<Resultaat 2303 van 2965

>

p1
den E. Heer Guido Gezelle
onderpastoor
te
Kortrijk
 
p2
Geachte Meester,

Ik heb een uitgebreide studie over u voltooid en die aan een der voornaamste Nederlandsche tijdschriften[1] ter plaatsing aangeboden. Ik hoop wel, dat zij aanvaard wordt.

Maar ook in mijn eigen Vlaamsche School wil ik over u schrijven, dan echter moet uw portret er bij![2]

Daarom dezen bede: bezorg mij een mooien lichtdruk, liefst niet te klein, van uw hoofd.

Kunt gij er dan een uwer heel mooie natuurgedichten, zoo iets onuitgegeven als... de boomen in hun bonte bamisdracht of als uw heerlijke rave uit Tijdkrans bijdoen, dan is het dubbel lief.[3]

In elk geval - duid mij mijn durven niet ten kwade. U is 't al heel, heel lang bekend, hoe hoog ik u stel.

Gaarne gaf ik ook weer eens 32 bl. bloemlezing uit uw gedichten.[4] Mag ik dat doen?

Op voorhand al mijn dank.
PoldeMont
Antw., 30, Ommeganckstr.

Noten

[1] Eerst zond De Mont zijn werk naar De Gids, dan naar het Tweemaandelijksch Tijdschrift en vervolgens naar Nederland. De redacteur van De Gids weigerde zijn stuk op te nemen, omdat hij het “weinig meer dan een bloemlezing” vond. Het werk ging dan begin oktober 1896 naar het Tweemaandelijksch Tijdschrift, waar de redactie het terugstuurde met als reden dat De Monts stuk “niet dermate doeltreffend” zou zijn om het op te nemen. Vervolgens ging De Mont langs bij Van Loghem, van het tijdschrift Nederland, maar ook daar werd hij afgewezen omwille van de gedichten in de volkstaal. Desalniettemin gaf De Mont niet op en uiteindelijk zou zijn werk over Gezelle dan toch gepubliceerd worden in de jaargang van 1897 van De Gids: Pol De Mont, Guido Gezelle. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.191-227. (Zie: George Meir, Pol de Mont en Guido Gezelle. In: De Nieuwe Gids: 47 (1932), p.242-243).
[2] Of er uiteindelijk een portret in de gepubliceerde versie van De Vlaamsche School terechtkomt, blijft ongeweten. Maar Gezelle komt hier in zijn brief aan Pol De Mont van 08/04/1896 wel op terug: “Beeltenissen van mijn hoofd en hebbe ik niet. Dr Gustaf Verriest, te Leuven, heeft een bronzen kop van mij”.
[3] De Mont zal in de versie van zijn werk over Gezelle dat uiteindelijk in De Gids gepubliceerd wordt, de volgende gedichten van de dichter gebruiken:

