-Martinus, Sint-Martens-Voeren (1893-1895), Rutten (1895-1897) en Sint-Dionysius, Opoeteren (1897-1899). In 1899 werd hij pastoor van Sint-Hubertus, Neerglabbeek, een functie die hij uitoefende tot zijn emeritaat in 1910. Hij overleed in Maaseik op 27 februari 1945.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 262
NaamTheunissen, Henricus
Datums° Bree, 23/12/1859 - ✝ Bree, 19/11/1929
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor; deken
BioHenricus Theunissen werd geboren in Bree op 23 december 1859. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Hij werd op 30 mei 1885 in Luik tot priester gewijd. Hij diende als pastoor van de parochie Onze-Lieve-Vrouw Geboorte in Tongeren en bekleedde daarnaast de functie van deken van het decanaat Tongeren. Henricus Theunissen overleed in Bree op 19 november 1929.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 305

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamLuik

Naam - persoon

NaamBorgerhoff, Petrus Joannes Hubertus; Borgerhoff, Pieter Jan Hubert; Borgerhoff, Joannes
Datums° Dilsen, 31/12/1861 - ✝ Seraing-le-Château, 27/12/1936
GeslachtMannelijk
BioPetrus Joannes Hubertus Borgerhoff werd geboren in Dilsen op 31 december 1861, als zoon van Joannes Mathijs Hubertus Borgerhoff en Maria Catharina Jacobs. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. Hij werd op 19 december 1885 in Luik tot priester gewijd. Hij diende als pastoor van Stockay. Petrus Joannes Hubertus Borgerhoff overleed in Seraing-le-Château op 27 december 1936.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 30
NaamBroers, Balthasar; Broers, Balthazar
Datums° Moelingen, 06/01/1861 - ✝ Eijsden, 24/10/1918
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor
VerblijfplaatsNederland
BioBalthasar Broers werd geboren in Moelingen (Voeren) op 6 januari 1861, als zoon van Balthasar Broers en Maria Catharina Janssen. Tijdens zijn studies aan het groot Seminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. Hij werd priester gewijd op 19 juni 1886 in Luik. Op 17 oktober 1895 werd hij benoemd tot pastoor van de parochie Sint-Jan Baptist in Herstappe, een functie die hij waarnam tot 1904. Balthasar Broers overleed in Eijsden (Nederland) op 24 oktober 1918.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 38; Geneanet
NaamCarmans, Josephus
Datums° Lummen, 07/06/1858 - ✝ 29/09/1913
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; aalmoezenier
BioJosephus Carmans werd geboren op 7 juni 1858 in Lummen, als zoon van Bernardus Athanasius (°1823) en Anna Maria Josepha Quintens (°1828). Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgildeke'. Hij werd op 22 mei 1884 in Luik tot priester gewijd. Na zijn priesterwijding was Carmans werkzaam als aalmoezenier in Hollogne-aux-Pierres. Fort Hollogne, waaraan hij verbonden was, maakte deel uit van de fortengordel rond Luik. Josephus Carmans overleed op 29 september 1913.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 42; geneanet
NaamCoenegracht, Felix; Coenegrachts, Felix
Datums° Oostham, 07/09/1862 - ✝ Oostham, 20/03/1946
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; pastoor
BioFelix Coenegracht werd geboren op 7 september 1862 Oostham als zoon van Deodatus (1825-1907), onderwijzer te Oostham en Theresia Lambertina Caels (1823-1897). Het gezin telde drie zonen die tot priester werden gewijd, en één zoon die intrad bij de jezuïeten. Net als zijn broer Theofiel Coenegracht correspondeerde hij met Guido Gezelle. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgildeke'. Op 30 mei 1885 werd hij priester gewijd te Luik. Zijn loopbaan begon in 1884 als leraar aan het Sint-Jozefscollege in Beringen. Vanaf 1889 was hij onderpastoor aan de Sint-Quintinuskerk in Hasselt. In 1897 werd hij benoemd tot pastoor te Zonhoven, een functie die hij vervulde tot zijn emeritaat in 1928. Ter gelegenheid van deze benoeming werd hij door 'Het Leesgezelschap Hasselt' gehuldigd voor zijn rol als stichter en oud-voorzitter (1896). Hij overleed op 20 maart 1946 te Oostham.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 54; Geneanet; Anny Van der Meulen-Corens, ‘De Geschiedenis van “'t Daghet” in het Kader van de Limburgse Volkskunde’, in ’t Daghet in den oosten (1885-1914). Antwerpen: Centrum voor Studie en Documentatie, 1971, XXXVII-XXXIX
NaamCuppens, August
Datums° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NaamErkens, Gulielmus Josephus; Erkens, Guillaume
