<Hit 2353 of 2965

>

p1
den Heer Dr Gustaaf Verriest
Professor a/d Hoogeschool
Vaartstraet
Leuven.
 
p1
Zeer geachte Prof.![1]

Verbeeld u, wat mij nu gebeurt! De redakteur van een der voornaamste Hollandsche tijdschriften, zelf dichter, zendt mij mijn studie over G.G.[2] terug met de opmerking: “ik had ze geplaatst, zoo gij geen verzen van den schrijver hadt aangehaald, op uw gezag; nu gij wel verzen sieteert, is het mij onmogelijk. Voor die poëzie voel ik niets! Hier zal zij geen bijval vinden!” Is ‘t niet om.... om te vallen!!! Nu, ik geef den moed niet op. Verschijnen zal mijn studie, en in Holland nog al. Zij moet. Donderdag aanstaande zal ik, te Utrecht, van de studenten der Universiteit, Gezelle behandelen.[3] Ik weet op voorhand dat mijn gehoor G.G., zal genieten! En nog elders, in Holland, zal ik den edelen man behandelen. En hier te lande ook, al moest ik het doen te Gent, bij de studenten van ‘t zal wel gaan. Laat men mij maar vragen hier of daar en dadelijk treed ik voor G.G., den veelmiskende, in ‘t krijt. Zouden

Een idee. U bezit het laatste handschrift[4] van Berten. Zouden wij dat in de Vlaamsche School mogen laten fotograveeren? U krijgt het handschrift eerlijk terug.

Schreef U al aan G. en aan de Meester? wacht dan later op een bezoek van U om alles te regelen. Op mijn medehulp rekent U natuurlijk zooveel ‘t u lust. Ik doe dit van ganschen harte! Met geestdrift zelfs! Gezelle moet, als de olie, boven!, als de olie, boven! wacht dan later op een bezoek van U om alles te regelen.[5] Op mijn medehulp rekent U natuurlijk zooveel ‘t u lust. Ik doe dit van ganschen harte! Met geestdrift zelfs! Gezelle moet, als de olie, boven!, als de olie, boven!

Maar...., zijn er onder de Leuvensche studiosi nog flaminganten? Of laten die niets van zich meer hooren? In Bertens en mijn tijd ging het anders.

Met de meeste hoogachting
PoldeMont

Annotations

[2] De studie waar Pol De Mont naar verwijst, wordt uiteindelijk in jaargang 61 (1897) van De Gids gepubliceerd: Pol De Mont, Guido Gezelle. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.191-227. Zie ook de brief van Pol De Mont aan Guido Gezelle van 08/04/1896. Eerst zond De Mont zijn werk naar De Gids, dan naar het Tweemaandelijksch Tijdschrift en vervolgens naar Nederland. De redacteur van De Gids weigerde zijn stuk op te nemen, omdat hij het “weinig meer dan een bloemlezing” vond. Het werk ging dan begin oktober 1896 naar het Tweemaandelijksch Tijdschrift, waar de redactie het terugstuurde met als reden dat De Monts stuk “niet dermate doeltreffend” zou zijn om het op te nemen. Vervolgens ging De Mont langs bij Van Loghem, van het tijdschrift Nederland, maar ook daar werd hij afgewezen omwille van de gedichten in de volkstaal. Desalniettemin gaf De Mont niet op en uiteindelijk zou zijn werk over Gezelle dan toch gepubliceerd worden in de jaargang van 1897 van De Gids: Pol De Mont, Guido Gezelle. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.191-227. (Zie: George Meir, Pol de Mont en Guido Gezelle. In: De Nieuwe Gids: 47 (1932), p.242-243).
[3] Op 19/11/1896 gaf Pol De Mont een voordracht over Gezelle voor de studenten van studentenvereniging Pante Noèta.
[4] De Mont verwijst naar het handschrift van het gedicht ’Macte Animo’. Die laatste verzen van Rodenbach die in het bezit waren van Gustaaf Verriest zijn verschenen in een niet-gesigneerd stuk: De laatste verzen van Albrecht Rodenbach. In: De Vlaamsche School: 43 (1897), p. 134-135. Ze worden niet fotografisch getoond maar gewoon in tekst. Ter inleiding wordt verteld in welke omstandigheden Gustaaf Verriest deze verzen uit de handen van de doodzieke Rodenbach heeft ontvangen.
[5] Buschmann was de uitgever van De Vlaemsche School.

