<Hit 1467 of 2965

>

p1
Zeer Eerw. Heer en Vriend,

Danke u wel, voor de aangewezen verbeteringen en opmerkingen[1] maar laat mij nu nog iets weermerken als ’t u belieft:

Gij zijt niet voor dien zerpaard, stikaard, koolaard, enz.

Ja, maar 't is om dat gij dien uitgang aard hier hebt afgeleid van hard — Ik neem hem voor 't naamwoord aard, die art, espèce, sorte, manière de. . . aarden, arten, iets ervan hebben, erop trekken, er aan gelijken:

zerpaard, die den aard heeft van iets dat zerp[2] is;

stikaard, die . . . van iets dat stikt; —

koolaard, die . . . van kolen.

Uitgang l-ing dient hier niet, volgens mij; zoo veel te meer om dat p2hij dikwijls gebruikt wordt als uitgang van iets kleen: metaaling zou haast: een deelken metaal, beteekenen; gesmijding = gesmijdeken.

=====

Emmerig, voor electro-positif, en weeremmerig, voor electro-negatif, aanveerde ik geern.

Maar gij zoudt liever ammerig, en weerammerig hebben, omdat de Hollanders zouden kunnen peizen dat emmer eens is met eemer; — en omdat de Limburgers ammer zeggen voor een koolke vier. . . .

Laat ons de Hollanders maar peizen. . . . zij zijn 't geweune; — en aan de Limburgers zal men laten hooren dat er hier geen koolke vier, of breuze, in gemoeid en is.

=====

Mag ik alkool niet nemen voor eene samentrekking van alkohol; zonder ooit op 't francoois alcool, te peizen?

Dat noem ik elders: wakoolzerp, dat is: oxyde d'hydrogène et de carbone = alcool.p3Is gesmijde niet eerder al dat van metaal gesmeed is, als dat het de stoffe zelve zou bedieden?

Hebben soorte, sulfer, violet, klasse, graad, kleur, nog geen burgerrecht om te gelden neffens slach, zwavel, peersch, vak, stip of stek, verwe? En zijn die woorden in den grond ook misschien geene vlamingen? Neffens klasse zegt men wel klos-se, ook een slach van vergâringe; en graad, gradus, gradior, gelijkt wel aan ons schrede, scherde, schreden. En scherde is wel iets meer als een stip of stek; maar onz' voorouders en maten dat toch zoo nauwe niet.

Verwe schijnt mij iets opgepleisterd te zijn; en kleur iets innig, dat naar buiten vliegt. . .

In plaats van vramsel uit wolfram, kan lompsel staan, als vertalinge van tungstène. Doet 't niet?p4Is er in mijne weder-zeggingen iets dat schreeuwt, schrijf een woordeke als ’t u belieft, en 't zal gebeteren, ik beloof het u.

Andermaal bedankt, met de verzekeringe mijner beste gevoelens in Christo.
Uw ootmoedige dienaar,
D.G. Meersseman, Pastor.
Moorseele, 10 Juni 1887.

Annotations

[1] Gezelle corrigeerde de tekst van Meersseman voor de publicatie van: Scheikunde in het Vlaamsch. In het tijdschrift Het Belfort werden in 1887 het voorwoord en het eerste hoofdstuk gepubliceerd: Proeve van scheikunde in het Vlaamsch. In: Belfort: 2 (1887), p.421-427.

Ook in Biekorf publiceerde hij later: Een ander blad Scheikunde. In: Biekorf: 1 (1890) 23, p.352-356.

[2] WNT = zuur

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameMeersseman, Desiderius-Gratianus
Dates° Geluveld, 27/02/1828 - ✝ Moorsele, 12/01/1902
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; pastoor; auteur; bestuurder
BioDesiderius Meersseman was de zoon van Clement Meersseman, bakker, en Regina Liefooghe. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 21/05/1853. Hij was leraar aan het Brugse Sint-Lodewijkscollege (21/05/1853 - 26/03/1875). Vervolgens was hij pastoor in Woumen (26/03/1875) en in Moorsele (20/09/1882). Hij volgde Edward Declercq op als bestuurder bestuurder van het klooster van Les Filles Enfant Jésus in Moorsele. In 1860 hield hij te ’s-Hertogenbosch een lezing op het zesde Taal- en letterkundig Congres: Over eenige voordelen onzer moedertale in de eerste ontwikkeling en hoogere beschaving des geestes (Brugge, 1861). Hij was ook lid van de Gilde van Sinte Luitgaarde. Hij publiceerde een aantal redevoeringen waaronder twee die hij voor de Gilde van Sinte-Luitgaarde uitgaf in 1874 en 1876. Hij schreef in het tijdschrift Rond den Heerd en Biekorf. Hij publiceerde o.m. over de vervlaamsing van scheikundige termen.
Links[odis], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; medewerker Rond den Heerd; Biekorf

