<Resultaat 1176 van 2965

>

p1+
Zeer eerweerde Heer.

Cuppens schrijft mij alle dagen dat ik naar Thielt moet, en och![1] ik zou zoo geerne daar zijn den 30en. Maar. . . . . ik moet naar de exercitia spiritualia[2] van den 27en tot 1en Bamisen[3] ik geloof niet dat men de Betooging De Bo als eene ratio sufficiens[4] zal aannemen om van die exercitia ontslagen te zijn. Weet u Erw er geenen raad mêe? Kom ik niet, dan komt er niemand uit Limburg.

Mijnen vriendelijken en eerbiedigsten groet in Christo
Polyd. Daniëls priester
Vogelsanck[5] 20/9 85.

Noten

[1] Naar de grote huldeviering voor L. L. De Bo op 30 september 1885 te Tielt georganiseerd door het Davidsfonds van Tielt. Guido Gezelle zou er zijn befaamde redevoering

Houden, waar hij de studenten ‘ruitenbrekers’ noemt.

[2] Verwijst wellicht naar een soort retraite waarbij priesters gelovigen moesten begeleiden in hun uitvoering van de Exercitia Spiritualia, een reeks ’geestelijke oefeningen’ opgesteld door de heilige Ignatius van Loyola van 1522 tot 1524 bestaande uit gebeden en meditaties. Aangezien deze oefeningen over een periode van vier weken uitgevoerd worden, zijn de ’27en’ en ’30en’ waar Daniëls over spreekt waarschijnlijk 27 en 30 september.
[3] Oktober.
[4] Gegronde reden.
[5] Polydoor Daniëls diende van 1876 tot 1904 als de slotkapelaan en aalmoezenier van baron en Zolders burgemeester Jules de Villenfagne de Vogelsanck. Daniëls verbleef in het kasteel Vogelsanck, waar hij wellicht de brieven aan Guido Gezelle opstelde.

Register

Correspondenten - personen

NaamDaniëls, Polydoor; Broeder Elias
Datums° Diest, 20/12/1845 - ✝ Hoeilaart, 05/12/1944
GeslachtMannelijk
Beroeppriester, leraar
BioPolydoor Daniels werd op 20 december 1845 geboren te Diest. Hij volgde een priesteropleiding aan de seminaries van Sint-Truiden en Luik. Na zijn priesterwijding op 3 juni 1871 gaf hij les aan de colleges van Huy en Saint-Roch te Ferrières. Omwille van zijn zwakke gezondheid werd hij in 1876 huiskapelaan bij baron de Villenfagne de Vogelsanck te Zolder. Die bood hem een stimulerende intellectuele omgeving. Daniëls legde zich toe op historisch en filologisch onderzoek. Samen met August Cuppens en Jacob Lenaerts stichtte hij het taal- en volkskundig tijdschrift ‘'t Daghet in den Oosten’ (1885) dat sterk onder invloed van Gezelle stond en de Limburgse studentenbeweging steunde. Zo kwam hij in contact met Gezelle die de eerste jaargangen nazag. Daniëls werkt mee aan de Woordentas en Loquela. Hij was tevens medestichter van Het Belfort, van De Banier en van het historische tijdschrift ‘L'Ancien Pays de Looz’. Na de dood van baron de Villenfagne in 1904 werd hij benoemd tot bestuurder van de broeders van Liefde in Hasselt en tot rector van het Begijnhof. In 1909 werd hij archivaris en conservator van het Stedelijk Museum van de stad Hasselt. In 1939 ging hij met pensioen te Hoeilaart. Hij stierf er op 3 december 1944.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
Bronnen https://hasel.be/dani%C3%ABls-polydoor-1845-1944
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamDaniëls, Polydoor; Broeder Elias
Datums° Diest, 20/12/1845 - ✝ Hoeilaart, 05/12/1944
GeslachtMannelijk
Beroeppriester, leraar
BioPolydoor Daniels werd op 20 december 1845 geboren te Diest. Hij volgde een priesteropleiding aan de seminaries van Sint-Truiden en Luik. Na zijn priesterwijding op 3 juni 1871 gaf hij les aan de colleges van Huy en Saint-Roch te Ferrières. Omwille van zijn zwakke gezondheid werd hij in 1876 huiskapelaan bij baron de Villenfagne de Vogelsanck te Zolder. Die bood hem een stimulerende intellectuele omgeving. Daniëls legde zich toe op historisch en filologisch onderzoek. Samen met August Cuppens en Jacob Lenaerts stichtte hij het taal- en volkskundig tijdschrift ‘'t Daghet in den Oosten’ (1885) dat sterk onder invloed van Gezelle stond en de Limburgse studentenbeweging steunde. Zo kwam hij in contact met Gezelle die de eerste jaargangen nazag. Daniëls werkt mee aan de Woordentas en Loquela. Hij was tevens medestichter van Het Belfort, van De Banier en van het historische tijdschrift ‘L'Ancien Pays de Looz’. Na de dood van baron de Villenfagne in 1904 werd hij benoemd tot bestuurder van de broeders van Liefde in Hasselt en tot rector van het Begijnhof. In 1909 werd hij archivaris en conservator van het Stedelijk Museum van de stad Hasselt. In 1939 ging hij met pensioen te Hoeilaart. Hij stierf er op 3 december 1944.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
Bronnen https://hasel.be/dani%C3%ABls-polydoor-1845-1944