Register

Correspondents - persons

NameDe Mont, Pol; Olympio; Spiridio; Waarzegger; Ortwin; K.M.P. Ivoosone
Dates° Wambeek, 15/04/1857 - ✝ Berlijn, 29/06/1931
SexMannelijk
Occupationauteur; dichter; leraar
BioNa zijn middelbare studies in het Frans te Ninove, studeerde Pol De Mont aan het kleinseminarie te Mechelen. Hij was er een vurig flamingant en stichtte in mei 1874 met Jan de Block de Vlaamse leerlingenkring De Jonge Taalvrienden. Ze gaven in 1876 de bundel Letterkundige Bijdragen, Onze Dageraad uit met bijdragen van de leden en vooraanstaande Vlaamse schrijvers als Guido Gezelle, Jan R. Snieders en Servaas Daems. Na zijn middelbare studies ging hij studeren aan de Leuvense universiteit (1877) en speelde er een belangrijke rol in de opkomende Vlaamse studentenbeweging, o.m. als bondgenoot en uiteindelijk ook concurrent van Albrecht Rodenbach. Hij stichtte aan de universiteit te Leuven Het Pennoen en was er ook actief in het studentengenootschap Met Tijd en Vlijt. In 1880 publiceerde hij zijn bundel Gedichten, bekroond met de Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Vlaamse Letterkunde. Zijn militante en literaire activiteiten verhinderden hem zijn rechtenstudies verder te zetten en zo werd de liberaal-vrijzinnig geworden De Mont leraar aan het Koninklijk Atheneum te Doornik. Dit van 23 september 1880 tot eind september 1882. Op 3 oktober 1882 beviel zijn echtgenote in de Milisstraat in Antwerpen van hun eerste kind. De Mont was er eind september 1882 benoemd tot leraar Nederlands aan het Atheneum. Later ging hij daar ook lesgeven in de “Germaansche letteren” aan de Koninklijke Academie voor Schone kunsten (1886) en werd hij er benoemd tot conservator van het Museum voor Schone Kunsten (1904). In 1888 stichtte hij het tijdschrift Volkskunde dat nog altijd wordt uitgegeven. In 1905 was hij een van de stichters van het tijdschrift De Vlaamse Gids. In 1919 nam hij ontslag als conservator nadat hij in de pers beschuldigd was van activisme. Hij werd hoofdredacteur van de Vlaamsgezinde krant De Schelde. Enkelen van zijn medewerkers daar waren Paul van Ostaijen en Alice Nahon. Hij publiceerde verschillende poëziebundels, maar ook volksvertelsels en wondersprookjes en biografieën van Vlaamse kunstenaars. Als dichter en criticus, voordrachtgever en politicus heeft deze leraar een bijzonder groot publiek bereikt tot in Frankrijk en Duitsland. Hij is betrokken geraakt in alle toenmalige discussies omtrent taal en identiteit. Door zijn sterk gevoel voor de zich vrij ontwikkelende orale cultuur was hij, aansluitend bij August Gittée, ook één van de grondleggers van de volkskunde.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; Gilde van Sinte Luitgaarde; Rond den Heerd
Sources https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/de-mont-pol
NameVerriest, Gustaaf
Dates° Deerlijk, 19/05/1843 - ✝ St. Cloud, Parijs, 25/06/1918
SexMannelijk
Occupationarts
BioGustaaf Verriest was pas 10 jaar oud toen hij ingeschreven werd in het pensionaat van het kleinseminarie te Roeselare. Hij was dan ook de jongste van Gezelles poësisklas in het schooljaar 1858-1859. De levenslang aangehouden briefwisseling en de talrijke gedichten van Gezelle voor Gustaaf getuigen van een bijzonder nauwe band tussen de jonge, nog wat kinderlijke leerling en zijn leraar. Ook de familie Verriest had een grote genegenheid voor Gezelle, die nog met de oudste zoon Adolf gestudeerd had. Hoe licht is toch die sparke vier (07/08/1858) is geschreven naar aanleiding van een nachtmerrie van Gustaaf, maar tevens opgedragen aan zijn oudere broer Hugo Verriest en Eugeen Van Oye. Waarom en kunnen wij niet (04/01/1859) Brief (12/01/1859), O vriend wat schaadt of baat het ons, (02/02/1859) en Nu of nooit! (02/02/1859) zijn persoonlijk gericht aan Gustaaf Verriest. Gezelle wou hiermee de jongen steunen die een mogelijke priesterroeping ernstig nam en naar aanleiding daarvan worstelde met een sterk besef van zwakte en zondigheid. Uiteindelijk besloot Verriest geneeskunde te studeren, eerst in Leuven en later in Wenen. Hij was dokter in Wervik van 1869 tot 1873 en trok daarna naar Duitsland om er verder te studeren. Op 21 september 1876 huwde hij te Münster met Louise Niermann, waarmee hij zes kinderen kreeg. Vanaf 1876 werd hij professor aan de K.U. Leuven tot 1911. Na Gezelles dood ging hij op zoek naar een wetenschappelijke verklaring voor het dichterlijke genie van zijn oud-leraar.
Relation to Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedichten; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Sender

