<Hit 1251 of 2965

>

p1+
Beste vriend.

Ik heb gisteren (donderdag) de stof voor Nr 1[1] weggeschikt, en morgen gaan ik er zelf naar toe voor er wat vuur achter te zetten. Ik zal ook eens spreken van Titelblad en Inhoud.

Ik heb het zoo aaneen geflikt.

1° Iet over het dusgezegd Hoogduitsch deel" van Belgenland[2]

(me dunkt dat het een alderbest opstel is om vooraan gezet te worden)

2° Het "Refugiehuis" van de Witheeren te Bree[3] in 1623 met eentige notas van P. D.

3° Dichtveerdigheid:[4] a) De vos zijn vaan[5]

b) Eentige raadsels (vier)

4° Uit Boeken brieven en bladeren[6]

a) van Mervillie[7]

b) van Coursel

1° woorden

2° volksdeuntjes

c) van Hasselt twee uitsteekberden[8]

1/ te Neerpelt

2°/ te Sint Truien p2k Geloof dat er zoo heel flink zal uitzien. Ik heb stof met den hoop nog, god zij geloofd!

Hier heeft onze schoolmeester - ja, ja, onze schoolmeester mij 'nen hoop kleinigheden gestuurd.[9] Dat zietde wel: gratia operatur.[10] Gaan er wat inschrijvers loopen der komender ander bij.

Ik heb in een heel oud dietsch werk Dboeck der Inghelen een goede spreuk gevonden voor achteraan te zetten:

Looft God van al.[11]

Dunkt u niet dat het fel schoon gezeid is?

Zijt maar zonder achterdocht voor de volgende nummers: lijk ik u zeg, ik heb den heelen bak vol. Blokt maar. Een vraagsken: ik heb voor t Daghet een werksken gekregen: Beginselen der stelkunde door P. J. Tysmans professor p3in de Kath. Normaalschool te Mechelen. met schriftelijk "verzoek van het aan te kondigen".[12] Ik zou dat kunnen doen drukken op den omslag. Quid vobis videtur?[13]

Ze hebben me gevraagd van te Leuven een voordracht te geven.[14] Ik heb ja gezegd en den dag gevraagd. t is L. Plessers die mij geschreven heeft en Helleputte dringt er op aan.

Ik was over eentigen tijd te Antwerpen en daar hebben ze Floes[15] met bijzonder veel smaak gelezen. Dat doet altijd deugd van een goed woordje te vernemen.

Binnenkort koom ik eens naar Luik. Werkt u maar niet dood allemaal; want dan kunt ge zeker niets meer doen voor 't Daghet.

Ik hou alledagen nen memento dat ze u maar niet naar de Walen sturen. Onze Lieven Heer moge mij verhooren!

Aan allemaal nen goên dag en mijne hertelijkste wenschen in Christo
Uw Polyd Daniëls
Vogelsanck[16] 19 van Lichtmismaand[17] 1886.

