<Hit 2292 of 2965

>

p1
Eerweerde Heer ende Meester,

Hertelijk bedankt voor uwe gelukwenschen, nieuwjaarwenschen, en bijzonderlijk voor uwe prachtige XIV Stonden. Ik wensche u ook van herten veel geluk en een zalig nieuwjaar, en nog veel navolgende.

Uw neve Caesar stelt het alderbest: wij zouden meer of zinnelijk moeten zijn om van hem te gaan klagen: ‘t gaat daar, met Gods genade, een alderdeftigste priester uit groeien. ‘t Mogen er nog veel zulke naar ‘t Seminarie komen!

Uw voorstel heeft mij wat verlegen gemaakt, maar ik hope evenwel dat ik zal bekomen van uw gedicht[1] in de aflevering van Maarte aan te kondigen, met de opdracht daarbij: dit ware genoeg om uw doel te bereiken. Ik heb daar al twee medeleeraars van gesproken, en zij zouden dat geerne voor u doen. ‘k Moete daar nu nog Mr den Voorzitter van spreken, en dát.. zal slag naar val zijn! Mochte ik hem uwe beweegredens en uwe begeerte bijbrengen, voorzeker zou hij toestemmen. Maar ‘k vreeze stijf dat mijne redens bij hem niet en zullen daken. ‘t Beste van al zou zijn dat gijzelf eens kwaamt, en hem (afzonderlijk, op zijne kamer) liet verstaan hoe dat men, in de kon. vl. Academie, en elders nog, denkt dat gij, ter oorzake van ….., en hoe dat eene enkele melding van uw gedicht, opgedragen aan…, in onze Collationes…, al die vooroordeelen zou te niet doen. – ‘k Zegge vooroordeelen, trouwens ‘k mag u verzekeren dat onze Hoogweerde Bisschop u van ouds hoogacht en u zeer genegen is. Insgelijks de leeraars van ‘t Seminarie: ik eerst en meest!p2Gelief dus in ‘t korte te komen (vermijd nogtans maandag en dysendag toekomende), en met ons te noenmalen: dát zal geweten zijn, en eenen goeden indruk maken op de deze die ‘t noodig hebben, en bovendien en zal men u hier niets ontzeggen van al ‘t gene u voldoening kan verschaffen.

Hertelijk gegroet van wege
G. Vandeputte, leeraar in ‘t Groot Seminarie

Annotations

[1] Guido Gezelle was niet naar de aanstelling van G.J. Waffelaert tot bisschop geweest op 28 juni 1895. Dat gaf aanleiding tot roddels, tot in de Academie. Gezelle wou dit euvel rechtzetten en de ‘XIV stonden’ aan de bisschop opdragen en laten verschijnen in tijdschrift Collationes. De opdracht in ‘XIV stonden’ luidt: ‘Met oorlof zijner Vaderlijke toegevendheid, opgedragen aan Mijn Hoogweerdigsten Heere, Dr. G.J. Waffelaert, den 22sten Bisschop van Brugge’. In deze brief antwoordt G. Vandeputte diplomatisch dat hij het gedicht in het nummer van maart van Collationes zal proberen aan te kondigen. Hij heeft er al twee ‘medeleeraars’ over gesproken. Maar hij moet de voorzitter of ‘President’ van het grootseminarie, Henri Vanden Berghe nog om toestemming vragen. Vandeputte raadt Gezelle aan om zelf naar Brugge te komen en te lunchen bij de leraars van het grootseminarie en bij de voorzitter op zijn eigen kamer in audiëntie te gaan en die toestemming te vragen. Hij troost Gezelle verder in zijn brief door erop te wijzen dat de bisschop hem zeker acht en ‘zeer genegen’ is.

