Zeer eerweerde en achtbare Heer Gezelle,
In het bijblad van “Loquela” heden verschenen,[1] lees ik het volgende: “Voor 't grafteeken te wege van zaliger Deken De Bo, ontvangen 2.638 fr, van 3.000 blijft nog 362 fr.”[2]
Dit grafteeken welk wij, christen Vlamingen en vrienden van zaliger Deken DeBo, aan u, eerweerde Heer, te danken hebben, moet en zal er komen. Daarom verzoek ik u, dit gedenkstuk zonder uitstel te doen oprichten, en wat er na verdere inschrijvingen nog zoude kunnen ontbreken, zal ik met liefde en genegenheid zelve instaan.
Ik groet u eerbiedglijk, eerweerde Heer, en verzoek u te willen aanveerden de gevoelens mijner hoogachting
Burggraaf de Patin van Langemarck
Langemarck, 29. october 1886.







