<Hit 2263 of 2965

>

p1
Zeer Eerwaarde Heer,

Hiernevens zend ik U het boek[1] terug, dat U mij met zooveel bereidwilligheid hebt afgestaan. Ik ben waarlijk verlegen als ik naga hoelang ik het gehouden heb; doch de omstandigheden zijn er de oorzaak van. Sinds Juli heb ik mij niet meer kunnen bezig houden met eigen studie, want ik ben te Brussel benoemd geworden en moest bij gevolg dagelijks heen en weer reizen. Buitendien heb ik gedurende de maand Augustus deel gemaakt van de jury te Malonne; daarna is de verhuizing naar Brussel gekomen, zoodat ik bij slot van rekening weinig p2werk heb kunnen maken van de Beowulfstudie.

Om deze reden hoop ik, dat U mij mijne nalatigheid niet zult ten kwade duiden.

Uwe afkeuring van uitdrukkingen als halsgenoot vind ik gegrond, ik had angelsaxisch healsgebedda voor dit woord willen weergeven. Dat Grendele[2] enz nog in Vlaanderen gezegd wordt, was voor mij eene aangename verrassing. Wat "de duivel en zijn moer" betreft, daar had mij de Heer Hansen reeds op gewezen. Omtrent de vraag of de beschaving in den Beowulf Engelsch of wel Scandinavisch is, verwijs ik U naar hetgene Bugge en ten Brink (waarvan ik de voornaamste bewijsgronden in de Inleiding heb aangehaald) daarover zeggen. Voor mij persoonlijk is dat een van de groote vraagpunten; nochtans vind ik den engelschen oorsprong van het epos aannemelijker. p3Plaatsnamen als nikkersgang, nikkerspoel bestaan er ook te Leuven en Mechelen.

Ik had U reeds geschreven over mijn voornemen om deze bijzonderheden in eene afzonderlijke nota samen te vatten; daar ik nochtans niet weet, welk hier omtrent uw gevoelen is, zoo heb ik nog geene beslissing genomen. Of zoudt U soms geneigd zijn dezen hoogst belangrijke punten bij wijze van brief of van aanbeveling te behandelen, zoo ja, dan zou ik H. de Potter vragen uw opstel aan het hoofd van de uitgave te plaatsen[3] Ofschoon het werk reeds ter perse is, is het nog niet te laat.

Wat er van zij, ik blijf U, Zeer Eerwaarde Heer, hoogst dankbaar voor den steun, welken u mij zoo goedgunstig hebt willen verleenen en verblijf met de meeste hoogachting en erkentelijkheid uw verkleefde
L. Simons
Florisstraat 14.

Annotations

[1] Deze uitgave zit nu nog in de handbibliotheek van Guido Gezelle in het Guido Gezellearchief van de Openbare Bibliotheek Brugge (GGB 1194).
[2] Gezelle neemt het lemma Grendel op in: Loquela: (slachtmaand 1893) verschenen in 1896 7, p.52 en verwijst er ook naar de uitgave van Simons: “Die nader over Grendel begeert ingelicht te zijn, leze Beêwulf, zoo hij wilt, in de Dietsche vertalinge ervan door Dr Simons, en die onlangs verschenen is onder de uitgaven van de Koninklijke Vlaamsche Taalvroedschap.”
[3] Dit opstel is niet opgenomen.

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameSimons, Leo Lodewijk
Dates° Roermond, 12/02/1857 - ✝ 10/12/1937
SexMannelijk
Occupationleraar; dichter; auteur
ResidenceNederland
BioLeo Simons werd in 1879 doctor in de wijsbegeerte en letteren te Leuven. Hij was leraar te Ath, Virton en vanaf 1884 aan het Atheneum te Leuven. Vanaf 1895 was hij werkzaam in Schaarbeek. Hij schreef bijdragen voor de tijdschriften Met Tijd en Vlijt en Jong Vlaanderen. Verder publiceerde hij poëzie waaronder de Napoleon-Cyclus (Roeselare, 1885) en andere werken zoals Proeve eener syntaxis van den Gotischen Zin (Gent, 1888), Het Roermondsch Dialect getoetst aan het Oud-Saksisch en Oud-Nederfrankisch (Gent, 1889) en in 1896 een vertaling van Beowulf.
Links[dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde

Sender

NameSimons, Leo Lodewijk
Dates° Roermond, 12/02/1857 - ✝ 10/12/1937
SexMannelijk
Occupationleraar; dichter; auteur
ResidenceNederland
BioLeo Simons werd in 1879 doctor in de wijsbegeerte en letteren te Leuven. Hij was leraar te Ath, Virton en vanaf 1884 aan het Atheneum te Leuven. Vanaf 1895 was hij werkzaam in Schaarbeek. Hij schreef bijdragen voor de tijdschriften Met Tijd en Vlijt en Jong Vlaanderen. Verder publiceerde hij poëzie waaronder de Napoleon-Cyclus (Roeselare, 1885) en andere werken zoals Proeve eener syntaxis van den Gotischen Zin (Gent, 1888), Het Roermondsch Dialect getoetst aan het Oud-Saksisch en Oud-Nederfrankisch (Gent, 1889) en in 1896 een vertaling van Beowulf.
Links[dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameSchaarbeek
SettlementSchaarbeek

