<Hit 1036 of 2965

>

p1
Geloofd zij Jesus Christus
Hooggeachte, eerweerde Heer,

Ik stuur U vandaag eene zende voor zantekoorn[1] dank aan de vrienden uit het Mechelsche, want zelf en kan ik het nog niet voor het Gheelsche. Ik zit te veel onder de studenten van latijnsche schole en daar, gij weet het, onderdrukt de straf ieder vrij en ongekunsteld vlaamsche woord. Maar onder den verloftijd hoop ik kans te zoeken om naar het volk te luisteren en dan ook op te teekenen. Ik zal aan vriend Gust Cuppens vragen dat hij naar mij komt in Gheel om samen wat in de Antwerpsche Kempen te loopen en te luisteren.

Ik heb U al geschreven, meen ik, dat ik lesse geven moet van vlaamsch. Ik ben daar zeker te zwak voor, maar zou geren mijne tale leeren zooals het moet. En hier, Eerweerde Heer, zoudt gij mij eenen overgrooten dienst kunnen bewijzen, met mij te zeggen hoe ik dat p2moet aan boord leggen. Wat moet ik eerst studeeren, en hoe moet ik dan stillekens verder en verder gaan? Och, als gij me daar eenen keer goeden raad gaaft, wat zou ik mijn best doen!

Ik heb twee dingen in den kop voor mijne klas van 't vlaamsch. Laat mij ze U zeggen en wees eens zoo goed te oordeelen.

1o, Tot hiertoe werd in ons gesticht geene Geschiedenis der vlaamsche letterkunde gegeven. De geest is er pertang[2] heel goed, voor zooveel als dat zijn kan in onze colleges. Zou daar dan geen nut in zitten? En hoe zou ik dat zooal geven? Den Spiegel van Alberdingk Thym volgen of iets anders.

Hier peis ik op iets anders: ik heb hooren zeggen dat Th. Sevens eene geschiedenis van west vlaamsche schrijvers of zoo iets gaat uitgeven: wat het juist is weet ik niet. ('k zit hier half buiten de wereld) Als me dat nuttig kan zijn, en ja dat zal het wel, zou ik daar geren op inteekenen. Kan ik mij dat langs Loquela p3niet bezorgen? Diepen dank betuig ik U daarvoor. 

2°, Zou ik aan mijne studenten van Rhetorica en Poesis niet spreken mogen van de taalbeweging die er nu is en zoo aan de Brabanders hier een dichtstuk uitleggen van eenen . west vlaamsche dichter? Dan zou het west vlaamsch voor hen toch geen vreemd opzicht meer hebben en ze zouden iets weten van volkstaal! Maar om dit goed te doen zou ik iets moeten weten over de west vlaamsche taal dat is over regels die daar in zijn, enz. 'k En ken niets als De Bo's Woordenboek: is dat nog wel te krijgen. En bestaat er niets anders meer?

Zie, Eerweerde Heer, ik stel U veel vragen en val U wel lastig. Maar ik weet toch niet waar beter te rade gaan dan bij den meester. En ik zeg rechtuit wat ik peis omdat gij mij helpen zult, daar ben ik zeker van; en ook omdat ik weet dat ik tegen U recht uit mag spreken, en gij niet zult uitbrengen wat anderen niet mogen weten.

Loquela voor mij komt nog altijd langs Mechelen; zoo blijft zij te lang p4weg; doe ze a.u.b. recht naar Gheel zenden.[3] Ik heb ook tot hiertoe van studenten voorrecht genoten voor den inschrijvingsprijs. Dat mag ik nu niet meer ter schade van Loquela: ik verwacht dan mijne volle rekening te Gheel.

Nu zou ik nog wel eene vraag moeten doen? Zijt gij niet van zin, Eerweerde Heer, eens naar de Kempen te komen? Ik bid U sla dan Gheel toch niet over; 't zij onder den schooltijd, 't zij onder 't verlof, allen zullen hier gelukkig zijn U te ontvangen. Wij zijn hier maar met zeven professors: en al zitten wij onder het fransche onderwijskraam, in het hert is het hier vlaamsch, en vlaamsch op oude, broederlijke manier.

Dankbaar voor de kostelijke lessen die ik reeds van U ontvangen heb wil ik steeds blijven
Uw verkleefde dienaar inChristo
Gustaf Janssens
college, Gheel.

