<Hit 1119 of 2965

>

p1+
Beste Vriend,

Ik antwoord per partes aen uwen brief van 17 dezer.

1) ‘t Gedacht van M. Dhaese is allerbest. ‘t Portret, dat hy bezit (zie de beschryving ervan in myn werksken, p. 108, n° 3 Jan van den Sande) is nochtans het schoonste niet; dit laetste (p. 102, n° 2 Collin (Richard)) is in handen van P. Marcellus. Bedoelde portret van Jan van den Sande is al gelyk niet leelyk; maer my dunkt, ‘t is fantaisie.

Ik meen dat M. Dhaese dit portret op zyne kosten zou laten teekenen; ‘t Ware een allerbeste middel om de memorie van P. Marcus te ververschen, en zynen voorstel moogt gy niet verwerpen.[1]

2) Geheel geern zal ik de proeven van uwen plukalmanak nazien; maer iets daeraen veranderen of verbeteren, zou ik niet durven doen. Als het er op aenkomt, zal ik vryelyk en vriendelyk myne bemerkingen maken.

3) De voorgestelde titel is goed.

4) De daten te recht brengen zal moeiyelyk zyn; ik heb er veel op gezweet en nochtans gedoold, omdat al de schryvers verschillige daten opgeven. Wees zoo goed myne aendacht te trekken op deze die moeten gewyzigd zyn; ik zal de zaek op nieuw onderzoeken.p25) Ongetwyfeld moet gy de benedictie en den akt van berouw geven van Marcus d’Aviano; ‘t zyn daer kapitale stukken.

6) Gy zoudt moeten eerst en vooral al de geplakte blaren van Beyaert nazien,[2] dezelve verbeteren, als ‘t nood doet, en ze my dan zenden, ter inzage.

7) ‘K zal de zake der Fransciscanen van San Francisco onderzoeken, en u daerover schryven.

Ik heb eenige kleinigheden vergaderd, die in myn werksken niet staen, onder andere:

1) den akt van berouw in vlaemsche verzen, getrokken uit een oud boeksken, waarvan de titel afgescheurd is

2) een lang latynsch gebed van M. ab Aviano, gedaen voor ‘t ontzet van Weenen; etc. – Zoudt gy daervan gebruik maken?[3]

Andermael proficiat! en Vivat Marcus ab Aviano!

Tuus in Christo,
Et Rembry

Festina manu.[4]

Annotations

[1] In zijn briefkaart van 07/12/1884 aan Guido Gezelle vraagt Rembry om de figuur van Marcus d’Aviano en zijn studie onder de aandacht te brengen in de Gazette van Kortrijk. Gezelle zal ingaan op deze vraag en hij start op 14 februari 1885 naar aanleiding van de publicatie een artikelenreeks over Marcus d’Aviano in de Gazette van Kortrijk. Dit nadat Rembry zijn verzoek diverse keren herhaalde in een zijn nieuwjaarskaartje aan Guido Gezelle van 01/1885, in een brief van 08/01/1885 en in een brief van 04/02/1885.
[2] Hij bedoelt een collage van de artikels die als feuilleton in de Gazette van Kortrijk verschenen.
[3] In zijn brieven zal Ernest Rembry herhaaldelijk aandringen op de publicatie van Gezelles artikelenreeks over d’Aviano uit de Gazette van Kortrijk in boekvorm: brieven van 08/03/1885, 23/03/1885, 06/04/1885, 10/04/1885, 05/05/1885, 02/06/1885, 17/06/1885, 16/08/1885, 15/09/1885, 09/10/1885, 02/03/1886. Dit boekje zal er echter niet komen.
[4] Vertaling (Latijn): Haastig geschreven.

