<Hit 1698 of 2965

>

p1
Eerweerde

Siffer zei dat wy, door de tusschenkomst van volksvertegenwoordigers, hulpgeld van den staat & de provincie moesten vragen voor ’t herdrukken van ’t Idioticon

‘k Ga ik schryven naar Baron de Surmont; zoudt gy MM. Tack of Reynaert of Dehaerne niet kunnen spreken? Wy moeten hierop steunen dat de herdruk over 2 à 3 jaar te wege was, maar dat wy ’t hebben moeten laten steken, by gebrek aan inschryvers.

De provincie zou ook mogen hulpgeld geven; zy heeft in den tyd ingeschreven voor 12 exemplaren –

Zoudt gy M. Liebaert daarover niet kunnen spreken?

Siffer zegt dat wy niet en mogen beginnen eer wy die hulpgelden gevraagd & gekregen hebbenp2Zonder uitstel zal ik beginnen het handschrift of drukcopie gereed maken.

Groete Ul. & blyve met eerbied
P Baes
presbyter

Register

Correspondents - persons

NameBaes, Pieter Petrus
Dates° Elverdinge, 29/04/1848 - ✝ Izegem, 21/07/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar, schooldirecteur; schoolopziener; auteur
BioPieter Baes was de zoon van Boudewijn Baes, herbergier, en Joanna Ligneel. Hij studeerde aan het Sint-Vincentiuscollege te Ieper en kreeg zijn priesterwijding op 21 december 1872, maar hij was al leraar vanaf september 1872 aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge, voor de lessen in koophandel en wiskunde. In november 1873 riep Adolf Duclos Pieter Baes en andere bekenden bijeen om een ‘opstelraad’ voor Rond den Heerd samen te stellen. Baes maakte de stichting mee van de Gilde van Sint-Luitgaarde op 13 februari 1874 en hij bleef tot 1883 secretaris. Op 23 april 1879 kreeg hij een opdracht als docent aan de Staatsnormaalschool voor jongens in Brugge, maar hij werd hetzelfde jaar nog geschorst ingevolge de wet Van Humbeek. Vanaf 17 september 1879 werd hij principaal van het Izegemse Sint-Jozefsgesticht alsook van de vrije lagere school. In 1895 werd hij diocesaan inspecteur. Baes zette zich in voor goede schoolboeken en publicaties voor het onderwijs waaronder "De Taalsleutel of Vlaamsche Spraakregels, Tafelwijze geschikt" en het onderwijskundige tijdschrift "Sint-Canisiusblad".
Links[odis], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT); lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Sender

NameBaes, Pieter Petrus
Dates° Elverdinge, 29/04/1848 - ✝ Izegem, 21/07/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar, schooldirecteur; schoolopziener; auteur
BioPieter Baes was de zoon van Boudewijn Baes, herbergier, en Joanna Ligneel. Hij studeerde aan het Sint-Vincentiuscollege te Ieper en kreeg zijn priesterwijding op 21 december 1872, maar hij was al leraar vanaf september 1872 aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge, voor de lessen in koophandel en wiskunde. In november 1873 riep Adolf Duclos Pieter Baes en andere bekenden bijeen om een ‘opstelraad’ voor Rond den Heerd samen te stellen. Baes maakte de stichting mee van de Gilde van Sint-Luitgaarde op 13 februari 1874 en hij bleef tot 1883 secretaris. Op 23 april 1879 kreeg hij een opdracht als docent aan de Staatsnormaalschool voor jongens in Brugge, maar hij werd hetzelfde jaar nog geschorst ingevolge de wet Van Humbeek. Vanaf 17 september 1879 werd hij principaal van het Izegemse Sint-Jozefsgesticht alsook van de vrije lagere school. In 1895 werd hij diocesaan inspecteur. Baes zette zich in voor goede schoolboeken en publicaties voor het onderwijs waaronder "De Taalsleutel of Vlaamsche Spraakregels, Tafelwijze geschikt" en het onderwijskundige tijdschrift "Sint-Canisiusblad".
Links[odis], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT); lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameIzegem
SettlementIzegem

