<Resultaat 2557 van 2965

>

p1
Lieve Dichter,

Ik mocht nooit het geluk genieten u van nabij te leeren kennen, doch sinds lang, sinds 1883 toen ik met den Westvlaamschen student-dichter Julius Delbeke, - die nu ergens in West-Vlaanderen geneesheer is, - te Leuven studeerde had ik u lief om uw Vlaamsch hart, om uw rijke taal en om uw zangerig lied. Sinds heeft die warme genegenheid nog toegenomen, gelijken tred houdend met de klimmende bewondering die ik voor uw gedichten gevoel. - die nu ergens in West-Vlaanderen geneesheer is, - te Leuven studeerde had ik u lief om uw Vlaamsch hart, om uw rijke taal en om uw zangerig lied. Sinds heeft die warme genegenheid nog toegenomen, gelijken tred houdend met de klimmende bewondering die ik voor uw gedichten gevoel.

Ik weet, en ik moet het u hier wel verklappen, dat de Vlamingen van Antwerpen, van 't gansche land, zinnens zijn u toekomend jaar te laten weten, hoeveel zij van den West-Vlaamschen dichter houden.[1]p2Nu ben ik op de gedachte gekomen een studie,[2] als ik het zoo heeten mag - over uwe werken te schrijven. Natuurlijk moeten er aanhalingen gebeuren. Zoo ik het goed voor heb, mogen geen volledige stukken opgenomen worden; 't schijnt, als er één regel ontbreekt dat dan de uitgever geen verhaal op den aanhaler heeft.[3]

Ik zou het al te zonde vinden stukken te moeten verminken als die ik zou willen overnemen n.m.: De Mandelbeke, Het Schrijverke, o 't Ruischen van het ranke riet, Excelsior, Pachthofschilderinge, Regina Coeli, Zoo menig blomme, Pro Christo Legatione fungimur, Dien avond en die Rooze, Die Slekke 't Kindeken v. de dood, + een viertal uit Tijdkrans en Rijmsnoer alsook een gedeelte van Song of Hiawatha's vertaling.

En deze brief heeft voor doel, Geliefde Dichter, uwe toestemming te vragen.p3Hierbij voeg ik het gedicht, dat ik aan u maakte en dat gij niet strengelijk zult beoordeelen om der wille van het warme gevoel, van het oprecht Vlaamsche hart, waaruit het vloeide.

Minzame en hartelijke groete,
Lieve Dichter,
van
Uw dienstwillige
Rafaël Verhulst
Deurne (bij Antwerpen)

p4p1.
Aan Guido Gezelle.[4]

k Weet niet of er nog wel één is
Die een tale zingt als gij,
En ik vind dat alles kleen is,
Nietig, valsch en wanklank bij
't Zilverzuivre klingeklangen,
't Zalvendzoete zingezangen,
Van uw rijmval, van uw lied:
Neen, zoo'n tweede'n is er niet.
p5p2.Laat gij 't ranke riet zacht ruischen,
Zingt gij van den wilgeboom,
Van het wilde windenbuischen,
Van den landschen morgendoom;
Is 't aan Leie of is 't aan Mandel,
Dat ik in uw zangen wandel,
In welk jaartij, in welk oord:
Toovren kan uw dichterwoord.

Uw Gebeden, uw Gezangen,
En uw Rijmsnoer om en om
Jaargetijdenkrans gehangen,
En zoo menig Kerkhofblom:
't Is al geurig als de rozen,
't Is één streelen en één koozen,
Gij spruit helder, gij zijt bron!
Stralen doet gij, Vlaamsche zon!
p6p3.Maerlant's tale ligt bestorven
Op uw zangerigen mond,
't Zuiver Dietsch, het onbedorven,
Als het Maerlant zelve vond.
't Fransch moog' Vlaanderland omrasteren,
Vlaandrenland zal niet verbasteren,
Als úw ziel in Vlaandren leeft,
Uwe taal op d'adem zweeft.

