Zeer eerweerde Heer.
Cuppens schrijft mij alle dagen dat ik naar Thielt moet, en och![1] ik zou zoo geerne daar zijn den 30en. Maar. . . . . ik moet naar de exercitia spiritualia[2] van den 27en tot 1en Bamisen[3] ik geloof niet dat men de Betooging De Bo als eene ratio sufficiens[4] zal aannemen om van die exercitia ontslagen te zijn. Weet u Erw er geenen raad mêe? Kom ik niet, dan komt er niemand uit Limburg.
Mijnen vriendelijken en eerbiedigsten groet in Christo
Polyd. Daniëls priester
Vogelsanck[5] 20/9 85.







