<Hit 2307 of 2965

>

p1
Den Eerw. Heere G. Gezelle, Lid der Koninklijke Academie
Onze. Lievevrouwe straat, 24.
Kortrijk
 
p2
Eerw. Collega & vriend,

Gij zult de noodige inlichtingen voor uwe Chronijk vinden in:

1o Antverpia Christo nascens & crescens door Diercxsens;

2o Annales Antverpienses, van Papebrochius

3o Verscheidene Anteekeningen in de geschiedenis van Antwerpen zoo door Mertens & Torfs, als door L. Torfs.

Aanvaard mijne beste groetenissen.
P; Génard

Register

Correspondents - persons

NameGénard, Pieter
Dates° Antwerpen, 27/04/1830 - ✝ Antwerpen, 03/03/1899
SexMannelijk
Occupationhistoricus; bibliothecaris-archivaris
BioPierre Marius Nicolas Jean (Pieter) Génard was een autodidact. In 1849 werd hij onder-bibliothecaris van de stad Antwerpen, daarna in 1863 stadsarchivaris en vanaf 1868 bibliothecaris-archivaris. Met Pieter Génard brak een nieuw tijdperk aan in het Antwerpse stadsarchief, o.m. met de uitgave van het "Antwerpsch archievenblad". Hij was ondertussen in 1855 medeoprichter geweest van het tijdschrift "De Vlaamsche School". In 1886 werd Génard verkozen tot lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde (voorzitter in 1893) en in 1887 tot lid van de Koninklijke Commissie voor geschiedenis. Zijn belangrijkste werken waren "Het Wapenboek in Antwerpsche gemeente-instellingen" (1893) en het tweedelige "Anvers à travers les âges" (1886-87). Dankzij hem werd te Antwerpen het Steen als museum van oudheidkunde ingericht en werd het huis van Plantyn door de stad aangekocht.
Links[wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Sender

NameGénard, Pieter
Dates° Antwerpen, 27/04/1830 - ✝ Antwerpen, 03/03/1899
SexMannelijk
Occupationhistoricus; bibliothecaris-archivaris
BioPierre Marius Nicolas Jean (Pieter) Génard was een autodidact. In 1849 werd hij onder-bibliothecaris van de stad Antwerpen, daarna in 1863 stadsarchivaris en vanaf 1868 bibliothecaris-archivaris. Met Pieter Génard brak een nieuw tijdperk aan in het Antwerpse stadsarchief, o.m. met de uitgave van het "Antwerpsch archievenblad". Hij was ondertussen in 1855 medeoprichter geweest van het tijdschrift "De Vlaamsche School". In 1886 werd Génard verkozen tot lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde (voorzitter in 1893) en in 1887 tot lid van de Koninklijke Commissie voor geschiedenis. Zijn belangrijkste werken waren "Het Wapenboek in Antwerpsche gemeente-instellingen" (1893) en het tweedelige "Anvers à travers les âges" (1886-87). Dankzij hem werd te Antwerpen het Steen als museum van oudheidkunde ingericht en werd het huis van Plantyn door de stad aangekocht.
Links[wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameAntwerpen
SettlementAntwerpen

