<Resultaat 1433 van 2965

>

p1+
Zeer eerw Heer en Vriend

Ik zien daar staan: "Ten 5n voorstel van P. Daniëls nopens[1] 't Daghet."

Raakt dat het ontwerp van onze limburgsche Gilde?[2] Zijt zoo goed van mij een heel klein briefden daarover te schrijven.

Ik zal dan ook vragen aan de leden of zij geenen middel kennen om t Daghet wat vooruit te stooten.

Nen zaligen Paschen in Christo
totus tuus[3]
Polyd Daniëls priester
Vogelsanck[4] in Parasceve[5] 1887.

Noten

[1] Omtrent, met betrekking tot.
[2] Het is niet duidelijk naar welke Limburgse gilde Daniëls hier verwijst: de Limburgse Gouwgilde of het Limburgsch Zanterkesgilde.
[3] Een Latijnse uitspraak die regelmatig gebruikt werd om brieven te beëindigen. Vertaling (Latijn): ’geheel de uwe’ of ’helemaal van jou’.
[4] Polydoor Daniëls diende van 1876 tot 1904 als de slotkapelaan en aalmoezenier van baron en Zolders burgemeester Jules de Villenfagne de Vogelsanck. Daniëls verbleef in het kasteel Vogelsanck, waar hij wellicht de brieven aan Guido Gezelle opstelde.
[5] Het Oudgriekse woord ’Parasceve’ betekent ’voorbereiding’ en werd in de christelijke traditie gebruikt om te verwijzen naar Goede Vrijdag, dat in 1887 op 8 april viel.

Register

Correspondenten - personen

NaamDaniëls, Polydoor; Broeder Elias
Datums° Diest, 20/12/1845 - ✝ Hoeilaart, 05/12/1944
GeslachtMannelijk
Beroeppriester, leraar
BioPolydoor Daniels werd op 20 december 1845 geboren te Diest. Hij volgde een priesteropleiding aan de seminaries van Sint-Truiden en Luik. Na zijn priesterwijding op 3 juni 1871 gaf hij les aan de colleges van Huy en Saint-Roch te Ferrières. Omwille van zijn zwakke gezondheid werd hij in 1876 huiskapelaan bij baron de Villenfagne de Vogelsanck te Zolder. Die bood hem een stimulerende intellectuele omgeving. Daniëls legde zich toe op historisch en filologisch onderzoek. Samen met August Cuppens en Jacob Lenaerts stichtte hij het taal- en volkskundig tijdschrift ‘'t Daghet in den Oosten’ (1885) dat sterk onder invloed van Gezelle stond en de Limburgse studentenbeweging steunde. Zo kwam hij in contact met Gezelle die de eerste jaargangen nazag. Daniëls werkt mee aan de Woordentas en Loquela. Hij was tevens medestichter van Het Belfort, van De Banier en van het historische tijdschrift ‘L'Ancien Pays de Looz’. Na de dood van baron de Villenfagne in 1904 werd hij benoemd tot bestuurder van de broeders van Liefde in Hasselt en tot rector van het Begijnhof. In 1909 werd hij archivaris en conservator van het Stedelijk Museum van de stad Hasselt. In 1939 ging hij met pensioen te Hoeilaart. Hij stierf er op 3 december 1944.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
Bronnen https://hasel.be/dani%C3%ABls-polydoor-1845-1944
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamDaniëls, Polydoor; Broeder Elias
Datums° Diest, 20/12/1845 - ✝ Hoeilaart, 05/12/1944
GeslachtMannelijk
Beroeppriester, leraar
BioPolydoor Daniels werd op 20 december 1845 geboren te Diest. Hij volgde een priesteropleiding aan de seminaries van Sint-Truiden en Luik. Na zijn priesterwijding op 3 juni 1871 gaf hij les aan de colleges van Huy en Saint-Roch te Ferrières. Omwille van zijn zwakke gezondheid werd hij in 1876 huiskapelaan bij baron de Villenfagne de Vogelsanck te Zolder. Die bood hem een stimulerende intellectuele omgeving. Daniëls legde zich toe op historisch en filologisch onderzoek. Samen met August Cuppens en Jacob Lenaerts stichtte hij het taal- en volkskundig tijdschrift ‘'t Daghet in den Oosten’ (1885) dat sterk onder invloed van Gezelle stond en de Limburgse studentenbeweging steunde. Zo kwam hij in contact met Gezelle die de eerste jaargangen nazag. Daniëls werkt mee aan de Woordentas en Loquela. Hij was tevens medestichter van Het Belfort, van De Banier en van het historische tijdschrift ‘L'Ancien Pays de Looz’. Na de dood van baron de Villenfagne in 1904 werd hij benoemd tot bestuurder van de broeders van Liefde in Hasselt en tot rector van het Begijnhof. In 1909 werd hij archivaris en conservator van het Stedelijk Museum van de stad Hasselt. In 1939 ging hij met pensioen te Hoeilaart. Hij stierf er op 3 december 1944.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
Bronnen https://hasel.be/dani%C3%ABls-polydoor-1845-1944

