<Resultaat 652 van 2965

>

p1
Mijn Eerweerde Heer,

Ik bedanke uedele uit den grond van mijn herte over uwe driemaandige werkzaamheid.[1] Ik hebbe stom gestaan toen ik gelezen hebbe in uwen dierbaren brief dat gij zeer geern geheel Hiawada[2] zoudt verbeterd hebben:[3] het ware natuurlijk zottigheid[4] van mijnentwege dat al te goed voorstel te aanveerden: ik zie dat gij geen tijd te veel en hebt en overlast[5] zijt geweest. Ten anderen moestet gij geheel Hiawada verbeteren, 't zou uw vertaal[6] zijn, 't mijne niet meer. Weet gij het nog Mijnheer hoe gij twee honderd verzen verbeterdet, en hoe er maar één en was van de mijne die aan één van de uwe geleek, te weten, “Minnehaha, Lachend-Water"? 't Gene gij niet verbeterd en hebt, hebbe ik zoo goed mogelijk bevrocht[7] zoo dat Hiawada nu kant en klaar is geheel en ghans indien gij mij aanstonds, als p2het u belieft aanstonds[8] mijne laaste gezondene eenige verzen verbeterd weder- zendt, met de deze verbeterd erbij.[9]

Wat is:

the Game of plum-Stones? [10]

Thus his name became a by-word[11]

And a jest among the people-[12]

Such the spell I cast upon you[13]

Such the magic power of passion[14]

I could straightway draw you to me[15]
(uit picture-writing?)

op het einde.

Made at length a league agaist him[16]

To molest him and destroy him-[17]

Armed with arrows, shod with snow-shoes[18]

And the end of his adventures[19]

Hoe heet gij ” the wolverine”[20]

Drew his arms back, like a cricket-[21]

Four days is the spirit’s journey[22]

Four his lonely night incampments[23]

Eindlijk: We have put you to the trial---[24]

Fail not in a greater trial.[25]