NameDe Mont, Pol; Olympio; Spiridio; Waarzegger; Ortwin; K.M.P. Ivoosone
Dates° Wambeek, 15/04/1857 - ✝ Berlijn, 29/06/1931
SexMannelijk
Occupationauteur; dichter; leraar
BioNa zijn middelbare studies in het Frans te Ninove, studeerde Pol De Mont aan het kleinseminarie te Mechelen. Hij was er een vurig flamingant en stichtte in mei 1874 met Jan de Block de Vlaamse leerlingenkring De Jonge Taalvrienden. Ze gaven in 1876 de bundel Letterkundige Bijdragen, Onze Dageraad uit met bijdragen van de leden en vooraanstaande Vlaamse schrijvers als Guido Gezelle, Jan R. Snieders en Servaas Daems. Na zijn middelbare studies ging hij studeren aan de Leuvense universiteit (1877) en speelde er een belangrijke rol in de opkomende Vlaamse studentenbeweging, o.m. als bondgenoot en uiteindelijk ook concurrent van Albrecht Rodenbach. Hij stichtte aan de universiteit te Leuven Het Pennoen en was er ook actief in het studentengenootschap Met Tijd en Vlijt. In 1880 publiceerde hij zijn bundel Gedichten, bekroond met de Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Vlaamse Letterkunde. Zijn militante en literaire activiteiten verhinderden hem zijn rechtenstudies verder te zetten en zo werd de liberaal-vrijzinnig geworden De Mont leraar aan het Koninklijk Atheneum te Doornik. Dit van 23 september 1880 tot eind september 1882. Op 3 oktober 1882 beviel zijn echtgenote in de Milisstraat in Antwerpen van hun eerste kind. De Mont was er eind september 1882 benoemd tot leraar Nederlands aan het Atheneum. Later ging hij daar ook lesgeven in de “Germaansche letteren” aan de Koninklijke Academie voor Schone kunsten (1886) en werd hij er benoemd tot conservator van het Museum voor Schone Kunsten (1904). In 1888 stichtte hij het tijdschrift Volkskunde dat nog altijd wordt uitgegeven. In 1905 was hij een van de stichters van het tijdschrift De Vlaamse Gids. In 1919 nam hij ontslag als conservator nadat hij in de pers beschuldigd was van activisme. Hij werd hoofdredacteur van de Vlaamsgezinde krant De Schelde. Enkelen van zijn medewerkers daar waren Paul van Ostaijen en Alice Nahon. Hij publiceerde verschillende poëziebundels, maar ook volksvertelsels en wondersprookjes en biografieën van Vlaamse kunstenaars. Als dichter en criticus, voordrachtgever en politicus heeft deze leraar een bijzonder groot publiek bereikt tot in Frankrijk en Duitsland. Hij is betrokken geraakt in alle toenmalige discussies omtrent taal en identiteit. Door zijn sterk gevoel voor de zich vrij ontwikkelende orale cultuur was hij, aansluitend bij August Gittée, ook één van de grondleggers van de volkskunde.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; Gilde van Sinte Luitgaarde; Rond den Heerd
Sources https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/de-mont-pol