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamZolder
GemeenteHeusden-Zolder

Naam - persoon

NaamDaniëls, Polydoor; Broeder Elias
Datums° Diest, 20/12/1845 - ✝ Hoeilaart, 05/12/1944
GeslachtMannelijk
Beroeppriester, leraar
BioPolydoor Daniels werd op 20 december 1845 geboren te Diest. Hij volgde een priesteropleiding aan de seminaries van Sint-Truiden en Luik. Na zijn priesterwijding op 3 juni 1871 gaf hij les aan de colleges van Huy en Saint-Roch te Ferrières. Omwille van zijn zwakke gezondheid werd hij in 1876 huiskapelaan bij baron de Villenfagne de Vogelsanck te Zolder. Die bood hem een stimulerende intellectuele omgeving. Daniëls legde zich toe op historisch en filologisch onderzoek. Samen met August Cuppens en Jacob Lenaerts stichtte hij het taal- en volkskundig tijdschrift ‘'t Daghet in den Oosten’ (1885) dat sterk onder invloed van Gezelle stond en de Limburgse studentenbeweging steunde. Zo kwam hij in contact met Gezelle die de eerste jaargangen nazag. Daniëls werkt mee aan de Woordentas en Loquela. Hij was tevens medestichter van Het Belfort, van De Banier en van het historische tijdschrift ‘L'Ancien Pays de Looz’. Na de dood van baron de Villenfagne in 1904 werd hij benoemd tot bestuurder van de broeders van Liefde in Hasselt en tot rector van het Begijnhof. In 1909 werd hij archivaris en conservator van het Stedelijk Museum van de stad Hasselt. In 1939 ging hij met pensioen te Hoeilaart. Hij stierf er op 3 december 1944.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
Bronnen https://hasel.be/dani%C3%ABls-polydoor-1845-1944

