<Hit 1037 of 2965

>

p1+
Beste Vriend,

Reeds lang en op verschillige wyzen tracht Mr Van Costenobele de toelating te bekomen om de archiven des Bisdoms te benuttigen tot het opstellen der geschiedenis van de Antonynen van den Catsberg. Gy moet weten, de Catsberg lag voordezen onder ‘t bisdom van Yper, en by ons zyn er eenige onvolledige folianten bewaerd der Acta Episcopatus Yprensis.[1] Nu, die folianten bevatten hier en daer eenige stukken betrekkelyk de Antonynen van den Catsberg, stukken waervan, zoo als ik kom te vernemen, Ferdinand Bouckhout de lyst bezorgd heeft aen Mr Van Costenobele. Hong de zaek van my af, uw vriend zou gauw bediend zyn; ongelukkiglyk, ik heb er niet aen te zeggen, en alle vragen van dien aerd moeten regtstreeks gedaen worden aen Zyne Hoogweerdigheid, die moeyelyk zyne toestemming verleent. Het spyt my uwen vriend niet te kunnen helpen, maer gy zoudt toch ook niet willen, is ‘t geen waer, dat ik my in moeyelykheden steke.p2Ik verwacht u eerstdaegs met de zaek in kwestie, waervoor ik, naer gewoonte, zal zorgen. ‘t Is, zoo als gy weet, op zyn oud vlaemsch, de hertelyke portie, ten 12 ½. Als gy te Brugge toekomt, zeg het in ‘t voorbygaen aen Reine, en alles zal wel zyn.

Tot in ‘t kort dan, en gansch aen u,
Ernest Rembry

Annotations

[1] Officiële handelingen of archiefstukken van het bisschoppelijk bestuur van het bisdom Ieper.

