<Hit 1191 of 2965

>

p1+
Ami,

Merci mille fois pour votre aimable et précieux cadeau; le Duik-Almanak, arrangé sous forme de petit volume, sera mon vade mecum pour toute l’année 1886. Vous avez fait un excellent choix parmi les milliers de proverbes et de pensées, que vous aviez réunis; tous ces adages, dictons, etc., ne sont pas d’égal mérite, mais le plus grand nombre est frappant de justesse et, dès lors, se retient aisément. Encore une fois donc, proficiat et merci!

Dom Boutrais, qui est en ce moment à la Chartreuse de Notre Dame des Prés, à Montreuil (Pas de Calais), me demande où en est la traduction de la Chronique des Chartreux de Nieuport,[1] dont l’Ordre, paraît-il, désire extrêmement la publication. Je lui ai répondu que vous êtes surchargé de besogne et empêché, par des embarras de tout genre, d’aller aussi vite que vous le voudriez.

Dites-moi franchement, Ami, si vous croyez pouvoir mener à bon terme l’oeuvre entreprise. Ne vous gênez pas de me dire toute votre pensée à cet égard; si la tâche assumée est trop lourde, nous pourrions faire en sorte quep2l’Ordre, dont beaucoup de membres, entre autres Dom Boutrais, entendent parfaitement l’anglais, se charge lui-même de la traduction du Manuscrit de Jacques Long, si tant est que les Dames Anglaises y consentent.

Ecrivez-moi, je vous prie, demain, deux lignes à ce sujet.

Tout à vous,
Ernest Rembry

Annotations

[1] Ernest Rembry wilde delen van het manuscript Notitia Carthusianorum Anglorum (1743) van Dom James Long, dat werd bewaard in het Engelse Klooster te Brugge, laten vertalen voor publicatie in de Annales de la Société d’Émulation. Bij de opheffing van het klooster Sheen Anglorum hadden de Kartuizers hun boeken en handschriften in het Engelse Klooster in depot achtergelaten. De priorin, Mother Mary Augustine More (een directe afstammeling van Thomas More), verleende onderdak aan prior Dom Williams (de laatste prior van Sheen), die daar samen met twee andere broeders verbleef van juni tot november 1793. Hoewel Sheen Anglorum niet meer bestaat, worden het zegel en de archiefstukken bewaard in St. Hugh's Charterhouse te Parkminster. In 1960, na onderhandelingen met de algemene overste van de Kartuizers, werden de bewaarde boeken en documenten, die eerder in het klooster te Brugge waren, teruggegeven aan de Kartuizers. Het handschrift van Long bevindt zich sindsdien in de bibliotheek van de Kartuizers te Parkminster. De Engelse zusters in Brugge bezitten enkel nog een fotokopie. Het manuscript bevat twee teksten: de eerste vertelt het leven van de heilige Bruno, de stichter van de Kartuizers, terwijl de tweede de geschiedenis van de Engelse Kartuizers behandelt, met inbegrip van de geschiedenis van het klooster Shene-Nieuwpoort. Rembry schakelde Guido Gezelle in voor de vertaling. Hoewel Gezelle een deel van het manuscript vertaalde, werd zijn vertaling nooit voltooid of gepubliceerd. Rembry vond uiteindelijk een andere vertaler en publiceerde de Franse vertaling onder de naam van A.C. De Schrevel, hoewel de daadwerkelijke vertaling vermoedelijk door L.H. werd gedaan. (C. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.212-213).

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Sender

NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameBrugge
SettlementBrugge

Name - person

NameDe Schrevel, Arthur C.
Dates° Wervik, 05/01/1850 - ✝ Brugge, 18/04/1934
SexMannelijk
Occupationpriester; professor; vicaris-generaal; secretaris; geestelijk bestuurder; auteur
BioArthur De Schrevel, zoon van Ivon De Schrevel, geneesheer, en Melanie Liebaert, studeerde aan het bisschoppelijk college te Ieper en van september 1872 tot 1876 theologie aan de katholieke universiteit te Leuven. Hij ontving zijn priesterwijding op 07/06/1873. Hij werd professor (10/09/1877) en directeur (18/08/1880) van het grootseminarie te Brugge. De Schrevel werd erekanunnik van de Brugse kathedraal (26/07/1889) en secretaris van bisschop Waffelaert (10/06/1894). Hij werd geestelijk directeur van de dienstmaagden van de Zaligmaker te Brugge (12/03/1897), aartspriester (26/04/1905) en vicaris-generaal van het bisdom Brugge (12/12/1911). Hij nam ontslag in maart 1931 en bleef in Brugge wonen. Hij werd (bestuurs)lid van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge in 1882 en voorzitter in 1919. De Schrevel publiceerde als historicus werken over de zestiende eeuw.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent
NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).
NameLong, James
Dates° Londen, - ✝ 07/01/1759
SexMannelijk
Occupationpater; karthuizer; coadjutor; auteur
ResidenceEngeland
BioDom James Long werd geboren te Londen. Hij trad op 13 december 1716 toe tot de Kartuizerorde en legde zijn geloften af in het Engelse Kartuizerklooster te Nieuwpoort. Op 28 december 1717 werd hij tot subdiaken gewijd, gevolgd door zijn wijding tot diaken op 24 september 1718. Vanwege conflicten met de monniken van het klooster werd hij op 6 oktober 1753 uit de kloostergemeenschap ontslagen. Hij verliet Nieuwpoort en werd in 1754 benoemd tot coadjutor van het Kartuizerklooster te Brussel. Hij overleed op 7 januari 1759. Hij is de auteur van het manuscript Notitia Carthusianorum Anglorum (1743), dat bewaard werd in het Engelse Klooster te Brugge. Het manuscript bevat twee teksten: de eerste vertelt het leven van de heilige Bruno, de stichter van de Kartuizers, terwijl de tweede de geschiedenis van de Engelse Kartuizers behandelt, met inbegrip van de geschiedenis van het klooster Shene-Nieuwpoort. Ernest Rembry sprak Guido Gezelle aan om delen van het manuscript in Frans te vertalen voor publicatie in de Annales de la Société d’Émulation. Hoewel Gezelle enkele delen van het manuscript vertaalde, bleef zijn Franse vertaling onvoltooid. Rembry vond uiteindelijk een andere vertaler en publiceerde de vertaling onder de naam van A.C. De Schrevel, hoewel de daadwerkelijke Franse vertaling vermoedelijk door L.H. werd gedaan.
Relation to Gezellevertaler van werk
SourcesC. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.212-213
NameBoutrais, Cyprien Marie
Dates° Parijs, 30/06/1837 - ✝ Sedico, 18/04/1900
SexMannelijk
Occupationauteur; redemptorist; prior
ResidenceFrankrijk; Italië; Zwitserland
BioCyprien Marie Boutrais werd geboren op 30 juni 1837 te Parijs. Hij trad aanvankelijk toe tot de redemptoristen, maar legde op 4 juni 1871 zijn geloften af als kartuizer in de Grande Chartreuse. Vervolgens was hij achtereenvolgens prior van de kloosters La Valsainte in Zwitserland (1893-1898), Glandier en Vedana. Hij overleed op 18 april 1900 in Sedico, provincie Belluno, Italië. Boutrais publiceerde diverse werken over zowel de geschiedenis als de spiritualiteit van de kartuizerorde o.m. "La Grande Chartreuse par un Chartreux" 1881 en "La Chartreuse de Glandier en Limousin"(1886).
SourcesC. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.226

