<Hit 868 of 2965

>

p1+
Ami,

Je me suis donné bien du mal pour obtenir l’autorisation de traduire et de publier l’œuvre de Dom Jacques Long, je veux dire l’histoire de la chartreuse de Shene-Nieuport.[1] J’ai dû faire plusieurs courses au Couvent anglais, écrire trois lettres à la supérieure et une quatrième au Révérend Père Morris, en résidence à Manresa House, à Roehampton.[2] Ce savant religieux ayant jadis conçu le projet de publier en entier le manuscrit de notre Chartreux, les Dames Anglaises ont exigé qu’au préalable je consultasse le Révérend Père Morris, pour m’assurer de ses intentions. Ce dernier vient de me répondre qu’il lui était impossible, du moins en ce moment, de donner suite à son projet, et qu’il applaudissait des deux mains à l’ œuvre que je comptais entreprendre. Cette réponse a levé tous les obstacles, et la supérieure du Couvent anglais vient de m’octroyer aujourd’hui la faveur sollicitée. Voilà l’histoire du manuscrit et l’explication de mon long silence.

Avant de vous envoyer le précieux manuscrit de Dom Long, je vous prie de me dire, en toute franchise, si vous persistez dans votre résolution d’en traduire une partie, soit environ 150 pages, de 25 lignes chacune. Je sais que vous êtes chargé d’un ministère fort laborieux, et que votre savante Loquela absorbe ce qui vous reste de loisirs. Pourrez-vous assumer cette tâche supplémentaire, et, dans l’affirmative, combien de temps vous prendrait approximativement cette besogne? Il me faut ajouter que la Société d’Emulation ne rétribue pas ses collaborateurs, et leur offre, pour toute récompense, quelques exemplaires de leurs travaux. Cette perspective vous sourit-elle? J’attends votrep2réponse. Si elle est favorable, je vous ferai tenir le manuscrit de Long, Mercredi prochain, par l’entremise de Mr Eugène Van Damme, en ayant soin de vous indiquer les parties à traduire.

Je suis toujours en retard de vous procurer les renseignements, que vous m’avez demandés sur Ste Wilgeforte; mais je suis incroyablement embesogné par suite de la correction des dernières feuilles de mon travail,[3] que je voudrais faire paraître avant le nouvel an, correction qui prend tout le temps libre, dont je dispose. Vous savez, n’est-ce pas, que les Bollandistes[4] ont traité de S. Wilgeforte, au tome V. de Juillet (pp. 50-70)? On y trouve d’anciennes images de la sainte, des détails sur son culte en Allemagne, Belgique, etc. Les Acta SS.[5] doivent se trouver à la bibliothèque Goethals.

Répondez-moi, s’il vous plaît, et croyez-moi bien
Votre tout dévoué en Notre Seigneur
Ernest Rembry

P.S. Je vous serais supérieurement reconnaissant, si vous pouviez m’obtenir en communication l’original de la lettre[6] de Dom Hilarion Robinet, général des Chartreux, adressée à Messire Lauwereyns de Diepenheede, lettre dont vous avez inséré une traduction dans Rond den Heerd, an. 1869, p. 368.[7] Cette lettre doit vous avoir été communiquée par le père (aujourd’hui décédé) de M. l’Avocat Guillaume Maertens-De Foor (demeurant aujourd’hui rue d’Ostende). Votre famille ayant eu des relations avec celle de Maertens,[8] une demande de votre part aboutirait certainement. Cette lettre est précieuse, et je voudrais en insérer le texte dans l’Introduction de notre travail,[9] où il faudra parler des alliances existant entre nos familles nobles et celle de Hardevust[10] ou de S. Bruno. Tout à vous.

