<Resultaat 2025 van 2965

>

p1+Laudetur Jesus Christus[1]
Eerw. Heere

Ik zoude geerne 't volgende van uwe goedheid verzoeken.

‘t Kame mij, zoo wel te passe wildet gij eenige minuten maar besteden aan ‘t overzetten in onze vlaamsche tale van die schoone Duitsche spreuken vergaard onder “Die zehn Gebote einer gesŭnden und verständigen Ernährŭng”[2]

Ziehier:[3]

I Wie Du issest, so arbeitest Du. Ein ŭngenügend ernährter Arbeiter verzehrt das Kapital, statt der Zinsen.
Ein gŭter Magen
Kann vieles vertragen;
Doch wäre er noch so gesŭnd
Am Unverstand geht er zu Grŭnd.

II Das Blŭt ist der Baumeister; die Eiweissstoffe sind die Bausteine dazŭ; merke:
Hulsenfrüchte, Milchgerichte
Machen ŭrgesŭndes Blŭt
Malen rosig bleiche Wangen
Geben Körperkraft und Mŭt.
p2III Die teuersten Speisen sind nicht immer die Nahrhaftesten; denn:
Milch und Haferbrei hat ŭnsern Alten
Den Arm gestählt ŭnd Heldenkraft erhalten

IV Dŭ lebst nicht von dem was Du issest, sondern von dem was Dŭ verdaust; darŭm:
Richtiges Kochen bringt Mark in die Knochen,
Gŭt gekaut ist halb verdaut

V Geniesfe[4] die Speizen nicht zŭ kalt ŭnd nicht zŭ heiss! denn:
Heisf[5] gegessen, heisf[6] getrŭnken,
Heisft[7] dem Zahnweh hergewŭnken,
Heisfes[8] Trinken heisft[9] verzehren
Heisft[10] den Magen schnell zerstören

VI Halte auf Abwechslŭng in den Speisen! denn
Alle Tage den gleichen Tisch,
Wär’s auch Wildpret oder Fisch
Macht dem Magen Langeweile,
Darŭm wechsele und verteile.

VII Stark gewürzte und stark gesalzene Speisen vermeide! denn:
Salz und würze nach Bedarf;
Aber niemals allzŭ scharf!
p3VIII Isst wie der Baumeister bauet; das Morgenesfen[11] als Fŭndament sei Solid; das Abendesfen[12] als Abschlŭsf[13] sei leicht; merke:
Des Morgens kleinen doch volle Krŭg
Des Mittags reichlich, das ist Klŭg;
Des Abends ein wenig, das ist genŭg

IX Kräftige Hauptmahlzeiten machen die Zwischenmahlzeiten entbehrlich; merke:
Der Magen ist ein fleissiger Knecht;
Doch wenn er rŭht, so rŭh’ er recht.
X Kaffee, Wein und Bier sin keine Nahrŭngsmittel, sondern nŭr Genŭssmittel; darŭm:
Gib nicht zŭ viel für Bier und Wein;
Lass die gebrannten Wasser sein;
Kauf’, was Gesŭndheit Dir verleiht
Und was zŭ Fleisch und Blŭt gedeiht;
Und wenn Ihr sitzt bei Speis’ und Trank
So saget unserm Herrgott Dank![14]

Ik zoude mij ten uitersten vereerd achten mochte ik van UEdele in vlaamsche verzen die “Tien geboden” wederkrijgen.p4Ondertusschen bied ik u reeds mijnen innigen dank dervooren

Uw dienare
Dr Hk Depoorter Hendrikcx
Blijde Inkomst str. 155

Noten

[1] Vertaling (Latijn): Geloofd zij Jezus Christus.
[2] Hendrik Depoorter vroeg aan Guido Gezelle om de Duitse gezondheidsspreuken verzameld door Friedrich Ebersold te vertalen, wat resulteerde in De tien geboden van eene gezonde en verstandige voeding. Uit de volgende brief van Depoorter aan Gezelle blijkt dat Gezelle dit onmiddellijk deed: ”Ik heb ze dan, in vlaamscher tale overgezet, van UEd. eenige uren naderhand weder gekregen.”
[3] Vertaling van Guido Gezelle (Verzameld dichtwerk, dl.VIII, p.302-303):

DE TIEN GEBODEN

van eene gezonde en verstandige voeding

I. — Zoo gij pleegt te eten, zoo zult gij plegen te

arbeiden. Een arbeider die niet genoeg en eet verleeft

zijn hoofdgeld instêe van zijn kroozen te verleven.

Goede magen

Kunnen vele dragen;

Doch, ware een' mage nog zoo goed,

Onwijs bedrijf ze kranken doet.

