<Hit 2462 of 2965

>

p1+
Ami,

J’ai bien reçu votre double envoi. Merci pour la communication du N° de la Vlaamsche School,[1] que je vous retournerai au premier jour et pour vos curieuses images.

Merci surtout pour l’envoi des 12 exemplaires de votre Duc nos quo tendimus,[2] qui est tout simplement un petit chef-d'œuvre. Il n’y a que vous pour faire pareille chose. Mgr en est enchanté et tous nos Messieurs le sont aussi.[3] J’ai lu et relu ces gracieuses strophes, où pas un détail n’a été oublié. Et le plus curieux de l’histoire, c’est que les non-initiés, tout en admirant la beauté des vers, se creuseront la tête pour savoir à quoip2vous faites allusion. Je me propose d’enrichir de notes mon exemplaire. Encore une fois merci, au nom de tous les convives.

Je me suis empressé d’entretenir Mgr l’Evêque de l’affaire, qui vous préoccupe à si juste titre, et à laquelle il désire si vivement lui-même donner une solution.[4] Sur son conseil, j’ai écrit à nouveau à M. le Doyen d’Ypres, pour le charger de faire une nouvelle et pressante démarche auprès du personnage en question. Je vous tiendrai au courant de la chose, que je prends vivement à cœur.

Encore merci et bien à vous
Ernest Rembry

Annotations

[1] De Vlaamsche School was toen een maandelijks tijdschrift uit Antwerpen, met Pol de Mont als hoofdredacteur. Onder zijn leiding kreeg het blad een art-nouveau-toets. Gezelle publiceerde er in 1896-1897 zes gedichten in, en wellicht gaat het om een van die nummers. In het voorjaar van 1898 verscheen er ook Julius Sabbes sonnet ”Vivès en Loyola te Brugge“, een thema dat Rembry bijzonder nauw aan het hart lag en waarover hij datzelfde jaar zelf publiceerde.
[2] Duc nos quo tendimus werd geschreven voor een feestmaal op het bisschoppelijk buitenverblijf te Sint-Michiels Brugge. Het gedicht verscheen voor het eerst als een eenbladdruk, gedateerd 29 juni 1898 op slechts 25 exemplaren. ’Duc nos quo tendimus’ was de kenspreuk van de bisschop. In december 1898 publiceerde Gezelle het gedicht in Biekorf. Er bestaat ook een bedankingsbrief van de bisschop zelf. (C. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.374).
[3] Aan tafel zaten onder meer mgr. Waffelaert, de vicarissen Rembry en Houtave, secretaris De Schrevel en Gezelle zelf.
[4] Het is niet duidelijk waarvoor Gezelle de tussenkomst van de bisschop vroeg. Ook nazicht in de Acta Episcopalis leverde geen duidelijkheid (Bisschoppelijk Archief Brugge).