Annotations

[1] ’t Daghet in den Oosten: 2 (1886) 13 en 14-15.
[2] A. Tonnar, Iet over het zoogezegd ”Hoogduitsch deel” van Belgenland. In: ’t Daghet in den Oosten: 2 (1886) 13, p.98-101.
[3] T. I. Welvaerts en P. Daniëls, Het ”Refugiehuis” van de Witheeren van Postel te Bree. In: ’t Daghet in den Oosten: 2 (1886) 13, p.103-104.
[4] Limburgsche Dichtveerdigheid – De oorlog tusschen ’t vliegend en ’t loopend gedierte. In: ’t Daghet in den Oosten: 2 (1886) 13, p.101-103.
[5] Het verhaal gaat over de strijd tussen de leeuw en een winterkoning. De vos is de vaandeldrager in het leger van koning Leeuw. De staart van de vos is de vaan.
[6] A. Mervillie, N. en Jonge Klauwaart, Uit boeken, brieven en bladeren. In: ’t Daghet in den Oosten: 2 (1886) 14-15, p.105-108.
[7] Gaat over een brief van Mervillie (Uit boeken, brieven en bladeren. In: ’t Daghet in den Oosten: 2 (1886) 14-15, p.105-106).
[8] Teksten gedrukt op uithangborden van handelszaken. (Jonge Klauwaart, Uit boeken, brieven en bladeren. In: ’t Daghet in den Oosten: 2 (1886) 14-15, p.108).
[9] De schoolmeester had voorheen heel wat kritiek geuit. Zoals in deze lezersbrief gepubliceerd als: De oude schoolmeester, Uit boeken brieven en bladeren. In: ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 4, p.25-28.
[10] Vertaling (Latijn): letterlijk ’genade werkt’, hier triomfantelijk: ’We hebben hem toch weten te bekeren’.
[11] P. Daniëls, Aan de goede vrienden van ’t Daghet. In: ’t Daghet in den Oosten: 3 (1887), p.191-192.
[12] Uit boeken, brieven en bladeren. In ’t Daghet in den Oosten: 2 (1886), p.133.
[13] Vertaling (Latijn): Latijnse uitspraak die ’Wat is uw mening?’ betekent.
[14] Vermoedelijk is dit niet doorgegaan. De voordracht wordt niet vermeld in het werkingsverslag 1885-1886 van Met Tijd en Vlijt. Plessers was op dat moment eerste secretaris, Helleputte was ondervoorzitter.
[15] Limburgsche dichtveerdigheid. De zeg van Floes en zijn broers. In; 't Daghet in den Oosten: 1 (1886) 11-12, p.88-96.
De bijdrage is niet ondertekend. Het is een volksverhaal "gehoord in Klein-Frankrijk".
[16] Polydoor Daniëls diende van 1876 tot 1904 als de slotkapelaan en aalmoezenier van baron en Zolders burgemeester Jules de Villenfagne de Vogelsanck. Daniëls verbleef in het kasteel Vogelsanck, waar hij wellicht de brieven aan Guido Gezelle opstelde.
[17] Februari.

Register

Correspondents - persons

NameDaniëls, Polydoor; Broeder Elias
Dates° Diest, 20/12/1845 - ✝ Hoeilaart, 05/12/1944
SexMannelijk
Occupationpriester, leraar
BioPolydoor Daniels werd op 20 december 1845 geboren te Diest. Hij volgde een priesteropleiding aan de seminaries van Sint-Truiden en Luik. Na zijn priesterwijding op 3 juni 1871 gaf hij les aan de colleges van Huy en Saint-Roch te Ferrières. Omwille van zijn zwakke gezondheid werd hij in 1876 huiskapelaan bij baron de Villenfagne de Vogelsanck te Zolder. Die bood hem een stimulerende intellectuele omgeving. Daniëls legde zich toe op historisch en filologisch onderzoek. Samen met August Cuppens en Jacob Lenaerts stichtte hij het taal- en volkskundig tijdschrift ‘'t Daghet in den Oosten’ (1885) dat sterk onder invloed van Gezelle stond en de Limburgse studentenbeweging steunde. Zo kwam hij in contact met Gezelle die de eerste jaargangen nazag. Daniëls werkt mee aan de Woordentas en Loquela. Hij was tevens medestichter van Het Belfort, van De Banier en van het historische tijdschrift ‘L'Ancien Pays de Looz’. Na de dood van baron de Villenfagne in 1904 werd hij benoemd tot bestuurder van de broeders van Liefde in Hasselt en tot rector van het Begijnhof. In 1909 werd hij archivaris en conservator van het Stedelijk Museum van de stad Hasselt. In 1939 ging hij met pensioen te Hoeilaart. Hij stierf er op 3 december 1944.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
Sources https://hasel.be/dani%C3%ABls-polydoor-1845-1944
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Sender