II. — Het bloed is de metser, de metssteenen zijn

het eiwitvoedsel, deswegen:

Zuivel, melk en boongekooksel

Zijn de grond van zuiver bloed,

Maken roodgeverfde kaken,

Krachtig lijf en kloeken moed.

III. — 't Groot geld en geeft de groote voedzaamheid

niet, want:

Havermeel en zuivel miek onze ouders

Stalen arm - en heldenmoed behouders.

IV. — G' en leeft niet bij 't gene dat gij eet, maar bij

't gene dat gij van uw eten verteert; daarom:

Kookt te mate, en knabbelt kleen,

Wilt gij mark in pijpe en been;

Mond en kweern

Zijn half 't verteren.

V. — Noch te koud noch te heet en zult gij eten of

drinken, want:

Heete drank en heete brokken

Hebben menig tand getrokken;

Al te koud entwat genieten

Is vergif in 't lichaam gieten.

VI. — Houdt eenen wisselgang in uwe eetmalen,

want:

Altijd een en 't zelve knagen

Doet in 't end de mage tragen;

Weze 't wild of weze 't visch,

Altijd 't zelve ondeugend is.

VII. — Vermijdt al 't gene te sterk gezouten,

gepeperd of anderszins gekruid is:

Wilt gij teren lange en wel,

Kruidt en zout maar nooit te fel.

VIII. — Het eten slacht het bouwen; het morgenmaal

moet, als grondslag, vast en kloek; het avendmaal

integendeel, als bovenkappe, licht en gering zijn,

dus:

's Morgens, vol en kleen gelag,

Meer te midden van den dag;

's Avonds minst van al vermag.

IX. — Voedzame hoofdgetijen doen dat men de

tusschengetijen kan missen, immers:

De mage slacht een knecht vol vlijt,

Die rusten moet, is 't rustens tijd.

X. — Kaffee, wijn en bier en zijn geen zaken die

voedsel, maar wellust en genoegte geven, daarom:

Laat brandgeest, bier en wijn vrij staan:

't Zal zonder deze drie wel gaan;

Maar koopt al dat tot vleesch beklijft,

En 't bloed gezond deur 't herte drijft;

Daarbij, wanneer gij eten gaat,

Den Heer te bidden nooit en laat!

[4] sf geschreven voor ß.
[5] sf geschreven voor ß.
[6] sf geschreven voor ß.
[7] sf geschreven voor ß.
[8] sf geschreven voor ß.
[9] sf geschreven voor ß.
[10] sf geschreven voor ß.
[11] sf geschreven voor ß.
[12] sf geschreven voor ß.
[13] sf geschreven voor ß.
[14] ’ unserm Herrgott Dank!’: Groter en met dikker inkt geschreven.