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamZolder
GemeenteHeusden-Zolder

Naam - persoon

NaamCuppens, August
Datums° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NaamDe Bo, Leonard Lodewijk; Leenaert
Datums° Beveren-Leie, 27/09/1826 - ✝ Poperinge, 25/08/1885
GeslachtMannelijk
Beroephulppriester; leraar; pastoor; deken; auteur; taalkundige; botanicus
BioLeonard Lodewijk De Bo werd geboren als enige zoon van Ludovicus De Bo, landbouwer, en Amelia Lemayeur. Na schitterende middelbare studies aan het College van Tielt begon hij in oktober 1846 zijn seminariestudies aan het grootseminarie te Brugge. Op 15 maart 1851 werd hij te Brugge tot priester gewijd. Van 11 april tot 1 oktober 1851 was hij coadjutor (hulppriester) in de parochie Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Ver-Assebroek. Op 1 oktober 1851 werd hij leraar in de poesis- en retoricaklassen van het Sint-Lodewijkscollege te Brugge, een functie die hij 22 jaar lang zou uitoefenen, tot 9 juli 1873, toen hij werd aangesteld als pastoor van de parochie Sint-Petrus en Sint-Paulus te Elverdinge (09/07/1873 – 27/09/1882). Nadien werd hij pastoor van de parochie Onze-Lieve-Vrouw te Ruiselede (27/09/1882 – 22/04/1884). Op 22 april 1884 werd hij, hoewel hij al ziek was, nog overgeplaatst naar de parochie Sint-Bertinus te Poperinge waar hij pastoor-deken was, een overplaatsing die hij niet echt zag zitten. Hij overleed overigens al het jaar nadien. Reeds als seminarist verzamelde De Bo de West-Vlaamse woordenschat. Zijn levenswerk, het West-Vlaamsch Idioticon, waarin meer dan 25.000 woorden en uitdrukkingen uit de West-Vlaamse taal verzameld en verklaard worden, verscheen van 1870 tot 1873, gevolgd door een tweede, bijgewerkte uitgave in 1890-1892. De Bo leerde Guido Gezelle in 1850 in het grootseminarie te Brugge kennen; zij werden goede vrienden en werkten hecht samen rond de studie van de West-Vlaamse taal. De Bo werkte actief mee aan o.a. Loquela en Rond den Heerd. Postuum verschenen nog Schatten uit de volkstaal (1887) en De Bo’s Kruidwoordenboek, het resultaat van zijn levenslange botanische activiteiten.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); medewerker Rond den Heerd; medewerker Loquela; gelegenheidsgedichten
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Naam - plaats

NaamTielt
GemeenteTielt
NaamZolder
GemeenteHeusden-Zolder

Naam - gebeurtenis Guido Gezelle

GebeurtenisRuitebrekersrede Tielt
Periode30/09/1885
BeschrijvingGezelle houdt een rede te Tielt, bij de herdenking van L.L. De Bo, waarin hij zich scherp afzet tegen ‘tuimelperten' en 'verwaande ruitebrekerije van machtelooze kinders', meer bepaald de actie van de Vlaamse studenten te Leuven.

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Daniëls, Polydoor

Correspondenten - personen

Daniëls, Polydoor
Gezelle, Guido

Naam - gebeurtenis Guido Gezelle

Ruitebrekersrede Tielt

Naam - persoon

Cuppens, August
De Bo, Leonard Lodewijk

Naam - plaats

Tielt
Zolder

Plaats van verzending

Zolder

Titel20/09/1885, Zolder, Polydoor Daniëls aan [Guido Gezelle]
EditeurMichael Gijbels; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenMichael Gijbels; Universiteit Antwerpen, Daniëls Polydoor aan Gezelle Guido, Zolder (Heusden-Zolder), 20/09/1885. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderDaniëls, Polydoor
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum20/09/1885
VerzendingsplaatsZolder (Heusden-Zolder)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 enkel vel, 213 mm x 135 mm
papier, wit, rechthoekig geruit
papiersoort: 1 zijde beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief5520
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11832
Inhoud
IncipitCuppens schrijft mij alle dagen dat ik naar
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.