<Hit 1236 of 2965

>

p1
Tres vénéré Monsieur l'abbé[1]

J'ai reçu ces jours passés la première feuille de "Ons Oud Vlaemsch"[2] et m'empresse de vous prier de me compter au nombre de vos souscripteurs.

Peu habile à m'exprimer en flamand - comme j’eusse désiré le faire ici - et plus habitué a des recherches d'érudition historiques qu' à me servir de notre cher vieil idiôme, je suis réduit a vous envoyer en français mon adhésion qui perdra necessairement à vos yeux de sa valeur en même temps qu'aux miens elle perd de sa force.p2Hélas! il n'est que temps de recueillir les derniers vestiges de notre ancienne langue, de nos coutumes, de nos mœurs. Chaque jour en fait disparaître un lambeau. La génération qui nous suivra, oublieuse de ses ancêtres, acceptera sans protestation la langue quasi étrangère qui s'est implantée sur notre sol et bientôt personne, plus personne chez nous, ne saura déchiffrer nos vieux diplomes nos chartes communales; etc.. lire et comprendre nos historiens et nos poètes J'ai le cœur gros en songeant à cet avenir prochain, à l'idée de penser que nous serons desormais regardés comme un peuple sans histoires, comme une population appelée à la vie politique par la déclaration des droits de l'homme et du citoyens,;!! Mais, à quoi bon récri-p3miner[3] Monsieur l'abbé, soyons au présent et tirons en le parti le meilleur ou le moins mauvais possible. Colligite fragmenta ne pereant[4] a-t on dit en excellement ailleurs. Que cet axiome soit l'une des devises de la rédaction de ons oud vlaemsch. C'est un vœu que formule ici avec la certitude de le voir se réaliser un Français, flamand par son cœur, et a demi belge par son origine, un Français qui vous offre Monsieur l'abbé l'expression de sa respectueuse estime et l'assurance de son dévouement affectueux

A. Bonvarlet
10, Rue du Sud

(arrière petit fils de Jean-Jacques Yves Segers seigneur de Schothoucke, dernier lieutenant bailli des ville et châtellenie de Courtrai)

Annotations

[1] Deze brief ging verloren in de post en werd teruggestuurd naar Bonvarlet. Hij stuurde hem samen met verklarende brief pas op 13/09/1886 naar Gezelle.
[2] Gezelle probeerde een Frans-Vlaamse versie van Loquela onder de titel Ons Oud Vlaemsch op te richten. Het project mislukte. Er verscheen slechts één nummer in december 1885.
[3] Vermoedelijk een verschrijving : récriminer (protesteren)
[4] Vertaling & verklaring Paul THoen (Latijn): deze spreuk komt uit de broodvermenigvuldiging bij Johannes 6, 12. De volledige spreuk: colligite quae superaverunt fragmenta, ne pereant. Haal de overgebleven brokken op, opdat ze niet verloren zouden gaan (om niets verloren te laten gaan).
schrijffout voor Danemark. Bonvarlet werd in 1866 benoemd tot consul van Denemarken. De Sint-Gregoriusorde of de Orde van Sint-Gregorius de Grote, is een ridderorde van de Heilige Stoel, voor katholieke en niet-katholieke leken.

Register

Correspondents - persons

NameBonvarlet, Alexandre
Dates° Dunkerque, 23/09/1826 - ✝ Coudekerque-Branche, 02/10/1899
SexMannelijk
Occupationhandelaar; consul; historicus; auteur
ResidenceFrankrijk (Frans-Vlaanderen)
BioAlexandre Bonvarlet was getrouwd met Constance Du Rin (1829-1863). Hij was een Frans-Vlaams handelaar en regionalist. Hij werd op 10/01/1855 lid van het Comité Flamand de France, waarvan hij na een tijdje hulpsecretaris en schatbewaarder was, en ten slotte president van 1876 tot 1899. Hij was een historicus met een grote belangstelling voor oude boeken, etsen en schilderijen en publiceerde erover in 'Les Annales et Bulletins van het Comité'. Hij werd in 1866 ook benoemd tot consul van Denemarken. Hij was lid van wetenschappelijke genootschappen in Frankrijk en België, buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde van 29/12/1890 tot 02/10/1899. Hij werd ook benoemd tot ridder in de Sint-Gregoriusorde.
Relation to Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde; comité Flamand de France
Sources https://gw.geneanet.org/xmaquet?lang=en&n=bonvarlet&oc=0&p=alexandre; Christine Decoo, De brieven van elf vooraanstaande Frans-Vlamingen aan Guido Gezelle (1884-1899). Gent: RUG. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte. Vakgroep Germaanse filologie, 1981
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Sender

