<Hit 1086 of 2965

>

p1+
Beste Vriend,

Hertelyken dank over uw kort, maer zoo welwillend briefke. Marcus ab Aviano staet u aen; dat doet my deugd aen ‘t herte, want ik heb my onzeggelyk veel moeite gegeven, om dit alles byeen te brengen en aeneen te knopen. Ik hoop dat gy dien Wonderman wat zult ophelderen in de Gazette, waervan ik u twee of dry numeros durf verzoeken.[1]

Ik kan niet aennemen wat M. De Mullie houdt staen:[2]

1) Al de eventydige archiven van Doornyk zyn, met de meeste zorg, doorsnuffeld geweest; daerin geen enkel woord over Pater Marcus.

2) Volgens proost Vrints van Trouwenfeldt, ooggetuige, Bisschop en Kapitel van Doornyk zyn naer Gent gekomen om aldaer de benedictiep2van onzen mirakeldoener te ontvangen.

3) Volgens denzelfden schryver, zyn de afgeveerdigden van Kortryk naar Gent gegaen, om Marcus ab Aviano te verzoeken te willen komen naer Kortryk.

Dit alles heb ik uiteengedaen in myne verhandeling.

‘t Zyn Argumenta negativa, zult gy my zeggen; ja, maer ‘t zyn van de goede soorte en men zal ze moeilyk wederleggen.

Voor aleer my het portret vñ M. ab Av. te zenden, wil onderzoeken of het geene kopy is van ‘t een of ‘t ander portret door my reeds beschreven.

Is het toch mogelyk dat men uwen Gulden Woensdag,[3] dit perelke van poezy en gedachten, alzoo behandelt? Dat het ergens een fransche en onnoozele roman ware, dan zou men geen lof genoeg aen den schryver kunnen toezwaeien. My dunkt dat uw Gulden Woensdag geheel in den trant is van Columbanus Vrancx, Abt van S. Pieters, neffensp3Gent, eenen uwer geliefkoosde schryvers. Ben ik mis?

Zend niet aen den H. Eerw. H. Bisschop; hy is trouwens geen liefhebber.

Andermael dank en beste groetenissen.
Totus tuus in Christo,[4]
Et Rembry

P.S. Kent gy geene oude vlaemsche boekskens over S. Carolus Borromoeus, en waer zyn ze te vinden?[5]

Annotations

[1] In zijn briefkaart van 07/12/1884 aan Guido Gezelle vraagt Rembry om de figuur van Marcus d’Aviano en zijn studie over hem onder de aandacht te brengen in de Gazette van Kortrijk. Gezelle zal ingaan op deze vraag en hij start op 14 februari 1885 naar aanleiding van de publicatie een artikelenreeks over Marcus d’Aviano in de Gazette van Kortrijk. Dit nadat Rembry zijn verzoek diverse keren herhaalde in een zijn nieuwjaarskaartje aan Guido Gezelle van 01/1885 en in een brief van 04/02/1885.
[2] In Kortrijk, zeker bij bepaalde families, bleef een hardnekkig overlevering bestaan dat Marcus d’Aviano de stad Kortrijk vanuit Doornik gezegend had met de woorden: "Kortrijk zal vele zien, en weinig lijen" — een traditie die Gezelle op 28 augustus 1880 nog aanhaalde in zijn artikel over de kapucijn in de Gazette van Kortrijk. Dit strookte niet met Rembry’s bevindingen. (zie J. Boets, Uit het dagwerk van Gezelle: Carlo de' Christophori. In: Gezelliana: 4 (1973) 1-2, p.10).

”In de Gazette van Kortrijk: (28/03/1885) schreef Gezelle: ”Bij Mijnheer De Mulié-De Bien, in de Doornijkstrate, tot Kortrijk, bestaat er ene afbeelding van Pater Marcus.” Gezelle beschrijft niet enkel de prent maar voegt er ook bij dat, ”dank zij die prent, de Kortrijkenaars hun overlevering in ere zullen houden!””

(C. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.232). Uiteindelijk zal Gezelle toch voor de historische waarheid gaan en niet voor de legende.

[3] De Gulden mis, is de mis de woensdag voor kerstmis waarin tot in de 18de eeuw in de Sint-Jacobskerk te Brugge een paralyturgisch spel werd opgevoerd. Guido Gezelle beschrijft dit spel in: G. Gezelle, Dagwijzer, woensdag 19 (...) Quatemper Woensdag, vergulden Woensdag. In: Rond den Heerd: 2 (15 december 1866) 3, p. 19-21. Gezelle liet zich door dit spel inspireren tot het schrijven van ’De Gulden woensdag of godlijk blijspel’, dat zelfstandig werd uitgegeven. Hij nam de tekst uit Rond den Heerd als inleiding op. De inleiding en het gedicht verschenen ook in: Loquela. Bijblad: (Jaarmesse 1885).