Name - person

NameGénard, Pieter
Dates° Antwerpen, 27/04/1830 - ✝ Antwerpen, 03/03/1899
SexMannelijk
Occupationhistoricus; bibliothecaris-archivaris
BioPierre Marius Nicolas Jean (Pieter) Génard was een autodidact. In 1849 werd hij onder-bibliothecaris van de stad Antwerpen, daarna in 1863 stadsarchivaris en vanaf 1868 bibliothecaris-archivaris. Met Pieter Génard brak een nieuw tijdperk aan in het Antwerpse stadsarchief, o.m. met de uitgave van het "Antwerpsch archievenblad". Hij was ondertussen in 1855 medeoprichter geweest van het tijdschrift "De Vlaamsche School". In 1886 werd Génard verkozen tot lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde (voorzitter in 1893) en in 1887 tot lid van de Koninklijke Commissie voor geschiedenis. Zijn belangrijkste werken waren "Het Wapenboek in Antwerpsche gemeente-instellingen" (1893) en het tweedelige "Anvers à travers les âges" (1886-87). Dankzij hem werd te Antwerpen het Steen als museum van oudheidkunde ingericht en werd het huis van Plantyn door de stad aangekocht.
Links[wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Namevan Papenbroeck, Daniël; Papebrochius
Dates° Antwerpen, 17/03/1628 - ✝ Antwerpen, 28/06/1714
SexMannelijk
Occupationjezuïet; bollandist
BioDaniël van Papenbroeck was de zoon van een rijke koopman uit Antwerpen, toen deel van de Spaanse Nederlanden. Hij volgde er aan het Jezuïetencollege Grieks en andere talen en literaire studies onder invloed van Jean Bolland die een huisvriend was van de familie. Van 1644 tot 1646 studeerde hij filosofie in Douai en trad daarna binnen als novice bij de Jezuïeten. Hij werd priester gewijd in 1658. In 1659 begon hij samen met de oudere Bolland de hagiografie van de katholieke heiligen kritisch te bestuderen, en werd door hem naar Italië gestuurd om er de nodige documenten te verzamelen. Toen hij het jaar daarop terugkeerde was zijn leermeester ondertussen overleden en zette Papebrochius samen met Godfrey Henschen het werk voort in de traditie van de Bollandisten. Hij deed dit tot zijn dood in 1714. Het leidde tot de Acta Sanctorum, een reeks van volumes waarin hij religieuze getuigenissen met betrekking tot het leven van heiligen van de katholieke kerk evalueerde, waarbij hij probeerde de feiten zoveel mogelijk van de legendes te onderscheiden. Tevoren had Papebrochius als jeugdwerk ook nog een geschiedenis van Antwerpen geschreven, de Annales Antverpienses ab urbe condita ad annum 1700 (1845-48).
Links[wikipedia], [dbnl]

Name - place

NameKortrijk
SettlementKortrijk

Name - institute

NameDe Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal en Letterkunde
DescriptionDit wetenschappelijk genootschap bestudeert en stimuleert de Nederlandse taal- en literatuur. Na een lange voorgeschiedenis werd het opgericht bij Koninklijk Besluit van 8 juli 1886 als Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. De activiteiten omvatten onder meer maandelijkse bijeenkomsten met wetenschappelijke en letterkundige besprekingen, prijsvragen en publicaties. Guido Gezelle was één van de stichtende leden. Dit was een belangrijke erkenning van zijn werk. Hij was betrokken bij verschillende prijsvragen en schonk ook een deel van zijn boeken aan de academie.
Dating1886-heden
Links[wikipedia]

Title - work by Guido Gezelle

TitleHennen van Merchtenen's Cornicke van Brabant (1414)

Title - other work

TitleAnnales Antwerpienses ab urbe condita ad ann. 1700, collecti ex ipsius civitatis Monumentis publ. privatisque
AuthorPapebroch, L.; Mertens, F. H.; Buschmann, E.
Date1845-47
PlaceAntwerpen
PublisherJ. E. Buschmann
TitleGeschiedenis van Antwerpen
AuthorMertens, Frans Hendrik; Torfs, Karel Lodewjk
Date1845-1853
PlaceAntwerpen
PublisherJ.P. van Dieren en Cie
TitleAntverpia Christo nascens et crescens seu Acta ecclesiam Antverpiensem ejusque apostolos ac viros pietate conspicuos concernentia usque ad seculum XVIII
AuthorDiercxsens, Jean Charles
Date1773
PlaceAntverpiæ
PublisherJoannem Henricum van Soest

Title01/05/1896, Antwerpen, Pieter Génard aan Guido Gezelle
EditorRik Van Gorp; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2023
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingRik Van Gorp; Universiteit Antwerpen, Génard Pieter aan Gezelle Guido, Antwerpen (Antwerpen), 01/05/1896. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2023 Available from World Wide Web: link .
SenderGénard, Pieter
RecipientGezelle, Guido
Date Sent01/05/1896
Place SentAntwerpen (Antwerpen)
AnnotationAdres gereconstrueerd op basis van de poststempel.
Physical Description
Support Material 90 mm x 140 mm
papier, geel
papiersoort: recto met adres; verso horizontaal beschreven, inkt
Condition volledig
Lay-out op adreszijde: gedrukte postzegel, afgestempeld
Additions op verso rechts in de bovenrand: [1/5 1896] (inkt, hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive6788
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.13149
Content Description
IncipitGij zult de noodige inlichtingen
Text Typebriefkaart
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.