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Sender

NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameBrugge
SettlementBrugge

Name - person

NameBeyaert, Georges (Joris) Vincent Eugène Louis; Joris
Dates° Kortrijk, 21/05/1856 - ✝ Kortrijk, 14/12/1904
SexMannelijk
Occupationdrukker; uitgever; bibliothecaris
BioGeorges Vincent Eugène Louis Beyaert was de enige zoon van Eugène Beyaert en Hortense Deljoutte. Bij het overlijden van zijn vader in 1879 nam de 23-jarige Georges de goed draaiende drukkerij en boekhandel in het centrum van Kortrijk over. Hij drukte meestal onder de oorspronkelijke firmanaam. Hij was vooral bekend als drukker-uitgever van katholieke kranten en bladen zoals de Courrier de Courtrai et de l’Arrondissement (1876-1882), de Gazette van Kortrijk (1876-1914) en het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk (1891-1907). Hij drukte ook verschillende werken en gedichten van Guido Gezelle en Pieter Theodoor Stevens, die trouwens beiden talrijke artikels leverden voor de Gazette van Kortrijk. Zo was hij verantwoordelijk voor de uitgave van Gezelles tijdschrift Loquela, de Davidsfondsuitgaven van Hiawatha (1886) en Gezelles vertaling van de Goddelijke Beschouwingen (1897) van bisschop Waffelaert. Ook de tweede uitgave van De Bo’s Westvlaamsch Idioticon kwam bij hem van de pers. Naast zijn drukke beroepsbezigheden was Georges Beyaert in 1878 ook nog stadsbibliothecaris van Kortrijk geworden en in 1881 boekbewaarder van de plaatselijke Davidsfondsafdeling. In 1888 trad hij in het huwelijk met Marie Vanlerberghe en hij kreeg met haar zeven kinderen. Rond de eeuwwisseling maakte hij deel uit van een commissie die ijverde voor de oprichting van een gedenkteken voor Guido Gezelle te Kortrijk. Hij overleed na een kortstondige ziekte op 48-jarige leeftijd. Zijn weduwe zette de onderneming voort.
Links[dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; drukker van Gezelles werk
Sources https://www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=beya001
NameDe Vos, Camillus; Marcellus van Sint-Nicolaas (Pater)
Dates° Sint-Niklaas, 11 /06/1845 - ✝ Brugge, 30/04/1891
SexMannelijk
Occupationpater
BioPater Marcellus van Sint-Niklaas, geboren als Camillus De Vos in Sint-Niklaas op 12 juli 1845, trad in 1868 in bij de kapucijnen en legde zijn eenvoudige professie af op 31 december 1869. Hij werd priester gewijd op 30 mei 1874. Binnen de orde was hij werkzaam als predikant, archivaris en annalist. Naast zijn geestelijke taken publiceerde hij enkele werken van historische en hagiografische aard. Vermeldenswaardig zijn onder meer "De marteldood van den gelukzaligen Karel den Goede, graaf van Vlaanderen. Geschiedkundig treurspel" (Brugge, 1884, twee uitgaven) en "Een wonderdoener der zeventiende eeuw of Het leven en de wonderen van den eerbiedwaardigen pater Marcus van Aviano, minderbroeder capucien" (Brugge, 1886). Hij overleed in het kapucijnenklooster in de Sint-Clarastraat te Brugge op 30 april 1891.
NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).
Namevan den Sande, Johan; à Sande
Dates° Arnhem, 28/06/1568 - ✝ Leewarden, 17/11/1638
SexMannelijk
Occupationadvocaat; historicus; auteur; professor
ResidenceNederland
BioJohan van den Sande (of Jan van Sande) was een vooraanstaand schrijver van het gewoonterecht van Friesland, en historicus. Hij werd geboren in het Gelderse Arnhem en studeerde aan de universiteiten van Wittenberg en Leiden, om uiteindelijk doctor in de Rechten te worden. Op dertigjarige leeftijd werd hij hoogleraar in de rechten te Franeker (Friesland). Later, in 1604, werd hij raadsheer aan het Hof van Friesland. Hij vestigde zich te Leeuwarden en speelde een belangrijke rol in de godsdienstig-staatkundige geschillen van die tijd, o.m. als afgevaardigde in de Synode van Dordrecht in 1618. Zijn ‘Decisiones Currae Frisicae’ (1638) is een verhandeling over het gangbare recht in Friesland, geïllustreerd met besluiten van het Friese Hof (In het Nederlands: Gewijde Saecken). Verder van zijn hand is ook ‘Kort Begrijp der Nederlantsche historiën’. Gezelle bezat diens ‘Vijff Boecken der Gewysder Saecken voorden Hove van Vries-land’ uit 1652.