Noten

[1] Dit gaat over de vertaling van The Song van Hiawatha. In 1855 verscheen The Song of Hiawatha, een lang episch gedicht van 5400 verzen van Henry Wadsworth Longfellow. Guido Gezelle gebruikte het in zijn lessen aan het kleinseminarie van Roeselare, vertaalde een zang (1857) en nam een aangepaste versie op in Dichtoefeningen (1858). Hugo Verriest bracht Longfellow als leraar aan het kleinseminarie opnieuw onder de aandacht en publiceerde twintig jaar later onder het pseudoniem Owais’sa een vertaling van de eerste zang van Hiawatha in Rond den Heerd. Hij startte in de Roeselaarse lettergilde het vertaalproject van The Song of Hiawatha en gaf Emile Lauwers, toen student aan het kleinseminarie, de opdracht. Verriest bewerkte Lauwers’ vertaling en publiceerde die onder het pseudoniem Owais’sa in De Vlaamsche Vlagge. Op vraag van Verriest werd Gezelle in de late zomer van 1878 opnieuw bij de vertaling betrokken. Lauwers en Gezelle werkten samen aan de vertaling . Ze wisselden brieven en briefkaarten uit met verzen die om vertaling vroegen. Nog in 1878 had Lauwers veel vragen doorgespeeld en Gezelle had alles nagezien en was goed opgeschoten met zijn revisie én zijn eigen vertaling in de laatste 3 maanden van 1878. Hij wou echter het complete epos in vertaling brengen en Lauwers‘ versie verbeteren. Lauwers was liever in begin 1879 tot publicatie overgegeaan. Ontevreden over het project zal Gezelle later de vertaling naar zich toe trekken, wat in 1886 leidde tot de publicatie van zijn eigen vertaling van Hiawatha.
[2] Emiel Lauwers had hard gewerkt op zijn vertaling tijdens de vakantie en de eerste maanden dat hij in Leuven verbleef (september-oktober-november 1878). In een brief aan zijn vriend Camiel Marichal lichtte hij dit toe, op 7 januari 1879, en zijn brief verschaft meteen véél achtergrondinformatie. Hij had contact gehad met Emiel Demonie, die de voorzitter was van de West-Vlaamsche Gilde, en die gilde zou Lauwers’ vertaling uitgeven. Zij zouden werken met inschrijvingen op de komende vertaling. Daartoe moest er een ’prospectus’ komen met enkele vertaalde fragmenten als propagandamiddel. In zijn brief aan Camiel spoort Lauwers hem aan ’zoo veel inschrijvingen mooglijk’ te verzamelen. Emiel Demonie, priester-leraar aan het kleinseminarie, zou instaan voor deze ’voordruk’. Lauwers mikte op 400 ’afdruksels’ en hij wenste er 10 van te krijgen en zou die aan Guido Gezelle en Hugo Verriest toesturen uit dankbaarheid voor hun hulp. Maar Demonie ging niet tot actie over en Verriest slaagde er uiteindelijk in om bij de drukker Van de Ghinste in Ieper zo’n voordrukje te laten verschijnen, hij getuigde hierover bij Caesar Gezelle. Het werd een klein exemplaar van 10 bladzijden op 5 blaadjes recto verso, met daarin de ’Binnenleidinge’ en Zang ’I. De Paaispijpe’. Eén proefdrukje bevindt zich in het Guido Gezellearchief (nr. 1958 K). Maar dit alles was buiten de mening van Guido Gezelle gerekend. Hij ging helemaal niet akkoord met deze versie van vertaling door Lauwers en hij wilde Lauwers’ versie nog eens doornemen. Dit wilde Lauwers vermijden, want dan zou het Gezelles vertaling worden.
[3] Gezelle schrijf in zijn brief aan E. Lauwers van 03/01/1879: ”Gij spreekt van mijnen name enz. ja en zeer geerne, op voorwaarde dat ik alles wel nazie eer ’t uit komt.“
[4] Gekheid.
[5] overlast: te druk, overbelast
[6] Vertaling. Als Gezelle de integrale Lauwers’ versie van vertaling zou verbeteren, dan zou dit inderdaad Gezelles versie worden. Dat wil Lauwers vermijden. Maar het zal hem niet gelukken en Gezelle zal een eigen versie brengen in 1886, zonder vermelding van de naam van Lauwers!
[7] Bewerkt.
[8] Achtmaal onderstreept.
[9] ’Erbij’ vijfmaal onderstreept.
[10] Vers 56, Zang XV. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’Het spel met pruimsteenzaden’.
[11] Vers 210, Zang XI. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’(dus een spreekwoord wierd zijn name’.
[12] Vers 211, Zang XI. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’en het volk, een lachedingen’ Met als variant voor ’een lachedingen‘ tussen accolades: ’het loeg ermede’
[13] Vers 162, Zang XIV. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’zoo bezit mijn toovertocht u’ (eerst schreef Gezelle ’toovermacht u’)
[14] Vers 163, Zang XIV. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’(en de macht mijns runensprekens’.
[15] Vers 164, Zang XIV. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’dat ik straks u hier kon tooveren’.
[16] Vers 7, Zang XV. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’(eindlijk spand’ hij saam te hemwaard’.
[17] Vers 8, Zang XV. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’(om hem tot den dood te plagen’
[18] Vers 25, Zang XV. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’(pijlvoorzien en wel gesneeuwschoeid’.
[19] Vers 8, Zang XVI. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’(en den end van zijn gevaarten’.
[20] Vers 40, Zang XVI. Gezelle schrijft hierbij: ’‘k en wete!’ In de vertalingen die hij aanbracht in de brief die Lauwers aan hem schreef van 02/01/1879 schrijft Gezelle dit: ”wolverine en brant moet ik onvertaald terugzenden by gebrék van woordenboeken; Wat is ’t in ’t fransch?”
Gezelle wist nog niet wat ’wolverine’ betekende, maar in de ’Aantekeningen’ van de Davidsfondsuitgave 1886 schrijft Gezelle bij ’Wolverine’: ‘Americaansche veelvraat, Ursus luseus der geleerden.’
[21] Vers 43, zang XVI. Gezelle schrijft hierbij: ’alrêe vertaald’. In de vertalingen die hij aanbracht in de brief die Lauwers aan hem schreef van 02/01/1879 had Gezelle dit al vertaald als: ”stond, zyn armen lyk een gerspeerd”.
[22] Vers 195, Zang XIX. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’(’s geesten reize duurt vier dagen)’.
[23] Vers 197, Zang XIX. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’nachten vier zoo spant hij/zijn tentkleed’.
[24] Vers 206, Zang XIX. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’want wij u beproevend waren’.
[25] Vers 211, Zang XIX. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’faal niet zoo nog harder proef/preuf komt.’