Recipient

NameVerriest, Gustaaf
Dates° Deerlijk, 19/05/1843 - ✝ St. Cloud, Parijs, 25/06/1918
SexMannelijk
Occupationarts
BioGustaaf Verriest was pas 10 jaar oud toen hij ingeschreven werd in het pensionaat van het kleinseminarie te Roeselare. Hij was dan ook de jongste van Gezelles poësisklas in het schooljaar 1858-1859. De levenslang aangehouden briefwisseling en de talrijke gedichten van Gezelle voor Gustaaf getuigen van een bijzonder nauwe band tussen de jonge, nog wat kinderlijke leerling en zijn leraar. Ook de familie Verriest had een grote genegenheid voor Gezelle, die nog met de oudste zoon Adolf gestudeerd had. Hoe licht is toch die sparke vier (07/08/1858) is geschreven naar aanleiding van een nachtmerrie van Gustaaf, maar tevens opgedragen aan zijn oudere broer Hugo Verriest en Eugeen Van Oye. Waarom en kunnen wij niet (04/01/1859) Brief (12/01/1859), O vriend wat schaadt of baat het ons, (02/02/1859) en Nu of nooit! (02/02/1859) zijn persoonlijk gericht aan Gustaaf Verriest. Gezelle wou hiermee de jongen steunen die een mogelijke priesterroeping ernstig nam en naar aanleiding daarvan worstelde met een sterk besef van zwakte en zondigheid. Uiteindelijk besloot Verriest geneeskunde te studeren, eerst in Leuven en later in Wenen. Hij was dokter in Wervik van 1869 tot 1873 en trok daarna naar Duitsland om er verder te studeren. Op 21 september 1876 huwde hij te Münster met Louise Niermann, waarmee hij zes kinderen kreeg. Vanaf 1876 werd hij professor aan de K.U. Leuven tot 1911. Na Gezelles dood ging hij op zoek naar een wetenschappelijke verklaring voor het dichterlijke genie van zijn oud-leraar.
Relation to Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedichten; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Place

