<Hit 1523 of 2965

>

p1
Geliefde Meester

Ge zyt waarlyk te veel aanmoedigend voor my. 't Is als of ge wat voorliefde gevoeld voor uw petekind, want ge zyt waarlyk de peter van mynen bundel of liever nog de vroedmeester die 't kind op de wereld gebracht heeft.

't Is wonder hoe dat ik lang getracht heb om uwe goedkeuring te verdienen van eer ik U persoonlyk kennen mocht, tot dien kengelyken avond dat wy te samen rond den knetterenden heerd zaten, dat myn hert het uwe mocht raken of dat ik uit uwen mond veel meer lof mocht hooren als dat ik ooit had durven verhopen.

Lang had het my aan aanmoediging ontbroken. 't Geen ik maakte, over jaren, deed het meeste plezier in den huiskring; en de geletterden, die, 't mee gelegenheid hoorden, vonden 't zeer netjes, maar niemand en sprak van uitgeven, het trok zoo weinig op Bilderdyk, dien Vader David zaliger (Ons Here wilt 't zyn vlaamsche ziele vergeven) in zoo hooge eer had gesteld[1]p2En nochtans my docht altyd dat er iets in zat in 't geen ik maakte, maar 'k was vreesachtig en gewoon de jongste te zyn. Ondertusschen leerde ik eenige uwer gedichten kennen. 'k Zag dat gy uwe eigene gangen gingt en dat ge 't hert kost raken met eenvoudig en waar te zyn. 'k Hoorde uw talent hoog roemen maar tevens onnavolgbaar verklaren. Dat deed my peinzen, hopen en vreezen

't Maken van de vlaggewyding bracht my in betrekking met mynen vriend De Lepeleer en een nieuw leven begost

Nochtans niettegenstaande al de aanmoedigingen en al den goeden raad dien ik aan mynen vriend te danken heb, zou er nog zoo gauw geen kwestie geweest hebben van drukken haddet gy my niet by myn hand gepakt en vooruit getrokken.

'k Mag dus zeggen met recht dat ge de vroedmeester van mynen bundel zyt van myn kind. Ook zal ik U er altyd dankbaar voor blyven

'k Zal dus te Poperinghe een woord zeggen.

Bid God met my dat hy 't my ingeve tot zyne meerden eer en gloriep3Dank voor uwe bemerkingen op Wiegeldewaggel ik neem ze byna altemaal aan.

Nu heeft de Zonne der Vryheid geschenen behoud ik liever zoo als 't is. 't Geeft my al goed die fransche grootspraak weer die ik hier met opzet wil belachelyk maken Misschien hebt gy iets tegen geschenen, maar wy en kennen hier geschongen niet.

'k En weet niet of ge ook nog getroffen geweest hebt door het tafereelken dat ik beschryf 'k Heb dikwyls verwonderd geweest te zien hoe haastig de kleine kinderen (en de groote ook) zyn om door misbruik hunne vryheid te bevestigen en hoe dat ze om te toonen hoe onafhankelyk ze zyn den rug keeren naar deze van wien geheel hun geluk afhangt. Daar zal zeker Vader Adam met zynen appel weer achter zitten

'k Heb aan eenige uwer Collega's der Taalkamer Gedichten gezonden zoo als aan Voorzitter; Schryver Claeys, Daams, Van Droogenbroeck, Hiel, Nolet, in een woord aan al de dichters van ons gedacht of niet. Zyn er nog ander dichters? hoeverre zoudt gy my raden dat te trekken?

Tot ziens en nogmaals dank
A.J.M. Janssens

Annotations

[1] David publiceerde: De Geestenwareld, gedicht van H. Bilderdijk, uitgegeven met inleidingen aenteekeningen, Leuven, 1842.