Name - place

NameBrugge
SettlementBrugge
NameMontreuil-sur-Mer

Name - institute

NameEngels Klooster
DescriptionHet Engels Klooster is gevestigd aan de Carmersstraat en wordt sinds de stichting in 1629 bewoond door de Kanunnikessen van Windesheim, met een korte onderbreking in de Franse tijd. De van oorsprong Nederlandse congregatie ontstond eind veertiende eeuw onder invloed van de moderne devotie en kreeg al gauw bijhuizen in Vlaanderen. Tijdens de vervolgingen in Engeland ontving het klooster in Leuven zoveel Engelse roepingen dat daar in 1609 een eerste Engels klooster is opgericht. Op 14 september 1629 kwamen vanuit Leuven vijf Engelse zusters het Klooster van Nazareth in Brugge stichten. Pas in 1886 kon een klooster in Engeland worden gevestigd: Our Lady’s Priory (tot in 1978 te Hayward’s Heath). De religieuzen leven volgens de regel van Sint-Augustinus. Van bij de aanvang tot 1973 hielden ze een pensionaat open waar ze Engelse katholieke meisjes opleiden. Guido Gezelle was vanaf 30 maart 1899 tot zijn dood rector van het Engels Klooster en leraar aan de kostschool.
Dating14/09/1629-heden
Links[wikipedia]
NameChartreuse Jésus de Bethléem de Nieuport of Sheen Anglorum
DescriptionDe kartuizerij Sheen Anglorum was een Engels klooster in ballingschap dat na de Reformatie zijn toevlucht zocht op het Europese vasteland. De gemeenschap vond uiteindelijk in 1626 onderdak in Nieuwpoort, waar zij de kartuizerij Jésus-de-Bethléem oprichtte. Gedurende ruim anderhalve eeuw leefden de monniken er volgens de strenge regels van de kartuizerorde, in afzondering en gebed. De kloostergemeenschap hield stand tot 1783, toen het klooster werd opgeheven tijdens de hervormingen van keizer Jozef II.
Dating1626-1783
Links[wikipedia]
Namechartreuse Notre-Dame-des-Prés
DescriptionDit klooster werd gesticht in 1325 in Neuville-sous-Montreuil (Pas-de-Calais, Frankrijk) voor de orde der Kartuizers, mogelijk door Robert III van Boulogne of Robert VI van Auvergne. Het complex was eeuwenlang in gebruik als religieus centrum. Tegen het einde van de 19de eeuw fungeerde het onder andere als locatie voor de algemene drukkerij van de orde. In 1901 werd het gesloten naar aanleiding van de wet-Waldeck-Rousseau, die religieuze instellingen in Frankrijk beperkte.
Dating1326-1901

Title - work by Guido Gezelle

TitleDuikalmanak
Links[gezelle.be]

Title - other work

TitleNotitia Carthusianorum Anglorum (handschrift)
AuthorLong, James
Date1743
PlaceNieuwpoort

Title12/10/1885, Brugge, Ernest Rembry aan [Guido Gezelle]
EditorRik Van Gorp; Els Depuydt; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingRik Van Gorp; Els Depuydt; Universiteit Antwerpen, Rembry Ernest aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), 12/10/1885. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
SenderRembry, Ernest
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent12/10/1885
Place SentBrugge (Brugge)
AnnotationAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Published inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899 / door Caroline Verstraeten. - Gent : Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.83-84
Physical Description
Support Material 1 enkel vel, 211 mm x 134 mm
papier, wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive5535
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11846
Content Description
IncipitMerci mille fois pour votre aimable et pré-
Summary vertaling ter publicatie in 'Annales de la Société d'Emulation 'van delen uit het manuscript van Dom James Long, 'Notitia Carthusianorum Anglorum' (1743), dat bewaard werd in het Engelse Klooster te Brugge
Text Typebrief
LanguagesFrans
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.