Sender

NameMeersseman, Desiderius-Gratianus
Dates° Geluveld, 27/02/1828 - ✝ Moorsele, 12/01/1902
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; pastoor; auteur; bestuurder
BioDesiderius Meersseman was de zoon van Clement Meersseman, bakker, en Regina Liefooghe. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 21/05/1853. Hij was leraar aan het Brugse Sint-Lodewijkscollege (21/05/1853 - 26/03/1875). Vervolgens was hij pastoor in Woumen (26/03/1875) en in Moorsele (20/09/1882). Hij volgde Edward Declercq op als bestuurder bestuurder van het klooster van Les Filles Enfant Jésus in Moorsele. In 1860 hield hij te ’s-Hertogenbosch een lezing op het zesde Taal- en letterkundig Congres: Over eenige voordelen onzer moedertale in de eerste ontwikkeling en hoogere beschaving des geestes (Brugge, 1861). Hij was ook lid van de Gilde van Sinte Luitgaarde. Hij publiceerde een aantal redevoeringen waaronder twee die hij voor de Gilde van Sinte-Luitgaarde uitgaf in 1874 en 1876. Hij schreef in het tijdschrift Rond den Heerd en Biekorf. Hij publiceerde o.m. over de vervlaamsing van scheikundige termen.
Links[odis], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; medewerker Rond den Heerd; Biekorf

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameMoorsele
SettlementWevelgem

Name - person

NameMeersseman, Desiderius-Gratianus
Dates° Geluveld, 27/02/1828 - ✝ Moorsele, 12/01/1902
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; pastoor; auteur; bestuurder
BioDesiderius Meersseman was de zoon van Clement Meersseman, bakker, en Regina Liefooghe. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 21/05/1853. Hij was leraar aan het Brugse Sint-Lodewijkscollege (21/05/1853 - 26/03/1875). Vervolgens was hij pastoor in Woumen (26/03/1875) en in Moorsele (20/09/1882). Hij volgde Edward Declercq op als bestuurder bestuurder van het klooster van Les Filles Enfant Jésus in Moorsele. In 1860 hield hij te ’s-Hertogenbosch een lezing op het zesde Taal- en letterkundig Congres: Over eenige voordelen onzer moedertale in de eerste ontwikkeling en hoogere beschaving des geestes (Brugge, 1861). Hij was ook lid van de Gilde van Sinte Luitgaarde. Hij publiceerde een aantal redevoeringen waaronder twee die hij voor de Gilde van Sinte-Luitgaarde uitgaf in 1874 en 1876. Hij schreef in het tijdschrift Rond den Heerd en Biekorf. Hij publiceerde o.m. over de vervlaamsing van scheikundige termen.
Links[odis], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; medewerker Rond den Heerd; Biekorf

Name - place

NameMoorsele
SettlementWevelgem

Title10/06/1887, Moorsele, Desiderius-Gratianus Meersseman aan [Guido Gezelle]
EditorEls Depuydt; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2023
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingEls Depuydt; Universiteit Antwerpen, Meersseman Desiderius-Gratianus aan Gezelle Guido, Moorsele (Wevelgem), 10/06/1887. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2023 Available from World Wide Web: link .
SenderMeersseman, Desiderius-Gratianus
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent10/06/1887
Place SentMoorsele (Wevelgem)
AnnotationAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Physical Description
Support Material 1 dubbel vel, 211 mm x 134 mm
papier, wit, rechthoekig geruit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle; idem rechts: 10/6 1887 (inkt, beide hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive5827
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.12139
Content Description
IncipitDanke u wel, voor de aangewezen
Text Typebrief
LanguagesNederlands; Frans; Latijn
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.