'k Hoor uw blijde rijmen dingelen,
'k Hoor ze klinken hoog en hel;
'k Hoor uw boute woorden klingelen,
Als een spranklend beiaardspel!
Nachtegaal der Vlaamsche streke,
Nachtegaal der Mandelbeke,
Vlaandrens duurbre,[5] reine zoon,
Vlaandrens roem en Vlaandrens Kroon!

Deurne-Antw. 23n van Bamismaand 1899

Rafaël Verhulst

Noten

[1] “Intussen beraadden zich vrienden, relaties en bewonderaars over een grote hulde die hem bereid zou moeten worden op 1 mei 1900: zijn zeventigste verjaardag.” (M. Van Der Plas, Mijnheer Gezelle. Tielt: Lannoo,1998, p. 579)
[2] In de bibliografie van Verhulst is geen studie over Guido Gezelle teruggevonden.
[3] In 1886 werd tijdens de Berner Conventie beslist dat de maker alle rechten bezit maar hij kan deze rechten geheel of gedeeltelijk overdragen aan een ander door middel van een privaatrechtelijke overeenkomst. (nl.wikipedia.org/wiki/Auteursrecht.
[4] Een (licht) gewijzigde versie van dit gedicht verscheen in Verhulsts bundel Langs Groene Hagen, p.212-214.
[5] Dierbare.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamVerhulst, Rafaël; Verhulst, Raf; Antorf; Lucas, Koen Ravestein; S.T. Rijder; Jan Terzake; Peerken
Datums° Wommelgem, 07/02/1866 - ✝ Vaalst, 24/03/1941
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; auteur; journalist; ambtenaar; lector
VerblijfplaatsNederland; Duitsland
BioRafaël Verhulst werd geboren in Wommelgem op 7 februari 1866. Na onvoltooide studies geneeskunde aan de Katholieke Universiteit Leuven was hij actief in de journalistiek (“Het laatste Nieuws”). Hij was bovendien dichter en schrijver, en vervulde functies als hulparchivaris bij het stadsarchief en hulpbibliothecaris aan de Antwerpse stadsbibliotheek. Van 1907 tot 1915 was hij leraar aan het conservatorium eveneens te Antwerpen. Na de Eerste Wereldoorlog nam hij de wijk naar Nederland en later naar Duitsland waar hij lector voor Nederlandse Taal-en Letterkunde was aan de universiteit van Göttingen. Als lid van 'Jong Vlaanderen' ijverde hij voor de staat Vlaanderen en het schrappen van de naam België. Hij uitte zich later als een voorstander van Vlaams-Duitse toenadering en als bewonderaar van Hitler en de nationaal- socialistische ideologie.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; studentenbeweging
Bronnen https://schrijversgewijs.be/schrijvers/verhulst-raf/ ; https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/verhulst-raf

Briefschrijver

NaamVerhulst, Rafaël; Verhulst, Raf; Antorf; Lucas, Koen Ravestein; S.T. Rijder; Jan Terzake; Peerken
Datums° Wommelgem, 07/02/1866 - ✝ Vaalst, 24/03/1941
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; auteur; journalist; ambtenaar; lector
VerblijfplaatsNederland; Duitsland
BioRafaël Verhulst werd geboren in Wommelgem op 7 februari 1866. Na onvoltooide studies geneeskunde aan de Katholieke Universiteit Leuven was hij actief in de journalistiek (“Het laatste Nieuws”). Hij was bovendien dichter en schrijver, en vervulde functies als hulparchivaris bij het stadsarchief en hulpbibliothecaris aan de Antwerpse stadsbibliotheek. Van 1907 tot 1915 was hij leraar aan het conservatorium eveneens te Antwerpen. Na de Eerste Wereldoorlog nam hij de wijk naar Nederland en later naar Duitsland waar hij lector voor Nederlandse Taal-en Letterkunde was aan de universiteit van Göttingen. Als lid van 'Jong Vlaanderen' ijverde hij voor de staat Vlaanderen en het schrappen van de naam België. Hij uitte zich later als een voorstander van Vlaams-Duitse toenadering en als bewonderaar van Hitler en de nationaal- socialistische ideologie.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; studentenbeweging
Bronnen https://schrijversgewijs.be/schrijvers/verhulst-raf/ ; https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/verhulst-raf