SourcesNienke Bakker, Gezelles Woordentas, Leiden 1998, p.109; ook in dbnl
NameCristofori, Carlo Domenico; Marcus van Aviano; Marcus d'Aviano
Dates° Aviano, 17/11/1631 - ✝ Wenen, 13/08/1699
SexMannelijk
Occupationpriester; prediker
ResidenceItalië; Oostenrijk
BioMarcus van Aviano was de geestelijke naam van Carlo Domenico Cristofori, een Italiaanse kapucijnerbroeder uit de 17e eeuw. In 1676 voerde hij een mirakelgenezing uit, waarna zijn faam groeide. Zo werd hij adviseur van keizer Leopold I van het Heilig Roomse Rijk. Voorts oefende hij grote invloed uit als begeesterend prediker, maar ook op politiek vlak door te bemiddelen bij conflicten. In 2003 werd hij zalig verklaard.
Links[wikipedia]
SourcesNieuw Nederlands Biografisch Woordenboek, deel 9, p. 35 (https://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/nnbw/#source=9&page=25&view=imagePane)
NameCollin, Richard
Dates° Luxemburg, 1626 - ✝ Brussel, 1698
SexMannelijk
BioRichard Collin werd in 1626 geboren in Luxemburg. Hij was een graveur die zijn opleiding kreeg bij de Duitse kunstenaar Joachim von Sandrart in Rome. In 1650-1651 werd hij meester in het Antwerpse Sint‑Lucasgilde. Collin werkte in Rome en Antwerpen en verwierf bekendheid door zijn gravures, waaronder portretten voor "Het Gulden Cabinet" van Cornelis de Bie. In de jaren 1660 nam hij leerlingen aan, en in 1678 vestigde hij zich in Brussel, waar hij benoemd werd tot hofgraveur van koning Karel II van Spanje. Zijn werk, waaronder een gravure van Christina, koningin van Zweden, is bewaard gebleven in collecties zoals het Victoria and Albert Museum. Richard Collin overleed in 1698 in Brussel.
Links[wikipedia]
NameD'Haese, Alexander
Dates° Brugge, 03/01/1822 - ✝ Brugge, 30/11/1896
SexMannelijk
Occupationhandelaar; auteur; boekenverzamelaar
BioAlexander D’Haese werd geboren te Brugge op 3 januari 1822 als zzon van Pieter D'haese en Anna Meij. Hij bleef ongehuwd en was een koopman in kolen in Brugge. D’Haese was ook auteur van de publicatie Klacht der Vlaamsche maagd (Brugge, 1875). Hij had een rijke verzameling boeken en manuscripten. Hij overleed te Brugge op 30 november 1896.
Sourcesarchiefbank Brugge; E. Rembry, De bekende pastors van Sint-Gillis te Brugge 1311-1896 : met aanteekeningen over kerk en parochie. Brugge: De Scheemaecker - Van Windekens, 1896, p. 316

Name - place

NameBrugge
SettlementBrugge
NameWenen

Title - work by Guido Gezelle

TitleDuikalmanak
Links[gezelle.be]

Title - other work

TitleLe P. Marc d'Aviano
AuthorRembry, Ernest
Date1884
PlaceBruxelles
PublisherVromant
TitleGazette van Kortrijk (periodical)
AuthorGezelle, G; Soenen, E.
Date1876-1918
PlaceKortrijk
PublisherBeyaert
Links[odis]

Title18/06/1885, Brugge, Ernest Rembry aan [Guido Gezelle]
EditorMiet Hubrechts; Peter Debaets (research); Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingMiet Hubrechts; Peter Debaets (research); Universiteit Antwerpen, Rembry Ernest aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), 18/06/1885. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
SenderRembry, Ernest
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent18/06/1885
Place SentBrugge (Brugge)
AnnotationAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Published inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899 / door Caroline Verstraeten. - Gent : Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.78-79
Physical Description
Support Material 1 enkel vel, 211 mm x 137 mm
papier, wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive5493
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11806
Content Description
IncipitIk antwoord per partes aen uwen brief van 17
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.