<Hit 686 of 2965

>

p1
Mijn eerweerde heer

Gisteren avond hebbe ik bij Alb. Rod. geweest en hem gesproken van rik enz. Hij zegt dat rik bestaat in dommerik, botterik enz. en gebruikt wordt in den zin van moedigen man in het oud nevelingenlied[1] en in Gudrun. Hij en vindt niet dat het woord greten[2] zoo veel niet gebruikt mag zijn; en gelooft niet dat hij mag zetten gezeerd[3] in plaats van gesard Overigens bidt hij mij uedele zijn beste groetenissen over te talen.

Ik zende u bij dezen een proeve van vertaling van de eerste tooneelen uit "Macbeth"[4] van Shakespeare na ze nogmaals wel overzien en verbeterd te hebben.[5] Die vertaling zuiveren, zoo gij geliefdet mij te beloven, dient niet aanstonds gedaan te worden; er is geen haaste bij. Nogthans, mijn eerw. heer, ingezien gij nu wat tijd hebt in dat Macbeth veel tooneelen bevat, langer en moeilijker dan deze, bidde ik u dit kort verbeterend werk niet lang te willen uitstellen, want (en hiermeê leere ik uedele een spreuke)

een goede aanleg is d'helft van ‘t werk, zei den boer, en hij lei zijn wijf aan 't vier.

Den vers van Macbeth "fair is foul enz.p2hebbe ik vertaald:

Logen is waarheid en waarheid is logen

Die wijze meene ik overeenkomstig te zijn met den zin der woorden van de weerdzusters[6] aan Macbeth gesproken, zoo als: Macbeth will never vanquish'd be, until great Birnam wood to high Dunsinane hill shall come against him.

en:

for none of woman born shall harm Macbeth

die twee beloften door de tooverhexen aan Macbeth gedaan, op letter genomen, waren logenachting; maar in een anderen zin hebben zij waarheid geweest.

Nu, genoeg van Macbeth en van schrijven; ik stoppe, mijn eerw. heer, u groetende zeer eerbiediglijk in mijnen en mijns broeders [7]name.

Uw toegenegene dienaar
Emile Lauwers.

Annotations

[1] In dit werk komt o.a. de Thidrekssaga voor, (hfdst. 159-164). -rek uitgesproken: -rik, volgens Rodenbach.
[2] Spotten, schimpen, grèten (L. De Bo, Westvlaamsch idioticon. Brugge: Gailliard, 1873, dl. 1, p. 341).
[3] Zeren: ”Uit haat, uit wraakzucht of uit boosheid tergen, moeielijkheden en onaangenaamheden verwekken, kwellen, den duivel aandoen.“ (L. De Bo, Westvlaamsch idioticon. Brugge: Gailliard, 1873, p.1127). Blijkbaar kende Rodenbach dit werkwoord niet en bleef hij bij ’sarren’ in zijn teksten. De Bo geeft aan dat ’sarren’ voorkomt ’in Holland’.
[4] E. Lauwers publiceert Macbeth pas als: Drij Schelms. In: De Nieuwe Tijd: 4 (8 maart 1900) 19, p. 147-150; (15 maart 1900) 20, p. 156-158; (22 maart 1900) 21; (5 april 1900) 23, p. 161-164.
[5] Lauwers begon Shakespeare al te vertalen van in 1878 onder het pseudoniem Rik in: De Vlaamsche Vlagge: 4 (1878) 2, p. 70-71. Hij ging ermee door met King Lear in: Biekorf: 16 (1905) en 17 (1906), maar ook als afzonderlijke uitgave in 1907.
[6] De 3 heksen uit Macbeth.
[7] Lauwers doelt hier hoogstwaarschijnlijk op zijn broer Paul, die Gezelle ontmoet had in Ieper en Elverdinge in augustus 1878, toen zij samen naar het Heuvelland en Ieper op stap waren. Lauwers had nog een broer, Achiel, die priester werd. Hij schreef in De Nieuwe Tijd en was behoorlijk gericht op de ideeën van priester Daens. Hij kreeg ook de bijnaam ’de rode priester’ en zal wellicht niet in de gading gestaan hebben van Gezelle.