Annotations

[1] ’Zantekoorn‘ was een rubriek in Gezelles taalkundig tijdschrift Loquela, waarin woorden werden opgelijst en verklaard.
[2] Nochtans.
[3] Gustaaf Janssens liet zijn tijdschriften voorheen op het adres van zijn schoonbroer leveren. Dit had als reden dat deze tijdschriften niet werden toegelaten in het Grootseminarie Mechelen waar hij zijn opleiding gevolgd had.

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameJanssens, Gustaaf Hendrik Jozef
Dates° Mechelen, 23/08/1858 - ✝ Brussel, 30/04/1902
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; auteur; redacteur
BioGustaaf Janssens deed zijn middelbare studies aan het Sint-Romboutscollege te Mechelen, waar hij o.m. les kreeg van Jan Bols. In 1876-77 was hij er medestichter van de ‘jonge Kerelsgilde’ die zich bezighield met letterkundige oefeningen in de volkstaal; ze werd een onderafdeling van ‘De jonge taalvrienden’ van het kleinseminarie van Mechelen. Samen met enkele medeleerlingen probeerde hij de katholieke Vlaamse studenten te groeperen, wat zou leiden tot het in 1890 opgerichte Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond (AKVS). Als filosofiestudent aan het kleinseminarie van Mechelen (1878-1880) was hij medeoprichter en redacteur van de studentenalmanak "Driesken de Nijper". Dit was de voorloper van "De Student. Tijdschrift voor het Vlaamsche Studentenvolk" (1881-1930), dat hij samen met Frans Drijvers oprichtte tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Mechelen. Als redactielid van "De Student" schreef hij zelf weinig artikelen, maar nam hij het zakelijke beheer van het tijdschrift op zich. Hij voerde de onderhandelingen met de drukker, beheerde de administratie van de abonnees en was verantwoordelijk voor de financiële afhandeling en overige bureautaken. Hij betrok ook Guido Gezelle bij het tijdschrift via de taalkundige rubriek ‘vindekoorn’. Ondertussen sprokkelde hij ook woorden voor Gezelles taalkundig tijdschrift “Loquela”. Janssens werd op 7 jun 1884 tot priester gewijd en op 8 juni vierde hij zijn eerste mis. Op 13 april 1884 begon hij als leraar aan het Sint-Aloysiuscollege van Geel, waar hij onder andere lesgaf in 'Vlaams'. Voor de invulling van deze lessen vroeg hij advies aan Guido Gezelle. Hij bleef er lesgeven tot 14 oktober 1890 en stond er bekend om zijn Vlaamsgezindheid. In 1890 en 1898 werd hij respectievelijk diocesaan inspecteur en hoofdinspecteur van het lager onderwijs. Hij overleed in Brussel op 30 april 1902.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter; studentenbeweging

Sender

NameJanssens, Gustaaf Hendrik Jozef
Dates° Mechelen, 23/08/1858 - ✝ Brussel, 30/04/1902
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; auteur; redacteur
BioGustaaf Janssens deed zijn middelbare studies aan het Sint-Romboutscollege te Mechelen, waar hij o.m. les kreeg van Jan Bols. In 1876-77 was hij er medestichter van de ‘jonge Kerelsgilde’ die zich bezighield met letterkundige oefeningen in de volkstaal; ze werd een onderafdeling van ‘De jonge taalvrienden’ van het kleinseminarie van Mechelen. Samen met enkele medeleerlingen probeerde hij de katholieke Vlaamse studenten te groeperen, wat zou leiden tot het in 1890 opgerichte Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond (AKVS). Als filosofiestudent aan het kleinseminarie van Mechelen (1878-1880) was hij medeoprichter en redacteur van de studentenalmanak "Driesken de Nijper". Dit was de voorloper van "De Student. Tijdschrift voor het Vlaamsche Studentenvolk" (1881-1930), dat hij samen met Frans Drijvers oprichtte tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Mechelen. Als redactielid van "De Student" schreef hij zelf weinig artikelen, maar nam hij het zakelijke beheer van het tijdschrift op zich. Hij voerde de onderhandelingen met de drukker, beheerde de administratie van de abonnees en was verantwoordelijk voor de financiële afhandeling en overige bureautaken. Hij betrok ook Guido Gezelle bij het tijdschrift via de taalkundige rubriek ‘vindekoorn’. Ondertussen sprokkelde hij ook woorden voor Gezelles taalkundig tijdschrift “Loquela”. Janssens werd op 7 jun 1884 tot priester gewijd en op 8 juni vierde hij zijn eerste mis. Op 13 april 1884 begon hij als leraar aan het Sint-Aloysiuscollege van Geel, waar hij onder andere lesgaf in 'Vlaams'. Voor de invulling van deze lessen vroeg hij advies aan Guido Gezelle. Hij bleef er lesgeven tot 14 oktober 1890 en stond er bekend om zijn Vlaamsgezindheid. In 1890 en 1898 werd hij respectievelijk diocesaan inspecteur en hoofdinspecteur van het lager onderwijs. Hij overleed in Brussel op 30 april 1902.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter; studentenbeweging

