<Hit 1070 of 2965

>

p1+
Eerweerde Heer en Vriend,

Binnen veertien dagen zal ik het onuitsprekelijk geluk genieten van het Heilig Misoffer voor den

Kerke op de te dragen; op den zelfden dag vieren mijne lieve ouders[1] den 25sten verjaardag van hun huwelijk[2]

Ware het te veel van UE. Een kort gedichtjen[3] af te smeeken om die dubbele feeste[4] te vieren? Voor mijne ouders en mij ware het aller

p2aangenaamst, en voor den dicht zelve, wat is er natuurlijker en bijgevolge gemakkelijker als zingen?

In afwachtinge eener antwoord met uwe goedheid en mijn vurig verlangen overeenstemmig,

Groet
Uw ootmoedige dienaar
Em. Tillieux
professor[5]
Brugge, den 6 December 84.

P.S. Het gedichtje, zou ik willen bachten het gedachtenisbeeldeken doen drukken[6] te P. Raoux.

p3

Annotations

[1] Geneesheer Edouard Tillieux en Sylvie Maria Busschaert.
[2] Het huwelijk van de ouders was op 09/08/1859.
[3] Guido Gezelle schreef een eerste versie van het gedicht Hij is uw zoon, die jonge eerweerde, op de keerzijde van de brief. Het verscheen later in Tijdkrans.
[4] De priesterwijding van Emiel Tillieux in december 1884 wordt samen gevierd met de zilveren bruiloft van zijn ouders die gehuwd waren op 09/08/1859.
spa z.zie de spa
[5] Tillieux was leraar aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge van 1884 tot 1889.
[6] Aan Dr. En Vr. Tillieux-Ruysschaert op het XXV ste Verjaren van hun Huwelijk en de Priesterwijdinge van hunnen zoon Emile. Brugge: P. Raoux?, 1884.
dos z.zie donschklauw, den z.zie stier
[7] E. Tillieux vroeg Guido Gezelle om een gedicht voor zijn eerste mis. Guido Gezelle schreef een 1e versie van het gedicht op de keerzijde van de brief. recordnummer 1322
lâ z.zie de spalâ " zoutlâ

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameTillieux, Emiel; Exuperius van Kortrijk
Dates° Kortrijk, 24/09/1860 - ✝ leper, 04/12/1943
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; schooldirecteur; aalmoezenier; minderbroeder; pastoor
BioEmile Tillieux, zoon van Edouard Tillieux, geneesheer, en Sylvie Ruysschaert, werd priester gewijd in december 1884. Hij was leraar aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge van 1884 tot 1889. Hij gaf er handel, wiskunde en Engels. In 1889 werd hij principaal van het college te Avelgem tot 1896. Hij stichtte er de Sint-Maartensgilde, een vereniging die leraren en oud-leerlingen van de school bijeenbracht. Karel en Frank Lateur waren in 1889 lid van de gilde. In 1896 ging hij aan de slag als aalmoezenier van de gevangenis te Kortrijk en in 1897 als krijgsaalmoezenier. Hij staat op de lijst van de Kortrijkse vrienden van Gezelle als wonende in de Capittelstrate. Na de dood van zijn vader (1915) en moeder (1916) werd hij In 1917 kapucijn onder de naam van pater Exuperius. In 1934 werd hij pastoor te Petite Chapelle (Namen).
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedicht
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Sender

NameTillieux, Emiel; Exuperius van Kortrijk
Dates° Kortrijk, 24/09/1860 - ✝ leper, 04/12/1943
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; schooldirecteur; aalmoezenier; minderbroeder; pastoor
BioEmile Tillieux, zoon van Edouard Tillieux, geneesheer, en Sylvie Ruysschaert, werd priester gewijd in december 1884. Hij was leraar aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge van 1884 tot 1889. Hij gaf er handel, wiskunde en Engels. In 1889 werd hij principaal van het college te Avelgem tot 1896. Hij stichtte er de Sint-Maartensgilde, een vereniging die leraren en oud-leerlingen van de school bijeenbracht. Karel en Frank Lateur waren in 1889 lid van de gilde. In 1896 ging hij aan de slag als aalmoezenier van de gevangenis te Kortrijk en in 1897 als krijgsaalmoezenier. Hij staat op de lijst van de Kortrijkse vrienden van Gezelle als wonende in de Capittelstrate. Na de dood van zijn vader (1915) en moeder (1916) werd hij In 1917 kapucijn onder de naam van pater Exuperius. In 1934 werd hij pastoor te Petite Chapelle (Namen).
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedicht
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameBrugge
SettlementBrugge