Datums° Geleen, 04/07/1857 - ✝ Geleen, 12/04/1938
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; pastoor
VerblijfplaatsNederland
BioGulielmus Josephus Erkens werd geboren op 4 juli 1857 in Geleen (Nederland) als zoon van Pieter Jozef Erkens (1824-1894) en Maria Joanna Göbbels (1820-1872). Hij volgde de opleiding wijsbegeerte aan het kleinseminarie te Sint-Truiden, waar hij in de academiejaren 1881-1882 lid was van het letterkundig genootschap 'Utile Dulci'. In 1883 ontving hij van het Davidsfonds een eervolle vermelding voor zijn blijspel met zang in één bedrijf, "Baas Lens of Waar er velen dorschen moet men maai slaan". Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was Erkens lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Op 22 februari 1886 werd hij te Houthalen tot priester gewijd. Van 1886 tot 1890 doceerde hij Nederlands aan het kleinseminarie van Sint-Truiden. In deze periode was hij ipso facto voorzitter van 'Utile Dulci'. In 1888 verzorgde hij een heruitgave van J. van den Vondels "Altaargeheimenissen" ten behoeve van studenten. Later werd Erkens aangesteld als pastoor van de Sint-Trudoparochie in Opitter. Hij overleed op 12 april 1938 in Geleen.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken: studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 38
NaamHover, Franciscus; Hover, Johan Frans
Datums° Posterholt, 25/02/1861 - ✝ 09/04/1923
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor
VerblijfplaatsNederland
BioFranciscus Hover werd geboren in Posterholt, Nederland op 25 februari 1861. Tijdens zijn studies aan het Groot Seminarie van Luik was hij lid van het ‘Limburgsch Zanterkesgildeke’. Hij werd op 19 december 1885 in Luik tot priester gewijd. Later was hij pastoor van Cras-Avernas. Franciscus Hover overleed op 9 april 1923 in Cras-Avernas, Luik. Hij werd daar ook begraven.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
Bronnen https://www.geni.com/people/Johan-Frans-Hover/6000000023418564924; E. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 159
NaamLahaye, Renerus
Datums° Reppel, 31/03/1862 - ✝ Tongeren, 22/04/1941
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor
BioRenerus Lahaye werd geboren op 31 maart 1862 te Reppel. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. Op 18 december 1886 werd hij te Luik tot priester gewijd. Nadien was hij werkzaam als pastoor op de parochie Jean-Baptist te Tongeren. Hij stierf er op 22 april 1941.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 185
NaamLenaerts, Leonard Willem Jakob
Datums° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; priester; kapelaan; pastoor
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Daarna werd hij achtereenvolgens pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden), Membruggen en Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Bronnen https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.)
NaamLewylle, Arthur
Datums° Vlamertinge, 15/01/1860 - ✝ Ukkel, 31/12/1914
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor
BioArthur Lewylle was de zoon van Julia Bulteel en marktkramer Petrus Lewylle. Hij studeerde aan het Sint-Vincentiuscollege te Ieper en had er de priesters Edmond Houtave als principaal en Frans Boudeweel als titularis in de twee laatste jaren. Hugo Verriest verving Houtave tijdens de retorica van Arthur Lewylle. Voor de prijsuitreiking schakelde Verriest de enscenering in van Albrecht Rodenbach voor een Nederlandstalige opvoering, half augustus 1879. Door de gunstige Vlaamsgezindheid in het college was Arthur Lewylle een geëngageerde filosofiestudent aan het kleinseminarie van Roeselare. Dat kwam hem duur te staan, hij werd weggestuurd door superior Delbar, en meteen kon hij zijn priesterstudies niet verderzetten. Verriest zorgde ervoor dat dit wél kon, in Sint-Truiden voor dat ene jaar filosofie en de resterende jaren theologie in Luik. Ondertussen overleed Rodenbach en Lewylle wou hem herdenken in Sint-Truiden. Dit verbaasde zijn Limburgse medeseminaristen. Hij leerde hen niet alleen Rodenbach en de Blauwvoeterij, maar ook en vooral Gezelle kennen. Correspondentie volgde, de Limburgsch Zantersgildeken kwam er en zelfs het tijdschrift ’"t Daghet in den Oosten" (1885-1914). Voor zijn priesterwijding te Luik op 20 december 1884 kreeg hij een gedicht van Gezelle toegestuurd: "Het teeken des vreden". Ook voor zijn eerste mis te Vlamertinge op 23 december 1884 schreef Gezelle een gedicht: "Het land van uw’ geboorte ‘t is". Daarna begon een carrière voor Arthur Lewylle van onderpastoor tot pastoor binnen het bisdom Luik (in Verviers, maar ook in Laar in Vlaams-Brabant, Halen in Limburg, onderpastoor in Luik, Sint-Gillis, pastoor (07/1888) en te As in Limburg (08/1897).
