Ik stuur U vandaag eene zende voor zantekoorn[1] dank aan de vrienden uit het Mechelsche, want zelf en kan ik het nog niet voor het Gheelsche. Ik zit te veel onder de studenten van latijnsche schole en daar, gij weet het, onderdrukt de straf ieder vrij en ongekunsteld vlaamsche woord. Maar onder den verloftijd hoop ik kans te zoeken om naar het volk te luisteren en dan ook op te teekenen. Ik zal aan vriend Gust Cuppens vragen dat hij naar mij komt in Gheel om samen wat in de Antwerpsche Kempen te loopen en te luisteren.
Ik heb U al geschreven, meen ik, dat ik lesse geven moet van vlaamsch. Ik ben daar zeker te zwak voor, maar zou geren mijne tale leeren zooals het moet. En hier, Eerweerde Heer, zoudt gij mij eenen overgrooten dienst kunnen bewijzen, met mij te zeggen hoe ik dat p2moet aan boord leggen. Wat moet ik eerst studeeren, en hoe moet ik dan stillekens verder en verder gaan? Och, als gij me daar eenen keer goeden raad gaaft, wat zou ik mijn best doen!
Ik heb twee dingen in den kop voor mijne klas van 't vlaamsch. Laat mij ze U zeggen en wees eens zoo goed te oordeelen.
1o, Tot hiertoe werd in ons gesticht geene Geschiedenis der vlaamsche letterkunde gegeven. De geest is er pertang[2] heel goed, voor zooveel als dat zijn kan in onze colleges. Zou daar dan geen nut in zitten? En hoe zou ik dat zooal geven? Den Spiegel van Alberdingk Thym volgen of iets anders.
Hier peis ik op iets anders: ik heb hooren zeggen dat Th. Sevens eene geschiedenis van west vlaamsche schrijvers of zoo iets gaat uitgeven: wat het juist is weet ik niet. ('k zit hier half buiten de wereld) Als me dat nuttig kan zijn, en ja dat zal het wel, zou ik daar geren op inteekenen. Kan ik mij dat langs Loquela p3niet bezorgen? Diepen dank betuig ik U daarvoor.
2°, Zou ik aan mijne studenten van Rhetorica en Poesis niet spreken mogen van de taalbeweging die er nu is en zoo aan de Brabanders hier een dichtstuk uitleggen van eenen . west vlaamsche dichter? Dan zou het west vlaamsch voor hen toch geen vreemd opzicht meer hebben en ze zouden iets weten van volkstaal! Maar om dit goed te doen zou ik iets moeten weten over de west vlaamsche taal dat is over regels die daar in zijn, enz. 'k En ken niets als De Bo's Woordenboek: is dat nog wel te krijgen. En bestaat er niets anders meer?
Zie, Eerweerde Heer, ik stel U veel vragen en val U wel lastig. Maar ik weet toch niet waar beter te rade gaan dan bij den meester. En ik zeg rechtuit wat ik peis omdat gij mij helpen zult, daar ben ik zeker van; en ook omdat ik weet dat ik tegen U recht uit mag spreken, en gij niet zult uitbrengen wat anderen niet mogen weten.
Loquela voor mij komt nog altijd langs Mechelen; zoo blijft zij te lang p4weg; doe ze a.u.b. recht naar Gheel zenden.[3] Ik heb ook tot hiertoe van studenten voorrecht genoten voor den inschrijvingsprijs. Dat mag ik nu niet meer ter schade van Loquela: ik verwacht dan mijne volle rekening te Gheel.
Nu zou ik nog wel eene vraag moeten doen? Zijt gij niet van zin, Eerweerde Heer, eens naar de Kempen te komen? Ik bid U sla dan Gheel toch niet over; 't zij onder den schooltijd, 't zij onder 't verlof, allen zullen hier gelukkig zijn U te ontvangen. Wij zijn hier maar met zeven professors: en al zitten wij onder het fransche onderwijskraam, in het hert is het hier vlaamsch, en vlaamsch op oude, broederlijke manier.