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameVandeputte, Gustaaf; Aloysius Gustavus
Dates° Izegem, 20/03/1853 - ✝ Ardooie, 13/03/1913
SexMannelijk
Occupationpriester; professor; pastoor; professor
BioGustaaf Vandeputte werd geboren in Izegem op 20 maart 1853 als zoon van landbouwer Carolus Vandeputte en Nathalia Devos. Aan het kleinseminarie te Roeselare kreeg hij van 1868 tot 1874 les van Vlaamsgezinde leraars als Hugo Verriest, Alexis de Carne, Victor Lanssen en Emiel Demonie. Hij was lid van de lettergilde van Hugo Verriest (samen met Albrecht Rodenbach) en van de Izegemse studentenvereniging Vlaamsch. Hij zette zijn engagement verder tijdens zijn studies aan het grootseminarie te Brugge. Hij sloot zich aan bij de Gilde der Westvlaamsche Gebroeders en de Vlaggegilde. Hij was lid van de redactie van de Almanak voor de leerende jeugd van Vlaanderen en van De Vlaamsche Vlagge. Eind 1876 nam hij ontslag op bevel van de directie van het grootseminarie. Na zijn priesterwijding studeerde hij theologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij werd onderpastoor te Ieper (1881) en professor Heilige Schrift aan het grootseminarie te Brugge (1882). Er bleef een verontwaardigde reactie van hem bewaard over het Ruitenbrekersincident in 1885. Verder had hij contact met Guido Gezelle over zijn neef Caesar, die daar seminarist was. Hij was ook betrokken bij de verspreiding van de Goddelijke Beschouwingen en werkte mee aan Biekorf. In 1895 werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal. In 1901 werd hij pastoor te Ardooie. Hij overleed er op 13 maart 1913.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; aanvrager gedicht
Sources https://nevb.be/index.php?title=Van_de_Putte,_Gustaaf_(eigenlijk_Alo%C3%AFs_G.)

Sender

NameVandeputte, Gustaaf; Aloysius Gustavus
Dates° Izegem, 20/03/1853 - ✝ Ardooie, 13/03/1913
SexMannelijk
Occupationpriester; professor; pastoor; professor
BioGustaaf Vandeputte werd geboren in Izegem op 20 maart 1853 als zoon van landbouwer Carolus Vandeputte en Nathalia Devos. Aan het kleinseminarie te Roeselare kreeg hij van 1868 tot 1874 les van Vlaamsgezinde leraars als Hugo Verriest, Alexis de Carne, Victor Lanssen en Emiel Demonie. Hij was lid van de lettergilde van Hugo Verriest (samen met Albrecht Rodenbach) en van de Izegemse studentenvereniging Vlaamsch. Hij zette zijn engagement verder tijdens zijn studies aan het grootseminarie te Brugge. Hij sloot zich aan bij de Gilde der Westvlaamsche Gebroeders en de Vlaggegilde. Hij was lid van de redactie van de Almanak voor de leerende jeugd van Vlaanderen en van De Vlaamsche Vlagge. Eind 1876 nam hij ontslag op bevel van de directie van het grootseminarie. Na zijn priesterwijding studeerde hij theologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij werd onderpastoor te Ieper (1881) en professor Heilige Schrift aan het grootseminarie te Brugge (1882). Er bleef een verontwaardigde reactie van hem bewaard over het Ruitenbrekersincident in 1885. Verder had hij contact met Guido Gezelle over zijn neef Caesar, die daar seminarist was. Hij was ook betrokken bij de verspreiding van de Goddelijke Beschouwingen en werkte mee aan Biekorf. In 1895 werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal. In 1901 werd hij pastoor te Ardooie. Hij overleed er op 13 maart 1913.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; aanvrager gedicht
Sources https://nevb.be/index.php?title=Van_de_Putte,_Gustaaf_(eigenlijk_Alo%C3%AFs_G.)

