Over eenigen tijd, heb ik de vrijheid genomen u eene studie opte zenden over "het woord"[1] Zoo als ik het u geschreven heb, had ik reeds eenige bemerkingen op het papier gebracht over "de sprake" en deed mijne studien voort. Sedert dien heb ik nog geschreven over "de tale" en over de "geschrevene tale".
Ik heb u alsdan durven verzoeken, die bladzijden eens te overloopen om te zien of ik geene taalkundige ketterijen begaan had. maar ik begin te gevoelen dat ik verder heb willen springen of dat mijn stokske lang was. en......
Ik en beklage 't niet nogtans van mijne gedachten op het papier gebracht te hebben, en waren zij beschikt om in het een ofhet ander tijdschrift te verschijnen, nu, dat ik daarvan afgezien heb, zullen zij voor mij p2toch eene aangename gedenkenisse blijven van de troostvolle uren en dagen die ik daaraan besteed heb.
Ik hebbe mijne proefschriften bewaard, maar in het uitschrijven heb ik hier en daar nog een gedacht erbijgevoegd en zou daarom het afschrift dat ik u gezonden heb wel willen in bewaarnesse houden. Zoudet gij mij die blaren niet willen terugzenden? voor u kunnen zij van geener nut of dienste zijn, en voor mij, mijn herte rechtuit gesproken ik houd er aan.
Het spijt mij waarlijk dat ik uit de streke van Veurne-Ambacht ben en mij niet meer kan bezig houden met woorden op te zanten. Hier in Brugge gebeurt het zoo zelden dat ik ongeboekte woorden tegenkom.