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameLauwers, Emiel; Rik (pseudoniem)
Dates° Ingelmunster, 23/10/1858 - ✝ Kortrijk, 29/05/1921
SexMannelijk
Occupationarts
BioEmiel Lauwers was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare samen met Albrecht Rodenbach. Hij kreeg er les van Hugo Verriest met wie hij het tijdschrift De Nieuwe Tijd oprichtte. Samen met Verriest was hij in 1886 betrokken bij Gezelles vertaling van The Song of Hiawatha. Hij studeerde geneeskunde te Leuven en vestigde zich in 1888 als chirurg te Kortrijk, en was er werkzaam aan het Heilig-Hartziekenhuis. In 1896 stichtte hij samen met Alfons Depla en Roose een nieuwe ziekenhuis (Sint-Antoniusinstituut). Hij was ook vertaler van Duitse en Engelse geneeskundige werken.
Links[wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; medewerker Biekorf

Sender

NameLauwers, Emiel; Rik (pseudoniem)
Dates° Ingelmunster, 23/10/1858 - ✝ Kortrijk, 29/05/1921
SexMannelijk
Occupationarts
BioEmiel Lauwers was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare samen met Albrecht Rodenbach. Hij kreeg er les van Hugo Verriest met wie hij het tijdschrift De Nieuwe Tijd oprichtte. Samen met Verriest was hij in 1886 betrokken bij Gezelles vertaling van The Song of Hiawatha. Hij studeerde geneeskunde te Leuven en vestigde zich in 1888 als chirurg te Kortrijk, en was er werkzaam aan het Heilig-Hartziekenhuis. In 1896 stichtte hij samen met Alfons Depla en Roose een nieuwe ziekenhuis (Sint-Antoniusinstituut). Hij was ook vertaler van Duitse en Engelse geneeskundige werken.
Links[wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; medewerker Biekorf