Annotations

[1] Ernest Rembry wilde delen van het manuscript Notitia Carthusianorum Anglorum (1743) van Dom James Long, dat werd bewaard in het Engelse Klooster te Brugge, laten vertalen voor publicatie in de Annales de la Société d’Émulation. Bij de opheffing van het klooster Sheen Anglorum hadden de Kartuizers hun boeken en handschriften in het Engelse Klooster in depot achtergelaten. De priorin, Mother Mary Augustine More (een directe afstammeling van Thomas More), verleende onderdak aan prior Dom Williams (de laatste prior van Sheen), die daar samen met twee andere broeders verbleef van juni tot november 1793. Hoewel Sheen Anglorum niet meer bestaat, worden het zegel en de archiefstukken bewaard in St. Hugh's Charterhouse te Parkminster. In 1960, na onderhandelingen met de algemene overste van de Kartuizers, werden de bewaarde boeken en documenten, die eerder in het klooster te Brugge waren, teruggegeven aan de Kartuizers. Het handschrift van Long bevindt zich sindsdien in de bibliotheek van de Kartuizers te Parkminster. De Engelse zusters in Brugge bezitten enkel nog een fotokopie. Het manuscript bevat twee teksten: de eerste vertelt het leven van de heilige Bruno, de stichter van de Kartuizers, terwijl de tweede de geschiedenis van de Engelse Kartuizers behandelt, met inbegrip van de geschiedenis van het klooster Shene-Nieuwpoort. Rembry schakelde Guido Gezelle in voor de vertaling. Hoewel Gezelle een deel van het manuscript vertaalde, werd zijn vertaling nooit voltooid of gepubliceerd. Rembry vond uiteindelijk een andere vertaler en publiceerde de Franse vertaling onder de naam van A.C. De Schrevel, hoewel de daadwerkelijke vertaling vermoedelijk door L.H. werd gedaan. (C. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.212-213).
[2] Roehampton is een wijk in Londen. Parkstead House, nu onderdeel van de University of Roehampton, was in de 19e eeuw bekend als Manresa House en eigendom van de jezuïeten. Het oorspronkelijke huis werd gebouwd rond 1760 door Sir William Chambers, in opdracht van de 2e Graaf van Bessborough. Vanaf 1861 gebruikten de jezuïeten het als noviciaat en retraitehuis, geïnspireerd door Ignatiaanse spiritualiteit. Het huis werd uitgebreid met een kapel, ontworpen door Joseph John Scoles en voltooid in 1864, en later met noord- en zuidvleugels. Dichter Gerard Manley Hopkins verbleef er als novice van 1868 tot 1870. In de jaren 1950 werd een groot deel van het land onteigend, en in 1962 verlieten de jezuïeten het pand. Nadien werd het onder meer gebruikt als college en recreatief centrum. (Wikipedia)
[3] Het gaat over het tweede deel van zijn boek Saint Gilles, sa vie, ses reliques, son culte en Belgique et dans le Nord de la France. Het eerste deel verscheen in 1881, het tweede deel rond de jaarwisseling 1882-1883. Gezelle maakte een recensie “Boekenieuws” voor de Gazette van Kortrijk: 8 (27 januari 1883) 4, p.3.
[4] De Bollandisten zijn een groep jezuïtische geleerden die sinds de 17e eeuw kritisch onderzoek doen naar de levens, cultussen en geschriften van heiligen, verzameld in de "Acta Sanctorum". (Wikipedia)