Register

Correspondenten - personen

NaamDepoorter, Hendrik
Datums° Emelgem, 22/12/1863 - ✝ Sint-Kruis (Brugge), 02/01/1947
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioHendrik Depoorter werd geboren te Emelgem 22 december 1863 als zoon van geneesheer Augustinus Depoorter (1830-1916) en Rosalia Verstraete (1829-1903). In 1883 was hij student te Emelgem. Vervolgens studeerde hij geneeskunde te Leuven. In het najaar van 1891 signeerde hij zijn brieven als dokter. Tijdens zijn studententijd woonde hij in de Blijde Inkomststraat 155, waar hij ook nog kort na zijn afstuderen verbleef (1891 en begin 1892). Later in 1892 vestigde hij zich als arts in de Brugstraat te Izegem. Depoorter huwde drie keer. Zijn eerste huwelijk was op 13 augustus 1891 met de Leuvense Maria Louisa Hendrickx (Leuven, 1857 - Izegem, 1895), met wie hij drie kinderen kreeg: Auguste, Joseph en Felicitas. Maria Louisa overleed in 1895 na de geboorte van hun derde kind. Op 22 juli 1896 trad hij in het huwelijk te Ardooie met Adeline Vuylsteke (1861-1925), met wie hij zoon Paul kreeg, later oorlogsburgemeester tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn derde huwelijk was op 5 september 1925 te Brugge met de Sidonie Volcke (1869-1949). In 1883 begon Depoorter te corresponderen met Guido Gezelle. Die briefwisseling beperkte zich niet tot zijn studiejaren: ook als praktiserend arts zette hij het contact met de dichter verder. Depoorter verzamelde woorden uit oude boeken voor Gezelle, vroeg taaladvies, en werkte mee aan een prijskamp over Vlaamse namen en ziekten in het Leuvense. In 1891 vertaalde Gezelle op zijn vraag Duitse gezondheidsspreuken van Friedrich Ebersold, wat resulteerde in de folder 'De tien geboden van eene gezonde en verstandige voeding'. Hendrik Depoorter overleed op 2 januari 1947 in Sint-Kruis (Brugge).
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsdrukwerk
Bronnen https://gezelle.be/guido-gezellearchief/gezellearchief-onderzoek-12-1-algemene-intro/gezellearchief-onderzoek-12-4-extra-muros-1/gezellearchief-onderzoek-12-4-extra-muros-1; Geneanet
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamDepoorter, Hendrik
Datums° Emelgem, 22/12/1863 - ✝ Sint-Kruis (Brugge), 02/01/1947
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioHendrik Depoorter werd geboren te Emelgem 22 december 1863 als zoon van geneesheer Augustinus Depoorter (1830-1916) en Rosalia Verstraete (1829-1903). In 1883 was hij student te Emelgem. Vervolgens studeerde hij geneeskunde te Leuven. In het najaar van 1891 signeerde hij zijn brieven als dokter. Tijdens zijn studententijd woonde hij in de Blijde Inkomststraat 155, waar hij ook nog kort na zijn afstuderen verbleef (1891 en begin 1892). Later in 1892 vestigde hij zich als arts in de Brugstraat te Izegem. Depoorter huwde drie keer. Zijn eerste huwelijk was op 13 augustus 1891 met de Leuvense Maria Louisa Hendrickx (Leuven, 1857 - Izegem, 1895), met wie hij drie kinderen kreeg: Auguste, Joseph en Felicitas. Maria Louisa overleed in 1895 na de geboorte van hun derde kind. Op 22 juli 1896 trad hij in het huwelijk te Ardooie met Adeline Vuylsteke (1861-1925), met wie hij zoon Paul kreeg, later oorlogsburgemeester tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn derde huwelijk was op 5 september 1925 te Brugge met de Sidonie Volcke (1869-1949). In 1883 begon Depoorter te corresponderen met Guido Gezelle. Die briefwisseling beperkte zich niet tot zijn studiejaren: ook als praktiserend arts zette hij het contact met de dichter verder. Depoorter verzamelde woorden uit oude boeken voor Gezelle, vroeg taaladvies, en werkte mee aan een prijskamp over Vlaamse namen en ziekten in het Leuvense. In 1891 vertaalde Gezelle op zijn vraag Duitse gezondheidsspreuken van Friedrich Ebersold, wat resulteerde in de folder 'De tien geboden van eene gezonde en verstandige voeding'. Hendrik Depoorter overleed op 2 januari 1947 in Sint-Kruis (Brugge).
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsdrukwerk
Bronnen https://gezelle.be/guido-gezellearchief/gezellearchief-onderzoek-12-1-algemene-intro/gezellearchief-onderzoek-12-4-extra-muros-1/gezellearchief-onderzoek-12-4-extra-muros-1; Geneanet

