<Hit 2229 of 2965

>

p1
Eerweerde Heer
en Hoog Geachte Vriend!

Het verheugt mij dat ik nog vóór de H. Kerstdagen en vóór den Nieuwejaarsdag U onzen Frieschen Volks-Almanak voor 1895 kan doen toekomen, en U, uit vriendschap, ten geschenke bieden, gelijk ik bij dezen doe. Dat boekske gaat hiernevens, gelijktijdig met dezen brief verzonden. Gij zult daarin een opstel van mijne hand vinden, met aanteekeningen.[1] Moge 't U niet onwelkom zijn!

Bezorgdheid heeft mij bekropen, dat het met U, op de eene of andere wijze, niet wel zoude zijn. Immers in hoe langen tijd en hebbe 'k niet rechtstreeks iets van U mogen verne-p2men! Hoe lange ook is het geleden, dat ik de laatste "Loquela" van U mochte ontvangen.

Het naaste ligt voor de hand, om aan te nemen, dat Gij ongesteld of wel ziek zijt. Geve God dat deze mijne vreeze ongegrond moge blijken te zijn, en ik eerlang door een eigenhandig schrijven van U overtuigd moge worden, dat Gij U in den besten welstand en gezondheid moogt verheugen.

Te meer nog is de vreeze van ziekte bij U, in mij opgeklommen, omdat onze vriend J.H.J. van Wageningen thoe Dekama, te Jelsum in Friesland, mij het volgende meldt: Deze heeft namelijk in October l.l. een vlugschrift uitgegeven, geschreven in de Friesche taal, volgens Oud-Friesche spelwijze, getiteld: "Frieslând înna wiel, end ho der ût"[2] (Friesland in den draaikolk, en - de wijze -p3hoe daar uit - te geraken -). Een werkje van groote beteekenis voor ons arme, verdwaasde Friesche volk, dat voor een goed deel geheel op de doolwegen van ongeloof en socialisme is verzeild geraakt. Nu meldt de schrijver mij, dat hij U, terstond na de verschijning van genoemd vlugschrift, daarvan eenen afdruk heeft ten geschenke gezonden, maar tot nog toe niet van U heeft vernomen of Gij dat zelve ontvangen hebt. Zoude 't mogelijker wijze op de post verloren zijn gegaan, en U dus niet ter hand gesteld - of anders zoudet Gij, wat de Heer verhoede, door ziekte verhinderd zijn hem met een enkel woord de ontvangst te berichten?

Hier is alles in goeden welstand, en niets bijzonders. Alleen ik zelve heb sedert eenigen tijd zeer veel hinder van hevige hartkloppingen, die mij dikwijls zeer ontstellen en benouwen -p4ja beangstigen. God bevrijde mij van deze bezoekinge. Och! ik verzoek U dringend, wilt Gij, met mij, den Heer daarom bidden? -

Met het Friesche Woordenboek in bewerkinge, ja reeds in afdruk, hebben wij ontzettend veel tegenspoed te verduren.[3] Het is dikwijls om geheel moedeloos te worden. Deze zaak baart mij ook veel ergernis en verdriet. -

Ten slotte nog neem ik deze gelegenheid te baat om U eenen zaligen Kerstmis te wenschen, en, bij de aanstaande wisseling des jaars, een rijk gezegend 1895!

Met trouwhertigen groet, mede namens mijnen zoon, en met mijne beste wenschen voor uwen welstand, betuig ik U mijne hoogachting en mijne vriendschappelijke genegenheid, en blijf volgeerne
Uw dienstwillige dienaar en Vriend
Johan Winkler.