[5] Oorspronkelijk de gerechtsprotocollen over de martelaren der eerste eeuwen. De naam wordt nu algemeen gebruikt voor de levensbeschrijvingen der heiligen. Het plan van een kritisch-wetenschappelijke behandeling van de heiligenlevens ging uit van H. Rosweijde s.j . (1603). G. Bolland, G. Henschen, D. Van Papenbroeck namen later zijn taak over en zetten het plan hechter in elkaar. De volgorde der levensbeschrijvingen valt samen met de kerkelijke kalender .” (C. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.218).
[6] G. Gezelle, Een Allegaartje. In: Rond den Heerd: 4 (9 october 1869) 46, p.368: ”Brief van Pater Hilarion, Generaal van de Chartreusen, teekenende den 5 September 1789, uit la grande Chartreuse, bij Lyons; 't is eene antivoorde op het doodsbericht van M'heer Karel Pieter Joseph Xaverius Lauwereyns de Diepenhede, Heere van Roosendaele, Zuytcote, Rompoorte, Monswalle, enz.”
[7] Vertaling gepubliceerd als: Een Allegaartje. In: Rond den Heerd: 4 (9 october 1869) 46, p.368.
[8] De vader van Guillaume Maertens was Jean Henri Corneille Maertens (1803–1857), jurist en magistraat. Hij was procureur des Konings te Brugge en liberaal volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Brugge (1837–1848). Hij speelde een rol in het Brugse culturele leven, onder meer als medeoprichter van de plaatselijke afdeling van de Maetschappij tot bevordering der Nederduitsche Tael en Letterkunde. In de dagwijzer legt Gezelle de verwandschap uit tussen de familie Maertens en Sint Bruno de stichter van de Karthuizers. (G. Gezelle, Dagwijzer (bij Sint Bruno). In: Rond den Heerd: 4 (2 oktober 1869) 65, p.355).
[9] De vertaling van het manuscript Notitia Carthusianorum Anglorum (1743) van Dom James Long,
[10] De familie Hardevust, afkomstig uit Keulen, gold als van eenvoudige komaf, maar beweerde af te stammen van Sint-Bruno, de stichter van de kartuizerorde. De familie duikt op in Vlaanderen in de 14de eeuw. Gezelle schrijft erover in: Dagwijzer (bij Sint Bruno). In: Rond den Heerd: 4 (2 oktober 1869) 65, p.355 ”Sint Bruno stamde uit eene edele keulensche familie, met den name von Hartenfaust, alias van Hardevuust of de duro Pugno; zijn vader was Ridder Bruno van Hardevuust en zijn broeder Baldwin van Hardevuust, die, tot aan het jaar 1734, naam- en wapenerven gehad hebben te Sint Winnocksbergen; jonkvrouwe Maria Hardevuust onder andere was huisvrouwe van Heer Paul van der Nimmen, die overleed 't jaar 1655; op den 17 November 1654, verhuwlijkte Heer Pauwel zijne dochter Johanna Maria aan den weledelen Heer Maarten Lauwereyns de Diepenhede, wier edele stam nog levende is te Brugge in den weledelen en achtbaren persoon van Meerouwe Victoria Jacqueline Antonia Colleta Ghislena Lauwereyns de Diepenhede de Roosendaele, weduwe van Mijnheer Jan Hendrik Cornelis Maertens, wijlend 's Konings Procureur, etc., etc. Aldus is Sint Bruno verbonden, met den bloede, aan eene van de edelste en treffelijkste familiën van Brugge, welke familie zelve met al den hoogera adel dezer stad veelszins en langs alle kanten verbindtenisse heeft.”

