<Hit 1490 of 2965

>

p1
Wel Eerwaarde Heer en Collega,

Het was mij zeer aanmoedigend Uwen bijval voor myne woordenlijst te verwerven. Indien de andere leden onzen Commissie dit Glossarium insgelijks goedkeuren, zal ik het met Gods hulp zoo spoedig mogelijk trachten af te werken.[1]

Ik ben geheel van Uw gevoelen, wat de samengestelde woorden betreft. In de letter A geef ik reeds behalve ane arnen het enkele arnen, met de bijvoeging: "zie ane arnen".

Over al werende enz. heb ik den tijd niet gehad verder na te denken. Voorloopig blijf p2ik het als deelwoord beschouwen, gelijk aan het waalsche tot courant, tot lisant = en courant, en lisant. Lodewijk XIV, verhaalt men hier, vroeg aan een luykschen werkman, dien hij tot waterleidingen in Versailles gebruikt had, hoe hij tot zijne uitvinding gekomen was. Hij antwoordde op zijn waalsch: tot tusant, sire, d.i. al denkende, en pensant. Indien al werende door epenthesis ontstaen is uit al weren of al werene, is de laatste vorm de oudste; het tegenovergestelde heeft plaats zoo al werende door afkapping al weren is geworden. Nu vindt men wel in de 13de en 14e eeuw vele voorbeelden van al werende, doch zooveel ik weet, geen enkel van al weren, en ben dus geneigd den laatsten vorm als den jongeren aan te zien. Ik dank U evenwel zeer voor Uwe belangrijke opmerking en zal de zaak verder onderzoeken.

Met de hoogste achting blijf ik, Zeer Eerwaarde Heer,
Uw dienaer
L. Roersch

Annotations

[1] Binnen de Vlaamsche Academie was Roersch Gezelles collega in de Bestendige commissie belast met het bevorderen van de studie der oudgermaansche en middelnederlandsche talen, met het uitgeven van middelnederlandsche werken en met het bevorderen van de studie der gewestspraken. Met “myne woordenlijst” en “dit Glossarium” heeft Roersch het over zijn Woordenboek op Alexanders Geesten van Jacob Van Maerlant, Gent, Drukkerij S. Leliaert, A. Siffer & Cie - Drukkers der Koninklijke Vlaamsche Academie, 1888. Roersch gebruikte de uitgave van Van Maerlants werk door Ferdinand Snellaert (Brussel, 1860-1861) en geraakte in deze beperkte publicatie maar tot aan de letter d.

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameRoersch, Lodewijk
Dates° Maastricht, 31/05/1831 - ✝ Luik, 28/10/1891
SexMannelijk
Occupationleraar; hoogleraar; taalkundige
ResidenceNederland
BioLouis Chrétien Roersch deed zijn middelbare studies aan het atheneum van zijn geboortestad en ging daarna studeren aan de Faculteit Wijsbegeerte en Letteren van de Leuvense universiteit, waar hij contact had met J.B. David en met het genootschap Met Tijd en Vlijt. Hij promoveerde er in 1853 en werd daarna leraar in Brugge en Luik. In 1870 werd hij lid van de Zuidnederlandsche Maatschappij van Taalkunde. Twee jaar later werd hij tot gewoon hoogleraar taalkunde benoemd aan de universiteit van Luik waar hij zich toelegde op de geschiedenis van de filologie in België. In 1882 volgde zijn benoeming tot corresponderend lid van de Klasse der Letteren van de Académie royale en vijf jaar later tot gewoon lid. In 1884 was hij ondertussen ook lid geworden van de Commission de la Biographie Nationale, waarvoor hij verscheidene nota’s leverde. Zijn aandacht ging vooral uit naar het onderwijs. Vele van zijn publicaties zijn overigens schoolboeken. In de Académie royale maakte hij ook deel uit van de Commission chargée de la publication des anciens monuments de la littérature flamande, waar hij werkte aan een glossarium op de "Alexanders Yeesten" van Jacob van Maerlant. Wellicht werd hij daardoor een van de achttien leden die in 1886 benoemd werden bij de oprichting van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde in Gent.
Links[dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
SourcesW. Rombauts, Jaarboek van de Kon. Vl. Academie voor Taal- en Letterkunde, 1979, p.54-55 ; https://www.uliege.be/cms/c_10508749/fr/louis-roersch; https://www.rhcl.nl/nl/ontdekken/blog-overzicht/de-professorenbuurt-deel-4-louis-roersch