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameJanssens, Alfons J. M.
Dates° Sint-Niklaas, 16/10/1841 - ✝ Luzern, 01/09/1906
SexMannelijk
Occupationpoliticus; dichter; auteur; textielfabrikant
BioAlfons Janssens studeerde aan het Sint-Jozefscollege van Sint-Niklaas. In 1868 was hij sergeant bij de pauselijke zoeaven. Hij huwde in 1872 en nam samen met zijn broer de leiding van de familiale textielfabriek. Hij was de medestichter van de Gilde van Ambachten en Neringen Sint-Niklaas. Vanaf 1885 was hij betrokken bij het Davidsfonds als voorzitter en in het hoofdbestuur. Hij was ook een dichter en auteur en lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Hij was zeer goed bevriend met Guido Gezelle met wie hij uitgebreid correspondeerde. Zo bleef hij bij Janssens overnachten na de zittingen van de Academie. Gezelle maakte drie gedichten voor Janssens die verband houden met deze bezoeken. Op de treinreis terug schreef hij andere gedichten zoals "Hoe helder, zwart op wit, die koe". Janssens zelf leverde bijdragen aan "De Vlaamsche Wacht", "Rond den Heerd", "Loquela", "Het Belfort" en "Vlaamsche Zanten". Als katholiek politicus was hij gemeenteraadslid van Sint-Niklaas (1885-1904 ) en lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers in het arrondissement Sint-Niklaas (1892-1900).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde; Rond den Heerd; Loquela; gelegenheidsgedichten

Sender

NameJanssens, Alfons J. M.
Dates° Sint-Niklaas, 16/10/1841 - ✝ Luzern, 01/09/1906
SexMannelijk
Occupationpoliticus; dichter; auteur; textielfabrikant
BioAlfons Janssens studeerde aan het Sint-Jozefscollege van Sint-Niklaas. In 1868 was hij sergeant bij de pauselijke zoeaven. Hij huwde in 1872 en nam samen met zijn broer de leiding van de familiale textielfabriek. Hij was de medestichter van de Gilde van Ambachten en Neringen Sint-Niklaas. Vanaf 1885 was hij betrokken bij het Davidsfonds als voorzitter en in het hoofdbestuur. Hij was ook een dichter en auteur en lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Hij was zeer goed bevriend met Guido Gezelle met wie hij uitgebreid correspondeerde. Zo bleef hij bij Janssens overnachten na de zittingen van de Academie. Gezelle maakte drie gedichten voor Janssens die verband houden met deze bezoeken. Op de treinreis terug schreef hij andere gedichten zoals "Hoe helder, zwart op wit, die koe". Janssens zelf leverde bijdragen aan "De Vlaamsche Wacht", "Rond den Heerd", "Loquela", "Het Belfort" en "Vlaamsche Zanten". Als katholiek politicus was hij gemeenteraadslid van Sint-Niklaas (1885-1904 ) en lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers in het arrondissement Sint-Niklaas (1892-1900).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde; Rond den Heerd; Loquela; gelegenheidsgedichten

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameSint-Niklaas
SettlementSint-Niklaas