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Sender

NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameBrugge
SettlementBrugge

Name - person

NameDe Schrevel, Arthur C.
Dates° Wervik, 05/01/1850 - ✝ Brugge, 18/04/1934
SexMannelijk
Occupationpriester; professor; vicaris-generaal; secretaris; geestelijk bestuurder; auteur
BioArthur De Schrevel, zoon van Ivon De Schrevel, geneesheer, en Melanie Liebaert, studeerde aan het bisschoppelijk college te Ieper en van september 1872 tot 1876 theologie aan de katholieke universiteit te Leuven. Hij ontving zijn priesterwijding op 07/06/1873. Hij werd professor (10/09/1877) en directeur (18/08/1880) van het grootseminarie te Brugge. De Schrevel werd erekanunnik van de Brugse kathedraal (26/07/1889) en secretaris van bisschop Waffelaert (10/06/1894). Hij werd geestelijk directeur van de dienstmaagden van de Zaligmaker te Brugge (12/03/1897), aartspriester (26/04/1905) en vicaris-generaal van het bisdom Brugge (12/12/1911). Hij nam ontslag in maart 1931 en bleef in Brugge wonen. Hij werd (bestuurs)lid van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge in 1882 en voorzitter in 1919. De Schrevel publiceerde als historicus werken over de zestiende eeuw.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent
NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).
NameGoethals-Vercruysse, Jacques
Dates° Kortrijk, 12/08/1759 - ✝ Kortrijk, 06/09/1838
SexMannelijk
Occupationindustrieel; historicus; kunstkenner; leraar; auteur
BioJacob Goethals behoorde tot een familie van Kortrijkse textielhandelaars en -industriëlen. Hij volgde zijn opleiding aan het jezuïetencollege in Kortrijk en vertrok in 1777 naar Leuven om filosofie te studeren. Hij volgde tekenlessen en architectuur aan de academie van Kortrijk. Hij was een fervent boeken- en kunstverzamelaar en interesseerde zich voor geschiedenis, in het bijzonder de Guldensporenslag (1302). Hij was een mecenas voor tekentalent en schilderde zelf ook aquarellen. Hij gaf lijntekenen en perspectief aan de academie van Kortrijk. Later werd hij directeur en president van deze academie. Hij was ook de auteur van "Chronologische aanteekingen rakende ' t gone tot Cortryck ende omstreeks voorgevallen is, verzameld uit menigvuldige auteurs en eventijdige handschriften" (1812), een verslag van de belangrijkste historische gebeurtenissen in Kortrijk.
Links[odis], [wikipedia]
NameLong, James
Dates° Londen, - ✝ 07/01/1759
SexMannelijk
Occupationpater; karthuizer; coadjutor; auteur
ResidenceEngeland
BioDom James Long werd geboren te Londen. Hij trad op 13 december 1716 toe tot de Kartuizerorde en legde zijn geloften af in het Engelse Kartuizerklooster te Nieuwpoort. Op 28 december 1717 werd hij tot subdiaken gewijd, gevolgd door zijn wijding tot diaken op 24 september 1718. Vanwege conflicten met de monniken van het klooster werd hij op 6 oktober 1753 uit de kloostergemeenschap ontslagen. Hij verliet Nieuwpoort en werd in 1754 benoemd tot coadjutor van het Kartuizerklooster te Brussel. Hij overleed op 7 januari 1759. Hij is de auteur van het manuscript Notitia Carthusianorum Anglorum (1743), dat bewaard werd in het Engelse Klooster te Brugge. Het manuscript bevat twee teksten: de eerste vertelt het leven van de heilige Bruno, de stichter van de Kartuizers, terwijl de tweede de geschiedenis van de Engelse Kartuizers behandelt, met inbegrip van de geschiedenis van het klooster Shene-Nieuwpoort. Ernest Rembry sprak Guido Gezelle aan om delen van het manuscript in Frans te vertalen voor publicatie in de Annales de la Société d’Émulation. Hoewel Gezelle enkele delen van het manuscript vertaalde, bleef zijn Franse vertaling onvoltooid. Rembry vond uiteindelijk een andere vertaler en publiceerde de vertaling onder de naam van A.C. De Schrevel, hoewel de daadwerkelijke Franse vertaling vermoedelijk door L.H. werd gedaan.
Relation to Gezellevertaler van werk
SourcesC. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.212-213
NameBelton, Anne; Mary Gabriel (zuster); Belton, Annie
Dates° Londen, 21/05/1837 - ✝ Brugge, 19/04/1896
SexVrouwelijk
Occupationkloosterzuster; archivaris; moederoverste
ResidenceEngeland
