<Hit 785 of 2965

>

p1
Mynheer Gezelle,
Onderpastor van Onze Lieve Vrouw,
Kortryk.
 
p2+
Beste Vriend,

Ik geloof niet dat er iemand meêgae praeter domesticum;[1] ware het anders, ik zoude het u aanstonds laten weten.

St Gillis gaet traegzaem voort; ik hope u omtrent Paschen, myne twee boekdeelen te kunnen zenden, beslaende boven de 1300 bladzyden; ‘t is de vrucht van 21 jaer arbeid. Vele kostelyke inlichtingen ben ik u verschuldigd. Hertelyken dank daervoor!

Zyt gy te vrede over de Histoire de Menin?[2]

Zoudt gy toch niet kunnen achterhalen wie er thans in bezit is van den brief van Dom Robinet, laetsten generael der Chartreusen vóór de fransche revolutie, geschreven aen de familie Lauwereyns de Diepenheede,[3] en waervan gy de vertaling gegeven hebt in R.d.H.?[4] M. Slosse heeft my uwe postkaert medegedeeld, maer daermêe ben ik weinig gevorderd. Doe er een ‘t wat mêe, zeggen ze te Brugge. A propos, als gy naer Brugge komt, gy weet dat gy omni tempore hospes gratissimus[5] zyt.

Hoe is Loquela toch curieus! Proficiat!

Annotations

[1] Vertaling (Latijn) Miet Hubrechts: behalve een knecht.
[2] Guido Gezelle besprak in 1881 dit Franstalige werk positief in de Gazette van Kortrijk. Tegelijkertijd had hij De Potters Geschiedenis van Kortrijk aangevallen, omdat "die in het Nederduitsch officieel schier-hollandsch opgesteld is, en die hoegenaamd niemand en leest”. (zie E. Depuydt, ”Een slechten, schier-Hollandschen peter": Aanvullingen bij het conflict Gezelle - Frans de Potter naar aanleiding van een recente aanwinst voor het Gezellearchief. In: Biekorf: 108 (2008) 1, p.67-69).
[3] De benaming "Van Diepenheede" verwijst naar het heerlijk recht van Diepenhede, een van de adellijke titels verbonden aan de familie Lauwereyns. Charles Pierre Joseph Xavier Lauwereyns de Roosendaele de Diepenheede voerde deze titel als heer van onder meer Roosendaele, Diepenhede en andere heerlijkheden. De familie Lauwereyns had sinds 1719 adelsbevestiging bekomen in Parijs en behoorde tot de Zuid-Nederlandse adel. De brief van Dom Robinet van 5 September 1789, werd geschreven naar aanleiding van het overlijden van Charles Pierre Joseph Xavier Lauwereyns te Brugge op 3 juni 1789.
[4] Vertaling gepubliceerd als: Een Allegaartje. In: Rond den Heerd: 4 (9 october 1869) 46, p.368.
[5] Vertaling (Latijn) Miet Hubrechts: te allen tijd een zeer welkome gast.