Name - person

NameRaoux, Pierre
Dates° Assebroek, 08/09/1845 - ✝ Brugge, 03/10/1917
SexMannelijk
Occupationgrafisch kunstenaar; graveur-lithograaf; drukker
BioPierre Raoux was de oudste zoon van de ongehuwde Francisca Lagast. Na haar huwelijk met de timmerman Edmond Raoux werd hij als zijn zoon gewettigd in 1850. Het lijkt erop dat hij minstens een deel van zijn jeugd buiten het gezin opgevoed werd bij de Broeders van Liefde. Als volksjongen van beperkte komaf gaf zijn artistieke aanleg hem de kans om zich te ontwikkelen. Hij volgde een opleiding aan de Brugse Academie, waar hij in de jaren 1860 meer dan eens laureaat werd. De techniek van het steendrukken kreeg hij onder de knie bij Jacob Petyt. Ook na de dood van zijn leermeester in december 1871 bleef Raoux in dienst van Weduwe Petyt. Het atelier Petyt bracht hem in contact met sleutelfiguren in de Brugse culturele en katholieke wereld, zoals Adolf Duclos en Jean Baptiste de Bethune. Zij steunden hem om zich verder te vervolmaken. In 1874 trok hij naar het buitenland met een beurs van de Belgische staat. Hij specialiseerde zich in de chromolithografie tijdens een stage in Parijs. Daarna trok hij voor lange tijd naar Italië om er de oude meesters te bestuderen en te kopiëren met de financiële steun van Jean Baptiste de Bethune en Henri Desclée. Wellicht gebeurde dit door de tussenkomst van Adolf Duclos die contact bleef houden. Zij verzochten hem om in middeleeuwse manuscripten en drukken iconografisch materiaal en randversieringen te zoeken voor hun liturgische uitgaven. De Bethune wou hem de leiding geven over de lithografische afdeling van de Sint-Augustinusmaatschappij, de Brugse tak van de uitgeverij van Desclée. Raoux bleek niet in te gaan op zijn voorstel. Als schadeloosstelling voor de investering werden de meest waardevolle studies van Raoux gekopieerd voor Desclée en de Sint-Lucasschool in Gent. In oktober 1879 stichtte Pieter Raoux een eigen steendrukkerij in Brugge die hij samen met zijn echtgenote Leonie Manceau uitbaatte. De vele drukwerken die hij verzorgde waren neogotisch van aard en van hoogstaande kwaliteit. Hij moest optornen tegen de massaproductie van de zgn. 'saint-sulpiceprenten' die de markt overspoelden en die als te wulps en ongodsdienstig werden ervaren. Hij voerde hierin een strijd die ondersteund werd door Guido Gezelle en de Heilige Beeldekensgilde. Hij werkte ook voor tijdschriften zoals Rond den heerd en de Handelingen van het genootschap voor geschiedenis. In oktober 1886 werd hij aangesteld als leraar aan de Brugse academie. In 1889 werd hij toch directeur van de lithografieafdeling van de Sint-Augustinusmaatschappij (Desclée de Brouwer).
Links[wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lithograaf-drukker van Gezellegedichten; Rond den Heerd
SourcesK. Calis; E. Depuydt, Guido Gezelle en de verwenprenterije van Pieter Raoux. In: Biekorf: 115 (2015) 4, p.385-417
NameTillieux, Emiel; Exuperius van Kortrijk
Dates° Kortrijk, 24/09/1860 - ✝ leper, 04/12/1943
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; schooldirecteur; aalmoezenier; minderbroeder; pastoor
BioEmile Tillieux, zoon van Edouard Tillieux, geneesheer, en Sylvie Ruysschaert, werd priester gewijd in december 1884. Hij was leraar aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge van 1884 tot 1889. Hij gaf er handel, wiskunde en Engels. In 1889 werd hij principaal van het college te Avelgem tot 1896. Hij stichtte er de Sint-Maartensgilde, een vereniging die leraren en oud-leerlingen van de school bijeenbracht. Karel en Frank Lateur waren in 1889 lid van de gilde. In 1896 ging hij aan de slag als aalmoezenier van de gevangenis te Kortrijk en in 1897 als krijgsaalmoezenier. Hij staat op de lijst van de Kortrijkse vrienden van Gezelle als wonende in de Capittelstrate. Na de dood van zijn vader (1915) en moeder (1916) werd hij In 1917 kapucijn onder de naam van pater Exuperius. In 1934 werd hij pastoor te Petite Chapelle (Namen).
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedicht
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Name - place

NameBrugge
SettlementBrugge

Title - poem by Guido Gezelle

TitleHij is uw zoon, die jonge eerweerde
PublicationTijdkrans (Verzameld dichtwerk, deel III), p. 548

Index terms

Correspondents - persons

Gezelle, Guido
Tillieux, Emiel

Name - person

Raoux, Pierre
Tillieux, Emiel

Name - place

Brugge

Place

Brugge

Recipient

Gezelle, Guido

Sender

Tillieux, Emiel

Title - poem by Guido Gezelle

Hij is uw zoon, die jonge eerweerde

Title06/12/1884, Brugge, Emiel Tillieux aan [Guido Gezelle]
EditorEls Depuydt
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2024
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingEls Depuydt, Tillieux Emiel aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), 06/12/1884. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2024 Available from World Wide Web: link .
SenderTillieux, Emiel
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent06/12/1884
Place SentBrugge (Brugge)
AnnotationAdressaat gereconstrueerd op basis van notitie van Paul Allossery.
Physical Description
Support Material papier, wit
papiersoort: 2p., inkt
Condition fragment
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive651; gedicht, taalkundige notities
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.1321
Content Description
IncipitBinnen veertien dagen zal ik
Summary poëzie: E. Tillieux vraagt Guido Gezelle om gedicht voor zijn eerste mis. (Guido Gezelle schreef een 1e versie van het gedicht op de keerzijde van de brief. Het verscheen later in "Tijdkrans" - zie "Verzameld dichtwerk": dl.III, p.548-549).
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.