Guido Gezelle had Ernest Rembry een exemplaar van de afzonderlijke uitgave bezorgd. Rembry was er zeer lovend over: “Quel suave morceau! On le dirait découpé de quelque poète du XVIIe siècle. Voilà bien de la poésie chrétienne; les vers coulent de source et les idées sont magnifiquement rendues.” (zie naamkaartje van E. Rembry aan G. Gezelle).

[4] Vertaling (Latijn): Geheel de jouwe in Christus.
[5] Ernest Rembry zal later nog een werk over deze heilige publiceren.

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Sender

NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameBrugge
SettlementBrugge

Name - person

NameDe Mulié - De Bien, Charles-Jean
Dates° Kortrijk, 02/05/1812 - ✝ Kortrijk, 08/12/1899
SexMannelijk
Occupationgemeenteraadslid; handelaar; schepen
BioCharles-Jean De Mulié was getrouwd met Clothilde De Bien (een nicht van Prudence Vercruysse, eerste vrouw van de Kortrijkse burgemeester Henri Nolf). Hij was handelaar, conservatief-katholiek gemeenteraadslid (1848-1854 en 1861-1899) en schepen (1848-51) van Kortrijk, en West-Vlaams provincieraadslid (1866-99). Hij was o.m. stichtend lid van de Association Constitutionnelle et Conservatrice de Courtrai (1858). In opdracht van Henri Nolf en Charles De Milié, voorzitter van het Kortrijkse Bureau de Bienfaisance (Weldadigheidsbureel d.i. Arm-kamer), werkte Guido Gezelle vanaf 31/12/1873 aan een brochure over de Kortrijkse armenkamer n.a.v. de viering van het 100-jarige bestaan ervan op 01/03/1874.
Relation to Gezellecorrespondent
SourcesP. Couttenier, Gezelles project voor een geschiedenis van de Kortrijkse armenkamer. Gezelliana: 14 (1885) 1-2, p.78-128
NameFaict, Joannes Josephus
Dates° Leffînge, 22/05/1813 - ✝ Brugge, 04/01/1894
SexMannelijk
Occupationpriester, professor, superior, erekanunnik, vicaris-generaal, coadjutor, bisschop
BioIn 1834 was J.J. Faict, zoon van Henri Faict, brouwer, en Marie Hellinck, laureaat van de retorica aan het kleinseminarie te Roeselare. Hij werd doctor in de theologie, wijsbegeerte en letteren. Op 09 juni 1838 werd hij te Brugge door Mgr. Boussen tot priester gewijd. Hij werd professor kerkgeschiedenis en wetenschappen (12/01/1839) en professor theologie (oktober 1840) aan het grootseminarie in Brugge. Vanaf augustus 1849 tot oktober 1856 was hij superior van het kleinseminarie te Roeselare. Hij werd erekanunnik (29/12/1853) en vicaris-generaal van Mgr. Malou op 18/10/1856. In september 1862 werd hij huisprelaat van paus Pius IX en op 25/02/1864 coadjutor van Mgr. Malou. Hij was bisschop van Brugge van 18/10/1864 tot aan zijn dood in 1894.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezelleoverste; correspondent
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).
NameVrancx, Cornelis Columbanus; Vrancx, Cornelius Columbanus
Dates° Dendermonde, ca. 1529 - ✝ Gent, 15/08/1615
SexMannelijk
Occupationabt; schrijver
BioCornelis Columbanus Vrancx kwam uit Dendermonde, studeerde theologie in Leuven, en werd in 1569 kanunnik in de Sint-Baafskathedraal in Gent. Na een tussentijds verblijf in Doornik, werd hij monnik in de Sint-Pietersabdij in Gent. Hij werd er prior in 1590, en abt in 1597. Zijn leven lang wijdde hij zich aan het schrijven van proza en poëzie, waaronder spotdichten tegen de Hervormden. In totaal publiceerde hij meer dan dertig werken. Guido Gezelle had verschillende werken van hem in zijn bibliotheek.
Links[wikipedia]
NameCarolus Borromeus
Dates° Arona, 02/10/1538 - ✝ Milaan, 04/11/1584
SexMannelijk
Occupationaartsbisschop
ResidenceItalië
BioCarolus Borromeus (Carlo Borromeo) was een 16e-eeuwse kerkhervormer uit Milaan en werd in 1610 door paus Paulus V heilig verklaard. Borromeus was verwant aan hoge adellijke families uit Milaan, o.a. de Medici, Gonzaga en Caïmo. Als tweede zoon van de familie de Borromei was hij voorbestemd voor een kerkelijke carrière. Daardoor werd hij reeds op zijn twaalfde ‘abt zonder verplichtingen’ van de abdij van Santi Felino e Graziano in Arona. In 1559 vervolledigde hij zijn studies kerkelijk en burgerlijk recht en werd zijn oom Giovanni Angelo Medici verkozen tot paus Pius IV. Onder zijn pontificaat was Carlo kardinaal, pauselijk secretaris en administrator van het aartsbisdom Milaan. Enkele jaren later, in 1562, stierf zijn oudste broer, waarna de familie wilde dat Carlo het geslacht verder zou zetten. Hij deed dit niet, maar legde zich met grotere ernst toe op zijn religieuze ambt. Zo ontving hij achtereenvolgens zijn priester- en bisschopswijding, maar ook maakte hij er werk van om de mistoestanden in de Kerk aan te pakken. Hij stichtte weeshuizen, hospitalen, liefdadigheidsinstellingen, alsook een van de eerste priesterseminaries. Tijdens de pestepidemie van 1576 verplichtte hij alle religieuzen om de zieken te helpen, waarbij hij zelf het voorbeeld gaf. Dit bezorgde hem veel steun van de bevolking, terwijl hij vanuit de Kerk zelf tegenstand kende omwille van zijn hervormingsplannen en kritiek. In 1584, tijdens zijn jaarlijkse verblijf op Monte Varallo, werd hij ziek. Koortsig keerde hij terug naar Milaan, maar onderweg stierf hij.
Links[wikipedia]
NameCristofori, Carlo Domenico; Marcus van Aviano; Marcus d'Aviano
Dates° Aviano, 17/11/1631 - ✝ Wenen, 13/08/1699
SexMannelijk
Occupationpriester; prediker
ResidenceItalië; Oostenrijk
BioMarcus van Aviano was de geestelijke naam van Carlo Domenico Cristofori, een Italiaanse kapucijnerbroeder uit de 17e eeuw. In 1676 voerde hij een mirakelgenezing uit, waarna zijn faam groeide. Zo werd hij adviseur van keizer Leopold I van het Heilig Roomse Rijk. Voorts oefende hij grote invloed uit als begeesterend prediker, maar ook op politiek vlak door te bemiddelen bij conflicten. In 2003 werd hij zalig verklaard.
Links[wikipedia]
SourcesNieuw Nederlands Biografisch Woordenboek, deel 9, p. 35 (https://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/nnbw/#source=9&page=25&view=imagePane)

