<Hit 960 of 2965

>

p1
Eerweerde Heer en lieve Vriend!

Hier bij ingesloten vindt Gij een antwoord op uwe vrage wie Janus Erasmius (want zóó schijnt de man geheeten te hebben, en niet Erasmus) was. En tevens de bron vermeld, waaruit ik deze aanteekening opgeduikeld hebbe.

Ik wil er een paar woorden, als begeleidinge, bij voegen, al hoewel ik U op dit pas niets te vragen noch te melden hebbe. Maar eerst ende meest moet ik U mijnen hertgrondigen dank betugen voor de antwoorden op mijne vragen aangaande vlamsche huisnamen, aangaande westvlamsche schrijvers, en andere zaken, die ik in uwen laatsten brief van eenige dagen geleden, vinde, en die mij zeer welkom waren, en bij mijne opstellen over uw land en volk,[1] van dienst kunnen zijn.

Ja, het gaat mij even als 't U gaat. Ook ik wenschte wel dat Kortrijk en Haarlem wat dichter bij elkander lagen - want ook ik hebbe U dikwijls zoo vele te vragene, en zoo vele met U te besprekene, in mijn herte.p2En ons gesprek en zoude dan niet enkel end' aleene over taalkunde handelen, denke 'k! - Uw glazen plantenkamer hoop ik eens te zien, bij leven en gezondheid! Maar wanneer? Het volgende jaar zeker niet. Het volgende jaar verwacht ik U te mijnent, en ik reken daar stellig op dat Gij komt. - Uwe koning en koninginne zijn nu te Amsterdam, en wonen in het paleis van onzen koning aldaar, midden in de stad op den Dam. De belgische vlag waait er van de tinne, de muzyk speelt "de Brabançonne", en onze burgers "de garde-civique zegt Gijliên geloof ik", houden de wacht bij 't paleis!!! Wie had dat voor 50 jaren kunnen voorspellen! - Wat is er eene toenadering tusschen Noord en Zuid in de laatste jaren! Ik verheug mij daarin van harten. Het dietsche bloed spreekt, ja roept luide! Zo blijve ‘t.

Ik verwacht met verlangen de aanteekeningen van den Hr. Juliaan Claerhout over Friesen in Vlanderen. Mijn opstel moet uiterlik half-November ten burele zijn van 't bestier van het tijdschrift, waarin het eene plaats zal erlangen. Dus vóór dien tijd zou ik zoo geerne die aanteekeningen hebben; komen ze later, dan kunnen ze mij niet meer van dienst zijn. -

Ontvang nu nog, mijn hoog geachte Vriend! in gemoede een trouen handdruk van uwen
Johan Winkler.

P.S. Kunt Gij mij, bij gelegenheid, - 't en heeft geen haast - ook eene verklaring geven van de vlamsche geslachtsnamen Daenekindt, Hinnekint, en Duyvejonck? - Bitte!

p3

A.J. Van der Aa, Biographisch Woordenboek der Nederlanden. - Haarlem 1859 - dl V. bl. 188.

Erasmius (Janus) werd te Utrecht geboren, studeerde aldaar onder Antonius Aemilius. Reeds in 1634 was hij Rector te Tiel en werd in 1641 als opvolger van Johannes Lavinius aan de Latijnsche school te Harderwijk als Rector beroepen, welke waardigheid hij den 11e Mei van dat jaar aanvaardde; weinige dagen later, den 28st van die maand, werd hij als Hoogleeraar der Grieksche Taal- en Redeneerkunde aan de Harderwijksche Hoogeschool plechtig ingeleid, welke betrekking hij kort daarop aanvaardde met eene Oratio de dignitate artis Dialecticae. Daar er niemand gemeld wordt, in wiens plaats hij kwam, vermoed de Hoogleeraar Bouman, in zijn aan te halen werk, dat men hem den hoogeren leerstoel heeft aangeboden, om voor den lageren hem te kunnen verkrijgen. Beide die bedieningen schijnt Erasmius vereenigd waargenomen te hebben, tot dat hij, na verloop van drie of vier jaren, naar Alkmaar vertrok om daar als Prorector werkzaam te zijn. Hij overleed er in 1658 blijkens een gedicht van zijn ambtgenoot Regnerus Neuhusius. Hij was gehuwd met Margaretha Lauwen, van Tiel.

Gedurende zijn leven schijnt Erasmius niets te hebben uitgegeven. Zijne nagelatene werken zijn door Arnold Gualther Parck verzameld en uitgegeven onder den titel van:

Opera posthuma: eruditi ac jucundi argumenti in usum Scholarum. Harderwijk, 1663, 12°. het 2de deel verscheen aldaar in 1665. Eene herdruk er van verscheen van het 1st deel te Amsterdam, 1679, 12°, en van het tweede deel, aldaar in 1680.