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, O! 't Ruischen van het ranke riet!. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.201-203;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, O Gulden hoofd der blijde zonne. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.203-204;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, Zoo ellendig zijn. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.204;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, Dank, o die mijn zonden. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.205;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, Ja! Daar zijn blijde dagen nog in ’ t leven. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.205;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, Principium a Jesu. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.207. Slechts gedeeltelijk gepubliceerd;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, Pachthofschilderinge. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.208. Slechts gedeeltelijk gepubliceerd;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, De waterspegel. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.209, 225. Slechts gedeeltelijk gepubliceerd;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, Tot de zonne. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.209-210;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, Van de wilgen. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.212. Slechts gedeeltelijk gepubliceerd;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, O Boomen, die uw vonnis wacht. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.213. Slechts gedeeltelijk gepubliceerd;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, Gewend, gewaagd. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.214. Slechts gedeeltelijk gepubliceerd;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, Vol naalden vliegt de lucht. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.215. Slechts gedeeltelijk gepubliceerd;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, Rechte neêrwaards. In: De Gids: 61 (1897), p.215. Slechts gedeeltelijk gepubliceerd;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, Het ruwrijmt, het brimmelt. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.215. Slechts gedeeltelijk gepubliceerd;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, De eerde doomt, de biezen leken. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.215;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, De navond komt zoo stil, zoo stil. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.216. Slechts gedeeltelijk gepubliceerd;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, 't Is stille! Neerstig tikt het ongedurig hangend wezen. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.216;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, Met zwart- en zwaren zwaai aan ' t werken door de grauwe. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.216-217;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, O Wilde en onvervalschte pracht. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.217. Slechts gedeeltelijk gepubliceerd;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, Mocht ik met een dichtje. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.218;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, Als de ziele luistert. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.219;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, ‘t Is de Mandel, die, in ' t stille. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.219;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, Daar wandelde op nen zomerdag. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.220;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, ‘t Was de ure dat de Leeuwerk zoet. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.221, 225. Slechts gedeeltelijk gepubliceerd;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, Het kindeke van de dood. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.221-222. Slechts gedeeltelijk gepubliceerd;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, ‘t Smoort, het smuikt, het smokkelwedert. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.222. Slechts gedeeltelijk gepubliceerd;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, Waar zit die heldere zanger, dien. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.222. Slechts gedeeltelijk gepubliceerd;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, Als ge naar het kooren luistert. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.222. Slechts gedeeltelijk gepubliceerd;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, De geluw-groene weiden. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.222. Slechts gedeeltelijk gepubliceerd;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, De maan die deur. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.222;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, .... lijk letteren op. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.222;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, Zacht is uw hand, o windeke. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.222;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, ... dat blauw ' k en weet nie' wat. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.223;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, De Leye slaat dat ' t kletst!. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.223. Slechts gedeeltelijk gepubliceerd;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, ‘k Hoore tuitend' hoornen. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.223;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, De uiterste vesten der wereld zijn belegerd en ' t gegloei van. In: De Gids: 61 (1897), p.224. Slechts gedeeltelijk gepubliceerd;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, Excelsior. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.224. Slechts gedeeltelijk gepubliceerd;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, Wanneer ik nog heel kleene was. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.224. Slechts gedeeltelijk gepubliceerd;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, O! ' t Ruischen van het ranke riet!. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.224-225. Slechts gedeeltelijk gepubliceerd;

Gepubliceerd als: Guido Gezelle, O Krinkelende winklende waterding. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.225. Slechts gedeeltelijk gepubliceerd.

[4] Gezelle vraagt aan De Mont in zijn brief van 08/04/1896 om in kader van een bloemlezing van zijn gedichten contact op te nemen met Gustaaf Verriest die daar ook al mee bezig is (o.m. met de rechten van zo’n bloemlezing, die bij uitgeverij Demeester liggen). De Mont zal dat ook doen met zijn briefkaart van 14/11/1896 aan Gustaaf Verriest.