Name - place

NameBrugge
SettlementBrugge
NameGent
SettlementGent
NameKortrijk
SettlementKortrijk
NameDoornik

Title - poem by Guido Gezelle

TitleDe gulden woensdag of het godlijk blijspel
PublicationTijdkrans (Verzameld dichtwerk, deel III), p. 530

Title - work by Guido Gezelle

TitleDe gulden woensdag of het godlijk blijspel. Kortrijk: Beyaert, 1884

Title - other work

TitleLe P. Marc d'Aviano
AuthorRembry, Ernest
Date1884
PlaceBruxelles
PublisherVromant
TitleGazette van Kortrijk (periodical)
AuthorGezelle, G; Soenen, E.
Date1876-1918
PlaceKortrijk
PublisherBeyaert
Links[odis]
TitleLe culte de Saint Charles Borromée à Bruges
AuthorRembry, Ernest
Date1901
PlaceBruges
PublisherLouis de Plancke
TitleOprecht historisch en de kort verhael : vande wonderheden, handel, en de leven van den venerabelen pater Marcus ab Aviano capucin predicant : in het licht uyt-ghegeven
AuthorVrints van Trouwenfeldt, Johan Carl
Date1684
PlaceGhendt
PublisherM. Graet

Title08/01/1885, Brugge, Ernest Rembry aan [Guido Gezelle]
EditorRik Van Gorp; Els Depuydt; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingRik Van Gorp; Els Depuydt; Universiteit Antwerpen, Rembry Ernest aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), 08/01/1885. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
SenderRembry, Ernest
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent08/01/1885
Place SentBrugge (Brugge)
AnnotationAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Published inTijdkrans II, p.248 (citaat); De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899 / door Caroline Verstraeten. - Gent : Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.66-67
Physical Description
Support Material 1 dubbel vel, 169 mm x 105 mm
papier, wit
papiersoort: 3 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive5461
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11774
Content Description
IncipitHertelyken dank over uw kort, maer
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.