Name - person

NameDe Lepeleer, Eugène
Dates° Sint-Maria-Oudenhove, 21/12/1856 - ✝ Gent, 04/06/1923
SexMannelijk
Occupationpriester; auteur; leraar; kanunnik
BioEugeen De Lepeleer werd op 21 december 1856 te Sint-Maria-Oudenhoven geboren. Hij studeerde klassieke filologie aan de Universiteit van Leuven, en nam vaak de pen ter hand. Als seminarist schreef hij in het tijdschrift 'De Vlag' (Paasaflevering 1876) o.I.v. Hendrik Claeys priester-dichter. Later gaf hij zelf les in het kleinseminarie van Sint-Niklaas, waar tot 1899 titularis van de poësis was. Daar kreeg hij de bijnaam ‘De dikke Lepeleer’. Hij ontving zijn priesterwijding op 22 mei 1880 en was auteur van teksten voor 'Katharina', een romantische opera op muziek van Edgar Tinel. Verder publiceerde hij over kunst en liturgie in Dietsche warande en Belfort. Ook vertaalde hij Friedrich Wilhelm Webers 'Dreizehnlinden'. Naar aanleiding hiervan schreef Guido Gezelle rond 1892 het gedicht ‘Lepeleer, gij zijt een koene’. In 1899 werd Eugène leraar godsdienst aan het Koninklijk Atheneum van Gent alsook erekanunnik van Sint-Baafs. In 1906 werd hij inspecteur van het middelbaar onderwijs in de Bisschoppelijke Colleges. Een drietal jaar later werd hij lid van de Bisschoppelijke Raad, en in 1911 titulair kanunnik. Hij kreeg van Leuven een doctoraat honoris causa.
Links[odis], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedicht
SourcesLieve Gevers, Bewogen Jeugd, Leuven, 1987 p.81; Joris Dedeurwaerder, ‘Professor Speleers, een biografie’, Gent: Academia ,[2002], p 22; https://collectie.letterenhuis.be/doc/au::11378
NameDe Potter, Frans
Dates° Gent, 04/01/1834 - ✝ Gent, 15/08/1904
SexMannelijk
Occupationjournalist, publicist; geschiedschrijver; bibliograaf
BioDe Potter genoot alleen lager onderwijs en studeerde verder op eigen kracht. Hij begon als redacteur bij de dagbladpers (1856-1870) en schopte het daarna tot hoofdredacteur van het katholieke Fondsenblad (1871-1878). In 1886 werd hij de eerste vast secretaris van de toen opgerichte Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Aanvankelijk publiceerde hij bij het Willemsfonds, maar vanaf begin jaren 1870 kiest hij de kant van de katholieke partij. Hij stond mee aan de wieg van het Davidsfonds in 1875 en was er vanaf 1878 tot aan zijn overlijden de eerste algemene secretaris, en bovendien ook voorzitter van de afdeling Gent van 1885 tot 1904. Hij publiceerde tal van werken: eerst verhalen en geschriften over folklore, daarna op het terrein van de geschiedenis, in het bijzonder van de Vlaamse gemeenten. Te vermelden zijn vooral zijn Vlaamsche Bibliographie in 4 delen (1893-1902) en een aantal delen van een Geschiedenis van de Gemeenten van Oost-Vlaanderen (samen met Jan Broeckaert).
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Sources https://nevb.be/wiki/De_Potter,_Frans ; J. Broeckaert, Frans de Potter en zijne werken. In: Jaarboek van de Kon. Vl. Academie voor Taal- en Letterkunde, 1906; W. Rombauts, De Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde, Gent 1979, p. 53-54
NameDaems, Servatius; Frater Domien
Dates° Noorderwijk, 04/06/1838 - ✝ Tongerlo, 30/07/1903
SexMannelijk
Occupationpredikant; Norbertijner kanunnik; bibliothecaris; letterkundige
ResidenceNederland
BioServaas Daems deed zijn humaniora aan het college te Herentals en trad daarna in bij de Norbertijnen te Tongerlo, waar hij bibliothecaris werd en professor in de theologie. Hij stelde zijn talent als redenaar en als dichter vooral in dienst van zijn godsdienstig en pedagogisch ideaal. Op taalgebied nam Daems een algemeen-Nederlands standpunt in en voelde niet veel voor particularisme. Hij was lid van de Maatschappij te Leiden sedert 1882 en werd in 1886 ook verkozen tot lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Als bestuurder hield hij in 1900 onder de titel "Een eeuw van strijd" een invloedrijke toespraak over honderd jaar Vlaamse taalstrijd. Als letterkundige publiceerde hij de roman "Voor twee Vaders" (1868) en een humoristisch boekje "De Kruiwagens" (1869). Verder ook het toneelstuk "Sinte Dimphna’s Marteldood" (1874) en een aantal dichtbundels, sommige in middeleeuws trant. Hij vertaalde ook de XXste zang van Longfellows "Hiawatha". Tussen Gezelle en Daems bestond er maar matige waardering. Zo schreef hij een parodie op Gezelles "Bezoek bij 't graf".
Links[odis], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal-en Letterkunde
Sources https://nevb.be/wiki/Daems,_Servaas_D.; R. Sterkens, Servaas Daems en zijn letterkundige werken, 1935
NameHiel, Emmanuel
Dates° Sint-Gillis-Dendermonde, 31/05/1834 - ✝ Schaarbeek, 27/08/1899
SexMannelijk
Occupationschrijver; ambtenaar
