<Hit 1203 of 2965

>

p1
Eerweerde Heer & goede vriend,

Mij dunkt, 't ware allerbest, wildet gij dit gedicht van Olevier de Wree[1] uitschrijven en opzenden. Wat de vertalingen uit Halbertsma; ook zeer wel.[2]

Ik zal eens vragen aan Dezuttere dat hij die å en ů zou doen maken.[3]

Wat zegt gij van de Ruitebrekers en van Die schrobbere?[4] Ik voor mij, zou daar niet op antwoorden. Hoe min geruchte men errond maakt, hoe beter. Dunkt het u ook niet?

Loquela van heden is zeer goed. Uw bijbladje heb ik met veel genoegen gelezen.

Hoe is 't met fransch-vlaamsche Loquela of Oudvlaamsch?[5] Kan het nog niet gaan? Ik ben inteekenaar, niet waar?

Uw toegenegene,
Ad. Duclos.

Annotations

[1] Het gedicht is er samen gepubliceerd met een fragment uit de brief van Guido Gezelle aan Adolf Duclos d.d. 17/11/1885, als ’Uit Olivier De Wree: Bacchus Cort-Ryck’ In: Rond den Heerd: 21 (6 mei 1886) 23, p.177-179.
[2] Guido Gezelle had hem dit voorgesteld per brief d.d. 17/11/1885.
[3] Voor de inzending in Zeeuws dialect van Jacobus Augustinus De Rijk, uiteindelijk gepubliceerd als ’De spreektale in Westelijk Zuid-Beveland‘. In: Rond den Heerd: 21 (25 maart 1886) 18, p.139-140.
[4] Op 15 november was in Antwerpen de anonieme brochure De Ruitenbrekers verschenen, vermoedelijk het werk van Emiel De Visschere, als reactie op Gezelle redevoering op de hulde van De Bo, waarin hij een deel van de studentenbeweging met kwajongens (“ruitenbrekers“) vergeleken had. Ook in Brugge was een anoniem pamflet De Schrobber verschenen over de zaak (nog niet teruggevonden).
[5] Het eerste en enige nummer van dit tijdschrift zou verschijnen op 17 december 1885.

Register

Correspondents - persons

NameDuclos, Adolf Juliaan
Dates° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Sender

NameDuclos, Adolf Juliaan
Dates° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameBrugge
SettlementBrugge

Name - person

NameDuclos, Adolf Juliaan
Dates° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare
NameDe Zuttere, Aimé Joseph
Dates° Stalhille, 18/06/1846 - ✝ Antwerpen, 15/11/1934
SexMannelijk
Occupationdrukker; uitgever
BioAimé Joseph De Zuttere werd geboren in Stalhille op 8 juni 1846. Zijn vader, Charles Louis De Zuttere, was gemeenteonderwijzer en hielp mee aan het Westvlaamsch Idioticon van De Bo. Zijn moeder was Sophie Colette Vandenberghe. Het gezin verhuisde op 13 oktober 1869 naar de Pottenmakersstraat 26 in Brugge, samen met zijn broers Alphonse en Charles Louis. Anderhalve maand later overleed zijn vader. Aimé was toen al actief als drukker. In 1871 startte hij een zelfstandige uitgeverij op het thuisadres. Vanaf 3 juni 1871 was hij de uitgever van Rond den Heerd, en later ook van andere publicaties zoals die van de Gilde van Sint Luitgarde, het Archeologisch Genootschap van Brugge en het Davidsfonds. Hij nam ook de uitgave van de Société d'Emulation over als opvolger van Vandecasteele-Werbrouck. Op 3 augustus 1880 trouwde Aimé in Koolkerke met Jeanne Vankersschaever, geboren in Lissewege op 24 april 1852. Zij trok op 19 augustus van dat jaar bij hem in. Het echtpaar verhuisde op 2 juli 1881 naar Rozendal 14/16, waar ze drie kinderen kregen: René, Joseph en Etienne. Onder de naam De Zuttere-Van Kersschaever bleven ze in Brugge actief tot 1886. Op 10 maart 1887 vertrok het gezin naar Lille en later naar Laken, waar in 1890 hun vierde zoon George werd geboren. Vervolgens verhuisden ze naar Antwerpen, waar ze zich definitief vestigden. Aimé overleed daar op 15 november 1934. Aimé had contact met Guido Gezelle over Rond den Heerd, nadat Gezelle het redacteurschap had overgedragen aan Duclos. Via deze samenwerking drukte De Zuttere de tweede editie van Gezelles Kleengedichtjes en afzonderlijke werken zoals Uitstap in de Warande en De Kleene Hertog.
Relation to Gezelledrukker
NameDe Wree, Olivier; Vredius
Dates° Brugge, 20/09/1596 - ✝ Brugge, 21/03/1652
SexMannelijk
Occupationauteur; historicus; politicus
BioOlivier de Wree was een Vlaams geschiedkundige, jurist en kunstbeschermer, actief in de eerste helft van de 17e eeuw. Hij behoorde tot het adellijke geslacht De Wree en studeerde rechten aan de Universiteit van Douai. Naast zijn juridische carrière was hij een belangrijke figuur in het stadsbestuur van Brugge, waar hij verschillende functies bekleedde. De Wree richtte zijn eigen drukkerij op, waar hij zowel eigen werken als die van tijdgenoten liet drukken. Hij publiceerde onder andere het werk van zijn vriend Anselmus Boëtius de Boodt, een Brugse geneesheer. Zijn belangrijkste werken zijn voornamelijk genealogische en historische studies over Vlaanderen. Gezelle correspondeerde met Adolf Duclos over zijn poëzie en gaf een stuk Bacchus Cort-Rijck uit in Rond den Heerd.
Links[wikipedia]

Name - event Guido Gezelle

EventRuitebrekersrede Tielt
Period30/09/1885
DescriptionGezelle houdt een rede te Tielt, bij de herdenking van L.L. De Bo, waarin hij zich scherp afzet tegen ‘tuimelperten' en 'verwaande ruitebrekerije van machtelooze kinders', meer bepaald de actie van de Vlaamse studenten te Leuven.

Title - work by Guido Gezelle

TitleRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]
TitleLoquela
Links[gezelle.be]
TitleOns Oud Vlaemsch

Title - other work

TitleDe ruitenbrekers
Author[De Visschere, Emile; e.a.]
Date[1885]
PlaceAntwerpen
PublisherKennes
TitleRimen en Teltsjes fan de broarren Halbertsma
AuthorHalbertsma, Joost Hiddes ; Halbertsma, Tjalling Hiddes; Halbertsma, Eeltsje
Date1871
PlaceDeventer
Publisherde Lange

Title[17/11/1885], Brugge, Adolf Juliaan Duclos aan [Guido Gezelle]
EditorKoen Calis; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2025
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingKoen Calis; Universiteit Antwerpen, Duclos Adolf Juliaan aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), [17/11/1885]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
SenderDuclos, Adolf Juliaan
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent[17/11/1885]
Place SentBrugge (Brugge)
AnnotationDatum en adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie; plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Physical Description
Support Material 1 enkel vel, 209 mm x 135 mm
papier, wit
papiersoort: 1 zijde beschreven, inkt
Condition volledig
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle; idem rechts: Antwoord op G's brief // van [17/11 1885] // (inkt, beide hand P.A.); <-79> (inkt)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive5556
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11867
Content Description
IncipitMij dunkt, 't ware allerbest, wildet gij
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.