<Hit 2186 of 2965

>

p1
Eerw. Heer & Vriend

Er is een onzer oud-leerlingen die, sedert 5 of 6 jaar, de lessen volgt van uwen vriend Tinel. Hy mag reeds beginnen muziek schryven, en hy heeft nog al veel bekwaamheid. 't Is Mr Joseph Ryelandt, zoon van Hr Louis Ryelandt-Casier, kleinzoon van den senatorCasier van Gent.

Indien hy een gedicht had over gelukzaligen Idesbaldus, hy zou willen eenen koor maken voor onze Prysdeeling[1] Maar, omdat een jonge beginner nooit zeker en is van te lukken, hy vraagt my op voorhand van niets aan te kondigen.... - Ja maar, pourp2 faire un civet il faut un lièvre! Zou ik dezen keer nog eens op uwe goedheid mogen rekenen?.... En om misschien nuttiger werk te verrichten, zou het waarschynelyk geradig zyn eens met onzen jongen toondichter te kunnen spreken? In dat geval zou Mr Jos. Ryelandt geheel geerne naar Kortryk komen, ten ware gy zelve zoudt willen Bruggewaarts reizen. Gy weet dat uwe - onze vriend… Mr Cam. Vercruysse een kozen is der Ryelandts; en zonder dat ik het zou moeten vragen, zou hy zekerlyk hem belasten met uwe byeenkomste te schikken.

Alleszins verhoop ik, Eerw. p3Heer & Vriend, dat gy ons in die zake zult helpen. Gy weet dat wy welhaast de goedkeuring van den eeredienst van Gelukzaligen Idesbaldus zullen verkrygen. De feesten en zullen, insgelyks, maar in 1895 plaats hebben[2] Doch het zou ook kunnen dees jaar zyn.

Van mynen kant - aangezien Cesar u reeds verwittigd heeft, mag ik ook spreken. - zal ik al doen wat mogelyk is om hem, twee jaar lang, eene beurze van frs 250 te verschaffen, voor de 2 jaar Wysbegeerte.[3] Het zou moeten kwalyk willen moeste ik voor den 1sten keer, mislukken! –

Ondertusschen, Eerw. H., dank op voorhand, en vriendelyk gegroet!
H. Rommel
12 Feb. 1894.

Annotations

[1] prijsuitreiking van 07/08/1894
[2] Idesbaldus van der Gracht was abt van de Duinenabdij. Hij werd door de Katholieke kerk zalig verklaard. De schrijn met zijn stoffelijke resten berust in de kerk van Onze-Lieve-Vrouw ter Potterie te Brugge. De feestelijkheden in kader van zijn zaligverklaring gingen pas door in 1896. Er was o.a. een stoet waar men het reliekschrijn meedroeg te Brugge op 13 en 19 julli 1896. Gezelle schreef in aanloop van die feestelijkheden nog het gedicht: Beevaartslied voor Idisbald.
[3] Caesar Gezelle studeerde aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge (Retorica 1894).

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameRommel, Hendrik
Dates° Rumbeke, 08/06/1847 - ✝ Brugge, 16/07/1915
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; schooldirecteur; inspecteur
BioHendrik Rommel, zoon van Ivo Rommel, uurwerkmaker en schepen,te Rumbeke en Carolina Bossaert, studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare (studeerde af in 1867). Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 23/12/1871. Hij studeerde verder aan de universiteit van Leuven. In oktober 1873 werd hij huisleraar bij de familie van Caloen en in september 1874 leraar aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge. In september 1883 werd hij principaal van het Sint-Lodewijkscollege tot 26/09/1896. Hij was betrokken bij de inrichting van de collegekapel. Hij liet ook een nieuwe studiezaal bouwen. Hij vroeg Gezelle geregeld om gelegenheidsgedichten voor festiviteiten in het Sint-Lodewijkscollege. Hij werkte mee aan Rond den Heerd en Biekorf. Op 14/03/1892 werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal. Hij was lid (1895-1915) en voorzitter van de Bibliotheekcommissie van de Stad Brugge. Op 26/09/1896 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges en hij stichtte de “revue pratique de l’enseignement” voor de scholen in het bisdom Brugge (1896). Hij kreeg de titel doctor honoris causa aan de universiteit Leuven en hij werd titulair kanunnik van de Brugse kathedraal (26/03/1908).
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; aanvrager gelegenheidsgedichten