BioEmmanuel Hiel was een Vlaams dichter en medelid van Gezelle bij de Academie. Hij groeide op in Dendermonde en verhuisde in 1857 naar Brussel. Hij werd er eerst tolbeambte en uiteindelijk ambtenaar bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Hij kwam er in contact met Vlaamsgezinde radicale en vrijzinnige Brusselse liberalen. Hij engageerde zich in Vlamingen Vooruit!, de vrijmetselaarsloge Les Amis Philanthropes en was medeoprichter van de Willemsfondsafdeling. Van 1879 tot 1884 was hij liberaal gemeenteraadslid te Schaarbeek. Hij ijverde er onder meer voor de vertaling van de straatnaamborden. Intussen werd hij hoogleraar Nederlandse voordracht bij het Koninklijk Conservatorium te Brussel. Hij kreeg ook een nauwe band met Peter Benoit, voor wie hij vele liedteksten dichtte. In 1869 werd hij lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden en in 1886 stichtend lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, waarvan hij in 1889 ondervoorzitter en in 1890 voorzitter was.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Sources https://nevb.be/wiki/Hiel,_Emanuel_(eigenlijk_Emmanuel)
NameJanssens, Alfons J. M.
Dates° Sint-Niklaas, 16/10/1841 - ✝ Luzern, 01/09/1906
SexMannelijk
Occupationpoliticus; dichter; auteur; textielfabrikant
BioAlfons Janssens studeerde aan het Sint-Jozefscollege van Sint-Niklaas. In 1868 was hij sergeant bij de pauselijke zoeaven. Hij huwde in 1872 en nam samen met zijn broer de leiding van de familiale textielfabriek. Hij was de medestichter van de Gilde van Ambachten en Neringen Sint-Niklaas. Vanaf 1885 was hij betrokken bij het Davidsfonds als voorzitter en in het hoofdbestuur. Hij was ook een dichter en auteur en lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Hij was zeer goed bevriend met Guido Gezelle met wie hij uitgebreid correspondeerde. Zo bleef hij bij Janssens overnachten na de zittingen van de Academie. Gezelle maakte drie gedichten voor Janssens die verband houden met deze bezoeken. Op de treinreis terug schreef hij andere gedichten zoals "Hoe helder, zwart op wit, die koe". Janssens zelf leverde bijdragen aan "De Vlaamsche Wacht", "Rond den Heerd", "Loquela", "Het Belfort" en "Vlaamsche Zanten". Als katholiek politicus was hij gemeenteraadslid van Sint-Niklaas (1885-1904 ) en lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers in het arrondissement Sint-Niklaas (1892-1900).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde; Rond den Heerd; Loquela; gelegenheidsgedichten
NameNolet de Brauwere van Steeland, Jan
Dates° Rotterdam, 23/02/1815 - ✝ Vilvoorde, 21/06/1888
SexMannelijk
Occupationauteur
ResidenceNederland
BioJan Nolet De Brauwere van Steelandt was een Belgisch-Nederlandse schrijver. Hij deed zijn humaniorastudies in Doornik en in Brugge. Later ging hij rechten studeren aan de Rijksuniversiteit Gent. Hij behoorde tot de vriendenkring van Jan Frans Willems (1832 -1838). Daarna studeerde hij verder aan de Katholieke Universiteit Leuven bij kanunnik Jan Baptist David. Hij was auteur van meerdere epische gedichten en medewerker aan diverse tijdschriften. Hij was ook lid van het Brussels Taal- en Letterkundig Genootschap, voorzitter van het Taalverbond en lid van de Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde. Hij was voorvechter van het behoud van het Nederlands en nam nooit afstand van zijn Nederlandse nationaliteit. Hij was een vurig tegenstander van het taalparticularisme en van de verfransing in Vlaanderen. In polemische geschriften ging hij heftig tekeer ging het West-Vlaamse taalparticularisme.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
NameVan Droogenbroeck, Jan; Ferguut, Jan
Dates° Sint-Amands, 17/01/1835 - ✝ Schaarbeek, 27/05/1902
SexMannelijk
Occupationauteur; dichter; leraar; muziekleraar; ambtenaar; redacteur
BioJan Van Droogenbroeck was aanvankelijk onderwijzer in Schaarbeek (1855-1870). Vanaf 1870 gaf hij les aan de muziekschool van Schaarbeek en Sint-Joost. In 1877 werd hij ambtenaar aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Hij was een dichter en prozaschrijver die in het begin publiceerde onder het pseudoniem Jan Ferguut. Gezelle droeg aanvankelijk het gedicht Weldadig zonneweer op aan Jan Van Droogenbroeck. In Rijmsnoer liet hij deze opdracht vallen. Van Droogenbroeck had in 1896 de vijfjaarlijkse prijs voor poëzie toegewezen gekregen en niet Gezelle. Hij was medewerker van de tijdschriften De Toekomst en Noord en Zuid en hoofdredacteur van De Zweep.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie
NameWillems, Pieter
Dates° Maastricht, 06/01/1840 - ✝ Sint-Joris-Weert, 23/02/1898
SexMannelijk
Occupationhoogleraar; classicus; dialectoloog
ResidenceNederland