Naam - plaats

NaamZolder
GemeenteHeusden-Zolder

Naam - instituut/vereniging

NaamLimburgsch Zantersgildeken
BeschrijvingIn 1883 ontstond het Limburgsch Zantersgildeken aan het Grootseminarie van Luik. Andere benamingen voor de groep zijn Gilleke of Gildeken. Gezelle zelf sprak hen aan als ‘Mijne brave Heeren van het Gulleken, guldeken, gildeken’. Zelf noemden zij zich daarna 'Gullebroêrs'. Via de West-Vlaamse seminarist A. Lewylle leerden A. Cuppens en J. Lenaerts reeds aan het kleinseminarie van Sint-Truiden het dichtwerk van Guido Gezelle en diens tijdschrift "Loquela" kennen. In diezelfde periode publiceerde Mgr. Rutten, kanunnik van de kathedraal van Luik (1880–1885) en later bisschop, geschriften over de herwaardering van de Vlaamse taal, vanuit een sociaal-katholieke bewogenheid. Die liefde voor de eigen volkstaal vond weerklank bij een tiental jonge bevriende seminaristen, die door A. Cuppens en J. Lenaerts, en op hun vraag, ook door Gezelle op sleeptouw werden genomen. Deze groep Limburgse Gezellianen wilden de Nederlandse taalschat verrijken met uitgelezen woorden en gezegden uit de Limburgse volksmond. Zij plaatsten persoonlijk hun namen onder een nieuwjaarsbrief van 1 januari 1884 aan Gezelle. Hij bezocht hen in Luik in de zomer van datzelfde jaar. Op 1 februari 1885 verscheen het eerste nummer van hun tijdschrift, "’t Daghet in den Oosten: : Limburgsch tijdschrift voor alle liefhebbers van taal- en andere wetensweerdigheden", onder redactie en deskundige leiding van Guido Gezelle. Aanvankelijk bleven deze seminaristen min of meer onder de radar, wegens de kritische houding van hun oversten, maar vanaf 1886 werden zij een officiële Limburgse gouwgilde.
Datering1883-?
Links[wikipedia]
NaamLimburgsche Gouwgilde
BeschrijvingDe Limburgsche Gouwgilde was een studentenclub die opgericht werd in 1885 door Lode Plessers, Mathieu Liesens en Arnout Hendrix om de Vlaamse zaak onder Limburgse studenten te promoten. De club volgde de vorige Limburgse studentenclub 'Zand en Leem' op, dat gezien werd als een genootschap dat zich enkel toelegde op drankgelegenheden en daarom als onwaardig gezien werd. De Gouwgilde positioneerde zich als intellectueel hoger en begaan met het lot van Vlaanderen, en zou tot 1888 vertegenwoordigd worden door het taal- en volkskundige tijdschrift "'t Daghet in den Oosten", waarna "De Kabouter uit het Land van Loon" deze rol over nam. Wereldoorlog I zag de eerste ontbinding van de club, met een heroprichting door Jozef Bollen in 1919. De nieuwe club kende een sterk politiek-sociaal karakter, met een focus op de heropbouw van Limburg na de Oorlog. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de club ontbonden, maar na 1945 zou ze nogmaals nieuw leven krijgen onder het bewind van Georges Reynders. Tot op de dag van vandaag leeft de club verder, bestaande uit 7 kleinere studentenclubs waaronder 'Moeder Maaslandia', 'Moeder Mijnlamp', 'Moeder Hasseleta', etc.
Datering1885 - heden

Titel - ander werk

Titelt Daghet in den Oosten
AuteurCeysens, L..
Datum1885-
PlaatsHasselt
UitgeverCeyssens

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Daniëls, Polydoor

Correspondenten - personen

Daniëls, Polydoor
Gezelle, Guido

Naam - instituut/vereniging

Limburgsch Zantersgildeken
Limburgsche Gouwgilde

Naam - persoon

Daniëls, Polydoor

Naam - plaats

Zolder

Plaats van verzending

Zolder

Titel - ander werk

t Daghet in den Oosten

Titel08/04/1887, Zolder, Polydoor Daniëls aan [Guido Gezelle]
EditeurMichael Gijbels; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenMichael Gijbels; Universiteit Antwerpen, Daniëls Polydoor aan Gezelle Guido, Zolder (Heusden-Zolder), 08/04/1887. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderDaniëls, Polydoor
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum08/04/1887
VerzendingsplaatsZolder (Heusden-Zolder)
AnnotatieBriefversie van datering: in Parasceve 1887 ; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 enkel vel, 138 mm x 103 mm
papier, wit
papiersoort: 1 zijde beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle; idem onderaan in het midden bijgeschreven onder datum: [8/4] (inkt, beide hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief5796
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.12107
Inhoud
IncipitIk zien daar staan: "Ten 5n voorstel van P. Da-
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.