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Sender

NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameBrugge
SettlementBrugge

Name - person

NameFaict, Joannes Josephus
Dates° Leffînge, 22/05/1813 - ✝ Brugge, 04/01/1894
SexMannelijk
Occupationpriester, professor, superior, erekanunnik, vicaris-generaal, coadjutor, bisschop
BioIn 1834 was J.J. Faict, zoon van Henri Faict, brouwer, en Marie Hellinck, laureaat van de retorica aan het kleinseminarie te Roeselare. Hij werd doctor in de theologie, wijsbegeerte en letteren. Op 09 juni 1838 werd hij te Brugge door Mgr. Boussen tot priester gewijd. Hij werd professor kerkgeschiedenis en wetenschappen (12/01/1839) en professor theologie (oktober 1840) aan het grootseminarie in Brugge. Vanaf augustus 1849 tot oktober 1856 was hij superior van het kleinseminarie te Roeselare. Hij werd erekanunnik (29/12/1853) en vicaris-generaal van Mgr. Malou op 18/10/1856. In september 1862 werd hij huisprelaat van paus Pius IX en op 25/02/1864 coadjutor van Mgr. Malou. Hij was bisschop van Brugge van 18/10/1864 tot aan zijn dood in 1894.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezelleoverste; correspondent
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).
NameVan Costenoble, François Auguste
Dates° Bailleul (Belle), 22/09/1821 - ✝ Flêtre (Vleteren), 16/09/1901
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; pastoor
ResidenceFrans-Vlaanderen (Frankrijk)
BioFrançois Augustin Van Costenoble werd op 22 september 1821 te Belle geboren als zoon van Jean Pierre François (1793-1859), landbouwer, en Eugénie Rosalie Breyne (1798-1888, Elverdinge). In 1845 werd hij tot priester gewijd, en werd datzelfde jaar aangesteld als onderpastoor te Flêtre (Vleteren) (20/12/1845). In september 1853 werd hij aalmoezenier van de gevangenis van Loos. Vervolgens was hij onderpastoor te Haubourdin (10/06/1856), te Fives (14/06/1858) en pastoor te Rainsart (27/10/1858), te Zermezele (22/08/1860) en te Flêtre (21/09/1881). Hij was een belangrijk figuur van de tweede generatie van het Comité Flamand de France (1853) en verleende in die hoedanigheid samen de met stichter, Ingnace de Coussemaker, eveneens uit Belle, zijn steun aan het nieuwe tijdschrift ‘Ons oud Vlaemsch’, een werkstuk van de hand van Guido Gezelle. Omwille van geldgebrek bleef dit ‘toogexemlaar’ het eerste en enige nummer. Via zijn neef Charles Beke-Crombet uit Kortrijk – hun moeders waren zussen – kwam Van Costenoble persoonlijk in contact met Gezelle. Vanaf mei 1884 ontstond er zo een levenslange vriendschap en correspondentie tussen beide heren. Van Costenoble nodigde Gezelle nog datzelfde jaar uit om lid te worden van het Comité Flamand de France. Frans Van Costenoble stierf op 16 september 1901 te Flêtre.
Relation to Gezellecorrespondent; Comité Flamand de france
SourcesCaroline Vestraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987; Christine Decoo, De brieven van elf vooraanstaande Frans-Vlamingen aan Guido Gezelle (1884-1899). Gent: RUG. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte. Vakgroep Germaanse filologie, 1981; J. de Mûelenaere, ‘Bij een portrettekening van Cordelia Vande Wiele’. In: De Leiegouw. Jg. 14 (1972), p. 341-344; C. Gezelle, Guido Gezelle en fransch-vlaanderen. In: Dietsche Warande en Belfort, jg. 1923/8, p. 853-878; https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/comite-flamand-de-france; L. Van Biervliet, Negentiende-eeuwse Vlaamse contacten over de Frans-Belgische staatsgrens heen. In: Verslagen en Mededelingen van de KANTL, vol. 128, nr. 1, 2018, p. 61-82 (http://www.bntl.nl/files/300345/Van%20Biervliet%202018.pdf); Journal d'Ypres (02/10/1901) (https://historischekranten.be)
NameTracher, Regina
Dates° Menen, 01/05/1822 - ✝ Brugge, 05/11/1884
SexVrouwelijk
Occupationdienstmeid
BioRegina Tracher werd geboren te Menen op 1 mei 1822 als dochter van Edouard Tracher en Regina Serruys. Zij vestigde zich later in Brugge, waar zij gedurende vele jaren werkzaam was als dienstmeid in dienst van Ernest Rembry, met wie zij een nauwe werkrelatie onderhield. Zo kwam ze ook in contact met Guido Gezelle. Ze woonde in bij haar werkgever de Sint-Jorisstraat en bleef ongehuwd. Op 22 oktober 1884 kwam zij ten val op de trap, waarbij zij een schedelbreuk en een ernstig rugletsel opliep. Ernest Rembry, was op dat moment als enige bij haar aanwezig en verzorgde haar tijdens de daaropvolgende moeilijke dagen. Regina Tracher overleed op 5 november 1884 in het Sint-Janshospitaal in de Mariastraat nr. 40 te Brugge aan de gevolgen van dit ongeval. Ze werd volgens de correspondentie van Rembry begraven op 7 november 1884.
SourcesArchiefbank Brugge
NameBouckhout, Ferdinand
Dates° Pittem, 15/05/1815 - ✝ Brugge, 28/01/1891
SexMannelijk
Occupationrentenier
BioFerdinand Bouckhout werd geboren te Pittem op 15 mei 1815 als zoon van Joannes Bouckhout en Isabella Vromman. Hij trouwde op 30 april 1862 te Brugge met Adelaide Thérèse De Lombaerde. Bouckhout was rentenier en overleed op 28 januari 1891 in zijn woning aan de Sint-Jorisstraat E 46 te Brugge.
SourcesArchiefbank Brugge

Name - place

NameBrugge
SettlementBrugge
NameIeper
SettlementIeper

Name - institute

NameAbdij op de Katsberg (Abbaye du Mont des Cats)
DescriptionDe Abdij van de Katsberg (Abbaye Sainte-Marie du Mont des Cats) werd opgericht in 1826 door trappistenmonniken afkomstig uit het Zuid-Franse klooster Sainte-Anne de la Valbonne. Dit onder gestuurd door gestuurd door de Abbaye du Gard. In 1847 werd het prioraat verheven tot abdij. Gelegen op de Katsberg, nabij Godewaersvelde in Frans-Vlaanderen, ontwikkelde de gemeenschap zich tot een stabiele monastieke instelling met landbouw, kaasmakerij en tot begin 20e eeuw ook een brouwerij. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de abdij in 1918 grotendeels verwoest. In de daaropvolgende jaren werd zij heropgebouwd. In 2011 werd de abdij opnieuw betrokken bij de productie van trappistenbier, in samenwerking met de Abdij van Scourmont. De abdij is tot op heden in werking.
Dating1826-heden
Links[wikipedia]

Title17/07/1884, Brugge, Ernest Rembry aan [Guido Gezelle]
EditorRik Van Gorp; Els Depuydt; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingRik Van Gorp; Els Depuydt; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen, Rembry Ernest aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), 17/07/1884. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
SenderRembry, Ernest
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent17/07/1884
Place SentBrugge (Brugge)
AnnotationAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Published inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899 / door Caroline Verstraeten. - Gent : Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.60-61
Physical Description
Support Material 1 enkel vel, 211 mm x 135 mm
papier, wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive5415
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11726
Content Description
IncipitReeds lang en op verschillige wyzen tracht
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.