NameDaniëls, Polydoor; Broeder Elias
Dates° Diest, 20/12/1845 - ✝ Hoeilaart, 05/12/1944
SexMannelijk
Occupationpriester, leraar
BioPolydoor Daniels werd op 20 december 1845 geboren te Diest. Hij volgde een priesteropleiding aan de seminaries van Sint-Truiden en Luik. Na zijn priesterwijding op 3 juni 1871 gaf hij les aan de colleges van Huy en Saint-Roch te Ferrières. Omwille van zijn zwakke gezondheid werd hij in 1876 huiskapelaan bij baron de Villenfagne de Vogelsanck te Zolder. Die bood hem een stimulerende intellectuele omgeving. Daniëls legde zich toe op historisch en filologisch onderzoek. Samen met August Cuppens en Jacob Lenaerts stichtte hij het taal- en volkskundig tijdschrift ‘'t Daghet in den Oosten’ (1885) dat sterk onder invloed van Gezelle stond en de Limburgse studentenbeweging steunde. Zo kwam hij in contact met Gezelle die de eerste jaargangen nazag. Daniëls werkt mee aan de Woordentas en Loquela. Hij was tevens medestichter van Het Belfort, van De Banier en van het historische tijdschrift ‘L'Ancien Pays de Looz’. Na de dood van baron de Villenfagne in 1904 werd hij benoemd tot bestuurder van de broeders van Liefde in Hasselt en tot rector van het Begijnhof. In 1909 werd hij archivaris en conservator van het Stedelijk Museum van de stad Hasselt. In 1939 ging hij met pensioen te Hoeilaart. Hij stierf er op 3 december 1944.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
Sources https://hasel.be/dani%C3%ABls-polydoor-1845-1944

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameZolder
SettlementHeusden-Zolder