BioAnne (of Annie) Belton werd geboren te London op 21 mei 1837 als dochter van John Belton en Elisabeth Dunn. Zij volgde onderwijs op het pensionaat van het Engels Klooster van 22 juli 1853 tot 24 april 1855. Op 20 januari 1856 trad zij in het Engels klooster binnen. Zij werd ingekleed als novice op 11 juli 1856 en legde haar religieuze professie af op 20 juli 1857, waarbij zij de kloosternaam Mother Mary Gabriel aannam. Binnen de gemeenschap vervulde zij onder meer de functie van archivaris (vanaf 9 januari, jaar niet vermeld). Op 27 juli 1876 werd zij verkozen tot priorin van het Engels Klooster. Zij werd vervolgens om de drie jaar herkozen en bleef overste van de gemeenschap tot aan haar overlijden. Tijdens haar bestuur werd op 5 juli 1886 een nieuwe stichting van het klooster gerealiseerd te Haywards Heath (later gevestigd te Kingston near Lewes). Mother Mary Gabriel Belton, zestiende overste van het Engels Klooster, overleed in dit klooster op 19 april 1896.
SourcesArchief Engels Klooster; C. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.213; Archiefbankbrugge; Ancestry
NameMorris, John
Dates° Ootacamund, 04/07/1826 - ✝ Roehampton, 22/10/1893
SexMannelijk
Occupationpriester; kanunnik; vice-rector; rector; jezuïet; auteur
ResidenceIndia; Engeland; Italië; Malta
BioLewis Morris werd geboren in Ootacamund, Madres, India op 4 juli 1826. Hij werd tot priester gewijd in 1849, nadat hij zich in 1846 tot het katholicisme had bekeerd. Aanvankelijk werkte hij als seculier priester in het bisdom Northampton en werd er kanunnik, daarna als vice-rector van het 'English College' in Rome. Van 1857 tot zijn dood in 1865 was hij privé-secretaris van kardinaal Wiseman en zijn opvolger kardinaal Manning. In 1867 trad hij in bij de jezuïeten, waar hij zijn noviciaat in België voltooide. Hij bracht een jaar in Malta door als rector van het nieuwe jezuïetencollege. Hij werd professor kanoniek recht en kerkgeschiedenis in St. Beuno's College bij St. Asaph en sinds 1879 rector en novicenmeester in Roehampton. Hij was de auteur van diverse werken waaronder The life of St Thomas of Canterbury. Hij werd ook postulant voor de zaligverklaring van de Engelse martelaren. Morris stierf op 22 oktober 1893, terwijl hij aan het preken was in Roehampton. Vermoedelijk werd zijn interesse voor hen die omwille van hun geloof werden vervolgd, en in het bijzonder voor de Engelse martelaren, de drijfveer om het manuscript Notitia Carthusianorum Anglorum (1743) van Long te vertalen. Dit manuscript, dat bewaard werd in het Engelse Klooster te Brugge, behandelt de geschiedenis van de Engelse Kartuizers, waaronder die van het klooster Shene-Nieuwpoort. Delen van dit manuscript werden later door Guido Gezelle vertaald.
SourcesC. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.213; J.H. Pollen, Life and Letters of Father John Morris. London: Burns en Oates, 1896; Thomas Humphry Ward, Men of the time: a dictionary of contemporaries, containing biographical notices of eminent characters of both sexes. London: G. Routledge and Sons, 1887, p.748
NameLauwereyns de Roosendaele de Diepenheede, Charles Pierre Joseph Xavier
Dates° Sint-Winoksbergen, 02/09/1724 - ✝ Brugge, 03/06/1789
SexMannelijk
Occupationkapitein; advocaat; schepen
BioCharles Pierre Joseph Xavier Lauwereyns de Roosendaele de Diepenheede werd geboren op 2 september 1724 in Sint-Winoksbergen. Hij was een Zuid-Nederlands edelman en schepen van Brugge, de enige zoon van Charles-Joseph Lauwereyns, raadpensionaris van Sint-Winoksbergen, en Thérèse de la Villette. Na vermoedelijk lagere en middelbare studies in Sint-Winoksbergen, Dowaai of Sint-Omaars, begon hij een militaire loopbaan als mousquetaire gris en kapitein bij de dragonders. Later studeerde hij rechten en vestigde zich in 1747 als advocaat in Dowaai. Rond 1750 verhuisde hij naar Brugge, waar hij in 1751 trouwde met zijn nicht Marie-Caroline van der Haeghen. Ze kregen negen kinderen en woonden in de Kuipersstraat. Als schepen speelde Lauwereyns een actieve rol in het stadsbestuur tijdens de Oostenrijkse periode. Hij bezat onder meer de heerlijkheden Diepenhede en Roosendaele, erfgoederen van een familie die in 1719 adelsbevestiging had verkregen in Parijs. Charles Pierre Joseph Xavier Lauwereyns de Roosendaele de Diepenheede overleed op 3 juni 1789 in Brugge.
Links[wikipedia]
NameRobinet, Hilarion
