<Hit 1887 of 2965

>

p1
Mijn eerw Heer & Vriend,

Wij en kunnen om den drommel niet geware worden in welke strate dien Carnel woont, wij en kennen van zijn huismerk maar: Krijgspastor te Rijssel en dat is voorzeker te weinig. No 4[1] ligt hier te wachten tot dat wij nader bescheêd[2] krijgen.

En peist gij niet dat die twee spreuken van Heidendom[3] over die vroêvrouwe wat te vet gaan zijn om in de huisgezinnen gelezen te worden?

't Dunkt ons toch bijzonderlijk voor de deze waar de moeder beschreven of toch vernoemd wordt die ligt "drie uren later was het kind daar" enz. En ware het misschien niet beter dat net alzoo niet te vertellen ofte wel eene andere heidenheid er in te schuiven gelijk bijv.

Vele menschen die 's morgens uitgaan en eerst van al e vrouwmensch tegenkomen, trekken weêr naar huis: dat is teeken dat er hun binst den dag iets voorenvallen dat niet en deugt.

Hetzelfste voor den winkelier die de handgifte van eene vrouwe krijgt.

Als 't brood op de rugge ligt of het mes met de snede omhooge, de tooveressen zien al wat ge doet.p2- eenen stoel draaien = het geluk uit het huis

- kloefen[4] onder te boven leggen onder het bedde
eene wisse van de mare bereden[5] boven het bedde leggen.

- Winkt naar eene tooveresse, zij zal u komen den hals afvringen 't en zij dat er iets tusschen u en haar sta.

- als de haksters[6] schetteren— een ongeluk

- als de honden 's nachts huilen — 't is iemand dood

- Band rond den boom om de koortsen er rond te binden.

- Eene geete in den stal maakt de koeien gezond (?)

- 't Gene door 't gotegat[7] gegoten is moeten de zielkes opeten.

- de laatste melk geeft de beste boter.

naast de pelle – de beste eerdappel

‘waarschijnlijk uitgevonden om goeden raad te geven aan de kinders.’

Als een tand uitvalt smijt hem boven 't hoofd weg, hij zal weder groeien

’t Zellfste voor den nagel — maar te Desselghem moet gij dat op het Kerkhof doen.

Luksteentjes inzwelgen, dat zijn klene witachtige keikes.p3'k Peize dat het niet noodig en is u de nos van Heidendom te zenden

Daar is sprake van:

1°) Ma mère est morte de moi

2°) Tegen 't kwaad en moogt ge u niet weren dat gebeurt binst het kraam[8]

De Monies lichtprente[9] is naar Brussel.

Wij hadden zoo geern "Heidendom"[10] gedrukt in no 5.

Nog rond de 10 inschrijvers toegekomen onder andere de 3 westvlaamsche priesters van Limburg.

Groete u aldervriendelijkst
Edw Van Robays

Wanneer komt gij.

Danke u voor de laatste prachtige zende

Annotations

[1] Biekorf: 1 (1890) 4
[2] WNT bescheid: beslissende blijk, bewijs, teken van iets.
[3] Heidendom. In: Biekorf: 1 (1890) 5, p.66-69
[4] klompen
[5] Een wisse (twijg, dunne boomtak) die van de mare bereden is. De mare is in het Vlaamse volksgeloof een spookwezen, een kwelduivel die mensen, dieren en zelfs planten lastig valt, “berijdt” (op hun nek of rug gaan zitten). Een tak die van de mare bereden is, is zonder aanwijsbare reden vervormd, krom, ziek en doods. Zo’n tak werd op het bed gelegd om nachtmerries te voorkomen. De merrie in nachtmerrie is trouwens de mare, de kwelgeest, zoals ook in het Engelse ”nightmare”.
[6] eksters
[7] Gaatje in de buitenmuur van een woning, meestal naast de deur, ter hoogte van de vloer, waarlangs het vuile water na het schuren of dweilen naar de straatgoot buiten liep. Via het gotegat stond het binnenste van het huis in verbinding met wat buiten het huis was. Voor kwade geesten was dit een uitgelezen plek om het huis binnen te komen. Daarom werd het gotegat voor de nacht goed afgesloten.
[8] WNT het kraam: de bevalling
[9] Foto
[10] Verscheen effectief in nr. 5. Heidendom. In: Biekorf: 1 (1890) 5, p.66-69