Name - person

NameDaniëls, Polydoor; Broeder Elias
Dates° Diest, 20/12/1845 - ✝ Hoeilaart, 05/12/1944
SexMannelijk
Occupationpriester, leraar
BioPolydoor Daniels werd op 20 december 1845 geboren te Diest. Hij volgde een priesteropleiding aan de seminaries van Sint-Truiden en Luik. Na zijn priesterwijding op 3 juni 1871 gaf hij les aan de colleges van Huy en Saint-Roch te Ferrières. Omwille van zijn zwakke gezondheid werd hij in 1876 huiskapelaan bij baron de Villenfagne de Vogelsanck te Zolder. Die bood hem een stimulerende intellectuele omgeving. Daniëls legde zich toe op historisch en filologisch onderzoek. Samen met August Cuppens en Jacob Lenaerts stichtte hij het taal- en volkskundig tijdschrift ‘'t Daghet in den Oosten’ (1885) dat sterk onder invloed van Gezelle stond en de Limburgse studentenbeweging steunde. Zo kwam hij in contact met Gezelle die de eerste jaargangen nazag. Daniëls werkt mee aan de Woordentas en Loquela. Hij was tevens medestichter van Het Belfort, van De Banier en van het historische tijdschrift ‘L'Ancien Pays de Looz’. Na de dood van baron de Villenfagne in 1904 werd hij benoemd tot bestuurder van de broeders van Liefde in Hasselt en tot rector van het Begijnhof. In 1909 werd hij archivaris en conservator van het Stedelijk Museum van de stad Hasselt. In 1939 ging hij met pensioen te Hoeilaart. Hij stierf er op 3 december 1944.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
Sources https://hasel.be/dani%C3%ABls-polydoor-1845-1944
NameHelleput, Joris
Dates° Gent, 31/08/1852 - ✝ Leuven, 22/02/1925
SexMannelijk
Occupationingenieur; architect; hoogleraar; volksvertegenwoordiger; minister
BioJoris Helleput, geboren Georgius Augustinus (Joris) Helleput was een Belgisch ingenieur, architect, hoogleraar, volksvertegenwoordiger en minister voor de Katholieke Partij. Tijdens zijn studies was hij actief in het Vlaamsgezind literair-cultureel studentengenootschap Met Tijd en Vlijt. Helleput werd er de ondervoorzitter van en sprak zich in deze functie uit voor de vernederlandsing van het middelbaar onderwijs. Hij was uitgesproken katholiek, ultramontaan en Vlaamsgezind. In 1881 werd hij decaan van de faculteit der wetenschappen aan de KUL. Als architect realiseerde hij o.a. het Justus Lipsiuscollege, het Heilig Hartinstituut Heverlee, het anatomisch amfitheater in het Vesaliusinstituut. Hij werd in 1890 een van de stichters en de eerste voorzitter (1890-1925) van de Belgische Boerenbond, en was onder meer van 1898 tot 1911 ook voorzitter van het Davidsfonds.
Links[wikipedia]
Relation to Gezellegekend door Gezelle als spreker voor studentengildes
NameMervillie, Alfons; Bach-Mervillie
Dates° Wontergem, 17/05/1856 - ✝ Kortrijk, 04/04/1942
SexMannelijk
Occupationcomponist; vertaler; auteur; dichter; priester; leraar; pastoor
BioAlfons Mervillie , zoon van Pieter Mervillie, landsman, en Regina Quintyn, was een componist, vertaler, prozaschrijver (in didactisch-volkse trant) en gelegenheidsdichter. Hij was een taalparticularist en "buitensporig taalpurist" (De Vleeschouwer). Aan het kleinseminarie te Roeselare was hij leerling van H. Verriest. Hij was een geestdriftig muziekliefhebber en bewonderaar van Bach. Hij werd priester op 27/08/1882 en op 03/10/1880 leraar orgelspel en kerkzang aan de nomaalschool en kosterschool te Torhout. Vanaf 1891 was hij onderpastoor te Dudzele (27/11/1891), Nieuwpoort (15/05/1896), en Aartrijke (23/11/1898), en pastoor te Nieuwkapelle (22/08/1913). Hij schreef verschillende bijdragen in Biekorf, en was de auteur van 12 liederen uit de gedichten van Guido Gezelle, op muziek gezet en hem opgedragen. Leipzig, 1884 (1886, uitgebreid, met een inleiding op schoonheidsleer), Gusten, verhaal uit den ouden tijd. Brugge,1891 en Evangeline, Roeselare, 1901 (metrische vertaling uit Longfellow).
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; componist Gezelleliederen
SourcesF. De Vleeschouwer, Mervillie, Alfons. In: NBW 4, kol. 560- 564
NamePlessers, Lodewijk; Plessers, Joannes Ludovicus; Plessers, Lode; Roderik; Bieken Van Hei; Krouwer; Zwarte Krouwer
Dates° Niel-bij-As, 06/03/1862 - ✝ Amersfoort, 05/08/1915
SexMannelijk
Occupationstudiemeester; publicist; dichter; auteur
ResidenceFrankrijk; Argentinië