Name - person

NameBaes, Pieter Petrus
Dates° Elverdinge, 29/04/1848 - ✝ Izegem, 21/07/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar, schooldirecteur; schoolopziener; auteur
BioPieter Baes was de zoon van Boudewijn Baes, herbergier, en Joanna Ligneel. Hij studeerde aan het Sint-Vincentiuscollege te Ieper en kreeg zijn priesterwijding op 21 december 1872, maar hij was al leraar vanaf september 1872 aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge, voor de lessen in koophandel en wiskunde. In november 1873 riep Adolf Duclos Pieter Baes en andere bekenden bijeen om een ‘opstelraad’ voor Rond den Heerd samen te stellen. Baes maakte de stichting mee van de Gilde van Sint-Luitgaarde op 13 februari 1874 en hij bleef tot 1883 secretaris. Op 23 april 1879 kreeg hij een opdracht als docent aan de Staatsnormaalschool voor jongens in Brugge, maar hij werd hetzelfde jaar nog geschorst ingevolge de wet Van Humbeek. Vanaf 17 september 1879 werd hij principaal van het Izegemse Sint-Jozefsgesticht alsook van de vrije lagere school. In 1895 werd hij diocesaan inspecteur. Baes zette zich in voor goede schoolboeken en publicaties voor het onderwijs waaronder "De Taalsleutel of Vlaamsche Spraakregels, Tafelwijze geschikt" en het onderwijskundige tijdschrift "Sint-Canisiusblad".
Links[odis], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT); lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
NameDe Haerne, Désiré
Dates° leper, 04/07/1804 - ✝ St.-Joost-ten-Node, 22/03/1890
SexMannelijk
Occupationpriester; inspecteur onderwijs; leraar; onderpastoor; rector; volksvertegenwoordiger
BioDésiré Dehaerne, zoon van Petrus-Antonius-Andreas Dehaerne en Sophia-Catherina Van der Ghote, was leerling aan het college te leper en aan het grootseminarie te Gent. Hij ontving zijn priesterwijding te Doornik op 06/06/1828. Hij was achtereenvolgens leraar aan het Regiscollege te Gent en aan het college te Kortrijk (01/08/1824), onderpastoor te Moorslede (27/03/1829) en retoricaleraar aan het kleinseminarie te Roeselare (16/01/1830). Wegens zijn verzet tegen de Nederlandse bewindslieden werd hij door de Gentse bisschop als leraar ontslagen (22/03/1830). Hij was daarna onderpastoor van de Sint-Jacobsparochie te Brugge (26/07/1830-05/09/1831), lid van het Nationaal Congres voor het arrondissement Roeselare (03/11/1830), volksvertegenwoordiger voor de arrondissementen Roeselare (29/08/1831-23/04/1833) en Kortrijk (29/02/1844-22/03/1890), retoricaleraar van het pas opgerichte St.-Amandscollege te Kortrijk (okt. 1833-1844), diocesaan hoofdinspecteur (1852) en rector van het Engels Seminarie te Brugge (08/07/1869-6/08/1873). Hij zette zich in voor het onderwijs voor doofstommen en blinden. Hij was directeur van de zusters van Liefde, Instituut voor Doofstommen en Blinden te Brussel (1858-1869), directeur en medestichter van het Katholiek Instituut voor Doofstommen Handsworth Woodhouse (1870) en directeur en medestichter van het Katholiek Instituut voor Doofstommen Boston Spa (1883). Hij was een voorstander van de vernederlandsing van het middelbaar onderwijs. Gezelle schreef het gedicht 'De Haerne, al wierd ik blind, nog nauwelijks geboren' voor de inhuldiging van het standbeeld van De Haerne te Kortrijk. Gezelle maakte ook de tekst voor zijn gedenksteen: 'Blijve in 't Vlaamsch uw' naam niet ongemeld'.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellegelegenheidsgedichten
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NameLiebaert, Julien Auguste Marie Joseph
Dates° Kortrijk, 22/06/1848 - ✝ Ternat, 16/09/1930
SexMannelijk
Occupationpoliticus; volksvertegenwoordiger; senator; minister; advocaat
BioJulien Liebaert werd doctor in de rechten (1870) en in de politieke en administratieve wetenschappen (1871) aan Katholieke Universiteit Leuven. Hij was advocaat in Brussel en Kortrijk. Hij was een Belgisch politicus voor de Katholieke partij en werd zo provincieraadslid (1877-1890), gedeputeerde van West-Vlaanderen (1878-1890), volksvertegenwoordiger te Kortrijk (1890-1919), senator (1919-1929) en minister (1899-1912). Hij was ook werkzaam als directeur en regent van de Nationale Bank (1912-1930).
Links[odis], [wikipedia]
NameReynaert, Auguste
Dates° Anzegem, 14/11/1833 - ✝ Kortrijk, 22/07/1915
SexMannelijk
Occupationadvocaat; politicus; burgemeester; volksvertegenwoordiger
BioAuguste Ghyslain Reynaert studeerde aan de universiteit van Leuven waar hij promoveerde tot doctor in de wijsbegeerte en letteren (1855) en tot doctor in de rechten (1858). Hij was werkzaam als advocaat aan de balie van Kortrijk (1858-1915). Als katholiek politicus was hij volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Kortrijk (1854-1910), gemeenteraadslid van Kortrijk in 1866 en ten slotte burgemeester van Kortrijk (1885-1915). In 1864 werd Reynaert verkozen tot katholiek volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Kortrijk en vervulde dit mandaat tot in 1910. Hij werd tot gemeenteraadslid van Kortrijk verkozen bij de verkiezingen van 1866 en werd burgemeester benoemd in 1885, een ambt dat hij zou uitoefenen tot aan zijn dood.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent
NameSiffer, Alfons
Dates° Zomergem, 21/03/1850 - ✝ Gent, 03/03/1941
SexMannelijk
Occupationboekhandelaar; drukker; uitgever; politicus; volksvertegenwoordiger; auteur
BioAlfons Siffer deed zijn humaniorastudies aan het Bisschoppelijk College te Sint-Niklaas, en studeerde vervolgens rechten in Leuven. Deze studie moest hij om gezondheidsredenen stopzetten. In 1874 behaalde hij het diploma van kandidaat-notaris aan de universiteit van Gent. In 1875 was hij medestichter en eerste secretaris-penningmeester van het Gentse Davidsfonds en later bestuurslid van het nationale Davidsfonds (1878). In 1877 richtte hij samen met zijn vermogende schoonzus Sophie, de halfzus van zijn latere echtgenote, de NV Siffer-Leliaert op en werd hij boekhandelaar, drukker en uitgever in Gent op de hoek van het Sint-Baafsplein en de Lange Kruisstraat. Hij huwde met Marie Fierlefijn in 1879. Hij werd de vaste drukker van de Koninklijke Vlaamse Academie. Hij drukte ook heel wat tijdschriften waaronder ook Franstalige zoals Le magasin littéraire en Le Drapeau. In 1886 stichtte hij het tijdschrift Het Belfort, waarin hij zelf ook bijdragen publiceerde. Siffer was ook uitgever van heel wat katholieke auteurs zoals Karel de Gheldere, August Cuppens, Hugo Verriest, Alfons Moortgat, René De Clercq en Amaat Joos. Ook Gezelle liet werk bij hem drukken of uitgeven zoals de Duikalmanak (1888-1899). De eerste aflevering verscheen aanvankelijk bij Karel Beyaert-Storie, maar na een ruzie kwam Gezelle bij Siffer in Gent terecht. De druk gebeurde in de Sint-Augustinusdrukkerij. Vanaf 1895 was Siffer ook werkzaam in de politiek o.m. als volksvertegenwoordiger.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; drukker/uitgever van werk van gezelle
Sources http://users.skynet.be/sb176943/AndriesVandenAbeele/druk_gezelle.htm
NameTack, Pierre
Dates° Kortrijk, 18/12/1818 - ✝ Kortrijk, 11/04/1910
SexMannelijk
Occupationadvocaat; industrieel; politicus; minister van staat
BioPierre Tack studeerde wijsbegeerte en recht aan de katholieke universiteit Leuven. Hij was een advocaat en industrieel (brouwer) in Kortrijk. Vanaf 1848 was hij ook politiek bedrijvig voor de Katholieke Partij als stadssecretaris (1849-1854), gemeenteraadslid (1863), schepen (1867-1870 en 1872-1907) en volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Kortrijk (1854-1908). Hij oefende heel wat functies uit binnen de Kamer. Verder was hij minister van financiën in de regering Jules d'Anethan (07-08 1870). Op 09/11/1897 werd hij minister van staat. Op 12/12/1897 gebeurde de huldiging van zijn 50 jaar openbaar leven. Hiervoor schreef Gezelle de gedichten 't Takske zal eens boom bedijgen en De Boom van Belgenland.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellegelegenheidsgedichten
NameSurmont de Volsberghe, Arthur Henri Marie Ghislain
Dates° Gent, 05/10/1837 - ✝ Sint-Denijs-Westrem, 30/10/1906)
SexMannelijk
Occupationpoliticus
BioArthur Surmont startte zijn politieke carrière als gemeenteraadslid in Voormezele (1866-1879). Hij was verder provincieraadslid en bestendig afgevaardigde van West-Vlaanderen (1872-1878), burgemeester van Ieper (1891-1900) en senator voor Ieper (1878-1903). Later was hij minister van nijverheid en arbeid ( 1900-1902).
Links[wikipedia]

Name - place

NameIzegem
SettlementIzegem

Title - other work

TitleWestvlaamsch idioticon
AuthorDe Bo, Leonard Lodewijk
Date1873
PlaceBrugge
PublisherGailliard

Title12/11/1888, Izegem, Pieter Baes aan [Guido Gezelle]
EditorKarel Platteau; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2023
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingKarel Platteau; Universiteit Antwerpen, Baes Pieter Petrus aan Gezelle Guido, Izegem (Izegem), 12/11/1888. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2023 Available from World Wide Web: link .
SenderBaes, Pieter Petrus
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent12/11/1888
Place SentIzegem (Izegem)
AnnotationAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Published inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en enkele leden van de Dietsche Biehalle en Biekorf. Deel 2: Brieven / door P. Deboever. - Gent : onuitgegeven licentieverhandeling, (academiejaar 1984-1985), p.334
Physical Description
Support Material 1 enkel vel, 212 mm x 136 mm
papier, wit, rechthoekig geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Lay-out watermerk: schild met initialen A M G
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive6070
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.12357
Content Description
IncipitSiffer zei dat wy, door de tusschenkomst
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.