Register

Correspondenten - personen

NaamDe Mont, Pol; Olympio; Spiridio; Waarzegger; Ortwin; K.M.P. Ivoosone
Datums° Wambeek, 15/04/1857 - ✝ Berlijn, 29/06/1931
GeslachtMannelijk
Beroepauteur; dichter; leraar
BioNa zijn middelbare studies in het Frans te Ninove, studeerde Pol De Mont aan het kleinseminarie te Mechelen. Hij was er een vurig flamingant en stichtte in mei 1874 met Jan de Block de Vlaamse leerlingenkring De Jonge Taalvrienden. Ze gaven in 1876 de bundel Letterkundige Bijdragen, Onze Dageraad uit met bijdragen van de leden en vooraanstaande Vlaamse schrijvers als Guido Gezelle, Jan R. Snieders en Servaas Daems. Na zijn middelbare studies ging hij studeren aan de Leuvense universiteit (1877) en speelde er een belangrijke rol in de opkomende Vlaamse studentenbeweging, o.m. als bondgenoot en uiteindelijk ook concurrent van Albrecht Rodenbach. Hij stichtte aan de universiteit te Leuven Het Pennoen en was er ook actief in het studentengenootschap Met Tijd en Vlijt. In 1880 publiceerde hij zijn bundel Gedichten, bekroond met de Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Vlaamse Letterkunde. Zijn militante en literaire activiteiten verhinderden hem zijn rechtenstudies verder te zetten en zo werd de liberaal-vrijzinnig geworden De Mont leraar aan het Koninklijk Atheneum te Doornik. Dit van 23 september 1880 tot eind september 1882. Op 3 oktober 1882 beviel zijn echtgenote in de Milisstraat in Antwerpen van hun eerste kind. De Mont was er eind september 1882 benoemd tot leraar Nederlands aan het Atheneum. Later ging hij daar ook lesgeven in de “Germaansche letteren” aan de Koninklijke Academie voor Schone kunsten (1886) en werd hij er benoemd tot conservator van het Museum voor Schone Kunsten (1904). In 1888 stichtte hij het tijdschrift Volkskunde dat nog altijd wordt uitgegeven. In 1905 was hij een van de stichters van het tijdschrift De Vlaamse Gids. In 1919 nam hij ontslag als conservator nadat hij in de pers beschuldigd was van activisme. Hij werd hoofdredacteur van de Vlaamsgezinde krant De Schelde. Enkelen van zijn medewerkers daar waren Paul van Ostaijen en Alice Nahon. Hij publiceerde verschillende poëziebundels, maar ook volksvertelsels en wondersprookjes en biografieën van Vlaamse kunstenaars. Als dichter en criticus, voordrachtgever en politicus heeft deze leraar een bijzonder groot publiek bereikt tot in Frankrijk en Duitsland. Hij is betrokken geraakt in alle toenmalige discussies omtrent taal en identiteit. Door zijn sterk gevoel voor de zich vrij ontwikkelende orale cultuur was hij, aansluitend bij August Gittée, ook één van de grondleggers van de volkskunde.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Gilde van Sinte Luitgaarde; Rond den Heerd
Bronnen https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/de-mont-pol
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamDe Mont, Pol; Olympio; Spiridio; Waarzegger; Ortwin; K.M.P. Ivoosone
Datums° Wambeek, 15/04/1857 - ✝ Berlijn, 29/06/1931
GeslachtMannelijk
Beroepauteur; dichter; leraar
BioNa zijn middelbare studies in het Frans te Ninove, studeerde Pol De Mont aan het kleinseminarie te Mechelen. Hij was er een vurig flamingant en stichtte in mei 1874 met Jan de Block de Vlaamse leerlingenkring De Jonge Taalvrienden. Ze gaven in 1876 de bundel Letterkundige Bijdragen, Onze Dageraad uit met bijdragen van de leden en vooraanstaande Vlaamse schrijvers als Guido Gezelle, Jan R. Snieders en Servaas Daems. Na zijn middelbare studies ging hij studeren aan de Leuvense universiteit (1877) en speelde er een belangrijke rol in de opkomende Vlaamse studentenbeweging, o.m. als bondgenoot en uiteindelijk ook concurrent van Albrecht Rodenbach. Hij stichtte aan de universiteit te Leuven Het Pennoen en was er ook actief in het studentengenootschap Met Tijd en Vlijt. In 1880 publiceerde hij zijn bundel Gedichten, bekroond met de Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Vlaamse Letterkunde. Zijn militante en literaire activiteiten verhinderden hem zijn rechtenstudies verder te zetten en zo werd de liberaal-vrijzinnig geworden De Mont leraar aan het Koninklijk Atheneum te Doornik. Dit van 23 september 1880 tot eind september 1882. Op 3 oktober 1882 beviel zijn echtgenote in de Milisstraat in Antwerpen van hun eerste kind. De Mont was er eind september 1882 benoemd tot leraar Nederlands aan het Atheneum. Later ging hij daar ook lesgeven in de “Germaansche letteren” aan de Koninklijke Academie voor Schone kunsten (1886) en werd hij er benoemd tot conservator van het Museum voor Schone Kunsten (1904). In 1888 stichtte hij het tijdschrift Volkskunde dat nog altijd wordt uitgegeven. In 1905 was hij een van de stichters van het tijdschrift De Vlaamse Gids. In 1919 nam hij ontslag als conservator nadat hij in de pers beschuldigd was van activisme. Hij werd hoofdredacteur van de Vlaamsgezinde krant De Schelde. Enkelen van zijn medewerkers daar waren Paul van Ostaijen en Alice Nahon. Hij publiceerde verschillende poëziebundels, maar ook volksvertelsels en wondersprookjes en biografieën van Vlaamse kunstenaars. Als dichter en criticus, voordrachtgever en politicus heeft deze leraar een bijzonder groot publiek bereikt tot in Frankrijk en Duitsland. Hij is betrokken geraakt in alle toenmalige discussies omtrent taal en identiteit. Door zijn sterk gevoel voor de zich vrij ontwikkelende orale cultuur was hij, aansluitend bij August Gittée, ook één van de grondleggers van de volkskunde.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Gilde van Sinte Luitgaarde; Rond den Heerd
Bronnen https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/de-mont-pol