Dates° Parijs, 09/11/1725 - ✝ Saint-Pierre-de-Chartreuse, 04/05/1791
SexMannelijk
Occupationkartuizer; prior; generaal-overste; kloosterbestuurder
ResidenceFrankrijk
BioDom Hilarion Robinet werd geboren in Parijs op 9 november 1725. Aangetrokken door het leven in afzondering, trad hij in bij de kartuizers van de beroemde Parijse chartreuse van Vauvert, waar hij op 9 oktober 1750 zijn kloostergeloften aflegde. Dankzij zijn talent en organisatorisch inzicht werd hij in 1761 coadjutor en in 1763 procurator van het klooster. In die hoedanigheid werd hij naar de Grande Chartreuse gestuurd om namens Parijs zaken te bespreken met de algemene overste. Deze ontmoeting leidde ertoe dat Dom Etienne Biclet hem in 1776 benoemde tot prior van Parijs. Na een korte periode als prior werd Robinet in 1778, na het overlijden van Biclet, verkozen tot generaal-overste van de kartuizerorde — als vijfde generaal uit de Parijse chartreuse. Zijn leiderschap viel samen met zware beproevingen: het verlies van 44 kartuizerkloosters door hervormingen van Jozef II en later de revolutionaire onderdrukking van kloosterordes in Frankrijk. Desondanks bleef hij zijn Orde leiden met kracht en bezorgdheid, tot zijn gezondheid het begaf. Dom Hilarion Robinet overleed op 4 mei 1791 in de Grande Chartreuse, op 60-jarige leeftijd.
Sources https://cartusialover.wordpress.com/2022/12/06/dom-hilarion-robinet/
NameSint-Ontkommer; Heilige Wilgefortis
SexVrouwelijk
Occupationheilige
BioHeilige Wilgefortis, ook bekend als Sint Holpe of Sint Ontcommere is een fictieve vrouwelijke heilige, ontstaan door een misinterpretatie van afbeeldingen van een gekruisigde Christus. Iconografisch wordt zij afgebeeld als een gekruisigde vrouw met baard, kruis en aureool. Volgens de overlevering was zij een christelijke prinses die, om aan een gedwongen huwelijk te ontsnappen, op wonderbaarlijke wijze een baard kreeg. Haar vader, geschokt door deze gedaanteverandering, liet haar gekruisigd worden – gekleed en met baard – wat haar deed lijken op een vrouwelijke Christusfiguur. Guido Gezelle vertoonde een bijzondere interesse in deze heilige. Vanaf eind 1881 sprak hij zijn netwerk aan om informatie over haar te verzamelen. Zelf publiceerde hij er niets over, maar hij gaf het dossier door aan Adolf De Wolf. Die schreef het artikel: Van de heilige Ontcommere. In: Biekorf: 4 (1894) 11, p. 168-173.
Links[wikipedia]
SourcesC. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.211
NameBruno van Keulen; Sint-Bruno
Dates° Keulen, ca. 1030 - ✝ Serra San Bruno, 06/10/1101
SexMannelijk
Occupationheilige
BioSint-Bruno was de stichter van de Kartuizerorde. Hij werd geboren in Keulen ca. 1030 in een adellijke familie en kreeg een uitstekende opleiding. Hij werd priester en later professor in de theologie aan de kathedraalschool van Reims, waar hij veel aanzien genoot vanwege zijn geleerdheid en vroomheid. Rond 1084 trok Bruno zich samen met enkele geestverwanten terug in een afgelegen vallei in de Franse Alpen, Chartreuse, waar hij een leven begon van stilte, gebed en afzondering. Deze kleine gemeenschap groeide uit tot de Orde van de Kartuizers. Het ideaal van de orde was een combinatie van kluisleven en kloostergemeenschap: iedere monnik leefde in een afzonderlijke cel, maar kwam samen voor gebed en enkele gezamenlijke taken. Bruno werd later nog door paus Urbanus II – een vroegere leerling – naar Rome geroepen, maar leefde uiteindelijk opnieuw als kluizenaar in Zuid-Italië, waar hij in 1101 overleed.
Links[wikipedia]
NameMaertens, Guillaume
Dates° Kortrijk, 26/07/1829 - ✝ Brugge, 05/12/1915
SexMannelijk
Occupationadvocaat
BioGuillaume Frédéric (Willem Frederik) Maertens werd op 26 juli 1829 in Kortrijk geboren als zoon van Jean Henri (Jan Hendrik) Maertens, Kamerlid, Procureur des Konings te Brugge (Brugge, 1803-1857) en Angéline Chretien (Gent, 1804 – Brugge, 1839). Hij trouwde op 18 november 1850 in Brugge met Zoë Marie Thérèse De Foor (of Defoor) (Brugge, 28 november 1828 – Brugge, 14 juli 1887). Het echtpaar kreeg twee dochters van wie één, Alice, in leven bleef. Advocaat Maertens woonde achtereenvolgens in Brugge in de Oude Burg, de Spanjaardstraat en de Ezelstraat waar hij overleed op 5 december 1915.
Links[wikipedia]
SourcesGeneanet; Archiefbankbrugge