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameGeel
SettlementGeel

Name - person

NameCuppens, August
Dates° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NameJanssens, Gustaaf Hendrik Jozef
Dates° Mechelen, 23/08/1858 - ✝ Brussel, 30/04/1902
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; auteur; redacteur
BioGustaaf Janssens deed zijn middelbare studies aan het Sint-Romboutscollege te Mechelen, waar hij o.m. les kreeg van Jan Bols. In 1876-77 was hij er medestichter van de ‘jonge Kerelsgilde’ die zich bezighield met letterkundige oefeningen in de volkstaal; ze werd een onderafdeling van ‘De jonge taalvrienden’ van het kleinseminarie van Mechelen. Samen met enkele medeleerlingen probeerde hij de katholieke Vlaamse studenten te groeperen, wat zou leiden tot het in 1890 opgerichte Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond (AKVS). Als filosofiestudent aan het kleinseminarie van Mechelen (1878-1880) was hij medeoprichter en redacteur van de studentenalmanak "Driesken de Nijper". Dit was de voorloper van "De Student. Tijdschrift voor het Vlaamsche Studentenvolk" (1881-1930), dat hij samen met Frans Drijvers oprichtte tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Mechelen. Als redactielid van "De Student" schreef hij zelf weinig artikelen, maar nam hij het zakelijke beheer van het tijdschrift op zich. Hij voerde de onderhandelingen met de drukker, beheerde de administratie van de abonnees en was verantwoordelijk voor de financiële afhandeling en overige bureautaken. Hij betrok ook Guido Gezelle bij het tijdschrift via de taalkundige rubriek ‘vindekoorn’. Ondertussen sprokkelde hij ook woorden voor Gezelles taalkundig tijdschrift “Loquela”. Janssens werd op 7 jun 1884 tot priester gewijd en op 8 juni vierde hij zijn eerste mis. Op 13 april 1884 begon hij als leraar aan het Sint-Aloysiuscollege van Geel, waar hij onder andere lesgaf in 'Vlaams'. Voor de invulling van deze lessen vroeg hij advies aan Guido Gezelle. Hij bleef er lesgeven tot 14 oktober 1890 en stond er bekend om zijn Vlaamsgezindheid. In 1890 en 1898 werd hij respectievelijk diocesaan inspecteur en hoofdinspecteur van het lager onderwijs. Hij overleed in Brussel op 30 april 1902.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter; studentenbeweging
NameSevens, Theodoor; Pieter-Theodoor; 'het Leeuw'
Dates° Kinrooi, 16/05/1848 - ✝ Kortrijk, 10/04/1927
SexMannelijk
Occupationleraar; directeur; auteur
BioTheodoor Sevens studeerde voor onderwijzer aan de Normaalschool te Lier en verhuisde daarna in 1869 naar West-Vlaanderen. Te Dudzele trouwde hij op 11/12/1872 met Louisa Bastoen, met wie hij vijf kinderen kreeg. Hij was opeenvolgend leraar te Lissewege (1869-1870), Dudzele (1870-1872), Lapscheure (1872-1881) en Kortrijk (1881-1925), waar hij algauw directeur werd. Hij stichtte er in 1881 een afdeling van het Davidsfonds en werd in 1882 lid van het hoofdbestuur van het Davidsfonds West-Vlaanderen. Hij was goed bevriend met Guido Gezelle en gaf dan ook een redevoering op zijn lijkdienst te Kortrijk (06/12/1899). Ook was hij secretaris van het 27ste Nederlandse Taal- en Letterkundig Congres (1902, Kortrijk). Daarnaast schreef hij vele gedichten, kinderliederen, koralen en levensschetsen, waaronder ‘Hulde aan Conscience’ (1883). Gedichten en artikels van zijn hand verschenen in o.a. "Rond den Heerd" en "De gazet van Kortrijk" en hij werkte mee aan "De Banier" en "Jong Vlaanderen".
Links[odis], [dbnl]
Namevan Hammée, Hendrik Jan
Dates° Mechelen, 02/12/1858 - ✝ Mechelen, 27/02/1921
SexMannelijk
Occupationsmid; paswerker
BioHendrik Jan Van Hammée werd geboren op 2 december 1858 in Mechelen als zoon van Jan Baptist Van Hammée en Marie Kiebooms. Hij werkte als smid en paswerker. Op 29 juli 1879 trad hij in het huwelijk met Marie Françoise Henriette Melanie Janssens (Mechelen 19/01/1856-26/04/1940). Via dit huwelijk was hij de schoonbroer van Gustaaf Janssens. Gustaaf liet Gezelles tijdschrift "Loquela" bij zijn schoonbroer toekomen en niet aan het grootseminarie van Mechelen waar hij studeerde. Hendrik Jan Van Hammée overleed op 27 februari 1921 in Mechelen.
SourcesGeneanet