BioLodewijk Plessers werd op 6 maart 1862 geboren in het Limburgse Niel-bij-As. Hij liep zijn middelbaar onderwijs aan het gemeentelijk college in Beringen en aan het college in Saint-Roch (Ferrières). In dit laatste college, waar toen jonge Limburgers zoals August Cuppens en Jacob Lenaerts, studeerden, werd hij Vlaamsgezind. Vervolgens volgde hij wijsbegeerte aan het Klein Seminarie van Sint-Truiden. Net als zijn medestudenten maakte hij er kennis met het werk van Guido Gezelle. Hij werd ondervoorzitter van Utile Dulci, maar zijn kritiek op het gebrek aan strijdvaardigheid en Vlaamse bewustwording leidde tot tegenstand en het consilium abeundi. Vervolgens ging hij rechten studeren aan de KU Leuven. Hij gaf zijn rechtenstudies naar eigen zeggen op om leerkracht te worden, en verbleef in 1889 dan ook in Parijs, en later in Argentinië, als huisleraar. In 1891 probeerde hij zijn rechtenstudie in Leuven opnieuw, maar zonder resultaat. Vanaf datzelfde jaar werkte hij als studiemeester aan de athenea van Hasselt, Antwerpen en Brugge. In Leuven werd hij twee jaar op rij secretaris van het Vlaamsgezinde studentengenootschap ‘Met Tijd en Vlijt’. In 1885 richtte hij er samen met onder anderen Arnold Hendrix de Limburgse gouwgilde op, en in 1888 werd hij ondervoorzitter van het Vlaamsch Rechtsgenootschap aan de universiteit van Leuven. Van 1886 tot 1888 organiseerde hij in Limburgse steden de Limburgse studentengouwdagen. Deze waren effectief: kort na 1888 spraken de aanwezige provincieraadsleden J. Byvoet en P. Voets Nederlands in het anders Franstalige provinciebestuur. In 1886 publiceerde hij in Hasselt anoniem een pamflet getiteld Geen Verbastering, waarin hij zijn ideeën over de Vlaamse beweging uiteenzette. Wellicht zijn grootste verdienste was het stichten van het tijdschrift “De Kabouter uit het Land van Loon” in 1888. Het blad, dat zich richtte op de vernederlandsing van het onderwijs en Vlaamse katholieke waarden zoals de Kerk en het gezin, werd de spreekbuis van de Limburgse studentenbeweging in Leuven. Het bood Plessers ook een platform aan om zijn gedichten en liederen te publiceren. Het blad zou niet meer uitgegeven worden na 1896, een jaar nadat Plessers zelf vertrok bij de redactie. In 1905 trad hij om gezondheidsredenen terug uit zijn functie als studiemeester en vestigde zich vervolgens in As. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd hij als vluchteling opgenomen in het Sint-Elisabethgasthuis te Amersfoort in de Nederlandse provincie Utrecht, waar hij na een ziekte in 1915 overleed.
Relation to Gezellecorrespondent; Studentenbeweging
Sources https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/plessers-lodewijk; Asser- en Nielerstraatnamen. In: Het Aldegondisklokje: 2 (1983) 2
NameTysmans, Pieter J.; Tysmans, Peter Jozef
Dates° Ekeren, 02/01/1843 - ✝ Mechelen, 22/05/1926
SexMannelijk
Occupationleraar; auteur
BioPieter Tysmans was aanvankelijk gemeenteonderwijzer te Wommelgem. Hij werd in 1879 leraar wiskunde, aardrijkskunde, geschiedenis en muziek aan de Katholieke Normaalschool te Mechelen. Hij was auteur van de eerste schoolboeken in het Nederlands over meetkunde en algebra: Beginselen der Meetkunde (1884) en Beginselen der Stelkunde (1886). Hij poogde net als Van Robays Nederlandse termen te vinden voor wiskundige begrippen. Van Robays en Gezelle waren veel radicaler in de Vervlaamsing van wiskundige termen in de publicaties in Rond den Heerd. Aanvankelijk was Tysmans weigerachtig en verwees hij naar de Noord-Nederlandse schrijvers, maar uiteindelijk volgde hij de terminologie van Rond den Heerd in de tweede uitgave van Beginselen der Meetkunde (1886).
Sources https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/tysmans-pieter
NameDe Oude Schoolmeester
SexMannelijk
Occupationleraar
BioDe Oude Schoolmeester' was een pseudoniem die lezersbrieven zond naar het tijdschrift "’t Daghet in den Oosten" vanaf 1885. Hij stelde zich voor als een zeventigjarige oud-onderwijzer: “In den Hollandschen Tijd zat ik al op den leerstoel, en over korten tijd stond ik nog in de katholieke school.” Aanvankelijk uitte hij kritische opmerkingen over het jonge tijdschrift. Zijn identiteit kon niet achterhaald worden.