NameAntwerpen
SettlementAntwerpen

Name - person

NameDe Meester, Jules
Dates° Roeselare, 04/01/1857 - ✝ Wetteren, 06/02/1933
SexMannelijk
Occupationdrukker; uitgever
BioJules De Meester was de zoon van een schoenmaker. Hij vestigde zich in 1877 als boekhandelaar en later ook als uitgever in de Zuidstraat te Roeselare, vlakbij het kleinseminarie. Katholiek en Vlaams was zijn handelsmerk. Hij werd een belangrijke drukker van Guido Gezelle. Samen met de Leuvense boekhandelaar en drukker Karel Fonteyn gaf hij in 1878-1880 vier delen uit van het Verzameld Dichtwerk van Gezelle, en een tweede uitgave van het verzameld werk in 1892-1893. Hij was ook de uitgever van het taalkundige tijdschrift Loquela.
Relation to Gezellecorrespondent; drukker werk Gezelle
Sources http://users.skynet.be/sb176943/AndriesVandenAbeele/druk_gezelle.htm ;
NameDe Mont, Pol; Olympio; Spiridio; Waarzegger; Ortwin; K.M.P. Ivoosone
Dates° Wambeek, 15/04/1857 - ✝ Berlijn, 29/06/1931
SexMannelijk
Occupationauteur; dichter; leraar
BioNa zijn middelbare studies in het Frans te Ninove, studeerde Pol De Mont aan het kleinseminarie te Mechelen. Hij was er een vurig flamingant en stichtte in mei 1874 met Jan de Block de Vlaamse leerlingenkring De Jonge Taalvrienden. Ze gaven in 1876 de bundel Letterkundige Bijdragen, Onze Dageraad uit met bijdragen van de leden en vooraanstaande Vlaamse schrijvers als Guido Gezelle, Jan R. Snieders en Servaas Daems. Na zijn middelbare studies ging hij studeren aan de Leuvense universiteit (1877) en speelde er een belangrijke rol in de opkomende Vlaamse studentenbeweging, o.m. als bondgenoot en uiteindelijk ook concurrent van Albrecht Rodenbach. Hij stichtte aan de universiteit te Leuven Het Pennoen en was er ook actief in het studentengenootschap Met Tijd en Vlijt. In 1880 publiceerde hij zijn bundel Gedichten, bekroond met de Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Vlaamse Letterkunde. Zijn militante en literaire activiteiten verhinderden hem zijn rechtenstudies verder te zetten en zo werd de liberaal-vrijzinnig geworden De Mont leraar aan het Koninklijk Atheneum te Doornik. Dit van 23 september 1880 tot eind september 1882. Op 3 oktober 1882 beviel zijn echtgenote in de Milisstraat in Antwerpen van hun eerste kind. De Mont was er eind september 1882 benoemd tot leraar Nederlands aan het Atheneum. Later ging hij daar ook lesgeven in de “Germaansche letteren” aan de Koninklijke Academie voor Schone kunsten (1886) en werd hij er benoemd tot conservator van het Museum voor Schone Kunsten (1904). In 1888 stichtte hij het tijdschrift Volkskunde dat nog altijd wordt uitgegeven. In 1905 was hij een van de stichters van het tijdschrift De Vlaamse Gids. In 1919 nam hij ontslag als conservator nadat hij in de pers beschuldigd was van activisme. Hij werd hoofdredacteur van de Vlaamsgezinde krant De Schelde. Enkelen van zijn medewerkers daar waren Paul van Ostaijen en Alice Nahon. Hij publiceerde verschillende poëziebundels, maar ook volksvertelsels en wondersprookjes en biografieën van Vlaamse kunstenaars. Als dichter en criticus, voordrachtgever en politicus heeft deze leraar een bijzonder groot publiek bereikt tot in Frankrijk en Duitsland. Hij is betrokken geraakt in alle toenmalige discussies omtrent taal en identiteit. Door zijn sterk gevoel voor de zich vrij ontwikkelende orale cultuur was hij, aansluitend bij August Gittée, ook één van de grondleggers van de volkskunde.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; Gilde van Sinte Luitgaarde; Rond den Heerd
Sources https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/de-mont-pol
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameVerriest, Gustaaf
Dates° Deerlijk, 19/05/1843 - ✝ St. Cloud, Parijs, 25/06/1918
SexMannelijk
Occupationarts
BioGustaaf Verriest was pas 10 jaar oud toen hij ingeschreven werd in het pensionaat van het kleinseminarie te Roeselare. Hij was dan ook de jongste van Gezelles poësisklas in het schooljaar 1858-1859. De levenslang aangehouden briefwisseling en de talrijke gedichten van Gezelle voor Gustaaf getuigen van een bijzonder nauwe band tussen de jonge, nog wat kinderlijke leerling en zijn leraar. Ook de familie Verriest had een grote genegenheid voor Gezelle, die nog met de oudste zoon Adolf gestudeerd had. Hoe licht is toch die sparke vier (07/08/1858) is geschreven naar aanleiding van een nachtmerrie van Gustaaf, maar tevens opgedragen aan zijn oudere broer Hugo Verriest en Eugeen Van Oye. Waarom en kunnen wij niet (04/01/1859) Brief (12/01/1859), O vriend wat schaadt of baat het ons, (02/02/1859) en Nu of nooit! (02/02/1859) zijn persoonlijk gericht aan Gustaaf Verriest. Gezelle wou hiermee de jongen steunen die een mogelijke priesterroeping ernstig nam en naar aanleiding daarvan worstelde met een sterk besef van zwakte en zondigheid. Uiteindelijk besloot Verriest geneeskunde te studeren, eerst in Leuven en later in Wenen. Hij was dokter in Wervik van 1869 tot 1873 en trok daarna naar Duitsland om er verder te studeren. Op 21 september 1876 huwde hij te Münster met Louise Niermann, waarmee hij zes kinderen kreeg. Vanaf 1876 werd hij professor aan de K.U. Leuven tot 1911. Na Gezelles dood ging hij op zoek naar een wetenschappelijke verklaring voor het dichterlijke genie van zijn oud-leraar.
Relation to Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedichten; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
Namevan Loghem, Martinus Gesinus Lambert; Fiore della Neve; Prosper van Haamstede
Dates° Leiden, 03/04/1849 - ✝ Florence, 17/09/1934
SexMannelijk
Occupationredacteur; dichter; auteur
ResidenceNederland; Italië
BioMartinus Gesinus Lambert van Loghem werd geboren op 3 april 1849 in Leiden. Hij studeerde letteren aan de Universiteit Leiden. Hij behaalde in 1871 de MO-akte Franse taal- en letterkunde en vervolgde zijn opleiding met een studie rechten. Hij promoveerde in 1880 met het proefschrift "Spel en Weddenschap". Hij was achtereenvolgens leraar aan een HBS in Goes en aan een gymnasium in Amsterdam en trad tot 1883 op als adviseur van het Hof van Justitie. Al tijdens zijn studiejaren manifesteerde hij zich als dichter en prozaschrijver. In 1878 was hij medeoprichter samen met Taco De Beer van het weekblad "De Amsterdammer". Van 1887 tot 1919 was hij redacteur van het tijdschrift "Nederland". In die functie weigerde hij een artikel van Pol de Mont over Guido Gezelle op te nemen, omdat de gedichten van Gezelle in de volkstaal waren geschreven. Vanaf 1873 verscheen zijn historische roman "De zeven robijnen" in feuilletonvorm in "Het Vaderland". Onder het pseudoniem Fiore della Neve verwierf hij grote bekendheid met de roman in verzen "Een liefde in het Zuiden" (1881), een veelbesproken en herhaaldelijk herdrukte uitgave die zowel lof als scherpe kritiek opriep. Daarnaast verscheen in 1894 de roman "Sascha" onder het pseudoniem Prosper van Haamstede. Hij schreef verder gedichten, liederen, cantates en novellen, vertaalde opera- en operetteteksten en vertaalde de fabels van "La Fontaine". Vanaf 1885 publiceerde hij bovendien de reeks monografieën over Franse culturele figuren "Mannen en vrouwen van beteekenis". Hij bekleedde een directiefunctie bij het Nederlandsch Tooneel en werd in 1906 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Vanaf 1923 woonde hij in Florence, waar hij op 17 september 1934 overleed.
Links[dbnl]
Sources http://www.biografischportaal.nl/persoon/86995780