Sender

NameRommel, Hendrik
Dates° Rumbeke, 08/06/1847 - ✝ Brugge, 16/07/1915
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; schooldirecteur; inspecteur
BioHendrik Rommel, zoon van Ivo Rommel, uurwerkmaker en schepen,te Rumbeke en Carolina Bossaert, studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare (studeerde af in 1867). Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 23/12/1871. Hij studeerde verder aan de universiteit van Leuven. In oktober 1873 werd hij huisleraar bij de familie van Caloen en in september 1874 leraar aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge. In september 1883 werd hij principaal van het Sint-Lodewijkscollege tot 26/09/1896. Hij was betrokken bij de inrichting van de collegekapel. Hij liet ook een nieuwe studiezaal bouwen. Hij vroeg Gezelle geregeld om gelegenheidsgedichten voor festiviteiten in het Sint-Lodewijkscollege. Hij werkte mee aan Rond den Heerd en Biekorf. Op 14/03/1892 werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal. Hij was lid (1895-1915) en voorzitter van de Bibliotheekcommissie van de Stad Brugge. Op 26/09/1896 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges en hij stichtte de “revue pratique de l’enseignement” voor de scholen in het bisdom Brugge (1896). Hij kreeg de titel doctor honoris causa aan de universiteit Leuven en hij werd titulair kanunnik van de Brugse kathedraal (26/03/1908).
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; aanvrager gelegenheidsgedichten