Name - place

NameBrugge
SettlementBrugge
NameLonden

Name - institute

NameGenootschap voor Geschiedenis te Brugge (Société d'émulation)
DescriptionHet genootschap voor geschiedenis werd opgericht in 1839 met het oog op het uitvoeren en valoriseren van historisch onderzoek in de provincie West-Vlaanderen en het oude graafschap Vlaanderen. Hoewel Gezelle niet persoonlijk betrokken was bij het genootschap had hij veel contact met prominente leden als Charles Carton, Joseph-Olivier Andries, Hendrik Rommel.
Dating1839
Links[odis], [wikipedia]
NameEngels Klooster
DescriptionHet Engels Klooster is gevestigd aan de Carmersstraat en wordt sinds de stichting in 1629 bewoond door de Kanunnikessen van Windesheim, met een korte onderbreking in de Franse tijd. De van oorsprong Nederlandse congregatie ontstond eind veertiende eeuw onder invloed van de moderne devotie en kreeg al gauw bijhuizen in Vlaanderen. Tijdens de vervolgingen in Engeland ontving het klooster in Leuven zoveel Engelse roepingen dat daar in 1609 een eerste Engels klooster is opgericht. Op 14 september 1629 kwamen vanuit Leuven vijf Engelse zusters het Klooster van Nazareth in Brugge stichten. Pas in 1886 kon een klooster in Engeland worden gevestigd: Our Lady’s Priory (tot in 1978 te Hayward’s Heath). De religieuzen leven volgens de regel van Sint-Augustinus. Van bij de aanvang tot 1973 hielden ze een pensionaat open waar ze Engelse katholieke meisjes opleiden. Guido Gezelle was vanaf 30 maart 1899 tot zijn dood rector van het Engels Klooster en leraar aan de kostschool.
Dating14/09/1629-heden
Links[wikipedia]
NameChartreuse Jésus de Bethléem de Nieuport of Sheen Anglorum
DescriptionDe kartuizerij Sheen Anglorum was een Engels klooster in ballingschap dat na de Reformatie zijn toevlucht zocht op het Europese vasteland. De gemeenschap vond uiteindelijk in 1626 onderdak in Nieuwpoort, waar zij de kartuizerij Jésus-de-Bethléem oprichtte. Gedurende ruim anderhalve eeuw leefden de monniken er volgens de strenge regels van de kartuizerorde, in afzondering en gebed. De kloostergemeenschap hield stand tot 1783, toen het klooster werd opgeheven tijdens de hervormingen van keizer Jozef II.
Dating1626-1783
Links[wikipedia]

Title - work by Guido Gezelle

TitleRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]
TitleLoquela
Links[gezelle.be]

Title - other work

TitleSaint Gilles, Sa vie, ses reliques, son culte en Belgique et dans le Nord de la France. Essai d'hagiographie
AuthorRembry, Ernest
Date1881-1882
PlaceBrugge
PublisherEdward Gailliard
TitleActa Sanctorum quoquot toto orbe coluntur, vel à Catholicis scriptoribus celebrantur, quae ex latinis & graecis, aliarumque gentium antiquis monumentis
AuthorBollandus, Joannes; Henschen,Godefroid
Date1643
PlaceAntuerpiae
Publisherapud Ioannem Mevrsium
TitleNotitia Carthusianorum Anglorum (handschrift)
AuthorLong, James
Date1743
PlaceNieuwpoort

Title03/11/1882, Brugge, Ernest Rembry aan [Guido Gezelle]
EditorRik Van Gorp; Els Depuydt; Universiteit Antwerpen; Marc Carlier (research)
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingRik Van Gorp; Els Depuydt; Universiteit Antwerpen; Marc Carlier (research), Rembry Ernest aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), 03/11/1882. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
SenderRembry, Ernest
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent03/11/1882
Place SentBrugge (Brugge)
AnnotationAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Published inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899 / door Caroline Verstraeten. - Gent : Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.52-54
Physical Description
Support Material 1 enkel vel, 217 mm x 141 mm
papier, wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive5291
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11594
Content Description
IncipitJe me suis donné bien du mal pour obtenir
Summary vertaling ter publicatie in 'Annales de la Société d'Emulation 'van delen uit het manuscript van Dom James Long, 'Notitia Carthusianorum Anglorum' (1743), dat bewaard werd in het Engelse Klooster te Brugge
Text Typebrief
LanguagesFrans
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.