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameBrugge
SettlementBrugge

Name - person

NameGezelle, Caesar Léopold Romain
Dates° Brugge, 23/10/1875 - ✝ Moorsele, 11/02/1939
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; geestelijk directeur; auteur
BioCaesar Gezelle was een zoon van Romaan Gezelle en Philomena De Smet. Hij studeerde aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge (Retorica 1894). Daarna ging hij naar het grootseminarie te Brugge. Zijn priesterwijding volgde te Brugge op 27/05/1899. Vanaf 1899 volgde hij de kandidaturen Germaanse filologie in Leuven. Op 16 september 1900 werd hij leraar aan het Sint-Amandscollege van Kortrijk (1900-1913). Op 11 juli 1913 ging hij aan de slag als onderpastoor van de Sint-Maartensparochie in Ieper. Tijdens de eerste wereldoorlog vluchtte hij naar Frankrijk en werd er leraar aan het kleinseminarie van Versailles en aalmoezenier voor de Vlaamse vluchtelingen. Hij werd onderpastoor in Roesbrugge (12/09/1919), leraar aan de rijksmiddelbare school (16/09/1921) en geestelijk bestuurder van de zusters van de Heilige Familie. In 1921 keerde hij samen met de school en het klooster terug naar Ieper. Op 18 mei 1933 werd hij geestelijk directeur van de zusters van de Heilige Kindsheid te Moorsele. In 1933 ging hij vervroegd met rust in Moorsele. Hij schreef poëzie en proza en tal van bijdragen aan literaire tijdschriften zoals ‘De Nieuwe Tijd’, ‘De Vlaamsche Vlagge’, ‘De Lelie’, ‘Ons Volk Ontwaakt’, ‘Vlaanderen’ (1903-1907), ‘Biekorf’, en ‘Dietsche Warande & Belfort’. Als erfgenaam van het Gezellearchief maakte hij tal van studies over zijn oom.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; familie : neef van Guido Gezelle
SourcesR. Lagrain, De moeder van Guido Gezelle. Tielt: Lannoo, 1975. ; S. Streuvels, Kroniek van de familie Gezelle. Brugge: Desclée- De Brouwer, 1960.
NameVan Den Berghe, Henri
Dates° Werken, 31/10/1848 - ✝ Brugge, 17/04/1932
SexMannelijk
Occupationprofessor; voorzitter grootseminarie; vicaris-generaal; aartsdiaken
BioHenri Van den Berghe werd op 31 oktober 1848 te Werken geboren als zoon van Bruno Van den Berghe en Victoria Van Coillie. Na zijn studies aan het kleinseminarie werd hij tijdens zijn priesteropleiding naar Leuven gestuurd. Hij ontving op 21 december 1872 zijn priesterwijding, en werd begin 1875 professor kerkelijk recht in het grootseminarie van Brugge. Tien jaar later werd hij hoogleraar en voorzitter van het Pauscollege te Leuven. Na het overlijden van Henri Delbar werd hij op 29 april 1889 voorzitter van het grootseminarie in Brugge en kanunnik-theologaal. Kort daarop werd hij lid van de bisschoppelijke raad en professor honorarius aan de universiteit van Leuven. In het bisdom Brugge kreeg hij op 25 mei 1907 de benoeming van vicaris-generaal, en in 1910 die van aartsdiaken. Vanaf juni 1914 was hij geestelijk bestuurder van de predikheeressen van Engelendale te Brugge. Hij stierf op 17 april 1932 in zijn woning in de Sint-Jorisstraat te Brugge.
Links[odis], [wikipedia]
Sources https://www.archiefbankbrugge.be/archiefbank
NameVandeputte, Gustaaf; Aloysius Gustavus
Dates° Izegem, 20/03/1853 - ✝ Ardooie, 13/03/1913
SexMannelijk
Occupationpriester; professor; pastoor; professor
BioGustaaf Vandeputte werd geboren in Izegem op 20 maart 1853 als zoon van landbouwer Carolus Vandeputte en Nathalia Devos. Aan het kleinseminarie te Roeselare kreeg hij van 1868 tot 1874 les van Vlaamsgezinde leraars als Hugo Verriest, Alexis de Carne, Victor Lanssen en Emiel Demonie. Hij was lid van de lettergilde van Hugo Verriest (samen met Albrecht Rodenbach) en van de Izegemse studentenvereniging Vlaamsch. Hij zette zijn engagement verder tijdens zijn studies aan het grootseminarie te Brugge. Hij sloot zich aan bij de Gilde der Westvlaamsche Gebroeders en de Vlaggegilde. Hij was lid van de redactie van de Almanak voor de leerende jeugd van Vlaanderen en van De Vlaamsche Vlagge. Eind 1876 nam hij ontslag op bevel van de directie van het grootseminarie. Na zijn priesterwijding studeerde hij theologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij werd onderpastoor te Ieper (1881) en professor Heilige Schrift aan het grootseminarie te Brugge (1882). Er bleef een verontwaardigde reactie van hem bewaard over het Ruitenbrekersincident in 1885. Verder had hij contact met Guido Gezelle over zijn neef Caesar, die daar seminarist was. Hij was ook betrokken bij de verspreiding van de Goddelijke Beschouwingen en werkte mee aan Biekorf. In 1895 werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal. In 1901 werd hij pastoor te Ardooie. Hij overleed er op 13 maart 1913.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; aanvrager gedicht
Sources https://nevb.be/index.php?title=Van_de_Putte,_Gustaaf_(eigenlijk_Alo%C3%AFs_G.)
NameWaffelaert, Gustaaf Jozef
Dates° Rollegem, 27/08/1847 - ✝ Brugge, 18/12/1931
SexMannelijk
Occupationpriester; kanunnik; coadjutor; onderpastoor; professor; geestelijk directeur; bisschop
BioGustaaf Waffelaert, zoon van Engel Waffelaert, douanebrigadier, en Theresia Vermeulen, deed zijn humaniorastudies te Ieper. In 1866 startte hij zijn priesteropleiding aan het kleinseminarie te Roeselare en vervolgens aan het grootseminarie te Brugge. Hij werd tot priester gewijd te Brugge op 17/09/1870. Hij was achtereenvolgens coadjutor te Sint-Michiels (03/02/1871) en onderpastoor te Blankenberge (15/02/1871). Hij studeerde theologie te Leuven (05/10/1875) waar hij promoveerde op 20/07/1880. Hij doceerde moraaltheologie aan het grootseminarie te Brugge (23/09/1880). Hij werd op 26/07/1889 erekanunnik van de Brugse kathedraal. Hij werd op 25/04/1890 vicaris-generaal van het bisdom Brugge, op 25/04/1890 algemeen bestuurder van de Zusters van St.-Jozef te Brugge, op 10/06/1894 aartspriester van het Brugse kapittel en op 01/04/1895 vicaris capitularis. Op 28/06/1895 volgde zijn benoeming tot bisschop van Brugge. Hij nam als wapenspreuk 'Duc nos quo tendimus' (Leid ons naar het doel dat wij beogen). Hij schreef talrijke werken over spiritualiteit o.a. Meditationes Theologicae, dat Gezelle gedeeltelijk in het Nederlands vertaalde. Gezelle schreef ook gelegenheidsgedichten voor Waffelaert.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedichten
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Name - place

