<Hit 1114 of 2965

>

p1
Eerweerden Heer Gezelle,
Onderpastor O. L. V.
Kortrijk.
 
p2+
Eerweerde Heer,

Voort goed met Meester Debo.

Stillekens aan verbeteren.

Tot nu toe hoorde ik bij gedaagde cartons: verlokke, ferlokke, vislokke. Een sprak mij ook van briltanden, eenige kleine tanden van de 36 die een peerd heeft, waarboven de bril past of de gramette lijk ze in ‘t Noorden zeggen. Die tanden komen uit als ‘t peerd 4 tot 5 jaren oud is. Ze zijn niet volstrekt noodig om den bril te dragen.

‘K hoorde dezen morgen iemand zeggen: zoo verre hemelmate = via recta, le plus court chemin, etc....

Nog niet anders gehoord of dunderblaars. ‘T is wel die plante die op de veusten groeit van huizen en scheuren. Volgens ‘t volk zij is een behoedmiddel tegen donder.

Later meer en beter. Eerbiedige groet

J F. O. kapelaan
P. 30-5-85

Van scheeve weken nog niets, Pijptje Kato!

Wat is dat?

[1] Wingeroen of winderoen: exempli gratia[2] het luiden van wingeroen

2° Geruwen. Diaken en subdiaken van de messe te geruwene (anno 1500)

Dank op voorbate.

Annotations

[1] Accolade voor de twee cijfers.
[2] Vertaling (Latijn): bijvoorbeeld.
uitlokke

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameOpdedrinck, Juliaan Frans
Dates° Stene, 27/06/1851 - ✝ Damme, 02/04/1921
SexMannelijk
Occupationleraar; priester; directeur; coadjutor; onderpastoor; pastoor
BioJuliaan Opdedrinck was de zoon van een melkboer uit Stene. Op 27 maart 1875 werd hij priester gewijd in Brugge. Nadat hij vijf jaar als leraar gewerkt had aan de doofstommenschool te Brugge werd hij op 15 september 1880 onderpastoor in de Sint-Janskerk te Poperinge. Daar was hij lid van het bestuur van het Davidsfonds en had hij contact met Guido Gezelle, onder meer over de gezondheid en het overlijden van L. L. De Bo. Op 26 april 1901 werd hij benoemd tot pastoor van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Damme, waar hij aan de basis stond van het museum van het St.-Janshospitaal. Na een korte periode als pastoor in Hooglede nam hij ontslag om gezondheidsredenen op 21 maart 1910. Op 20 oktober 1910 werd hij geestelijk directeur van de zusters dominicanessen te Knokke, om in december 1920 op rust te gaan in Damme, waar hij stierf. Mede geïnspireerd door Gezelle schreef hij vele historische studies, waarbij hij zich telkens verdiepte in de lokale geschiedenis, tradities en devotie van de plaatsen waar hij verbleef. Hij was ook lid van het Comité Flamand de France.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Davidsfonds Poperinge

Sender

NameOpdedrinck, Juliaan Frans
Dates° Stene, 27/06/1851 - ✝ Damme, 02/04/1921
SexMannelijk
Occupationleraar; priester; directeur; coadjutor; onderpastoor; pastoor
BioJuliaan Opdedrinck was de zoon van een melkboer uit Stene. Op 27 maart 1875 werd hij priester gewijd in Brugge. Nadat hij vijf jaar als leraar gewerkt had aan de doofstommenschool te Brugge werd hij op 15 september 1880 onderpastoor in de Sint-Janskerk te Poperinge. Daar was hij lid van het bestuur van het Davidsfonds en had hij contact met Guido Gezelle, onder meer over de gezondheid en het overlijden van L. L. De Bo. Op 26 april 1901 werd hij benoemd tot pastoor van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Damme, waar hij aan de basis stond van het museum van het St.-Janshospitaal. Na een korte periode als pastoor in Hooglede nam hij ontslag om gezondheidsredenen op 21 maart 1910. Op 20 oktober 1910 werd hij geestelijk directeur van de zusters dominicanessen te Knokke, om in december 1920 op rust te gaan in Damme, waar hij stierf. Mede geïnspireerd door Gezelle schreef hij vele historische studies, waarbij hij zich telkens verdiepte in de lokale geschiedenis, tradities en devotie van de plaatsen waar hij verbleef. Hij was ook lid van het Comité Flamand de France.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Davidsfonds Poperinge

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NamePoperinge
SettlementPoperinge