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameVan Robays, Edward; Van Roobeke, Edward
Dates° Egem, 2 of 3/02/1855 - ✝ Barhamur, 30/05/1906
SexMannelijk
Occupationleraar; priester; missionaris; pater jezuïet
ResidenceIndië
BioEdward Van Robays, zoon van Leonardus, timmerman, en Rosalia Fraeye, werd tot priester gewijd te Brugge op 22/05/1880. Hij studeerde pedagogie te Leuven. Hij werd leraar wiskunde aan het Sint-Lodewijkscollege op 04/10/1881. Hij zette zich in voor de vernederlandsing van wiskundige termen en schreef diverse bijdragen hierover in Rond den Heerd. Hij was één van de stichters van het tijdschrift Biekorf. Op 24/09/1892 trad hij toe tot de jezuïeten en hij vertrok op 31/10/1894 naar West-Bengalen.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrrespondent; medewerker Rond den heerd; medestichter van Biekorf
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Sender

NameVan Robays, Edward; Van Roobeke, Edward
Dates° Egem, 2 of 3/02/1855 - ✝ Barhamur, 30/05/1906
SexMannelijk
Occupationleraar; priester; missionaris; pater jezuïet
ResidenceIndië
BioEdward Van Robays, zoon van Leonardus, timmerman, en Rosalia Fraeye, werd tot priester gewijd te Brugge op 22/05/1880. Hij studeerde pedagogie te Leuven. Hij werd leraar wiskunde aan het Sint-Lodewijkscollege op 04/10/1881. Hij zette zich in voor de vernederlandsing van wiskundige termen en schreef diverse bijdragen hierover in Rond den Heerd. Hij was één van de stichters van het tijdschrift Biekorf. Op 24/09/1892 trad hij toe tot de jezuïeten en hij vertrok op 31/10/1894 naar West-Bengalen.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrrespondent; medewerker Rond den heerd; medestichter van Biekorf
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameBrugge
SettlementBrugge