NameBrugge
SettlementBrugge

Name - institute

NameDe Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal en Letterkunde
DescriptionDit wetenschappelijk genootschap bestudeert en stimuleert de Nederlandse taal- en literatuur. Na een lange voorgeschiedenis werd het opgericht bij Koninklijk Besluit van 8 juli 1886 als Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. De activiteiten omvatten onder meer maandelijkse bijeenkomsten met wetenschappelijke en letterkundige besprekingen, prijsvragen en publicaties. Guido Gezelle was één van de stichtende leden. Dit was een belangrijke erkenning van zijn werk. Hij was betrokken bij verschillende prijsvragen en schonk ook een deel van zijn boeken aan de academie.
Dating1886-heden
Links[wikipedia]
NameGrootseminarie Brugge
DescriptionHet Grootseminarie van Brugge was het seminarie voor priesterkandidaten van het bisdom Brugge. Het bevindt zich aan de Potterierei in Brugge, waar de gemeenschap van de cisterciënzerabdij Onze-Lieve-Vrouw Ten Duinen in Koksijde in 1627 naartoe verhuisd was en in 1628 was begonnen met de bouw van een nieuwe abdij binnen Brugge. In 1796 confisqueerden de Franse bezetters de abdij en richtten haar in als Ecole centrale (1798-1803) van het Leiedepartement, met een bibliotheek bestaande uit in beslag genomen West-Vlaamse abdijbibliotheken. In 1804 werd de Ecole Centrale opgeheven en de bibliotheek overgemaakt aan de stad Brugge, meteen de kiem van de huidige Openbare Bibliotheek. Nadien fungeerde de abdij nog als Lycée impérial (1808-1814), militair ziekenhuis en atheneum. In 1833 stelde het Brugse stadsbestuur de gebouwen ter beschikking van het heropgerichte bisdom Brugge. Op 1 oktober van dat jaar startte het eerste academiejaar voor de priesteropleidingen, die daar sindsdien bijna onafgebroken plaats vonden tot 2018. Ook Guido Gezelle was er seminarist (oktober 1850-juni 1854). Gezelle had er vele contacten met oud-leerlingen en leerkrachten.
Dating1833
Links[odis], [wikipedia]

Title - poem by Guido Gezelle

TitleDe XIV stonden
PublicationVerzameld dichtwerk, deel VII, p. 111

Title - other work

TitleCollationes Opus Periodicum auctoritata Ill(ustri)mi ac Rev(erissi)mi Episcopie Brugensis et Opera RR.DD. Professorum Maj. Sem. Brugen. (periodical)
Date1896-1954
PlaceBrugge
PublisherA. Van Mullem-Van Haelemeesch

Title01/02/1896, Brugge, Gustaaf Vandeputte aan [Guido Gezelle]
EditorKarel Platteau; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2025
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingKarel Platteau; Universiteit Antwerpen, Vandeputte Gustaaf aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), 01/02/1896. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
SenderVandeputte, Gustaaf
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent01/02/1896
Place SentBrugge (Brugge)
AnnotationBriefversie van datering: den 1sten in Kortemaand, 1896 ; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Physical Description
Support Material 1 dubbel vel, 210 mm x 134 mm
papier, wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive6766
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.13129
Content Description
IncipitHertelijk bedankt voor uwe gelukwenschen, nieuwjaarwenschen,
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.