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamAntwerpen
GemeenteAntwerpen

Naam - persoon

NaamDe Mont, Pol; Olympio; Spiridio; Waarzegger; Ortwin; K.M.P. Ivoosone
Datums° Wambeek, 15/04/1857 - ✝ Berlijn, 29/06/1931
GeslachtMannelijk
Beroepauteur; dichter; leraar
BioNa zijn middelbare studies in het Frans te Ninove, studeerde Pol De Mont aan het kleinseminarie te Mechelen. Hij was er een vurig flamingant en stichtte in mei 1874 met Jan de Block de Vlaamse leerlingenkring De Jonge Taalvrienden. Ze gaven in 1876 de bundel Letterkundige Bijdragen, Onze Dageraad uit met bijdragen van de leden en vooraanstaande Vlaamse schrijvers als Guido Gezelle, Jan R. Snieders en Servaas Daems. Na zijn middelbare studies ging hij studeren aan de Leuvense universiteit (1877) en speelde er een belangrijke rol in de opkomende Vlaamse studentenbeweging, o.m. als bondgenoot en uiteindelijk ook concurrent van Albrecht Rodenbach. Hij stichtte aan de universiteit te Leuven Het Pennoen en was er ook actief in het studentengenootschap Met Tijd en Vlijt. In 1880 publiceerde hij zijn bundel Gedichten, bekroond met de Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Vlaamse Letterkunde. Zijn militante en literaire activiteiten verhinderden hem zijn rechtenstudies verder te zetten en zo werd de liberaal-vrijzinnig geworden De Mont leraar aan het Koninklijk Atheneum te Doornik. Dit van 23 september 1880 tot eind september 1882. Op 3 oktober 1882 beviel zijn echtgenote in de Milisstraat in Antwerpen van hun eerste kind. De Mont was er eind september 1882 benoemd tot leraar Nederlands aan het Atheneum. Later ging hij daar ook lesgeven in de “Germaansche letteren” aan de Koninklijke Academie voor Schone kunsten (1886) en werd hij er benoemd tot conservator van het Museum voor Schone Kunsten (1904). In 1888 stichtte hij het tijdschrift Volkskunde dat nog altijd wordt uitgegeven. In 1905 was hij een van de stichters van het tijdschrift De Vlaamse Gids. In 1919 nam hij ontslag als conservator nadat hij in de pers beschuldigd was van activisme. Hij werd hoofdredacteur van de Vlaamsgezinde krant De Schelde. Enkelen van zijn medewerkers daar waren Paul van Ostaijen en Alice Nahon. Hij publiceerde verschillende poëziebundels, maar ook volksvertelsels en wondersprookjes en biografieën van Vlaamse kunstenaars. Als dichter en criticus, voordrachtgever en politicus heeft deze leraar een bijzonder groot publiek bereikt tot in Frankrijk en Duitsland. Hij is betrokken geraakt in alle toenmalige discussies omtrent taal en identiteit. Door zijn sterk gevoel voor de zich vrij ontwikkelende orale cultuur was hij, aansluitend bij August Gittée, ook één van de grondleggers van de volkskunde.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Gilde van Sinte Luitgaarde; Rond den Heerd
Bronnen https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/de-mont-pol
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamVerriest, Gustaaf
Datums° Deerlijk, 19/05/1843 - ✝ St. Cloud, Parijs, 25/06/1918
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioGustaaf Verriest was pas 10 jaar oud toen hij ingeschreven werd in het pensionaat van het kleinseminarie te Roeselare. Hij was dan ook de jongste van Gezelles poësisklas in het schooljaar 1858-1859. De levenslang aangehouden briefwisseling en de talrijke gedichten van Gezelle voor Gustaaf getuigen van een bijzonder nauwe band tussen de jonge, nog wat kinderlijke leerling en zijn leraar. Ook de familie Verriest had een grote genegenheid voor Gezelle, die nog met de oudste zoon Adolf gestudeerd had. Hoe licht is toch die sparke vier (07/08/1858) is geschreven naar aanleiding van een nachtmerrie van Gustaaf, maar tevens opgedragen aan zijn oudere broer Hugo Verriest en Eugeen Van Oye. Waarom en kunnen wij niet (04/01/1859) Brief (12/01/1859), O vriend wat schaadt of baat het ons, (02/02/1859) en Nu of nooit! (02/02/1859) zijn persoonlijk gericht aan Gustaaf Verriest. Gezelle wou hiermee de jongen steunen die een mogelijke priesterroeping ernstig nam en naar aanleiding daarvan worstelde met een sterk besef van zwakte en zondigheid. Uiteindelijk besloot Verriest geneeskunde te studeren, eerst in Leuven en later in Wenen. Hij was dokter in Wervik van 1869 tot 1873 en trok daarna naar Duitsland om er verder te studeren. Op 21 september 1876 huwde hij te Münster met Louise Niermann, waarmee hij zes kinderen kreeg. Vanaf 1876 werd hij professor aan de K.U. Leuven tot 1911. Na Gezelles dood ging hij op zoek naar een wetenschappelijke verklaring voor het dichterlijke genie van zijn oud-leraar.
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedichten; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Naam - plaats