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamLauwers, Emiel; Rik (pseudoniem)
Datums° Ingelmunster, 23/10/1858 - ✝ Kortrijk, 29/05/1921
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioEmiel Lauwers was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare samen met Albrecht Rodenbach. Hij kreeg er les van Hugo Verriest met wie hij het tijdschrift De Nieuwe Tijd oprichtte. Samen met Verriest was hij in 1886 betrokken bij Gezelles vertaling van The Song of Hiawatha. Hij studeerde geneeskunde te Leuven en vestigde zich in 1888 als chirurg te Kortrijk, en was er werkzaam aan het Heilig-Hartziekenhuis. In 1896 stichtte hij samen met Alfons Depla en Roose een nieuwe ziekenhuis (Sint-Antoniusinstituut). Hij was ook vertaler van Duitse en Engelse geneeskundige werken.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker Biekorf

Briefschrijver

NaamLauwers, Emiel; Rik (pseudoniem)
Datums° Ingelmunster, 23/10/1858 - ✝ Kortrijk, 29/05/1921
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioEmiel Lauwers was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare samen met Albrecht Rodenbach. Hij kreeg er les van Hugo Verriest met wie hij het tijdschrift De Nieuwe Tijd oprichtte. Samen met Verriest was hij in 1886 betrokken bij Gezelles vertaling van The Song of Hiawatha. Hij studeerde geneeskunde te Leuven en vestigde zich in 1888 als chirurg te Kortrijk, en was er werkzaam aan het Heilig-Hartziekenhuis. In 1896 stichtte hij samen met Alfons Depla en Roose een nieuwe ziekenhuis (Sint-Antoniusinstituut). Hij was ook vertaler van Duitse en Engelse geneeskundige werken.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker Biekorf

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamLeuven
GemeenteLeuven

Naam - persoon

NaamLongfellow, Henry Wadsworth
Datums° Portland (Maine), 27/02/1807 - ✝ Cambridge (Massachusetts), 24/03/1882
GeslachtMannelijk
Beroepschrijver; dichter; pedagoog; bibliothecaris
VerblijfplaatsAmerika
BioHenry Wadsworth Longfellow studeerde aan Harvard en werd bibliothecaris. Na een reis door Europa (1826-28) werd hij de eerste hoogleraar Moderne Talen. In 1854 verliet hij Harvard om zich volledig aan het schrijven van poëzie te wijden. Zijn gedichten zijn erg toegankelijk omdat ze gaan over herkenbare thema’s en geschreven zijn in een eenvoudige, maar bloemrijke taal. Longfellow maakte ook talrijke vertalingen en heeft daardoor vele Europese poëzie voor Amerikanen toegankelijk gemaakt. Diverse van zijn uit de Amerikaanse folklore geputte thema’s en figuren (zoals Hiawatha) hebben deze folklore in Europa bekendheid gegeven. Guido Gezelle had grote bewondering voor Longfellow en vertaalde zijn epos Hiawatha.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellevertaald door Gezelle

Naam - plaats

NaamLeuven
GemeenteLeuven

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelThe Song of Hiawatha. Overgedicht in ‘t Vlaamsch.
Links[gezelle.be]

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Lauwers, Emiel

Correspondenten - personen

Gezelle, Guido
Lauwers, Emiel

Naam - persoon

Longfellow, Henry Wadsworth

Naam - plaats

Leuven

Plaats van verzending

Leuven

Titel - werk van Guido Gezelle

The Song of Hiawatha. Overgedicht in ‘t Vlaamsch.

Titel08/01/1879, Leuven, Emiel Lauwers aan [Guido Gezelle]
EditeurKarel Platteau
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKarel Platteau, Lauwers Emiel aan Gezelle Guido, Leuven (Leuven), 08/01/1879. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderLauwers, Emiel
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum08/01/1879
VerzendingsplaatsLeuven (Leuven)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager papiersoort: 4 zijden beschreven
Staat volledig
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief5123
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11457
Inhoud
IncipitIk bedanke ued. uit den grond van
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.