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Sender

NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameBrugge
SettlementBrugge

Name - person

NameDe Brouwer, François Marie
Dates° Brugge, 10/05/1846 - ✝ Maredsous, 07/04/1927
SexMannelijk
Occupationpriester; professor; superior; pastoor-deken
BioFrançois Marie De Brouwer werd geboren in de Potterierei (Brugge) als zoon van Jean-Baptiste Antoine (1815-1856), handelaar, en Julie Vanderghote (1818-1896). Hij werd gedoopt door de latere bisschop Faict, een vriend van de familie. Door het Sint-Lodewijkscollege werd hij op 16/10/1864 naar Rome gestuurd, waar hij tot priester gewijd werd (16/04/1870) en doctoreerde in de filosofie en theologie. Op 12/09/1871 werd hij professor aan het grootseminarie te Brugge. Tijdens dit ambtstermijn schreef hij zijn “Tractatus de Ecclesia Christi, in quo etiam de Romano Pontifice” (1881, Desclée-De Brouwer). Hij was verwant aan de stichters van de Brugse Augustinusdrukkerij Desclée-De Brouwer: Alphonse De Brouwer (1850-1937) was zijn broer en Henri (1830-1917) en Jules Desclée (1833-1911) zijn schoonbroers. Vanaf 21/11/1884 was hij superior van het kleinseminarie te Roeselare en op 09/04/1885 werd hij benoemd tot erekanunnik van de Brugse kathedraal. Daarna was hij achtereenvolgend pastoor-deken te Menen (vanaf 28/11/1894), waar hij de parochie St.-Jozef stichtte, en te Ieper (vanaf 11/08/1897), waar hij betrokken was bij de restauratie van de Sint-Maartenskerk. In het begin van WO I bleef hij tot de evacuatie van 1915 in Ieper en werd toen door de paus benoemd tot apostolisch prefect met bisschoppelijke rechtsmacht over het niet-bezette deel van België. Tot het einde van de oorlog verbleef hij te Poperinge. Hij nam ontslag als pastoor-deken op 26/12/1918 en ging toen bij zijn zus Louise (1841-1827) wonen in Maredsous, waar zijn uitvaart plaatsvond in de Sint-Benedictusbasiliek op 11/04/1927. Op 13/06/1937 werd voor hem een monument opgericht in de Sint-Maartenskathedraal van Ieper.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent
Sourcessearch.arch.be
NameDe Schrevel, Arthur C.
Dates° Wervik, 05/01/1850 - ✝ Brugge, 18/04/1934
SexMannelijk
Occupationpriester; professor; vicaris-generaal; secretaris; geestelijk bestuurder; auteur
BioArthur De Schrevel, zoon van Ivon De Schrevel, geneesheer, en Melanie Liebaert, studeerde aan het bisschoppelijk college te Ieper en van september 1872 tot 1876 theologie aan de katholieke universiteit te Leuven. Hij ontving zijn priesterwijding op 07/06/1873. Hij werd professor (10/09/1877) en directeur (18/08/1880) van het grootseminarie te Brugge. De Schrevel werd erekanunnik van de Brugse kathedraal (26/07/1889) en secretaris van bisschop Waffelaert (10/06/1894). Hij werd geestelijk directeur van de dienstmaagden van de Zaligmaker te Brugge (12/03/1897), aartspriester (26/04/1905) en vicaris-generaal van het bisdom Brugge (12/12/1911). Hij nam ontslag in maart 1931 en bleef in Brugge wonen. Hij werd (bestuurs)lid van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge in 1882 en voorzitter in 1919. De Schrevel publiceerde als historicus werken over de zestiende eeuw.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent
NameHoutave, Edmond Lodewijk
Dates° Damme, 11/11/1838 - ✝ Brugge, 01/12/1911
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; schooldirecteur; directeur kloosterorde; pastoor; deken
BioEdmond Houtave, zoon van Josephus Houtave, gemeentesecretaris, en Marie Van Iseghem, deed zijn humaniora aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge. In 1858 schreef hij het gedicht De prysdeeling voor de prijsuitreiking in het college. Het gedicht verscheen in De Katholyke Zondag (28/08/1858). In 1859 ging hij filosofie studeren aan het kleinseminarie te Roeselare, waar hij les kreeg van Guido Gezelle. Hij was een schitterend student. Nadien ging hij naar het grootseminarie te Brugge. Op 19/12/1863 werd hij te Brugge tot priester gewijd. Na een korte periode als leraar aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge (10/01/1864-28/12/1864) werd hij leraar aan het college van Ieper, waarvan hij op 28/04/1869 principaal werd. Zijn opvolger als principaal