NaamAntwerpen
GemeenteAntwerpen
NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Titel - gedicht van Guido Gezelle

TitelAls de ziele luistert
PublicatieKleengedichtjes (Verzameld dichtwerk, deel II), p. 180
TitelAls ge naar het kooren luistert
PublicatieTijdkrans (Verzameld dichtwerk, deel III), p. 401
Titel... dat blauw ' k en weet nie' wat
PublicatieRijmreken, Nageldeuntjes, Spakerlingen, etc., p. 238
TitelDe maan die deur
PublicatieRijmreken, Nageldeuntjes, Spakerlingen, etc., p. 236
TitelDaar wandelde op nen zomerdag
PublicatieLiederen, Eerdichten et Reliqua (Verzameld dichtwerk, deel II), p. 330
TitelDank, o die mijn zonden
PublicatieGedichten, Gezangen en Gebeden (Verzameld dichtwerk, deel II), p. 67
TitelDe eerde doomt, de biezen leken
PublicatieTijdkrans (Verzameld dichtwerk, deel III), p. 303
TitelDe geluw-groene weiden
PublicatieTijdkrans (Verzameld dichtwerk, deel III), p. 300
TitelDe Leye slaat dat ' t kletst!
PublicatieRijmsnoer (Verzameld dichtwerk, deel IV), p. 217
TitelDe navond komt zoo stil, zoo stil
PublicatieTijdkrans (Verzameld dichtwerk, deel III), p. 388
TitelDe uiterste vesten der wereld zijn belegerd en ' t gegloei van
PublicatieGedichten, Gezangen en Gebeden (Verzameld dichtwerk, deel II), p. 41
TitelDe waterspegel
PublicatieDichtoefeningen (Verzameld dichtwerk, deel I), p. 132
Titel.... lijk letteren op
PublicatieRijmreken, Nageldeuntjes, Spakerlingen, etc., p. 236
TitelExcelsior
PublicatieVerzameld dichtwerk, deel VII, p. 417
TitelGewend, gewaagd
PublicatieTijdkrans (Verzameld dichtwerk, deel III), p. 507
TitelHet ruwrijmt, het brimmelt
PublicatieTijdkrans (Verzameld dichtwerk, deel III), p. 268
TitelJa! Daar zijn blijde dagen nog in ' t leven
PublicatieGedichten, Gezangen en Gebeden (Verzameld dichtwerk, deel II), p. 75
TitelHet kindeke van de dood
PublicatieKerkhofblommen (Verzameld dichtwerk, deel I), p. 274
Titelk Hoore tuitend' hoornen en
PublicatieKleengedichtjes (Verzameld dichtwerk, deel II), p. 209
Titelt Was de ure dat de Leeuwerk zoet
PublicatieKerkhofblommen (Verzameld dichtwerk, deel I), p. 244
TitelMet zwart- en zwaren zwaai aan ' t werken door de grauwe
PublicatieTijdkrans (Verzameld dichtwerk, deel III), p. 519
TitelMocht ik met een dichtje
PublicatieGedichten, Gezangen en Gebeden (Verzameld dichtwerk, deel II), p. 93
Titelo Boomen, die uw vonnis wacht
PublicatieTijdkrans (Verzameld dichtwerk, deel III), p. 504