BioWillems werd geboren in Maastricht waar hij humaniorastudies deed. Daarna ging hij naar de universiteit in Leuven waar hij in 1861 de graad van doctor in de letteren behaalde. Hij werd er in 1964 hoogleraar in de klassieke filologie en in 1872 secretaris van de universiteit. Willems was sinds 1871 briefwisselend en sinds 1877 werkend lid van de Koninklijke Academie van België in Brussel. In 1885 was hij lid van de Klasse der Letteren van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen in Amsterdam en in 1886 werd hij lid en eerste voorzitter van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde in Gent. Als pas benoemd hoogleraar was hij in 1866, in opvolging van J.B. David, voorzitter geworden van "Met Tijd en Vlijt". Daarna was hij ook, van 1878 tot aan zijn dood in 1898, voorzitter van het Davidsfonds. Door zijn vele academische en culturele functies was hij een zeer gevraagd gastspreker en gewaardeerd jurylid van staatsprijzen, o.m. die van Conscience in 1870 en V. Loveling in 1894. Als classicus legde hij zich toe op de dialectologie. Hij schreef er verschillende artikelen over en verzamelde een massa dialectmateriaal uit 337 Vlaamse dorpen en steden, dat gedigitaliseerd werd in de Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Sources https://pieterwillems.eu/leven
NameClaeys, Hendrik
Dates° Zomergem, 07/12/1838 - ✝ Gent, 17/11/1910
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; pastoor; erekanunnik; auteur; dichter
BioHendrik Claeys werd op 7 december 1838 geboren te Zomergem. Hij werd op 19 december 1863 tot priester gewijd in Brugge. Vervolgens werd hij leraar poëzie aan het College van Oudenaarde (28/09/1864) en aan het kleinseminarie van Sint-Niklaas (1869-1884). Hij was er belangrijk voor het Davidsfonds van Sint-Niklaas. Vervolgens was hij pastoor in Oostakker (31/07/1884) en in Gent (08/05/1890). Op 6 mei 1887 kreeg hij de titel doctor honoris causa aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij werd erekanunnik aan het Sint-Baafskapittel te Gent op 14 oktober 1904. Hij schreef verschillende gelegenheidsgedichten, cantates en artikels. Hij ontwikkelde zich ook als een groot redenaar. Zo verzorgde hij de lijkredes voor Hendrik Conscience en Guido Gezelle.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie
NameDavid, Jan Baptist
Dates° Lier, 25/01/1801 - ✝ Leuven, 24/03/1866
SexMannelijk
Occupationkanunnik; leraar; hoogleraar; directeur; auteur
BioJ.B. David werd in Lier geboren waar hij al vroeg in contact kwam met J.F. Willems die hem de liefde voor taal bij bracht. Hij was aanvankelijk een apothekersleerling maar koos toch voor een priesteropleiding. Zijn priesterwijding ontving hij op 20/08/1823. Hij studeerde letteren-en wijsbegeerte aan de universiteit van Leuven, waar hij ook doctoreerde (01/08/1842). Hij was er eveneens voorzitter van de katholieke Vlaamse studentenbond Met Tijd en Vlijt. Hij was werkzaam in het onderwijs als studiemeester aan het Koninklijk Atheneum van Antwerpen (1821-1822), leraar Latijn en Nederlands aan het kleinseminarie van Mechelen en als directeur van het Koninklijk Atheneum te Mechelen (1831-1836). Op 16/09/1834 werd hij docent Vlaamse Letterkunde en Belgische Geschiedenis aan de Leuvense universiteit tot 1865. Ondertussen was hij op 25 oktober 1833 ook erekanunnik geworden van het Sint-Romboutskapittel te Mechelen. In 1835 kreeg hij van de regering officiële steun voor het vastleggen van de schrijfwijze in de Nederlandse taal. Daartoe richtte hij samen met Willems de 'Maetschappy tot bevordering der Nederduitsche Tael- en Letterkunde' op. In 1841 en 1850 werd hij verkozen tot voorzitter van de Taal- en Letterkundige Congressen. In 1856 werd hij benoemd tot lid van de Commissie der Taalgrieven en in 1864 van de spellingcommissie. In 1875 stichtte hij het Davidsfonds. Hij publiceerde tal van werken over spelling en spraakkunst zoals 'Nederduitsche Spraekkunst', bloemlezingen van prozaschrijvers en dichters, maar ook zijn schoolboeken werden gedurende tientallen jaren ruim verspreid. In de tijdschriften 'De Middelaer' en 'De School- en Letterbode' en zijn boek 'Tael- en Letterkundige Aenmerkingen' uitte hij harde taalkundige en literaire kritiek op het werk van Vlaamse schrijvers. In 1862 sprak David zich in Brugge uit tegen het particularisme van Gezelle. Gezelle bezocht David in Leuven.
Links[odis], [wikipedia]
Sources http://theater.ua.ac.be/nevb/html/David,%20Jan-Baptist.html
NameBilderdijk, Willem
Dates° Amsterdam, 07/09/1756 - ✝ Haarlem, 18/12/1831
SexMannelijk
Occupationgeschiedkundige; taalkundige; dichter; advocaat
ResidenceNederland
BioWillem Bilderdijk was een zonderling genie. Hij publiceerde enorm veel dichtbundels en 'vaderlandse' beschouwingen, demonstreerde een enorme belezenheid o.m; ook van Oosterse poëzie. Had een turbulent en droevig bestaan. Gezelle las enorm veel van hem. Op het vlak van taalkunde vond Gezelle steun bij Bilderdijk wat 'dialectwoorden' betreft. Piet Couttenier schreef in (dbnl) Het Bilderdijk-Museum jg. 21, 2004 : 'De zon is Bilderdijk' Enkele aspecten van de Bilderdijk-receptie in Vlaanderen.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to GezelleGezelle bezat zijn boeken en las die intens
SourcesPiet Couttenie, De zon is Bilderdijk' Enkele aspecten van de Bilderdijk-receptie in Vlaanderen. In: Het Bilderdijk-Museum: 21 (2004), p.8-12

