Eerweerde,
'T is moeilijk voor mij inbrake te doen ter dekenij om woordenboek en overgeblevene aanteekeningen te werven.[1]
T ware misschien niet kwalijk indien Gij zelf in tijden kondet komen om hetgeen Gij begeert op te zanten.
Ge weet dat Gij te mijnent wel zult gekomen zijn.
Van op den drink
Poperinghe 25-8-85.
‘K weet nog niet wanneer de begraving zal plaats hebben.[2]