NameBonvarlet, Alexandre
Dates° Dunkerque, 23/09/1826 - ✝ Coudekerque-Branche, 02/10/1899
SexMannelijk
Occupationhandelaar; consul; historicus; auteur
ResidenceFrankrijk (Frans-Vlaanderen)
BioAlexandre Bonvarlet was getrouwd met Constance Du Rin (1829-1863). Hij was een Frans-Vlaams handelaar en regionalist. Hij werd op 10/01/1855 lid van het Comité Flamand de France, waarvan hij na een tijdje hulpsecretaris en schatbewaarder was, en ten slotte president van 1876 tot 1899. Hij was een historicus met een grote belangstelling voor oude boeken, etsen en schilderijen en publiceerde erover in 'Les Annales et Bulletins van het Comité'. Hij werd in 1866 ook benoemd tot consul van Denemarken. Hij was lid van wetenschappelijke genootschappen in Frankrijk en België, buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde van 29/12/1890 tot 02/10/1899. Hij werd ook benoemd tot ridder in de Sint-Gregoriusorde.
Relation to Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde; comité Flamand de France
Sources https://gw.geneanet.org/xmaquet?lang=en&n=bonvarlet&oc=0&p=alexandre; Christine Decoo, De brieven van elf vooraanstaande Frans-Vlamingen aan Guido Gezelle (1884-1899). Gent: RUG. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte. Vakgroep Germaanse filologie, 1981

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameDuinkerke

Name - person

NameBonvarlet, Alexandre
Dates° Dunkerque, 23/09/1826 - ✝ Coudekerque-Branche, 02/10/1899
SexMannelijk
Occupationhandelaar; consul; historicus; auteur
ResidenceFrankrijk (Frans-Vlaanderen)
BioAlexandre Bonvarlet was getrouwd met Constance Du Rin (1829-1863). Hij was een Frans-Vlaams handelaar en regionalist. Hij werd op 10/01/1855 lid van het Comité Flamand de France, waarvan hij na een tijdje hulpsecretaris en schatbewaarder was, en ten slotte president van 1876 tot 1899. Hij was een historicus met een grote belangstelling voor oude boeken, etsen en schilderijen en publiceerde erover in 'Les Annales et Bulletins van het Comité'. Hij werd in 1866 ook benoemd tot consul van Denemarken. Hij was lid van wetenschappelijke genootschappen in Frankrijk en België, buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde van 29/12/1890 tot 02/10/1899. Hij werd ook benoemd tot ridder in de Sint-Gregoriusorde.
Relation to Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde; comité Flamand de France
Sources https://gw.geneanet.org/xmaquet?lang=en&n=bonvarlet&oc=0&p=alexandre; Christine Decoo, De brieven van elf vooraanstaande Frans-Vlamingen aan Guido Gezelle (1884-1899). Gent: RUG. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte. Vakgroep Germaanse filologie, 1981
NameSegers, Jean-Jacques Yves
SexMannelijk
Occupationgerechtsdeurwaarder
BioJean Jacques Segers was de overgrootvader van Alexander Bonvarlet. Hij huwde op 06/09/1774 met Marie Aldegonde Josèphe Vancrayelynghe. Hij was de laatste gerechtsdeurwaarder van Kortrijk.
Sources https://gw.geneanet.org/cbonvarlet?lang=nl&n=bonvarlet&oc=0&p=alexandre+jacques

Name - place

NameDuinkerke
NameKortrijk
SettlementKortrijk

Name - event Guido Gezelle

EventOns Oud Vlaemsch
Period1885 (eind)
DescriptionUitgave van Ons Oud Vlaemsch, taalblad voor Vlamingen in Frans-Vlaanderen, eerste en enige nummer. '.

Title - work by Guido Gezelle

TitleOns Oud Vlaemsch

Index terms

Correspondents - persons

Bonvarlet, Alexandre
Gezelle, Guido

Name - event Guido Gezelle

Ons Oud Vlaemsch

Name - person

Bonvarlet, Alexandre
Segers, Jean-Jacques Yves

Name - place

Duinkerke
Kortrijk

Place

Duinkerke

Recipient

Gezelle, Guido

Sender

Bonvarlet, Alexandre

Title - work by Guido Gezelle

Ons Oud Vlaemsch

Title13/01/1886, Duinkerke, Alexandre Bonvarlet aan [Guido Gezelle]
EditorSofie Leyts; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2023
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingSofie Leyts; Universiteit Antwerpen, Bonvarlet Alexandre aan Gezelle Guido, Duinkerke , 13/01/1886. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2023 Available from World Wide Web: link .
SenderBonvarlet, Alexandre
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent13/01/1886
Place SentDuinkerke
AnnotationAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie; deze brief ging verloren in de post en werd pas opnieuw op 13/09/1886 aan Gezelle gestuurd met een verklarende brief.
Published inDe brieven van elf vooraanstaande Frans-Vlamingen aan Guido Gezelle (1884-1899) / door Christine Decoo. - Gent : onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1984, dl.1, p.23-24
Physical Description
Support Material 1 dubbel vel, 161 mm x 100 mm
papier, wit
papiersoort: 3 zijden beschreven, inkt; potlood
Condition volledig
Lay-out watermerk: Persia[?] Mill
bijlage bij brief van A. Bonvarlet aan G. Gezelle van 13/09/1886
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive5587
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11898
Content Description
IncipitJ'ai reçu ces jours passés la première
Text Typebrief
LanguagesFrans
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.