was Hugo Verriest. Hij werd op 18/01/1877 geestelijk directeur van de Ierse Dames te Ieper. Op 07/08/1878 werd hij aangesteld als bestuurder van het Sint-Juliaansgesticht te Brugge, en op 26/10/1885 werd hij pastoor te Sint-Eloois-Winkel, waarna hij op 20/06/1892 benoemd werd tot pastoor-deken te Diksmuide. Op 29/06/1895 keerde hij naar Brugge terug, waar hij een aantal belangrijke kerkelijke functies bekleedde : titulair kanunnik, vicaris-generaal, examinator prosynodalis, lid van de bisschoppelijke raad, voorzitter van de commissie voor kloosterzaken en geestelijk directeur van de zusters van Sint-Jozef te Brugge. Op 19/06/1907 werd hij kanunnik-cantor bij het kapittel van de Brugse Sint-Salvatorkathedraal. Dat Edmond Houtave een zeer verdienstelijk man was, blijkt uit het feit dat hij tijdens zijn leven benoemd werd tot Ridder in de Leopoldsorde. Guido Gezelle droeg zijn gedicht Een wijzer woord (Gedichten, Gezangen en Gebeden) aan hem op en schreef nog gedichten waarin Houtave voorkomt (o.m. De Bisschop onzen Deken nam).
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; gelegenheidsgedichten
NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).
NameWaffelaert, Gustaaf Jozef
Dates° Rollegem, 27/08/1847 - ✝ Brugge, 18/12/1931
SexMannelijk
Occupationpriester; kanunnik; coadjutor; onderpastoor; professor; geestelijk directeur; bisschop
BioGustaaf Waffelaert, zoon van Engel Waffelaert, douanebrigadier, en Theresia Vermeulen, deed zijn humaniorastudies te Ieper. In 1866 startte hij zijn priesteropleiding aan het kleinseminarie te Roeselare en vervolgens aan het grootseminarie te Brugge. Hij werd tot priester gewijd te Brugge op 17/09/1870. Hij was achtereenvolgens coadjutor te Sint-Michiels (03/02/1871) en onderpastoor te Blankenberge (15/02/1871). Hij studeerde theologie te Leuven (05/10/1875) waar hij promoveerde op 20/07/1880. Hij doceerde moraaltheologie aan het grootseminarie te Brugge (23/09/1880). Hij werd op 26/07/1889 erekanunnik van de Brugse kathedraal. Hij werd op 25/04/1890 vicaris-generaal van het bisdom Brugge, op 25/04/1890 algemeen bestuurder van de Zusters van St.-Jozef te Brugge, op 10/06/1894 aartspriester van het Brugse kapittel en op 01/04/1895 vicaris capitularis. Op 28/06/1895 volgde zijn benoeming tot bisschop van Brugge. Hij nam als wapenspreuk 'Duc nos quo tendimus' (Leid ons naar het doel dat wij beogen). Hij schreef talrijke werken over spiritualiteit o.a. Meditationes Theologicae, dat Gezelle gedeeltelijk in het Nederlands vertaalde. Gezelle schreef ook gelegenheidsgedichten voor Waffelaert.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedichten
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Name - place

NameBrugge
SettlementBrugge

Title - poem by Guido Gezelle

TitleDuc nos quo tendimus
PublicationVerzameld dichtwerk, deel VII, p. 122

Title - other work

TitleDe Vlaemsche School, Tydschrift voor Kunsten, Letteren en Wetenschappen
Authoro.a. Van Spilbeeck, Désiré; De Mont, Pol
Date1855-1901
PlaceAntwerpen
PublisherSint-Lukasgilde; J.E. Buschmann,
Links[odis]

Title11/07/1898, Brugge, Ernest Rembry aan [Guido Gezelle]
EditorRik Van Gorp; Koen Calis; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingRik Van Gorp; Koen Calis; Universiteit Antwerpen, Rembry Ernest aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), 11/07/1898. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
SenderRembry, Ernest
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent11/07/1898
Place SentBrugge (Brugge)
AnnotationAdressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Published inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899 / door Caroline Verstraeten. - Gent : Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.176-177
Physical Description
Support Material 1 dubbel vel, 177 mm x 114 mm
papier, wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Lay-out watermerk: Royal Paper, afbeelding, SC
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive7014
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.13347
Content Description
IncipitJ'ai bien reçu votre double envoi.
Text Typebrief
LanguagesFrans
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.