Name - place

NameGeel
SettlementGeel
NameMechelen
SettlementMechelen

Name - institute

NameGrootseminarie Mechelen
DescriptionHet Grootseminarie Mechelen werd in 1595 opgericht door aartsbisschop Mathias Hovius in het voormalige Standonckcollege, naar aanleiding van het Concilie van Trente. In 1746 begon de bouw van een nieuw seminarie. Doorheen de jaren kende het seminarie verschillende periodes van sluiting en heropening, onder meer tijdens het bewind van Jozef II en de Franse Revolutie. In 1830 kon de priesteropleiding definitief herstarten. Gedurende de 20e eeuw werden seminaristen onder meer getraind voor militaire dienst en vonden er meerdere herstructureringen plaats. In 1970 werd het Grootseminarie van Mechelen gesloten en verhuisden de opleidingen naar Leuven en later ook naar Brussel. In 1995 werd het seminarie tijdelijk heropend als Theologicum, maar door een gebrek aan seminaristen werd het in 2006 volledig geïntegreerd in het Johannes XXIII-seminarie te Leuven.
Dating1595-2006
Links[odis], [wikipedia]
NameSint-Aloysiuscollege, Geel
DescriptionHet Sint-Aloysiuscollege is een middelbare school in Geel, provincie Antwerpen. De school vindt haar oorsprong in de Latijnse School, die sinds de 15e eeuw in de stad gevestigd was. In 1844 onderging de instelling een transformatie en werd ze omgevormd tot het Sint-Aloysiuscollege, aanvankelijk onder de naam Collège Patroné de Gheel. Vanaf 1850 kreeg de school de status van bisschoppelijk college onder het Aartsbisdom Mechelen. Tegen het einde van de 19e eeuw verhuisde het college naar een nieuw gebouw, waarna het oorspronkelijke schoolgebouw verdween. Tijdens de periode van de Vlaamse studentenbewegingen gaf Gustaaf Janssens er les. Hij probeerde zowel het schoolbeleid als zijn leerlingen, waaronder politicus Alfons Van de Perre, een Vlaamsgezinde visie bij te brengen.
Dating1844-heden
Links[wikipedia]

Title - work by Guido Gezelle

TitleLoquela
Links[gezelle.be]

Title - other work

TitleWestvlaamsch idioticon
AuthorDe Bo, Leonard Lodewijk
Date1873
PlaceBrugge
PublisherGailliard
TitleSpiegel van Nederlandsche letteren, bijzonder bestemd voor Belgische scholen
AuthorAlberdingk Thijm, Petrus Paul Maria
Date1877
PlaceLeuven
PublisherKarel Fonteyn
TitleVlaamsche dichters en prozaschrijvers van Kortrijk (1545-1885) : naar tijdsorde gerangschikt met biographische en bibliographische aanteekeningen en proeven uit hunne werken
AuthorSevens, Theodoor
Date1885
PlaceKortrijk
PublisherBeyaert

Title17/07/1884, Geel, Gustaaf Hendrik Jozef Janssens aan [Guido Gezelle]
EditorJoppe Werbrouck; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2025
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingJoppe Werbrouck; Universiteit Antwerpen, Janssens Gustaaf Hendrik Jozef aan Gezelle Guido, Geel (Geel), 17/07/1884. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
SenderJanssens, Gustaaf Hendrik Jozef
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent17/07/1884
Place SentGeel (Geel)
AnnotationAdressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Physical Description
Support Material 1 dubbel vel, 211 mm x 134 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Lay-out briefpapier: kruisteken, met kroon en leeuw op schild, en met bijhorende spreuk, alles lichtbruin gedrukt: Geloofd zij Jezus Christus
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive5414
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11725
Content Description
IncipitIk stuur U vandaag eene zende voor
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.