Name - place

NameGent
SettlementGent
NameLeuven
SettlementLeuven
NameUtrecht

Name - institute

NameUniversiteit Leuven
DescriptionDe Universiteit van Leuven werd gesticht in 1425 en opgeheven in 1797. Na een onderbreking werd ze heringericht vanaf 1834. Gezelle had er talrijke contacten zowel onder de professoren als bij de studenten. In 1887 werd hij Doctor honoris causa van de Leuvense universiteit.
Dating1425
Links[wikipedia]
Namet Zal wel gaan
DescriptionHet Taalminnend Studentengenootschap ’t Zal Wel Gaan werd op 21 februari 1852 in het Gentse atheneum opgericht door onder meer Julius Vuylsteke, Victor van Wilder en Isidoor Haemelinck, met steun van hun leraar Jacob F. Heremans, met als doel "de beoefening van de Nederlandse taal en letterkunde en het bevorderen van de Vlaamsche zaak". In 1854 werd de vereniging overgebracht naar de Universiteit Gent, waar zij uitgroeide tot een Vlaamsgezinde studentenvereniging die ook maatschappelijke en levensbeschouwelijke standpunten innam en zeer nauwe banden ontwikkelde met onder andere het Willemsfonds en het georganiseerde liberalisme. Doorheen de negentiende eeuw speelde de vereniging een actieve rol in de Vlaamse strijd, onder meer in het debat over de vernederlandsing van de Gentse universiteit en in de organisatie van Vlaamse studenteninitiatieven. Interne discussies over politieke en ideologische posities, onder meer rond de Universiteit Gent en de verhouding tot liberalisme en socialisme, leidden geregeld tot spanningen en afscheuringen. In de twintigste eeuw bleef ’t Zal Wel Gaan actief in Vlaamsgezinde, vrijzinnige en antifascistische initiatieven en ontwikkelde de vereniging zich verder als een organisatie die vrijzinnigheid, culturele emancipatie en maatschappelijke betrokkenheid centraal stelt.
Dating1852-heden
Links[wikipedia]
NameUniversiteit Utrecht
DescriptionDe Universiteit Utrecht is een Nederlandse universiteit in Utrecht die tot 20 oktober 1992 bekendstond als de Rijksuniversiteit te Utrecht en tegenwoordig bijna 40.000 studenten en ongeveer 10.000 medewerkers telt. De instelling ontstond uit een Utrechtse school die in 1634 werd opgericht en op 26 maart 1636 tot universiteit werd verheven, met een inaugurele rede van Gisbertus Voetius en Bernardus Schotanus als eerste rector magnificus. In de zeventiende eeuw groeide de universiteit ondanks concurrentie van andere (oudere) Nederlandse universiteiten en werden onder meer een universiteitsbibliotheek, een academisch ziekenhuis, een medische kruidentuin en een sterrenwacht ingericht. In de negentiende eeuw werd Utrecht, samen met Leiden en Groningen, een van de drie rijksuniversiteiten van het Koninkrijk der Nederlanden en speelde zij een belangrijke rol in de ontwikkeling van de Nederlandse natuurwetenschappen. Vanaf de jaren 1960 werd een groot deel van de universiteit verplaatst naar De Uithof en tegenwoordig omvat zij zeven faculteiten met bachelor- en masteropleidingen, alsook minors en promotietrajecten.
Dating1636-heden
Links[wikipedia]
NamePante Noèta
DescriptionPanta Noèta was een Utrechtse studentenvereniging met een wetenschappelijk en literair karakter. De vereniging organiseerde voordrachten, lezingen en culturele bijeenkomsten voor studenten, zoals de voordracht van Pol De Mont over Guido Gezelle op 19 november 1896. De naam komt van het Grieks, en betekent “alles wat gedacht of begrepen kan worden”, passend bij het intellectuele en literaire karakter van het gezelschap.
Dating1763-?