Sender

NameRoersch, Lodewijk
Dates° Maastricht, 31/05/1831 - ✝ Luik, 28/10/1891
SexMannelijk
Occupationleraar; hoogleraar; taalkundige
ResidenceNederland
BioLouis Chrétien Roersch deed zijn middelbare studies aan het atheneum van zijn geboortestad en ging daarna studeren aan de Faculteit Wijsbegeerte en Letteren van de Leuvense universiteit, waar hij contact had met J.B. David en met het genootschap Met Tijd en Vlijt. Hij promoveerde er in 1853 en werd daarna leraar in Brugge en Luik. In 1870 werd hij lid van de Zuidnederlandsche Maatschappij van Taalkunde. Twee jaar later werd hij tot gewoon hoogleraar taalkunde benoemd aan de universiteit van Luik waar hij zich toelegde op de geschiedenis van de filologie in België. In 1882 volgde zijn benoeming tot corresponderend lid van de Klasse der Letteren van de Académie royale en vijf jaar later tot gewoon lid. In 1884 was hij ondertussen ook lid geworden van de Commission de la Biographie Nationale, waarvoor hij verscheidene nota’s leverde. Zijn aandacht ging vooral uit naar het onderwijs. Vele van zijn publicaties zijn overigens schoolboeken. In de Académie royale maakte hij ook deel uit van de Commission chargée de la publication des anciens monuments de la littérature flamande, waar hij werkte aan een glossarium op de "Alexanders Yeesten" van Jacob van Maerlant. Wellicht werd hij daardoor een van de achttien leden die in 1886 benoemd werden bij de oprichting van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde in Gent.
Links[dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
SourcesW. Rombauts, Jaarboek van de Kon. Vl. Academie voor Taal- en Letterkunde, 1979, p.54-55 ; https://www.uliege.be/cms/c_10508749/fr/louis-roersch; https://www.rhcl.nl/nl/ontdekken/blog-overzicht/de-professorenbuurt-deel-4-louis-roersch

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameLuik

Name - person

NameRoersch, Lodewijk
Dates° Maastricht, 31/05/1831 - ✝ Luik, 28/10/1891
SexMannelijk
Occupationleraar; hoogleraar; taalkundige
ResidenceNederland
BioLouis Chrétien Roersch deed zijn middelbare studies aan het atheneum van zijn geboortestad en ging daarna studeren aan de Faculteit Wijsbegeerte en Letteren van de Leuvense universiteit, waar hij contact had met J.B. David en met het genootschap Met Tijd en Vlijt. Hij promoveerde er in 1853 en werd daarna leraar in Brugge en Luik. In 1870 werd hij lid van de Zuidnederlandsche Maatschappij van Taalkunde. Twee jaar later werd hij tot gewoon hoogleraar taalkunde benoemd aan de universiteit van Luik waar hij zich toelegde op de geschiedenis van de filologie in België. In 1882 volgde zijn benoeming tot corresponderend lid van de Klasse der Letteren van de Académie royale en vijf jaar later tot gewoon lid. In 1884 was hij ondertussen ook lid geworden van de Commission de la Biographie Nationale, waarvoor hij verscheidene nota’s leverde. Zijn aandacht ging vooral uit naar het onderwijs. Vele van zijn publicaties zijn overigens schoolboeken. In de Académie royale maakte hij ook deel uit van de Commission chargée de la publication des anciens monuments de la littérature flamande, waar hij werkte aan een glossarium op de "Alexanders Yeesten" van Jacob van Maerlant. Wellicht werd hij daardoor een van de achttien leden die in 1886 benoemd werden bij de oprichting van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde in Gent.
Links[dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
SourcesW. Rombauts, Jaarboek van de Kon. Vl. Academie voor Taal- en Letterkunde, 1979, p.54-55 ; https://www.uliege.be/cms/c_10508749/fr/louis-roersch; https://www.rhcl.nl/nl/ontdekken/blog-overzicht/de-professorenbuurt-deel-4-louis-roersch
NameLodewijk XIV
Dates° Saint-Germain-en-Laye, 05/09/1638 - ✝ Versailles, 01/09/1715
SexMannelijk
Occupationkoning
ResidenceFrankrijk
BioLodewijk XIV was van 1643 tot aan zijn dood koning van Frankrijk en Navarra.
Links[wikipedia]

Name - place

NameLuik
NameVersailles

Title - other work

TitleWoordenboek op Alexanders Geesten van Jacob Van Maerlant
AuthorRoersch, Lodewijk
Date1888
PlaceGent
PublisherS. Leliaert, A. Siffer & Cie

Title18/07/1887, Luik, Lodewijk Roersch aan [Guido Gezelle]
EditorPaul Thoen; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2023
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingPaul Thoen; Universiteit Antwerpen, Roersch Lodewijk aan Gezelle Guido, Luik, 18/07/1887. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2023 Available from World Wide Web: link .
SenderRoersch, Lodewijk
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent18/07/1887
Place SentLuik
AnnotationAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Physical Description
Support Material 1 dubbel vel, 177 mm x 111 mm
papier, wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Lay-out watermerk: Original Oxford Mill (schild met dierenmotieven)
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive5849
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.12161
Content Description
IncipitHet was mij zeer aanmoedigend Uwen
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.