Erasmius was, volgens een oud berigt: "geen slecht verstand noch rijmdichter." Dat zijne werken opgang maakten p4bewijst de aftrek niet alleen, maar zij werden ook somwijlen tot schoolprijs gebezigd aan de Geldersche Latijnsche scholen. Behalve de genoemde oratie, waarmede hij zijn professoraat te Harderwijk aanvaardde, komt daar bij onder anderen ook voor eene Oratio panegyrica de instaurata bibliotheca Tielena, eene de perpetua pace inter Philippum IV et confoederati Belgii ordines confirmata, te Alkmaar in 1648 gehouden, en een Fasciculus Poëmatum. De gedichten zijn zeer middelmatig, even gelijk die van zijn vriend Neuhusius.

Annotations

[1] Land, volk en taal in West-Vlaanderen. In: De Tijdspiegel (1884) 1 en 2. Overdruk in de handbibliotheek van Gezelle.

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Dates° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
SexMannelijk
Occupationarts; taalkundige; auteur
ResidenceNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
SourcesEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Sender

NameWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Dates° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
SexMannelijk
Occupationarts; taalkundige; auteur
ResidenceNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
SourcesEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameHaarlem

Name - person

NameClaerhout, Juliaan
Dates° Wielsbeke, 09/12/1859 - ✝ Kaster, 12 /02/1929
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; bestuurder scholen; pastoor; auteur
BioJuliaan Claerhout, zoon van Constant Claerhout, landbouwer, en Amelia De Volder, werd op 22/12/1883 tot priester gewijd te Brugge. Hij werd leraar aan het college te Tielt (18/09/1884) en aan de normaalschool te Torhout (10/09/1887). Vervolgens was hij onderpastoor te Sint-Denijs (23/09/1889), bestuurder van de scholen te Pittem (24/11/1894) en pastoor te Kaster (17/02/1911). Claerhout werd bekend door zijn archeologische opgravingen in Pittem en Dentergem. Hij schreef o.m. verschillende artikels in het tijdschrift Belfort en was nauw betrokken bij Gezelles tijdschrift Biekorf.
Links[odis], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT); adressenlijst Cordelia Van De Wiele; Biekorf
NameWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Dates° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
SexMannelijk
Occupationarts; taalkundige; auteur
ResidenceNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
SourcesEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088
NameErasmius, Janus
Dates° Utrecht, 1604 - ✝ Alkmaar, 12/04/1658
SexMannelijk
Occupationclassicus; humanist; hoogleraar; rector; dichter
ResidenceNederland
BioReeds in 1634, op dertigjarige leeftijd, werd hij er hoogleraar aan de Illustere School en twee jaar later hoogleraar Geschiedenis aan de universiteit. Hij was ook tot Rector benoemd in Tiel en vanaf 1641 in Harderwijk, waar hij tevens hoogleraar Grieks werd aan de Hogeschool. Daarna werd hij nog Prorector in Alkmaar. Zijn nagelaten werken bestaan uit talrijke artikelen, toespraken en Latijnse gelegenheidsgedichten.
Links[wikipedia]
NameErasmus, Desiderius
Dates° Rotterdam, 28/10/1466/1467/1469 - ✝ Bazel, 12/07/1536
SexMannelijk
Occupationtheoloog; filosoof; schrijver; humanist; priester
ResidenceNederland
BioDesiderius Erasmus werd (onwettig) geboren te Rotterdam. Hij genoot zijn eerste opleiding aan de Latijnse scholen van Gouda, Deventer en ’s Hertogenbosch. In 1492 werd hij priester gewijd. Drie jaar later ging hij theologische studies volgen in Parijs en trok daarna naar Engeland waar hij Thomas More ontmoette. Terug in Parijs in 1500 schreef hij er zijn Adagia. In 1506 reisde hij naar Italië en op de terugweg, drie jaar later, ontstond zijn bekende Lof der Zotheid. Na een verblijf in Bazel (Zwitserland) keerde hij vanaf 1516 terug naar de Nederlanden (o.m. Leuven en Anderlecht). De laatste jaren van zijn leven bracht hij door in Freiburg in Bresgau in Duitsland, maar in 1536 keerde hij terug naar Bazel waar hij overleed.
Links[wikipedia]
NameNeuhusius, Regnerus (Reinerus)
Dates° Leeuwarden, 13/05/1608 - ✝ Alkmaar, 28/12/1679
SexMannelijk
Occupationhumanist; classicus; dichter; rector
ResidenceNederland
BioRegnerus Neuhusius was de oudste zoon van de Leeuwardse rector Edo Neuhusius. Hij volgde vanaf 1826 zijn opleiding aan de universiteit van Franeker waar hij reeds als student poëzie schreef (gebundeld in zijn Poemata Juvenilia, 1834). Na zijn studies werd hij door zijn vader gevraagd om het rectoraat in Harlingen op zich te nemen. In 1638 trok hij naar Alkmaar waar hij tot zijn overlijden rector bleef. Hij schreef veel gelegenheidspoëzie in het Latijn en filologisch oefenmateriaal voor zijn leerlingen en publiceerde het onuitgegeven werk van zijn vader bij Jansenius in Amsterdam.
Links[dbnl]
Sources https://www.dwc.knaw.nl/neuhusius-reinerus-1608-1679/
NameLavinius, Johannes
Dates° Antwerpen, - ✝ Hardewijk, xx/11/1640
SexMannelijk
Occupationco-rector; rector
BioJohannes Lavinius (Jean La Vigne) werd geboren te Antwerpen, waar hij in 1602 huwde met Anne Bavelot, en na haar dood op 25 februari 1610 met Jannitgen Stevens uit Amsterdam. Hij werd co-rector en daarna rector van het Gymnasium Illustre te Harderwijk (Nederland).
Sources http://www.biografischportaal.nl/persoon/72741534
NameAemilius, Antonius
Dates° Aken, 20/12/1589 - ✝ Utrecht, 12/11/1660
SexMannelijk
Occupationrector
ResidenceDuitsland; Nederland
BioAntonie Melis was de zoon van een koopman die zich eerst te Antwerpen, daarna te Rome gevestigd had en, hervormd geworden, naar Aken was getrokken. Na studies in de letteren in Aken, Dordrecht (onder G. Vossius) en Leiden (onder Dominicus Baudius) en studieverblijven aan enkele buitenlandse hogescholen werd hij als opvolger van zijn leermeester Vossius benoemd tot rector van de Latijnse School in Dordrecht en de Hogeschool in Utrecht. Om gezondheidsredenen legde hij vanaf 1639 deels zijn ambt van rector neer al bleef hij de functie uitoefenen tot 1654. Hij werd vooral bekend om zijn Orationes, uitgegeven in 1651.
Sources http://www.biografischportaal.nl/persoon/15243073

