Mijn eerw. heer,
Bidde uedele zeer neerstiglijk te willen, vóór zaterdag aanstaande, enige reken antworden op mijnen brief van over veertien dagen.
Misschien is hij niet te rechten gekomen; daarom herhale ik, en verzoeke uedele te willen kenbaar maken op welke wijze gij uwen artikel over pataters[1] begeert te zien gedrukt zijn, of uwe bladeren, mij binst het groot verlof ter hand gesteld, genoegzaam zijn, & geen naderen uitleg behoeven - nog: of gij ons geen vlaamsche stukken 't zij dramatischer of liever nog boertiger-wijze geschreven bezorgen of wijzen kunt.
Groete uedele met veel eerbied, jonge vriendschepe ende minne.
Dienaar
Em. Lauwers
- dietsche strate - 95. Leuven.