Titelo Gulden hoofd der blijde zonne
PublicatieTijdkrans (Verzameld dichtwerk, deel III), p. 241
Titelo Krinkelende winklende waterding
PublicatieDichtoefeningen (Verzameld dichtwerk, deel I), p. 95
TitelO! ' t Ruischen van het ranke riet!
PublicatieDichtoefeningen (Verzameld dichtwerk, deel I), p. 125
Titelo Wilde en onvervalschte pracht
PublicatieTijdkrans (Verzameld dichtwerk, deel III), p. 371
TitelPachthofschilderinge
PublicatieDichtoefeningen (Verzameld dichtwerk, deel I), p. 143
TitelPrincipium a Jesu
PublicatieDichtoefeningen (Verzameld dichtwerk, deel I), p. 67
TitelRechte neêrwaards
PublicatieTijdkrans (Verzameld dichtwerk, deel III), p. 357
Titelt Is de Mandel, die, in ' t stille
PublicatieKleengedichtjes (Verzameld dichtwerk, deel II), p. 207
Titelt Is stille! Neerstig tikt het on-
PublicatieTijdkrans (Verzameld dichtwerk, deel III), p. 555
TitelTot de zonne
PublicatieGedichten, Gezangen en Gebeden (Verzameld dichtwerk, deel II), p. 50
Titelt Smoort, het smuikt, het smokkelwedert
PublicatieRijmsnoer (Verzameld dichtwerk, deel IV), p. 270
TitelVan de wilgen
PublicatieGedichten, Gezangen en Gebeden (Verzameld dichtwerk, deel II), p. 120
TitelVol naalden vliegt de lucht
PublicatieTijdkrans (Verzameld dichtwerk, deel III), p. 266
TitelWaar zit die heldere zanger, dien
PublicatieTijdkrans (Verzameld dichtwerk, deel III), p. 373
TitelWanneer ik nog heel kleene was
PublicatieDichtoefeningen (Verzameld dichtwerk, deel I), p. 153
TitelZacht is uw hand, o windeke
PublicatieVerzameld dichtwerk, deel VIII, p. 143
TitelZoo ellendig zijn
PublicatieTijdkrans (Verzameld dichtwerk, deel III), p. 359

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelTijdkrans
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelTweemaandelijksch Tijdschrift voor letteren, kunst, wetenschap en politiek (periodiek)
AuteurVan Deyssel, L. ; Verwey, A.
Datum1894-1901
PlaatsAmsterdam
UitgeverScheltema en Holkema's Boekhandel
Links[dbnl]
TitelDe Gids (periodiek)
AuteurPotgieter (red. )
Datum1837-
PlaatsAmsterdam
UitgeverG.J.A. Beyerinck; P.N. van Kampen
Links[wikipedia]
TitelDe Vlaemsche School, Tydschrift voor Kunsten, Letteren en Wetenschappen
Auteuro.a. Van Spilbeeck, Désiré; De Mont, Pol
Datum1855-1901
PlaatsAntwerpen
UitgeverSint-Lukasgilde; J.E. Buschmann,
Links[odis]
TitelNederland (periodiek)
Auteuro.a. van Loghem, M.G.L. (redactie)
Datum1849-1944
PlaatsDen Haag
UitgeverLoman en Funke
Links[wikipedia]