Annotations

[1] J. Winkler, Friesche Jonkvrouwen als ”Maechden in den Hoeck”. In: Friesche Volksalmanak (1895), p.1-40.
[2] Dit boek bevindt zich in de handbibliotheek Guido Gezelle in de Openbare Bibliotheek Brugge. (GGB 1049)
[3] Zie het voorbericht in deel I (1900), p.I-VI: In 1884 trok L.C. Murray Bakker zich terug en overleed G. Colmjon. In 1894 overleed Tj. Halbertsma. Over het Friesch woordenboek (Lexicon frisicum), zie ook de brieven van J. Winkler aan G. Gezelle van 06/07/1893 en 17/12/1896

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Dates° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
SexMannelijk
Occupationarts; taalkundige; auteur
ResidenceNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
SourcesEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Sender

NameWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Dates° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
SexMannelijk
Occupationarts; taalkundige; auteur
ResidenceNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
SourcesEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameHaarlem

Name - person

Namevan Wageningen thoe Dekama, Jan
Dates° Leeuwarden, 14/11/1860 - ✝ Jelsum, 23/04/1908
SexMannelijk
Occupationauteur
ResidenceNederland
BioVan Wageningen thoe Dekma was een Fries schrijver. In 1881 studeerde hij rechten te Groningen, maar moest zijn studies in Leeuwarden verder zetten. Hij raakte geïnspireerd door de Friese dichter en schrijver P.J. Troelstra. Hij maakte zelf deel uit van de jonge generatie Friese schrijvers rond het tijdschrift "For Hûs en Hiem". Hij gaf zijn studies op en wijdde hij zich verder aan genealogie, de studie van de Friese taal, evangelisatie en de zondagschool. Hij was altijd in Friese klederdracht en was een goede vriend van Johan Winkler.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent
NameWinkler, Andries J.
Dates° Leeuwarden, 03/02/1866 - ✝ Haarlem, 06/08/1914
SexMannelijk
Occupationsecretaris-penningmeester
ResidenceNederland (Friesland)
BioAndries Winkler werd geboren als de zoon van arts en dialectoloog Johan Winkler en Andrieske Tjallings Römer. Zijn moeder stierf enkele dagen na zijn geboorte op 10 februari 1866 op 27-jarige leeftijd. Andries Winkler was Secretaris-Penningmeester te Haarlem. Hij trouwde met Alida van Blaarden op 19 juli 1897 en ze kregen samen vier kinderen: Johan Winkler (6 oktober 1898), Hendrik Winkler, (13 mei 1903), Andries Laurens Winkler (18 januari 1905) en Gerrit Willem Winkler (27 mei 1907). Andries Winkler beroofde zichzelf van het leven in 1914.
Relation to Gezellecorrespondent
Sources https://www.openarch.nl/frl:922bef2f-2441-7167-4a1e-a72d41550152
NameWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Dates° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
SexMannelijk
Occupationarts; taalkundige; auteur
ResidenceNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
SourcesEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Name - place

NameHaarlem
NameJelsum

Title - work by Guido Gezelle

TitleLoquela
Links[gezelle.be]

Title - other work

TitleFriesche volksalmanak
Date[1886-1898]
PlaceLeeuwarden
PublisherMeyer & Schaafsma
TitleFrieslând înna wiel end ho der üt
AuthorVan Wageningen, Jan
Date1894
PlaceSnits
PublisherWielenga
TitleFriesch woordenboek (Lexicon frisicum)
AuthorDijkstra, Waling Gerrits; Buitenrust Hettema, Foeke; Feitsma, S K; Halbertsma, Tjalling; Hornstra, J J
Date[1896-1911]
PlaceLeeuwarden
PublisherMeijer & Schaafsma

Title18/12/1894, Haarlem, Johan Winkler aan [Guido Gezelle]
EditorRik Van Gorp; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2023
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingRik Van Gorp; Universiteit Antwerpen, Winkler Johan aan Gezelle Guido, Haarlem, 18/12/1894. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2023 Available from World Wide Web: link .
SenderWinkler, Johan
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent18/12/1894
Place SentHaarlem
AnnotationBriefversie van datering: den 18de dag i/d Wintermaand, A° Di 1894 ; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Published inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Johan Winkler. Deel 2: Brieven (1884-1899) / door Dries Gevaert. - Gent : onuitgegeven licentieverhandeling, (academiejaar 1983-1984), p.391-392
Physical Description
Support Material 1 dubbel vel, 210 mm x 134 mm
papier, wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive6686
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.13049
Content Description
IncipitHet verheugt mij dat ik
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.