Links[odis]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; 't Daghet in den Oosten; gelegenheidsgedichten
NaamMoons, Ludovicus; Moens, Ludovicus
Datums° Eksel, 30/03/1857 - ✝ Hasselt, 06/10/1932
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor
BioLudovicus Moons werd geboren in Eksel op 30 maart 1857. Mogelijk volgde hij zijn priesteropleiding aan het grootseminarie van Luik en was hij lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Op 22 mei 1884 werd hij in Luik tot priester gewijd. In de loop van zijn kerkelijke loopbaan was hij werkzaam als pastoor te Leut. Ludovicus Moons overleed in Hasselt op 6 oktober 1932.
Links[odis]
NaamPorta, Franciscus Josephus Cornelus
Datums° Heers, 24/04/1863 - ✝ Heers, 23/10/1940
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; pastoor
VerblijfplaatsPorta, Franz
BioFranciscus Josephus Cornelius Porta werd geboren in Heers op 24 april 1863, als zoon van François Joseph Xavier Porta en Marie Catharina Wijnands. Van 1883 tot 1884 was hij lid van het 'Genootschap van Vlaamsche Snelspraak', een afdeling van het taalminnend genootschap 'Utile Dulci'. Deze vereniging werd in 1883 opgericht aan het kleinseminarie van Sint-Truiden en was verplicht voor de studenten wijsbegeerte. Ze had tot doel het Nederlands correct en vlot te leren spreken in het openbaar. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was Porta lid van het' Limburgsch Zanterkesgildeke'. Op 2 april 1886 werd hij in Luik tot priester gewijd. Nog datzelfde jaar begon hij zijn loopbaan als leraar aan het kleinseminarie van Sint-Truiden, waar hij Griekse, Latijnse en Franse grammatica doceerde. Op 29 januari 1901 werd hij benoemd tot pastoor van Veulen. In zijn parochie richtte hij nieuwe religieuze verenigingen op, waaronder in 1901 de Derde Orde en de Congregatie van O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen, en in 1902 de Sint-Antoniusvereniging. Hij speelde ook een belangrijke rol bij de oprichting van een zusterschool vanaf 1913. Namens de parochie sloot hij een overeenkomst met het gemeentebestuur voor de subsidiëring van deze school. Aanvankelijk gaf hij er zelf les, maar vanaf 1916 werd hij op zijn eigen verzoek vervangen door zusters van het Instituut van het Heilig Hart en de Onbevlekte Ontvangenis te Heverlee. Franciscus Porta overleed in Veulen op 23 oktober 1940.
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 258 ; Geneanet
NaamRaedschelders, Emiel; Raedschelders, Aemilius
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor
BioEmiel Raedschelders werd geboren in Maaseik op 24 november 1859. Vanaf 1883 was hij werkend lid en voorzitter van het 'Genootschap van Vlaamsche Snelspraak'. Deze afdeling van het taalminnend genootschap Utile Dulci werd in 1883 opgericht aan het kleinseminarie van Sint-Truiden en was verplicht voor de studenten wijsbegeerte. Het genootschap had tot doel de leden te leren Nederlands spreken in het openbaar. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde hij Limburgse woorden voor Guido Gezelle. Hij werd op 18 december 1886 in Luik tot priester gewijd en begon zijn loopbaan als onderpastoor in Luik, Saint-Gilles (1886-1888), vervolgens Sainte-Walburge (1888-1893), Sint-Martinus, Sint-Martens-Voeren (1893-1895), Rutten (1895-1897) en Sint-Dionysius, Opoeteren (1897-1899). In 1899 werd hij pastoor van Sint-Hubertus, Neerglabbeek, een functie die hij uitoefende tot zijn emeritaat in 1910. Hij overleed in Maaseik op 27 februari 1945.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 262
NaamTheunissen, Henricus
Datums° Bree, 23/12/1859 - ✝ Bree, 19/11/1929
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor; deken
BioHenricus Theunissen werd geboren in Bree op 23 december 1859. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Hij werd op 30 mei 1885 in Luik tot priester gewijd. Hij diende als pastoor van de parochie Onze-Lieve-Vrouw Geboorte in Tongeren en bekleedde daarnaast de functie van deken van het decanaat Tongeren. Henricus Theunissen overleed in Bree op 19 november 1929.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 305