Name - person

NameDe Bo, Leonard Lodewijk; Leenaert
Dates° Beveren-Leie, 27/09/1826 - ✝ Poperinge, 25/08/1885
SexMannelijk
Occupationhulppriester; leraar; pastoor; deken; auteur; taalkundige; botanicus
BioLeonard Lodewijk De Bo werd geboren als enige zoon van Ludovicus De Bo, landbouwer, en Amelia Lemayeur. Na schitterende middelbare studies aan het College van Tielt begon hij in oktober 1846 zijn seminariestudies aan het grootseminarie te Brugge. Op 15 maart 1851 werd hij te Brugge tot priester gewijd. Van 11 april tot 1 oktober 1851 was hij coadjutor (hulppriester) in de parochie Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Ver-Assebroek. Op 1 oktober 1851 werd hij leraar in de poesis- en retoricaklassen van het Sint-Lodewijkscollege te Brugge, een functie die hij 22 jaar lang zou uitoefenen, tot 9 juli 1873, toen hij werd aangesteld als pastoor van de parochie Sint-Petrus en Sint-Paulus te Elverdinge (09/07/1873 – 27/09/1882). Nadien werd hij pastoor van de parochie Onze-Lieve-Vrouw te Ruiselede (27/09/1882 – 22/04/1884). Op 22 april 1884 werd hij, hoewel hij al ziek was, nog overgeplaatst naar de parochie Sint-Bertinus te Poperinge waar hij pastoor-deken was, een overplaatsing die hij niet echt zag zitten. Hij overleed overigens al het jaar nadien. Reeds als seminarist verzamelde De Bo de West-Vlaamse woordenschat. Zijn levenswerk, het West-Vlaamsch Idioticon, waarin meer dan 25.000 woorden en uitdrukkingen uit de West-Vlaamse taal verzameld en verklaard worden, verscheen van 1870 tot 1873, gevolgd door een tweede, bijgewerkte uitgave in 1890-1892. De Bo leerde Guido Gezelle in 1850 in het grootseminarie te Brugge kennen; zij werden goede vrienden en werkten hecht samen rond de studie van de West-Vlaamse taal. De Bo werkte actief mee aan o.a. Loquela en Rond den Heerd. Postuum verschenen nog Schatten uit de volkstaal (1887) en De Bo’s Kruidwoordenboek, het resultaat van zijn levenslange botanische activiteiten.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT); medewerker Rond den Heerd; medewerker Loquela; gelegenheidsgedichten
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameOpdedrinck, Juliaan Frans
Dates° Stene, 27/06/1851 - ✝ Damme, 02/04/1921
SexMannelijk
Occupationleraar; priester; directeur; coadjutor; onderpastoor; pastoor
BioJuliaan Opdedrinck was de zoon van een melkboer uit Stene. Op 27 maart 1875 werd hij priester gewijd in Brugge. Nadat hij vijf jaar als leraar gewerkt had aan de doofstommenschool te Brugge werd hij op 15 september 1880 onderpastoor in de Sint-Janskerk te Poperinge. Daar was hij lid van het bestuur van het Davidsfonds en had hij contact met Guido Gezelle, onder meer over de gezondheid en het overlijden van L. L. De Bo. Op 26 april 1901 werd hij benoemd tot pastoor van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Damme, waar hij aan de basis stond van het museum van het St.-Janshospitaal. Na een korte periode als pastoor in Hooglede nam hij ontslag om gezondheidsredenen op 21 maart 1910. Op 20 oktober 1910 werd hij geestelijk directeur van de zusters dominicanessen te Knokke, om in december 1920 op rust te gaan in Damme, waar hij stierf. Mede geïnspireerd door Gezelle schreef hij vele historische studies, waarbij hij zich telkens verdiepte in de lokale geschiedenis, tradities en devotie van de plaatsen waar hij verbleef. Hij was ook lid van het Comité Flamand de France.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Davidsfonds Poperinge

Name - place

NameKortrijk
SettlementKortrijk
NamePoperinge
SettlementPoperinge

Title30/05/1885, Poperinge, [Juliaan Frans Opdedrinck] aan Guido Gezelle
EditorKoen Calis
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingKoen Calis, Opdedrinck Juliaan Frans aan Gezelle Guido, Poperinge (Poperinge), 30/05/1885. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
Sender[Opdedrinck, Juliaan Frans]
RecipientGezelle, Guido
Date Sent30/05/1885
Place SentPoperinge (Poperinge)
AnnotationAdressant gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie ; plaats gereconstrueerd op basis van de poststempel; verso met inkt doorgehaald.
Physical Description
Support Material 87 mm x 123 mm
papier, geel
papiersoort: recto met adres; verso verticaal beschreven, inkt
Condition volledig
Lay-out op adreszijde: gedrukte postzegel, afgestempeld
Additions op verso bovenaan: taalkundige notities: uitlokke (inkt, hand G.G.); op verso rechtsonder bijgeschreven onder de initialen: [pdedrinck] (inkt, hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive5488
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11801
Content Description
IncipitVoort goed met Meester Debo.
Text Typebriefkaart
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.