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

De Mont, Pol

Correspondenten - personen

De Mont, Pol
Gezelle, Guido

Naam - persoon

De Mont, Pol
Gezelle, Guido
Verriest, Gustaaf

Naam - plaats

Antwerpen
Kortrijk

Plaats van verzending

Antwerpen

Titel - ander werk

Tweemaandelijksch Tijdschrift voor letteren, kunst, wetenschap en politiek
De Gids
De Vlaemsche School, Tydschrift voor Kunsten, Letteren en Wetenschappen
Nederland

Titel - gedicht van Guido Gezelle

Als de ziele luistert
Als ge naar het kooren luistert
... dat blauw ' k en weet nie' wat
De maan die deur
Daar wandelde op nen zomerdag
Dank, o die mijn zonden
De eerde doomt, de biezen leken
De geluw-groene weiden
De Leye slaat dat ' t kletst!
De navond komt zoo stil, zoo stil
De uiterste vesten der wereld zijn belegerd en ' t gegloei van
De waterspegel
.... lijk letteren op
Excelsior
Gewend, gewaagd
Het ruwrijmt, het brimmelt
Ja! Daar zijn blijde dagen nog in ' t leven
Het kindeke van de dood
k Hoore tuitend' hoornen en
t Was de ure dat de Leeuwerk zoet
Met zwart- en zwaren zwaai aan ' t werken door de grauwe
Mocht ik met een dichtje
o Boomen, die uw vonnis wacht
o Gulden hoofd der blijde zonne
o Krinkelende winklende waterding
O! ' t Ruischen van het ranke riet!
o Wilde en onvervalschte pracht
Pachthofschilderinge
Principium a Jesu
Rechte neêrwaards
t Is de Mandel, die, in ' t stille
t Is stille! Neerstig tikt het on-
Tot de zonne
t Smoort, het smuikt, het smokkelwedert
Van de wilgen
Vol naalden vliegt de lucht
Waar zit die heldere zanger, dien
Wanneer ik nog heel kleene was
Zacht is uw hand, o windeke
Zoo ellendig zijn

Titel - werk van Guido Gezelle

Tijdkrans

Titel[08/04/1896], Antwerpen, Pol De Mont aan Guido Gezelle
EditeurFrederic Vandeputte; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenFrederic Vandeputte; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen, De Mont Pol aan Gezelle Guido, Antwerpen (Antwerpen), [08/04/1896]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderDe Mont, Pol
OntvangerGezelle, Guido
Verzendingsdatum[08/04/1896]
VerzendingsplaatsAntwerpen (Antwerpen)
AnnotatieDatum gereconstrueerd op basis van de poststempel.
Gepubliceerd inGezelle-briefwisseling 1: Verzameling archief en museum voor het Vlaamse cultuurleven Antwerpen / door R.F. Lissens. - Antwerpen : De Nederlandsche Boekhandel, 1970, p.55
Fysieke bijzonderheden
Drager 90 mm x 140 mm
papier, geel
papiersoort: recto met adres; verso horizontaal beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden op adreszijde: gedrukte postzegel, afgestempeld
Toevoegingen op verso rechts in de bovenrand: [8/4 1896] (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6783
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.13146
Inhoud
IncipitIk heb een uitgebreide studie over u voltooid en die aan een der
Samenvatting Pol De Mont heeft een uitgebreide studie over Gezelle geschreven en aangeboden aan de voornaamste Nederlandse tijdschriften. Ook in de "Vlaamse School" wil hij over Gezelle schrijven, maar dan moet er een portret van Gezelle bij. Vraagt om mooi natuurgedicht zoals "De Rave". Wil ook een bloemlezing van 32p. met gedichten van Gezelle uitgeven [voor de reeks "Bibliotheek van Nederlandsche Letteren"]
Tekstsoortbriefkaart
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.