Name - person

NameDemonie, Emiel; skald; Wilfried; Logicus; De Monie
Dates° Roeselare, 28/07/1846 - ✝ Brugge, 03/01/1890
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; hoofdredacteur; auteur
BioEmiel Demonie, zoon van Desiderius Demonie, koopman, en Justina Verhaeghe, was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare en hij werd er op 1 oktober 1869 zelf ook leraar. Hij was er lid van Gezelles confraternity. Hij was de neef van Polydoor Demonie. Zijn priesterwijding ontving hij te Brugge op 7 november 1869. In 1874-1875 was hij poësistitularis van Albrecht Rodenbach in de Groote Stooringe. De studenten van Demonie weigerden tijdens een feest van de superior een Frans lied te zingen. Mede hierdoor werd hij ontslagen. Rodenbach schreef voor hem het gedicht De Meester. In Brugge werd hij onderpastoor van de Sint-Gilliskerk (22/08/1879) en godsdienstleraar aan de rijksnormaalschool voor meisjes (29/12/1884). Hij schreef artikels voor Loquela en was één van de medestichters van het tijdschrift Biekorf. In opvolging van Amaat Vyncke was hij een tijdje hoofdredacteur van De Vlaamsche Vlagge en hij schreef er artikels onder de schuilnamen Skald, Logicus en Wilfried. Hij was ook medewerker van de Almanak voor de leerende jeugd van Vlaanderen (1875-1876). Gezelle droeg het gedicht Ach, hoe dikmaals was 't mijn lot niet aan hem op. Bij zijn overlijden in 1890 schreef Gezelle het gedicht Wij bouwden op uw leven een getemmer.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezelleoud-leerling kleinseminarie; zanter (WDT); medestichter van Biekorf; medewerker Loquela; correspondent; gelegenheidsgedicht
Sources https://nevb.be/wiki/Demonie,_Emiel
NameVan Robays, Edward; Van Roobeke, Edward
Dates° Egem, 2 of 3/02/1855 - ✝ Barhamur, 30/05/1906
SexMannelijk
Occupationleraar; priester; missionaris; pater jezuïet
ResidenceIndië
BioEdward Van Robays, zoon van Leonardus, timmerman, en Rosalia Fraeye, werd tot priester gewijd te Brugge op 22/05/1880. Hij studeerde pedagogie te Leuven. Hij werd leraar wiskunde aan het Sint-Lodewijkscollege op 04/10/1881. Hij zette zich in voor de vernederlandsing van wiskundige termen en schreef diverse bijdragen hierover in Rond den Heerd. Hij was één van de stichters van het tijdschrift Biekorf. Op 24/09/1892 trad hij toe tot de jezuïeten en hij vertrok op 31/10/1894 naar West-Bengalen.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrrespondent; medewerker Rond den heerd; medestichter van Biekorf
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NameCarnel, Charles Désiré
Dates° Bailleul, 23/02/1823 - ✝ Rijsel, 22/03/1899
SexMannelijk
Occupationauteur; priester; pastoor; krijgsaalmoezenier; historicus; taalkundige; kunstschilder
Residence(Frankrijk) Frans-Vlaanderen
BioCarnel was afkomstig van Belle, bediende als pastoor verschillende Frans-Vlaamse parochies en werd tenslotte aalmoezenier van het militair hospitaal in Rijsel (1878-1897). Deze bediening gaf hem de gelegenheid zijn studie op het gebied van plaatselijke geschiedenis, taal- en letterkunde te onderhouden. Hij behoorde tot de medestichters van het Comité flamand de France en was secretaris van 1859 tot 1867. "Le dialecte flamand de France, etude phonétique et morphologique de ce dialecte tel qu'il est parlé spécialement à Bailleul et ses environs (Nord)" is zijn meest opgemerkte publicatie. Het was de bekroonde inzending op een in 1890 uitgeschreven prijsvraag door de Société des Sciences de Lille. Onder de vele Frans-Vlaamse publicisten is Carnel één van de weinigen die in Parijs werd uitgegeven. Zijn werk bestaat uit een fonetische en een grammaticale analyse van het dialect van Belle. Deze streektaal onderscheidde zich van de dialecten rond de kernen Hazebroek, Kassel en Duinkerke. Het dialect van Belle werd gesproken in een tiental gemeenten en wijken van de oude kasselrij. Carnel illustreerde het grammaticale gedeelte van zijn studie met vele voorbeelden uit de gesproken taal. De schrijver was er zich zeer van bewust dat de gesproken taal nagenoeg het enige restant was van het Vlaams in Noord-Frankrijk, dat bijgevolg dringend moest worden vastgelegd. Volgens Carnel waren de grenzen van het Vlaamse taalgebied onveranderd gebleven sedert Edmond de Coussemaker in 1857 zijn werk "Délimitation du Flamand et du Français dans le Nord de la France" had gepubliceerd.
Relation to Gezellemedesticher Comité Flamand de France
SourcesWilly Muylaert, Frans-Vlaanderen. in: Reizen in den Geest; https://data.bnf.fr/fr/10521648/desire_carnel/ ; Nationaal Biografisch Woordenboek http://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/nbwv/#page=0&accessor=accessor_index&view=imagePane

Name - place

NameDesselgem
SettlementWaregem
NameRijsel
SettlementLille

Titlexx/[02/1890], Brugge, Edward Van Robays aan [Guido Gezelle]
EditorEls Depuydt; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2023
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingEls Depuydt; Universiteit Antwerpen, Van Robays Edward aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), xx/[02/1890]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2023 Available from World Wide Web: link .
SenderVan Robays, Edward
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sentxx/[02/1890]
Place SentBrugge (Brugge)
AnnotationJaartal, maand en adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie; plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Published inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en enkele leden van de Dietsche Biehalle en Biekorf. Deel 2: Brieven / door Ina Galle. - Gent : onuitgegeven licentieverhandeling, (academiejaar 1984-1985), p.298-299
Physical Description
Support Material 1 dubbel vel, 212 mm x 133 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 3 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle; idem rechts: [Einde Februari 1890] (inkt, beide hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive6288
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.12611
Content Description
IncipitWij en kunnen om den drommel niet geware
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.