Brugge, den 21 February 1879.
Eerweerde Heer en Vriend,
Het spyt my u te moeten schryven, dat men niet geradig gevonden heeft uwe vraeg in te willigen, betrekkelyk den titel van Enfants de Marie, dien gy geern zoudt zien inlasschen in het smeekschrift,[1] naer Romen op te sturen. Men vreest, en misschien niet zonder reden, hierdoor olie in het vuer te werpen.
Ik kan u geene inlichtingen mededeelen over het refugie[2] der abdy van Guldenberg; ongetwyfeld moet Mr Deken Van de Putte kostelyke notas daeromtrent bezitten.
Aenveerd, beste Vriend, de herhaelde verzekering myner regtzinnige verkleefdheid.
Uw toegenegen in Christo
Ernest Rembry
Den Eerw. Heer Guido Gezelle,Onderpastor van O.L.Vrouw,
Kortryk







