Over eenige dagen heeft M. Cuppens eenen achternoen[1] bij mij gezeten en hij sprak mij van dit en dat; onder andere zei hij mij dat gij niet wist dat het leven van Sinte Lutgarde[2] uitgegeven was. 't Is nogtans zoo. Prof. Bormans heeft het laten drukken in de Dietsche Warande;[3] ik heb er hier zelfs een afzonderlik aftreksel van voor mij liggen (153 bladz in 8°). Het zal u zeker genoegen doen van dat te vernemen.
Ik zend u twee klokinschriften voor t Daghet;[4] M. Cuppens heeft mij gezegd dat gij fel scheutig waart op zulke dingen en deze twee hebben hem en mij ook p2goed bevallen.
Ik heb op 't getouw: de geschiedenis van een limburgsch Ons Lieve Vrouweboeksken[5] en Iets over oud limburgsch geld.[6] Ik zal maken dat een van de twee toekomende week af is. We moeten zien dat 't Daghet krek alle maanden uitkomt, want het zou ons bladje veel kwaad doen als dat niet was.