Name - person

NameDe Potter, Frans
Dates° Gent, 04/01/1834 - ✝ Gent, 15/08/1904
SexMannelijk
Occupationjournalist, publicist; geschiedschrijver; bibliograaf
BioDe Potter genoot alleen lager onderwijs en studeerde verder op eigen kracht. Hij begon als redacteur bij de dagbladpers (1856-1870) en schopte het daarna tot hoofdredacteur van het katholieke Fondsenblad (1871-1878). In 1886 werd hij de eerste vast secretaris van de toen opgerichte Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Aanvankelijk publiceerde hij bij het Willemsfonds, maar vanaf begin jaren 1870 kiest hij de kant van de katholieke partij. Hij stond mee aan de wieg van het Davidsfonds in 1875 en was er vanaf 1878 tot aan zijn overlijden de eerste algemene secretaris, en bovendien ook voorzitter van de afdeling Gent van 1885 tot 1904. Hij publiceerde tal van werken: eerst verhalen en geschriften over folklore, daarna op het terrein van de geschiedenis, in het bijzonder van de Vlaamse gemeenten. Te vermelden zijn vooral zijn Vlaamsche Bibliographie in 4 delen (1893-1902) en een aantal delen van een Geschiedenis van de Gemeenten van Oost-Vlaanderen (samen met Jan Broeckaert).
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Sources https://nevb.be/wiki/De_Potter,_Frans ; J. Broeckaert, Frans de Potter en zijne werken. In: Jaarboek van de Kon. Vl. Academie voor Taal- en Letterkunde, 1906; W. Rombauts, De Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde, Gent 1979, p. 53-54
NameHansen, Constant Jacob
Dates° Vlissingen, 04/10/1833 - ✝ Brasschaat, 14/04/1910
SexMannelijk
Occupationletterkundige; bibliothecaris
BioGeboren in 1833 uit een Deense vader en een Zeeuwse moeder verhuisde Hansen met de familie in 1835 naar Antwerpen. Na het lager onderwijs en enkele jaren atheneum werkte hij zich op als boekhouder, journalist, leraar, vertaler en adjunct-stadsarchivaris tot uiteindelijk hoofdbibliothecaris van de stad Antwerpen. In 1886 werd hij lid van de toen net opgerichte Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Ondertussen had hij zich door de beschrijving van een reis in Noord-Duitsland en Denemarken (1860), door een bloemlezing en door journalistieke bijdragen, lezingen en voordrachten bekend gemaakt in Vlaanderen als promotor van de Scandinavische cultuur en vooral als leider van een ‘Aldietsche beweging’, die een taalkundige toenadering tussen het Nederlands en het Nederduits of ‘Platduits’ beoogde door middel van een gemeenschappelijke spelling. Dit bezorgde hem overigens heel wat kritiek. Hij slaagde er wel in om in Vlaanderen belangstelling te wekken voor de Nederduitse dialecten en cultuur.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
NameSimons, Leo Lodewijk
Dates° Roermond, 12/02/1857 - ✝ 10/12/1937
SexMannelijk
Occupationleraar; dichter; auteur
ResidenceNederland
BioLeo Simons werd in 1879 doctor in de wijsbegeerte en letteren te Leuven. Hij was leraar te Ath, Virton en vanaf 1884 aan het Atheneum te Leuven. Vanaf 1895 was hij werkzaam in Schaarbeek. Hij schreef bijdragen voor de tijdschriften Met Tijd en Vlijt en Jong Vlaanderen. Verder publiceerde hij poëzie waaronder de Napoleon-Cyclus (Roeselare, 1885) en andere werken zoals Proeve eener syntaxis van den Gotischen Zin (Gent, 1888), Het Roermondsch Dialect getoetst aan het Oud-Saksisch en Oud-Nederfrankisch (Gent, 1889) en in 1896 een vertaling van Beowulf.
Links[dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde

Name - place

NameBrussel
SettlementBrussel
NameLeuven
SettlementLeuven
NameMechelen
SettlementMechelen
NameSchaarbeek
SettlementSchaarbeek
NameMalonne

Title - other work

TitleBeowulf
AuthorGarnett, James M.
Date1893
PlaceBoston
PublisherGinn & Company
TitleBeowulf angelsaksisch volksepos
AuthorSimons, Leo Lodewijk
Date1896
PlaceGent
PublisherSiffer
TitleBeowulf. Untersuchungen
Authorten Brink,Bernhard
Date1888
PlaceStrassburg; London
PublisherK.J. Trübner

Title06/09/1895, Schaarbeek, Leo Lodewijk Simons aan [Guido Gezelle]
EditorEls Depuydt; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2022
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingEls Depuydt; Universiteit Antwerpen, Simons Leo Lodewijk aan Gezelle Guido, Schaarbeek (Schaarbeek), 06/09/1895. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2022 Available from World Wide Web: link .
SenderSimons, Leo Lodewijk
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent06/09/1895
Place SentSchaarbeek (Schaarbeek)
AnnotationAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Physical Description
Support Material 1 dubbel vel, 173 mm x 106 mm
papier, wit
papiersoort: 3 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Lay-out watermerk: afbeelding
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive6734
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.13097
Content Description
IncipitHiernevens zend ik U het boek
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.