Title - other work

TitleTweemaandelijksch Tijdschrift voor letteren, kunst, wetenschap en politiek (periodical)
AuthorVan Deyssel, L. ; Verwey, A.
Date1894-1901
PlaceAmsterdam
PublisherScheltema en Holkema's Boekhandel
Links[dbnl]
TitleDe Gids (periodical)
AuthorPotgieter (red. )
Date1837-
PlaceAmsterdam
PublisherG.J.A. Beyerinck; P.N. van Kampen
Links[wikipedia]
TitleDe Vlaemsche School, Tydschrift voor Kunsten, Letteren en Wetenschappen
Authoro.a. Van Spilbeeck, Désiré; De Mont, Pol
Date1855-1901
PlaceAntwerpen
PublisherSint-Lukasgilde; J.E. Buschmann,
Links[odis]
TitleNederland (periodical)
Authoro.a. van Loghem, M.G.L. (redactie)
Date1849-1944
PlaceDen Haag
PublisherLoman en Funke
Links[wikipedia]

Title[14/11/1896], Antwerpen, Pol De Mont aan Gustaaf Verriest
EditorFrederic Vandeputte; Marc Carlier (research)
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingFrederic Vandeputte; Marc Carlier (research), De Mont Pol aan Verriest Gustaaf, Antwerpen (Antwerpen), [14/11/1896]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
SenderDe Mont, Pol
RecipientVerriest, Gustaaf
Date Sent[14/11/1896]
Place SentAntwerpen (Antwerpen)
AnnotationDatum en plaats gereconstrueerd op basis van de poststempel.
Published inGezelle-briefwisseling 1: Verzameling archief en museum voor het Vlaamse cultuurleven Antwerpen / door R.F. Lissens. - Antwerpen : De Nederlandsche Boekhandel, 1970, p.57
Physical Description
Support Material 90 mm x 140 mm
papiersoort: recto met adres; verso horizontaal beschreven
Condition volledig
Lay-out de briefkaart is een bijlage bij de brief van Gustaaf Verriest aan Gezelle van 20/11/1896
op adreszijde: voorgedrukte postzegel, afgestempeld
Additions op verso links in de benedenrand: [14/11 1896] (inkt, hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive6821
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.13186
Content Description
IncipitVerbeeld u, wat mij nu gebeurt! De redakteur van een
Summary M.G.L. Van Loghem weigerde om het artikel van De Mont over Gezelle te publiceren in het tijdschrift "Nederland" omdat er gedichten van Gezelle werden aangehaald. De gedichten zullen volgens de redacteur geen bijval vinden in Nederland. De Mont geeft de moed niet op en wil zijn studie in Nederland laten verschijnen. Hij zal over Gezelle spreken voor de studenten van de universiteit in Utrecht op donderdag 19/11/1896. Hij zal ook elders in Nederland en Vlaanderen over Gezelle praten desnoods voor de studenten van 't Zal wel gaan in Gent . Verriest bezit het laatste handschrift van het gedicht "Macte animo" van Albrecht Rodenbach. De Mont zou het graag afdrukken in de "Vlaamsche School" [zie "De laatste verzen van Albrecht Rodenbach in De Vlaamsche School (1897), p.134-135] De Mont vraagt of Verriest al contact gehad heeft met Jules De Meester i.v.m. de regeling voor het verschijnen van de bloemlezing van Gezelle bij de Antwerpse drukkerij J.E. Buschman.
Text Typebriefkaart
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.