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameBrugge
SettlementBrugge

Name - person

NameCasier, Jean
Dates° Gent, 12/11/1820 - ✝ Gent, 11/03/1892
SexMannelijk
Occupationindustrieel; politicus
BioJean Casier was de grootvader van de Brugse toondichter en muziekpedagoog Joseph Ryelandt (07/04/1870-29/06/1965). Hij trouwde met Louise de Hemptinne (1826-1901) en ze kregen een dochter en zeven zoons. Jean Casier behoorde tot de elite van de Gentse christelijke burgerij en was een begaafd amateurviolist.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent
NameGezelle, Caesar Léopold Romain
Dates° Brugge, 23/10/1875 - ✝ Moorsele, 11/02/1939
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; geestelijk directeur; auteur
BioCaesar Gezelle was een zoon van Romaan Gezelle en Philomena De Smet. Hij studeerde aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge (Retorica 1894). Daarna ging hij naar het grootseminarie te Brugge. Zijn priesterwijding volgde te Brugge op 27/05/1899. Vanaf 1899 volgde hij de kandidaturen Germaanse filologie in Leuven. Op 16 september 1900 werd hij leraar aan het Sint-Amandscollege van Kortrijk (1900-1913). Op 11 juli 1913 ging hij aan de slag als onderpastoor van de Sint-Maartensparochie in Ieper. Tijdens de eerste wereldoorlog vluchtte hij naar Frankrijk en werd er leraar aan het kleinseminarie van Versailles en aalmoezenier voor de Vlaamse vluchtelingen. Hij werd onderpastoor in Roesbrugge (12/09/1919), leraar aan de rijksmiddelbare school (16/09/1921) en geestelijk bestuurder van de zusters van de Heilige Familie. In 1921 keerde hij samen met de school en het klooster terug naar Ieper. Op 18 mei 1933 werd hij geestelijk directeur van de zusters van de Heilige Kindsheid te Moorsele. In 1933 ging hij vervroegd met rust in Moorsele. Hij schreef poëzie en proza en tal van bijdragen aan literaire tijdschriften zoals ‘De Nieuwe Tijd’, ‘De Vlaamsche Vlagge’, ‘De Lelie’, ‘Ons Volk Ontwaakt’, ‘Vlaanderen’ (1903-1907), ‘Biekorf’, en ‘Dietsche Warande & Belfort’. Als erfgenaam van het Gezellearchief maakte hij tal van studies over zijn oom.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; familie : neef van Guido Gezelle
SourcesR. Lagrain, De moeder van Guido Gezelle. Tielt: Lannoo, 1975. ; S. Streuvels, Kroniek van de familie Gezelle. Brugge: Desclée- De Brouwer, 1960.
NameRommel, Hendrik
Dates° Rumbeke, 08/06/1847 - ✝ Brugge, 16/07/1915
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; schooldirecteur; inspecteur
BioHendrik Rommel, zoon van Ivo Rommel, uurwerkmaker en schepen,te Rumbeke en Carolina Bossaert, studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare (studeerde af in 1867). Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 23/12/1871. Hij studeerde verder aan de universiteit van Leuven. In oktober 1873 werd hij huisleraar bij de familie van Caloen en in september 1874 leraar aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge. In september 1883 werd hij principaal van het Sint-Lodewijkscollege tot 26/09/1896. Hij was betrokken bij de inrichting van de collegekapel. Hij liet ook een nieuwe studiezaal bouwen. Hij vroeg Gezelle geregeld om gelegenheidsgedichten voor festiviteiten in het Sint-Lodewijkscollege. Hij werkte mee aan Rond den Heerd en Biekorf. Op 14/03/1892 werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal. Hij was lid (1895-1915) en voorzitter van de Bibliotheekcommissie van de Stad Brugge. Op 26/09/1896 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges en hij stichtte de “revue pratique de l’enseignement” voor de scholen in het bisdom Brugge (1896). Hij kreeg de titel doctor honoris causa aan de universiteit Leuven en hij werd titulair kanunnik van de Brugse kathedraal (26/03/1908).
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; aanvrager gelegenheidsgedichten
NameRyelandt, Joseph
Dates° Brugge, 07/04/1870 - ✝ Brugge, 29/06/1965
SexMannelijk
Occupationcomponist; muziekpedagoog; directeur conservatorium
BioJoseph Ryelandt behoorde tot een adellijke Brugse familie. Met de steun van Edgar Tinel vervolmaakte hij zich in de muziek. In 1924 werd hij directeur van het Stedelijk Conservatorium te Brugge. Ryelandt componeerde zowel liederen, kamermuziek, orkestwerken als religieuze muziek. In 1894 schreef hij de muziek voor de "Cantate op den zaligen Idisbald" op tekst van Gezelle, maar een jaar later weigerde hij de koorzang te maken voor de stoet. In 1895 voltooiden hij en Gezelle "De XIV Stonden of de bloedige dagvaart ons Heeren". In totaal componeerde hij 27 Gezelleliederen en schreef ook 5 koorcomposities op Gezelleteksten, alsook een essay, "G. Gezelle. Etude littéraire" (1920).
Links[wikipedia]
Relation to Gezellecomponist Gezelleliederen; correspondent
NameRyelandt, Louis-Bernard
Dates° 1841 - ✝ 1877
SexMannelijk
Occupationadvocaat; gemeenteraadslid; provincieraadslid
BioLouis Bernard Ryelandt was gehuwd met Marie-Louise Casier. Hij had zeven kinderen en was de vader van Joseph Ryelandt. Hijzelf was ook een goede pianist. Hij was gemeenteraadslid van Brugge en provincieraadslid van West-Vlaanderen.
NameTinel, Edgar
Dates° Sinaai, 27/03/1854 - ✝ Brussel, 28/10/1912
SexMannelijk
Occupationcomponist
BioEdgar Tinel kreeg zijn eerste muzieklessen van zijn vader, die koster-organist was in Sinaai. Aan het Koninklijk Conservatorium te Brussel kreeg hij les van o.a. Louis Brassin (piano), Alphonse Mailly (orgel) en François-Auguste Gevaert (compositie). Als pianovirtuoos werd hij een internationaal gevierd concertpianist met vertolkingen van Beethoven, Liszt en Mendelssohn, maar vooral Schumann. Daarna legde hij zich meer toe op de compositie. In 1877 kreeg hij de Prix de Rome voor zijn cantate Klokke Roeland op tekst van Maurits Sabbe. Door dit Nederlandstalige werk gingen velen de Franstalige Tinel onterecht als een flamingant aanzien. Wel schreef hij veel muziek op Nederlandse teksten, en was hij een van de eersten die gedichten van Gezelle op muziek zette. Hij schreef vooral vocale muziek. Samen met Jacques-Nicolas Lemmens leidde hij in België de internationale beweging voor authentieke kerkmuziek, waar ook August Reyns en Karel Mestdagh toe behoorden. In 1881 volgde hij Lemmens op als directeur van het Mechels Instituut voor religieuze muziek, het latere Lemmensinstituut. In 1889 werd hij aangesteld als inspecteur voor muziekonderricht, en in 1896 werd hij professor contrapunt en fuga aan het Brusselse conservatorium, waarvan hij vanaf 1908 directeur was. Hij steunde de Brugse componist Joseph Ryelandt tijdens zijn opleiding.
Relation to Gezellecorrespondent; componist van Gezelleliederen
Sources http://svm.be/content/tinel-edgar
NameVercruysse, Camiel
Dates° Kortrijk, 27/07/1839 - ✝ Kortrijk, 11/09/1905
SexMannelijk
Occupationindustrieel
BioCamille (Camiel) Alphonse Vercruysse werd op 27 juli 1839 te Kortrijk geboren als zoon van Joseph Vercruysse (1796-1876) en Aloïse Carpentier (1801-1872). Camiel was gehuwd met Elisabeth Vanden Broeck, en was een bijzondere beschermheer van Gezelle in Kortrijk. Hij zal in 1889 de onderhandelingen met het bisdom Brugge voeren om Gezelle te ontslaan van zijn verplichtingen als onderpastoor en een financiële regeling te vinden. Hij was o.m. voorzitter van het bureau van de kerkfabriek en de voorzitter van het berek van de katholieke scholen. Het gezin Vercruysse - Vanden Broeck had vijf kinderen: Marie Joséphine (1866-1929), gehuwd met ridder Michel de Haerne (1868-1938); Esther (1868-1929); Louis (1871-1912); Mathilde (1873-1914), gehuwd met Auguste Antoine Dieudonné Orban de Xivry; Alix (1875-1962), gehuwd met Georges Plissart. Camille Vercruysse behoorde immers tot een invloedrijke, Franstalige familie van Kortrijkse nijveraars en grondbezitters. Zelf was Camille zijn hele leven actief als industrieel en tegelijk was hij voorzitter van talrijke verenigingen die zich inzetten voor ‘des oeuvres catholiques et charitables de Courtrai.’ (L’Echo de Courtrai, 31/8/1890). Hij stierf te Kortrijk op 11 september 1905.
Relation to Gezelleadressenlijst Kortrijk
Sources https://gw.geneanet.org/frbiebuyck?n=vercruysse&oc=&p=camille