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Sender

NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameBrugge
SettlementBrugge

Name - person

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameSlosse, Leopold; Omicron
Dates° Marke, 02/11/1842 - ✝ Rumbeke, 31/03/1920
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; pastoor
BioLeopold Slosse, zoon van Jan Slosse en Ursula Vandaele, ontving zijn priesterwijding te Brugge op 15/06/1867. Hij werd leraar en hulpbewaker aan de Sint-Aloysiusschool te Kortrijk (30/03/1867) en leraar aan het college te Diksmuide (15/06/1867). Vervolgens was hij vanaf 09/10/1868 onderpastoor te Sint-Kruis (Brugge), te Izegem (06/03/1872) en daarna pastoor te Kooigem (02/04/1891) en te Rumbeke (15/07/1896). Hij was een heemkundige en verzamelaar van o.m. bidprentjes. Zijn belangrijkste werk is Rond Kortryk of Schetsen over de prochien van het oud bisdom van Doornyk liggende in de voormalige dekenijen van Helkyn, Kortryk en Wervick, een geschiedenis van 61 alfabetisch gerangschikte gemeenten.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellezanter (WDT); correspondent
NameLauwereyns de Roosendaele de Diepenheede, Charles Pierre Joseph Xavier
Dates° Sint-Winoksbergen, 02/09/1724 - ✝ Brugge, 03/06/1789
SexMannelijk
Occupationkapitein; advocaat; schepen
BioCharles Pierre Joseph Xavier Lauwereyns de Roosendaele de Diepenheede werd geboren op 2 september 1724 in Sint-Winoksbergen. Hij was een Zuid-Nederlands edelman en schepen van Brugge, de enige zoon van Charles-Joseph Lauwereyns, raadpensionaris van Sint-Winoksbergen, en Thérèse de la Villette. Na vermoedelijk lagere en middelbare studies in Sint-Winoksbergen, Dowaai of Sint-Omaars, begon hij een militaire loopbaan als mousquetaire gris en kapitein bij de dragonders. Later studeerde hij rechten en vestigde zich in 1747 als advocaat in Dowaai. Rond 1750 verhuisde hij naar Brugge, waar hij in 1751 trouwde met zijn nicht Marie-Caroline van der Haeghen. Ze kregen negen kinderen en woonden in de Kuipersstraat. Als schepen speelde Lauwereyns een actieve rol in het stadsbestuur tijdens de Oostenrijkse periode. Hij bezat onder meer de heerlijkheden Diepenhede en Roosendaele, erfgoederen van een familie die in 1719 adelsbevestiging had verkregen in Parijs. Charles Pierre Joseph Xavier Lauwereyns de Roosendaele de Diepenheede overleed op 3 juni 1789 in Brugge.
Links[wikipedia]
NameRobinet, Hilarion
Dates° Parijs, 09/11/1725 - ✝ Saint-Pierre-de-Chartreuse, 04/05/1791
SexMannelijk
Occupationkartuizer; prior; generaal-overste; kloosterbestuurder
ResidenceFrankrijk
BioDom Hilarion Robinet werd geboren in Parijs op 9 november 1725. Aangetrokken door het leven in afzondering, trad hij in bij de kartuizers van de beroemde Parijse chartreuse van Vauvert, waar hij op 9 oktober 1750 zijn kloostergeloften aflegde. Dankzij zijn talent en organisatorisch inzicht werd hij in 1761 coadjutor en in 1763 procurator van het klooster. In die hoedanigheid werd hij naar de Grande Chartreuse gestuurd om namens Parijs zaken te bespreken met de algemene overste. Deze ontmoeting leidde ertoe dat Dom Etienne Biclet hem in 1776 benoemde tot prior van Parijs. Na een korte periode als prior werd Robinet in 1778, na het overlijden van Biclet, verkozen tot generaal-overste van de kartuizerorde — als vijfde generaal uit de Parijse chartreuse. Zijn leiderschap viel samen met zware beproevingen: het verlies van 44 kartuizerkloosters door hervormingen van Jozef II en later de revolutionaire onderdrukking van kloosterordes in Frankrijk. Desondanks bleef hij zijn Orde leiden met kracht en bezorgdheid, tot zijn gezondheid het begaf. Dom Hilarion Robinet overleed op 4 mei 1791 in de Grande Chartreuse, op 60-jarige leeftijd.
Sources https://cartusialover.wordpress.com/2022/12/06/dom-hilarion-robinet/

Name - place

NameBrugge
SettlementBrugge
NameKortrijk
SettlementKortrijk

Title - work by Guido Gezelle

TitleRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]
TitleLoquela
Links[gezelle.be]

Title - other work

TitleSaint Gilles, Sa vie, ses reliques, son culte en Belgique et dans le Nord de la France. Essai d'hagiographie
AuthorRembry, Ernest
Date1881-1882
PlaceBrugge
PublisherEdward Gailliard
TitleHistoire de Menin d'après les documents authentiques
AuthorA. Rembry-Barth
Date1881
PlaceBrugge
PublisherEdward Gailliard

Title[05/12/1881], Brugge, [Ernest Rembry] aan Guido Gezelle
EditorMiet Hubrechts; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingMiet Hubrechts; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen, Rembry Ernest aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), [05/12/1881]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
Sender[Rembry, Ernest]
RecipientGezelle, Guido
Date Sent[05/12/1881]
Place SentBrugge (Brugge)
AnnotationDatum en plaats gereconstrueerd op basis van de poststempel ; adressant gereconstrueerd op basis van het handschrift.
Published inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899 / door Caroline Verstraeten. - Gent : Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.49
Physical Description
Support Material 87 mm x 123 mm
papier, geel
papiersoort: recto met adres; verso verticaal beschreven, inkt
Condition volledig
Lay-out op adreszijde: gedrukte postzegel, afgestempeld
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive5217
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11517
Content Description
IncipitIk geloof niet dat er iemand meêgae
Text Typebriefkaart
LanguagesNederlands; Latijn
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.