Naam - instituut/vereniging

NaamLimburgsch Zantersgildeken
BeschrijvingIn 1883 ontstond het Limburgsch Zantersgildeken aan het Grootseminarie van Luik. Andere benamingen voor de groep zijn Gilleke of Gildeken. Gezelle zelf sprak hen aan als ‘Mijne brave Heeren van het Gulleken, guldeken, gildeken’. Zelf noemden zij zich daarna 'Gullebroêrs'. Via de West-Vlaamse seminarist A. Lewylle leerden A. Cuppens en J. Lenaerts reeds aan het kleinseminarie van Sint-Truiden het dichtwerk van Guido Gezelle en diens tijdschrift "Loquela" kennen. In diezelfde periode publiceerde Mgr. Rutten, kanunnik van de kathedraal van Luik (1880–1885) en later bisschop, geschriften over de herwaardering van de Vlaamse taal, vanuit een sociaal-katholieke bewogenheid. Die liefde voor de eigen volkstaal vond weerklank bij een tiental jonge bevriende seminaristen, die door A. Cuppens en J. Lenaerts, en op hun vraag, ook door Gezelle op sleeptouw werden genomen. Deze groep Limburgse Gezellianen wilden de Nederlandse taalschat verrijken met uitgelezen woorden en gezegden uit de Limburgse volksmond. Zij plaatsten persoonlijk hun namen onder een nieuwjaarsbrief van 1 januari 1884 aan Gezelle. Hij bezocht hen in Luik in de zomer van datzelfde jaar. Op 1 februari 1885 verscheen het eerste nummer van hun tijdschrift, "’t Daghet in den Oosten: : Limburgsch tijdschrift voor alle liefhebbers van taal- en andere wetensweerdigheden", onder redactie en deskundige leiding van Guido Gezelle. Aanvankelijk bleven deze seminaristen min of meer onder de radar, wegens de kritische houding van hun oversten, maar vanaf 1886 werden zij een officiële Limburgse gouwgilde.
Datering1883-?
Links[wikipedia]
NaamGrootseminarie Luik
BeschrijvingHet Grootseminarie van Luik werd opgericht als priesteropleiding voor het bisdom Luik in 1592. Sinds 1804 is het gevestigd in de door de Franse Revolutie opgeheven St.-Norbertusabdij van Luik, samen met het Prins-Bisschoppelijk Paleis. Vanaf 1840, na het ontstaan van België, diende het voor de opleiding van priesterstudenten (filosofie en theologie) van de bisdommen Luik en Limburg, tot in 1967 het bisdom Hasselt werd opgericht. Op dit moment is het een onderdeel van het interdiocesaan seminarie Notre Dame te Namen.
Datering1592-heden

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelLoquela
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelDer Sielen Troost
Datum1484
PlaatsHaarlem
UitgeverStads drukker Enschedé

Titel[01/01/1884], Luik, August Cuppens, Arthur Lewylle en de gildebroêrs van het Limburgsch Zantersgildeken aan [Guido Gezelle]
EditeurMiet Hubrechts; Marc Carlier (rersearch); Peter Debaets (research); Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenMiet Hubrechts; Marc Carlier (rersearch); Peter Debaets (research); Universiteit Antwerpen, Cuppens August, Lewylle Arthur, Coenegracht Felix, Carmans Josephus, Erkens Gulielmus Josephus, Lahaye Renerus, Theunissen Henricus, Broers Balthasar, Lenaerts Leonard Willem Jakob, Porta Franciscus Josephus Cornelus, Raedschelders Emiel?, Hover Franciscus, Borgerhoff Petrus Joannes Hubertus en Moens Ludovicus aan Gezelle Guido, Luik, [01/01/1884]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderCuppens, August
VerzenderLewylle, Arthur
VerzenderCoenegracht, Felix
VerzenderCarmans, Josephus,
VerzenderErkens, Gulielmus Josephus
VerzenderLahaye, Renerus
VerzenderTheunissen, Henricus
VerzenderBroers, Balthasar
VerzenderLenaerts, Leonard Willem Jakob
VerzenderPorta, Franciscus Josephus Cornelus
Verzender[Raedschelders, Emiel??]?
VerzenderHover, Franciscus
VerzenderBorgerhoff, Petrus Joannes Hubertus
VerzenderMoens, Ludovicus
VerzenderLimburgsch Zantersgildeken
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum[01/01/1884]
VerzendingsplaatsLuik
AnnotatieDatum, adressaat en plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 210 mm x 135 mm
papier, wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden brief in handschrift van August Cuppens
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief7462
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.13841
Inhoud
IncipitWij allen, gildebroêrs van 't Limburgsch
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.