Name - place

NameGent
SettlementGent
NameKortrijk
SettlementKortrijk

Name - institute

NameSint-Lodewijkscollege Brugge
DescriptionHet Sint-Lodewijkscollege werd vanaf 9 oktober 1834 als bisschoppelijk college ingericht in de gebouwen van de voormalige Duinenabdij aan de Potterierei. In 1846 verhuisde de school naar de hoek van de Noordzandstraat en de Dweersstraat, waar het steeds verder uitbreidde tot de site te klein werd. In 1972 verliet het college de binnenstad voor zijn huidige locatie. Gezelle volgde er lagere school van 1 oktober 1841 tot 17 augustus 1846. Hij had er onder meer les van Ferdinand Van de Putte. Na zijn terugkeer naar Brugge hield hij nauw contact met de school, o.m. via Leonard Lodewijk De Bo die hij op het Grootseminarie had leren kennen en via oud-leerlingen als Hugo Verriest. Zo kwam hij ook in contact met een nieuwe generatie leerkrachten als Edward Van Robays, Jan Craeynest en Cyriel Delaere met wie hij het tijdschrift Biekorf stichtte.
Dating1834
Links[odis], [wikipedia]

Title - poem by Guido Gezelle

TitleIdisbald, Idisbald
PublicationVerzameld dichtwerk, deel V I, p. 347

Title12/02/1894, Brugge, Hendrik Rommel aan [Guido Gezelle]
EditorBart Vandekerkhove; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2023
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingBart Vandekerkhove; Universiteit Antwerpen, Rommel Hendrik aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), 12/02/1894. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2023 Available from World Wide Web: link .
SenderRommel, Hendrik
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent12/02/1894
Place SentBrugge (Brugge)
AnnotationAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie; plaats gereconstrueerd op basis van biografische gegevens.
Physical Description
Support Material 1 dubbel vel, 210 mm x 136 mm
papier, wit, gelijnd
papiersoort: 3 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle; idem rechts: 12/2 1894 (inkt, hand P.A.); idem rechts: 12 Febr. (potlood)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive6638
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.12918
Content Description
IncipitEr is een onzer oud-leerlingen die
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.