Name - place

NamePoperinge
SettlementPoperinge
NameSint-Niklaas
SettlementSint-Niklaas

Name - institute

NameDe Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal en Letterkunde
DescriptionDit wetenschappelijk genootschap bestudeert en stimuleert de Nederlandse taal- en literatuur. Na een lange voorgeschiedenis werd het opgericht bij Koninklijk Besluit van 8 juli 1886 als Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. De activiteiten omvatten onder meer maandelijkse bijeenkomsten met wetenschappelijke en letterkundige besprekingen, prijsvragen en publicaties. Guido Gezelle was één van de stichtende leden. Dit was een belangrijke erkenning van zijn werk. Hij was betrokken bij verschillende prijsvragen en schonk ook een deel van zijn boeken aan de academie.
Dating1886-heden
Links[wikipedia]

Title - other work

TitleGedichten
AuthorJanssens, A. J. M.
Date1887
PlaceGent
PublisherS.Leliaert; A. Siffer & Cie

Title09/09/1887, Sint-Niklaas, Alfons J. M. Janssens aan [Guido Gezelle]
EditorKarel Platteau; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2022
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingKarel Platteau; Universiteit Antwerpen, Janssens Alfons J. M. aan Gezelle Guido, Sint-Niklaas (Sint-Niklaas), 09/09/1887. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2022 Available from World Wide Web: link .
SenderJanssens, Alfons J. M.
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent09/09/1887
Place SentSint-Niklaas (Sint-Niklaas)
AnnotationAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Published inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en enkele leden van de Dietsche Biehalle en Biekorf. Deel 2: Brieven / door Ina Galle. - Gent : onuitgegeven licentieverhandeling, (academiejaar 1984-1985), p.218-219
Physical Description
Support Material 1 dubbel vel, 207 mm x 133 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 3 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive5875
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.12188
Content Description
IncipitGe zyt waarlyk te veel aanmoedigend voor
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.