Name - place

NameKortrijk
SettlementKortrijk
NameAmsterdam
NameHaarlem
NameUtrecht
NameAlkmaar
NameTiel
NameHarderwijk

Title - other work

TitleLand, volk en taal in West-Vlaanderen
AuthorWinkler, Johan
Date[1884]
Place[S.l.]
Publisher[s.n.]
TitleTijdspiegel (periodical)
Date1844-1921
PlaceArnhem
PublisherD.A. Thieme
TitleOpera posthuma eruditi ac jucundi argumenti ad usum Scholarum
AuthorErasmius, Janus
Date1663-1665
PlaceHarderwijk
PublisherArnoldus Gualtherus Parck
TitleBiographisch Woordenboek der Nederlanden
Authorvan der Aa, Abraham Jacobus
Date1852-1878
PlaceHaarlem
PublisherJ.J. van Brederode
TitleOpera posthuma eruditi ac jucundi argumenti ad usum Scholarum
AuthorErasmius, Janus
Date1679-1680
PlaceAmsterdam
PublisherJohannis à Someren
TitleOratio panegyrica de instaurata Bibliotheca Tielana
AuthorErasmius, Janus
Date1635
PlaceUtrecht
Publisher[s.n.]
TitleOratio de perpetua pace, inter Philippum IV, Hispaniarum regem, et confoederati Belgii ordines, confirmata 1648
AuthorErasmius, Janus
Date1648
PlaceAlkmaar
Publisher[s.n.]
TitleOratio inauguralis de dignitate artis dialecticæ.
AuthorErasmius, Janus
Date1641
PlaceHarderwijk
Publisher[s.n.]
TitleFasciculus Poëmatum
AuthorErasmius, Janus
Date[s.d.]
Place[s.l.]
Publisher[s.n.]

Title18/09/1883, Haarlem, Johan Winkler aan [Guido Gezelle]
EditorRik Van Gorp; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2023
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingRik Van Gorp; Universiteit Antwerpen, Winkler Johan aan Gezelle Guido, Haarlem, 18/09/1883. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2023 Available from World Wide Web: link .
SenderWinkler, Johan
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent18/09/1883
Place SentHaarlem
AnnotationAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Published inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Johan Winkler. Deel 1: Inleiding en brieven (1881-1883) / door Dries Gevaert. - Gent : onuitgegeven licentieverhandeling, (academiejaar 1983-1984), p.178-181
Physical Description
Support Material 2 enkele vellen, bijlage: 213 mm x 173 mm; enkel vel: 211 mm x 133 mm
papier, wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive5358
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11667
Content Description
IncipitHier bij ingesloten vindt Gij een
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.