<Hit 1416 of 2965

>

p1+
Weleerweerde,

Hiernevens eene woordenlijst[1] die mij gezonden is door Mr. Surmont, proost ter Clytte-Reninghelst.

Mag ik Ued. eenen dienst vragen? – Gij weet, of gij weet niet, dat Mr. Surmont sedert 2 jaar aangedaan is van eene inbeelding-ziekte: Hij wilt en moet ziek zijn; hij kan noch wil niet eten; hij kan noch wil niet werken met het verstand. – Nu benp2ik er toch in gelukt van zijne gedachten te brengen op zijne oude liefhebberie. – Ware het te veel vragen van uwe goedheid, van daarin mede te doen, met hem, al ware het maar twee reken, te schrijven over zijn werk? – Indien hij zijne gedachten op het vlaamsch kan stellen, zal hij voorzeker beteren. Sedert dat hij daaraan begonnen is, is hij reeds werkelijk verbeterd. – Vraag hem nog nieuwe lijsten, en gij zult hem doen werken, en, God geve ‘t,p3 misschien helpen genezen.

Dank op voorhand, en bied U mijne eerbiedigste hoogachting.
L Vandorpe
op St Gillis.

p4

Annotations

[1] De woordenlijst in bijlage ontbreekt.
sneeuwde snee (die ligt) wacht naar ander= ‘t gaat nog sneeuwenvet‘t zyn toch nog vette frankenfranken met de ongeldenBrugge

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameVan Dorpe, Leo
Dates° Zevekote, 22/12/1851 - ✝ Rollegem-Kapelle, 17 januari 1908
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; pastoor
BioLeo Van Dorpe was de zoon van Benedictus, bakker, en Marie-Thérèse Strubbe. Hij studeerde aan de normaalschool te Leuven in oktober 1875 en werd op 10 juni 1876 tot priester gewijd te Brugge. In oktober 1877 startte hij als leraar aan het college van Poperinge, op 20 februari 1883 als onderpastoor op de Sint-Gillisparochie te Brugge, op 27 september 1899 als pastoor te Wulveringem en op 17 februari 1905 als pastoor te Rollegem-Kapelle. Hij overleed er aan tyfus. Hij was medestichter van de Davidsfondsafdeling van Poperinge.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Davidsfonds Poperinge

Sender

NameVan Dorpe, Leo
Dates° Zevekote, 22/12/1851 - ✝ Rollegem-Kapelle, 17 januari 1908
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; pastoor
BioLeo Van Dorpe was de zoon van Benedictus, bakker, en Marie-Thérèse Strubbe. Hij studeerde aan de normaalschool te Leuven in oktober 1875 en werd op 10 juni 1876 tot priester gewijd te Brugge. In oktober 1877 startte hij als leraar aan het college van Poperinge, op 20 februari 1883 als onderpastoor op de Sint-Gillisparochie te Brugge, op 27 september 1899 als pastoor te Wulveringem en op 17 februari 1905 als pastoor te Rollegem-Kapelle. Hij overleed er aan tyfus. Hij was medestichter van de Davidsfondsafdeling van Poperinge.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Davidsfonds Poperinge

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameBrugge
SettlementBrugge

Name - person

NameSurmont, Carolus Ludovicus
Dates° Zevekote, 16/02/1835 - ✝ Zevekote, 09/01/1905
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; proost
BioCarolus Surmont was de zoon van Philippus-Josephus, winkelier, en Anna-Theresia van Dorpe. Hij werd in 1859 leraar aan het college van Veurne en ontving zijn priesterwijding op 17 december 1859. Vervolgens werd hij onderpastoor op 16 januari 1860 te Slijpe en op 24 januari 1866 te Beernem. Op 12 juli 1880 ging hij aan de slag als proost van de O.L.Vrouwekerk te Klijtte. In 1887 was hij er ziekelijk en depressief en nam er ontslag in juni 1887. Hij verbleef verder te Kortemark en te Zevekote.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
NameVan Dorpe, Leo
Dates° Zevekote, 22/12/1851 - ✝ Rollegem-Kapelle, 17 januari 1908
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; pastoor
BioLeo Van Dorpe was de zoon van Benedictus, bakker, en Marie-Thérèse Strubbe. Hij studeerde aan de normaalschool te Leuven in oktober 1875 en werd op 10 juni 1876 tot priester gewijd te Brugge. In oktober 1877 startte hij als leraar aan het college van Poperinge, op 20 februari 1883 als onderpastoor op de Sint-Gillisparochie te Brugge, op 27 september 1899 als pastoor te Wulveringem en op 17 februari 1905 als pastoor te Rollegem-Kapelle. Hij overleed er aan tyfus. Hij was medestichter van de Davidsfondsafdeling van Poperinge.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Davidsfonds Poperinge

Name - place

NameBrugge
SettlementBrugge
NameReningelst
SettlementPoperinge
NameSint-Gillis
SettlementSint-Gillis

Title08/02/1887, Brugge, Leo Van Dorpe aan [Guido Gezelle]
EditorEls Depuydt; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2022
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingEls Depuydt; Universiteit Antwerpen, Van Dorpe Leo aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), 08/02/1887. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2022 Available from World Wide Web: link .
SenderVan Dorpe, Leo
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent08/02/1887
Place SentBrugge (Brugge)
AnnotationAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Physical Description
Support Material 1 dubbel vel, 132 mm x 104 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 3 zijden beschreven, inkt
Condition volledig; bijlage (woordenlijst van Carolus Surmont) ontbreekt
Additions op zijde 1 links in bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.); op zijde 3 bovenaan en op blanco zijde 4 onderaan: notities Woordentas: sneeuw // de snee (die ligt) wacht naar ander // = 't gaat nog sneeuwen ; vet // 't zyn toch nog vette franken // franken met de ongelden // Brugge(inkt, notities op zijde 4 omgekeerd, beide hand G.G.); zijde 3 met inkt en blauw potlood doorgehaald
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive5772
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.12084
Content Description
IncipitHiernevens eene woordenlijst die
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.