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamLeuven
GemeenteLeuven

Naam - persoon

NaamDepoorter, Hendrik
Datums° Emelgem, 22/12/1863 - ✝ Sint-Kruis (Brugge), 02/01/1947
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioHendrik Depoorter werd geboren te Emelgem 22 december 1863 als zoon van geneesheer Augustinus Depoorter (1830-1916) en Rosalia Verstraete (1829-1903). In 1883 was hij student te Emelgem. Vervolgens studeerde hij geneeskunde te Leuven. In het najaar van 1891 signeerde hij zijn brieven als dokter. Tijdens zijn studententijd woonde hij in de Blijde Inkomststraat 155, waar hij ook nog kort na zijn afstuderen verbleef (1891 en begin 1892). Later in 1892 vestigde hij zich als arts in de Brugstraat te Izegem. Depoorter huwde drie keer. Zijn eerste huwelijk was op 13 augustus 1891 met de Leuvense Maria Louisa Hendrickx (Leuven, 1857 - Izegem, 1895), met wie hij drie kinderen kreeg: Auguste, Joseph en Felicitas. Maria Louisa overleed in 1895 na de geboorte van hun derde kind. Op 22 juli 1896 trad hij in het huwelijk te Ardooie met Adeline Vuylsteke (1861-1925), met wie hij zoon Paul kreeg, later oorlogsburgemeester tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn derde huwelijk was op 5 september 1925 te Brugge met de Sidonie Volcke (1869-1949). In 1883 begon Depoorter te corresponderen met Guido Gezelle. Die briefwisseling beperkte zich niet tot zijn studiejaren: ook als praktiserend arts zette hij het contact met de dichter verder. Depoorter verzamelde woorden uit oude boeken voor Gezelle, vroeg taaladvies, en werkte mee aan een prijskamp over Vlaamse namen en ziekten in het Leuvense. In 1891 vertaalde Gezelle op zijn vraag Duitse gezondheidsspreuken van Friedrich Ebersold, wat resulteerde in de folder 'De tien geboden van eene gezonde en verstandige voeding'. Hendrik Depoorter overleed op 2 januari 1947 in Sint-Kruis (Brugge).
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsdrukwerk
Bronnen https://gezelle.be/guido-gezellearchief/gezellearchief-onderzoek-12-1-algemene-intro/gezellearchief-onderzoek-12-4-extra-muros-1/gezellearchief-onderzoek-12-4-extra-muros-1; Geneanet
NaamEbersold, Friedrich; Ebersold, Fritz
Datums° Saanen, 11/03/1851 - ✝ Zürich, 11/06/1923
GeslachtMannelijk
Beroepredacteur; schrijver; toneelschrijver
VerblijfplaatsZwitserland
BioFriedrich Ebersold werd geboren op 11 maart 1851 in Saanen als zoon van Franz Ebersold. Hij begon zijn loopbaan als journalist bij de krant “Der Bund”. Van 1893 tot 1898 was hij uitgever en redacteur van het “Intelligenzblatt für die Stadt Bern”. Nadien werkte hij als redacteur bij de “Schweizerische Wirte-Zeitung”. In 1912 nam hij de uitgeverij en redactie van het satirische blad “Nebelspalter” over, naast de uitbating van een aanpalend café. Begin 1918 keerde hij terug naar de “Schweizerische Wirte-Zeitung”. Als auteur publiceerde Ebersold uiteenlopende werken: volkslectuur, historische romans, toneelstukken in Berner dialect en toeristische gidsen. Werken van hem zijn de roman “Pflicht und Liebe” (1882), de komedies “E strubi Wuche” (1889), “Wie Christen eine Frau gewinnt“ (1891), “E Radikalkur” (1892) en “D’s Puntenööri” (1904), evenals het wandelboek “Durch das Berner Oberland” (1893). Hij publiceerde ook over gezonde voeding, waaronder “Unser täglich Brot” (1893). Op verzoek van dokter Hendrik Depoorter vertaalde Guido Gezelle een aantal van zijn Duitse gezondheidsspreuken in het Nederlands. Naast zijn literaire en journalistieke activiteiten was Ebersold algemeen secretaris van de Zwitserse gastherenvereniging (Schweizerischer Wirteverein). Fritz Ebersold overleed op 11 juni 1923 in Zürich.
Links[wikipedia]
NaamHendrickx, Maria Louisa
Datums° Leuven, 25/06/1857 - ✝ Izegem, 25/09/1895
GeslachtVrouwelijk
BioMarial Louisa Hendrickx werd geboren te Leuven op 25 juni 1857. Zij huwde op 13 augustus 1891 Hendrik Depoorter met wie ze drie kinderen kreeg: Auguste, Joseph en Felicitas. Maria Louisa overleed te Izegem op 25 september 1895 na de geboorte van hun derde kind.
BronnenGeneanet

Naam - plaats

NaamLeuven
GemeenteLeuven

Titel - gedicht van Guido Gezelle

TitelDe tien geboden van eene gezonde en verstandige voeding
PublicatieVerzameld dichtwerk, deel VIII, p. 302

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Depoorter, Hendrik

Correspondenten - personen

Depoorter, Hendrik
Gezelle, Guido

Naam - persoon

Depoorter, Hendrik
Ebersold, Friedrich
Hendrickx, Maria Louisa

Naam - plaats

Leuven

Plaats van verzending

Leuven

Titel - gedicht van Guido Gezelle

De tien geboden van eene gezonde en verstandige voeding

Titel30/09/1891, Leuven, Hendrik Depoorter aan [Guido Gezelle]
EditeurStefaan Maes
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2025
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenStefaan Maes, Depoorter Hendrik aan Gezelle Guido, Leuven (Leuven), 30/09/1891. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
VerzenderDepoorter, Hendrik
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum30/09/1891
VerzendingsplaatsLeuven (Leuven)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Gepubliceerd indl. VIII, p.303 (vertaling en Duitse tekst)
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 175 mm x 112 mm
papier, wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt, purper
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6463
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.12405
Inhoud
IncipitIk zoude geerne 't volgende van uwe goedheid
Samenvatting Hendrik Depoorter stuurt Gezelle Duitse gezondheidsspreuken van Friedr. Ebersold samen met de vraag om die te vertalen (vertaling zie: De tien geboden van eene gezonde en verstandige voeding: Verz. Dichtw., dl. VIII, p.302-303)
Tekstsoortbrief
TalenNederlands; Duits
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.