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Naam - persoon

NaamVerhulst, Rafaël; Verhulst, Raf; Antorf; Lucas, Koen Ravestein; S.T. Rijder; Jan Terzake; Peerken
Datums° Wommelgem, 07/02/1866 - ✝ Vaalst, 24/03/1941
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; auteur; journalist; ambtenaar; lector
VerblijfplaatsNederland; Duitsland
BioRafaël Verhulst werd geboren in Wommelgem op 7 februari 1866. Na onvoltooide studies geneeskunde aan de Katholieke Universiteit Leuven was hij actief in de journalistiek (“Het laatste Nieuws”). Hij was bovendien dichter en schrijver, en vervulde functies als hulparchivaris bij het stadsarchief en hulpbibliothecaris aan de Antwerpse stadsbibliotheek. Van 1907 tot 1915 was hij leraar aan het conservatorium eveneens te Antwerpen. Na de Eerste Wereldoorlog nam hij de wijk naar Nederland en later naar Duitsland waar hij lector voor Nederlandse Taal-en Letterkunde was aan de universiteit van Göttingen. Als lid van 'Jong Vlaanderen' ijverde hij voor de staat Vlaanderen en het schrappen van de naam België. Hij uitte zich later als een voorstander van Vlaams-Duitse toenadering en als bewonderaar van Hitler en de nationaal- socialistische ideologie.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; studentenbeweging
Bronnen https://schrijversgewijs.be/schrijvers/verhulst-raf/ ; https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/verhulst-raf
Naam(van) Maerlant, Jacob; Vader Maerlant
Datums° Brugse Vrije, ca. 1230-1235 - ✝ Damme, ca. 1288-1300
GeslachtMannelijk
Beroepdichter
BioJacob van Maerlant was een Vlaams dichter uit de 13de eeuw en een van de belangrijkste Middelnederlandse auteurs; vandaar zijn erenaam ‘vader der Dietsche dichteren algader’. Hij werd geboren in het Brugse Vrije rond 1230-1235 en genoot zijn opleiding waarschijnlijk aan de kapittelschool van St.-Donaas in Brugge of in de cisterciënzerkloosters van Ter Doest en Ter Duinen. Ca. 1260 werd hij koster in Maerlant op Voorne (Zeeland). Hij overleed in Damme ca. 1288-1300. Zijn belangrijkste werken zijn, naast de Strofische Gedichten, adaptaties uit historiserende en encyclopedische werken uit het Frans en het Latijn, o.m. Alexanders Geesten (ca. 1260), Der Naturen Bloeme (ca. 1270), Rijmbijbel (1271) en Spiegel Historiael (1285-1288).
Links[wikipedia], [dbnl]
BronnenTer Laan, MEW
NaamDelbeke, Julius Edouard; Delbeke, Juliaan, Julius of Jules
Datums° Torhout, 14/01/1859 - ✝ Roeselare, 11/02/1916
GeslachtMannelijk
Beroepvolksvertegenwoordiger, schepen; arts; auteur
BioJulius Edouard Delbeke werd geboren in Torhout op 14 januari 1859. Hij volgde zijn middelbaar onderwijs aan het kleinseminarie in Roeselare, waar hij nauw betrokken raakte bij de Blauwvoeterij en de Groote Stooringe en de acties van Albrecht Rodenbach meemaakte. Delbeke studeerde geneeskunde aan de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij in 1880 medestichter en eerste voorzitter werd van de Westvlaamsche Gilde. Samen met Emiel Lauwers stichtte hij in 1882 het tijdschrift “Onze Vlaamsche Werker” en enkele jaren later de “Vlaamsche Strijdersbond”. Daarnaast schreef hij satirische bijdragen voor studentenbladen zoals “De Tassche”, “Kwaepenninck”, “De Vlaamsche Vlagge” en “Nieuwe Wegen”. Na zijn studies vestigde Delbeke zich in 1886-1887 als arts in Roeselare. Hij sloot zich aan bij de Vlaamsgezinde lettergilde ‘De Vriendschap’, waarvan hij in 1892 voorzitter werd. Vanuit deze positie werkte hij samen met Ferdinand Callebert en anderen aan de culturele ontwikkeling van de stad en initieerde hij onder meer de oprichting van een praalgraf voor de jong gestorven dichter Albrecht Rodenbach. Hij speelde ook een rol in de organisatie van de grote Rodenbachfeesten van 1909. Politiek actief binnen de Katholieke Partij, werd Delbeke in 1896 gemeenteraadslid en schepen van Roeselare. In 1904 werd hij verkozen tot lid van de Kamer van volksvertegenwoordigers voor het arrondissement Roeselare-Tielt, een mandaat dat hij tot aan zijn dood bleef vervullen. In het parlement zette hij zich in voor de verbetering van de positie van arbeiders, de oprichting van volwaardige vakbonden en de vernederlandsing van onderwijs en leger. In 1913 werd hij voorzitter van de Katholieke Vlaamse Kamergroep en stemde hij voor de belangrijke taalwetten van 1913-1914. Naast zijn politieke en maatschappelijke betrokkenheid was Delbeke ook literair actief. Hij behaalde in 1904 de tweede prijs voor toneelkunde van de stad Antwerpen. Hij was de vader van schrijver Frans Delbeke. Julius Edouard Delbeke overleed in Roeselare op 11 februari 1916.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellestudentenbeweging

Naam - plaats

NaamAntwerpen
GemeenteAntwerpen
NaamDeurne
GemeenteAntwerpen
NaamLeuven
GemeenteLeuven

Titel - gedicht van Guido Gezelle

TitelDe Mandelbeke
PublicatieDichtoefeningen (Verzameld dichtwerk, deel I), p. 73
TitelDe slekke
PublicatieLiederen, Eerdichten et Reliqua (Verzameld dichtwerk, deel II), p. 408
TitelDien avond en die rooze
PublicatieGedichten, Gezangen en Gebeden (Verzameld dichtwerk, deel II), p. 117
TitelExcelsior
PublicatieDichtoefeningen (Verzameld dichtwerk, deel I), p. 128
TitelHet Schrijverke (Gyrinus natans)
PublicatieDichtoefeningen (Verzameld dichtwerk, deel I), p. 95
TitelHet kindeke van de dood
PublicatieKerkhofblommen (Verzameld dichtwerk, deel I), p. 274
TitelO! ' t Ruischen van het ranke riet!
PublicatieDichtoefeningen (Verzameld dichtwerk, deel I), p. 125
TitelPachthofschilderinge
PublicatieDichtoefeningen (Verzameld dichtwerk, deel I), p. 143
TitelStaat op, ' t is ' t koninginnenlied
PublicatieGedichten, Gezangen en Gebeden (Verzameld dichtwerk, deel II), p. 38
TitelVoor Christo zijn wij boden en
PublicatieGedichten, Gezangen en Gebeden (Verzameld dichtwerk, deel II), p. 107
TitelZoo menig blomme
PublicatieGedichten, Gezangen en Gebeden (Verzameld dichtwerk, deel II), p. 96

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelThe Song of Hiawatha. Overgedicht in ‘t Vlaamsch.
Links[gezelle.be]
TitelTijdkrans
Links[gezelle.be]
TitelRijmsnoer om en om het jaar
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelLangs groene hagen. Verzen. Met teekeningen van Frans Simons & Alfried van Neste.
AuteurVerhulst, Rafaël
Datum1899
PlaatsAntwerpen
UitgeverDe Nederlandsche boekhandel

Titel23/10/1899, Deurne, Rafaël Verhulst aan [Guido Gezelle]
EditeurGuido Spyns; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenGuido Spyns; Universiteit Antwerpen, Verhulst Rafaël aan Gezelle Guido, Deurne, 23/10/1899. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderVerhulst, Rafaël
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum23/10/1899
VerzendingsplaatsDeurne
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel; 3 enkele vellen, 210 mm x 134 mm
papier, wit, gelijnd
papiersoort: 6 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.); op blanco zijde 10 links in de zijrand: Verhulst (potlood, verticaal, hand C. G.[?])
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief7159
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.13496
Inhoud
IncipitIk mocht nooit het geluk genieten
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.