Name - place

NameAntwerpen
SettlementAntwerpen
NameHasselt
SettlementHasselt
NameKoersel
SettlementBeringen
NameLeuven
SettlementLeuven
NameNeerpelt
SettlementNeerpelt
NameSint-Truiden
SettlementSint-Truiden
NameZolder
SettlementHeusden-Zolder
NameLuik

Name - institute

NameKatholieke Normaalschool Mechelen
DescriptionIn 1879 stichtte kanunnik Anselmus Van Campenhout in opdracht van kardinaal Victor Augustus Dechamps de Katholieke Normaalschool Mechelen (KNM). De oprichting maakte deel uit van een breder tegenoffensief van de Kerk, die zich bedreigd voelde door de nieuwe liberale regering en haar poging de katholieke invloed op het onderwijs te verzwakken. Petrus Matheus Cleynhens, eerder als directeur ontslagen aan de staatsnormaalschool van Lier, nam de leiding van de nieuwe instelling op zich. In datzelfde jaar zag ook de oefenschool het licht. Norbert Spaeninckx, voormalig leraar aan de Lierse staatsnormaalschool, werd er de eerste directeur. In de Normaalschool werden katholieke leerkrachten opgeleid om les te geven in de nieuwe, vrije lagere scholen opgericht door de Kerk. De normaalschool startte in 1879 in zeer beperkte ruimtes met 4 onderwijzers voor 70 leerlingen. De oefenschool werd tijdelijk in het huis van directeur Cleynhens ondergebracht. De nieuwe gebouwen, waarvan de bouw meteen begon, werden in 1884 ingezegend. In 1896 werd de opleiding tot vier jaar verlengd en het complex verder uitgebreid, met uiteindelijk ook een nieuwe tekenzaal. De voertaal was volledig Vlaams. In 1957 werd de Vrije Middelbare Jongensschool opgericht, waarin jongens van 12 tot 15 middelbaar onderwijs konden volgen om later direct naar de Katholieke Normaalschool te gaan. Samen met de Vrije Middelbare Jongensschool en een hele reeks andere aartsbisschoppelijke middelbare scholen zoals het Klein Seminarie van Mechelen en het Sint-Romboutscollege, werd de Normaalschool in 1965 gefusioneerd tot het Sint-Romboutsinstituut, dat reeds in 1971 terug uit elkaar zou vallen. In 1987 fusioneerde de afdeling hoger pedagogisch onderwijs van de Normaalschool opnieuw, ditmaal met Instituut voor Katholiek Pedagogisch Hoger Onderwijs, Onze-Lieve-Vrouw-Waver-Mechelen, terwijl de middelbare afdeling versmolt met het Klein Seminarie tot het Berthoutinstituut-Klein Seminarie of BIM-SEM, de naam die de school tot op de dag van vandaag draagt. Tenslotte werd het volledige Instituut voor Katholiek Pedagogisch Hoger Onderwijs opgenomen in de Katholieke Hogeschool Mechelen in 1995.
Dating1879-1987
Links[odis], [wikipedia]

Title - other work

Titlet Daghet in den Oosten
AuthorCeysens, L..
Date1885-
PlaceHasselt
PublisherCeyssens
TitleDBoeck der inghelen. Hier beghint de tafele van desen teghewoerdeghen boecke/ geheeten (dboec va[n]den heylighen inghelen)
Authorvander Noot, Thomas
Date1517
PlaceBruesele
Publisher[Noot]
TitleBeginselen der Stelkunde
AuthorTysmans, P. J.
Date1886
PlaceMechelen
PublisherJ. Ryckmans-van Deuren

Title19/02/1886, Zolder, Polydoor Daniëls aan [Guido Gezelle]
EditorMichael Gijbels; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingMichael Gijbels; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen, Daniëls Polydoor aan Gezelle Guido, Zolder (Heusden-Zolder), 19/02/1886. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
SenderDaniëls, Polydoor
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent19/02/1886
Place SentZolder (Heusden-Zolder)
AnnotationBriefversie van datering: 19 van Lichtmismaand 1886 ; adressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Physical Description
Support Material 1 dubbel vel, 209 mm x 137 mm
papier, wit, rechthoekig geruit
papiersoort: 3 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Additions op blanco zijde 4 linksboven: Febr. 188<5>>6> (inkt, schuin)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive5604
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.12050
Content Description
IncipitIk heb gisteren (donderdag) de stof voor Nr.1 weg-
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.