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameLeuven
SettlementLeuven

Name - person

NameLauwers, Emiel; Rik (pseudoniem)
Dates° Ingelmunster, 23/10/1858 - ✝ Kortrijk, 29/05/1921
SexMannelijk
Occupationarts
BioEmiel Lauwers was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare samen met Albrecht Rodenbach. Hij kreeg er les van Hugo Verriest met wie hij het tijdschrift De Nieuwe Tijd oprichtte. Samen met Verriest was hij in 1886 betrokken bij Gezelles vertaling van The Song of Hiawatha. Hij studeerde geneeskunde te Leuven en vestigde zich in 1888 als chirurg te Kortrijk, en was er werkzaam aan het Heilig-Hartziekenhuis. In 1896 stichtte hij samen met Alfons Depla en Roose een nieuwe ziekenhuis (Sint-Antoniusinstituut). Hij was ook vertaler van Duitse en Engelse geneeskundige werken.
Links[wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; medewerker Biekorf
NameRodenbach, Albrecht; Berten; De selscuttere
Dates° Roeselare, 27/10/1856 - ✝ Roeselare, 23/06/1880
SexMannelijk
Occupationschrijver; dichter
BioAlbrecht Rodenbach was een schrijver en dichter die geboren werd in Roeselare op 27 oktober 1856. Hij genoot zijn opleiding aan in het kleinseminarie van Roeselare en was er in 1867 leerling aan de section préparatoire waar hij Gustaaf Flamen als priester-leraar had. Hij was van 1870 tot 1878 leerling van de humaniora, waar hij deel uitmaakte van de ‘wonderklasse’ van Hugo Verriest, oud-leerling van Gezelle. In 1875 ontstond er op school grote ophef toen de leerlingen tijdens een feest ter ere van de superior geen toestemming kregen om Rodenbachs lied ‘Het Lied Der Vlaamsche Zonen’, ook bekend als ‘De Blauwvoet’ voor te dragen. Het verbod leidde tot een studentenprotest tegen het anti-Vlaamse schoolbeleid dat bekendstaat als de ‘Groote Stooringe’. Met zijn gedicht startte hij een studentenbeweging genaamd de Blauwvoeters die gedichten en teksten publiceerden om Vlaamsgezindheid te promoten. Hieruit volgde onder meer het tijdschrift "De Vlaamsche Vlagge". De Blauwvoeterij vloog over naar Leuven toen Rodenbach en zijn klasgenoten er in 1876 gingen studeren. Rodenbach was erg actief in het studentenleven. Zo was hij medestichter van dagblad "Het Pennoen" en de "Vlaamsche Studentenbond". Daarnaast was hij lid van de Sint-Tillogilde en de toneelvereniging de Sint-Jansgilde. Later verminderde zijn engagement echter en spendeerde hij meer aandacht aan zijn literaire werken. Op 23 juni 1880 kwam hij op slechts 23-jarige leeftijd in zijn geboortestad te overlijden aan tuberculose. Na zijn dood groeide Rodenbach uit tot een icoon van de Vlaamse Studentenbeweging en Roeselare. In 1909 werd daar als eerbetoon een standbeeld van hem onthuld.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/rodenbach-albrecht#roeselare-en-de-groote-stooringe
NameShakespeare, William
Dates° Stratford-upon-Avon, rond 23/04/1564 - ✝ Stratford-upon-Avon, 23/04/1616
SexMannelijk
Occupationtoneelschrijver; dichter; acteur
ResidenceEngeland
BioWilliam Shakespeare studeerde waarschijnlijk aan de Stratford Grammar School, waar Latijnse grammatica en literatuur een belangrijk onderdeel vormde van het curriculum. Op 18-jarige leeftijd trouwde hij met Anne Hathaway, met wie hij drie kinderen kreeg. Omstreeks 1588 vertrok hij naar Londen, waarna het nog vier jaar duurde voor hij succesvol werd als acteur en schrijver. Hij zou er tot de volgende acteergezelschappen hebben behoord: Lord Strange's Men, Lord Admiral's Men, The Earl of Pembroke's Men en The Earl of Sussex’s Men. Later werd hij mede-eigenaar van The Lord Chamberlain's Men. Shakespeare wordt doorgaans beschouwd als de eerste moderne toneelschrijver. Hij schreef tragedies, historische stukken en komedies; in totaal 38 toneelstukken. Zijn werken worden nog steeds vertaald, opgevoerd, verfilmd… Daarnaast was ook zijn poëzie heel populair: hij schreef 154 sonnetten en een aantal langere gedichten.
Links[wikipedia]
NameLauwers, Paul
Dates° Ingelmunster, 24/09/1860 - ✝ Brussel, 27/12/1947
SexMannelijk
BioPaul Lauwers werd geboren in Ingelmunster op 24 september 1860. Hij was de jongere broer van Emiel Lauwers. Hij studeerde aan het kleinseminarie en ging vaak wandelen zijn oudere broer in het Heuvelland. Zo leerde hij Guido Gezelle, Hugo en Adolf Verriest en Leonard De Bo kennen. Hij studeerde rechten en notariaat aan de Katholieke Universiteit in Leuven. Hij werd vanaf 1890 notaris in Ieper, waar hij woonde en er groot gezin had. Hij overleed in Brussel op 27 december 1947.
SourcesHet Ypersch Nieuws: (27/12/1947)

Name - place

NameLeuven
SettlementLeuven

Title - other work

TitleGudrunlied (Kudrun)
Dateca. 1504–1516
TitleKoning Lear. Uit het Engelsch door E. Lauwers.
AuthorShakespeare; Lauwers, E
Date1907
PlaceBussum
PublisherC.A.J. van Dishoeck

Titlexx/[10?/1879], Leuven, Emiel Lauwers aan [Guido Gezelle]
EditorKarel Platteau; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingKarel Platteau; Universiteit Antwerpen, Lauwers Emiel aan Gezelle Guido, Leuven (Leuven), xx/[10?/1879]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
SenderLauwers, Emiel
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sentxx/[10?/1879]
Place SentLeuven (Leuven)
AnnotationBriefversie van datering: woensdag ; jaartal en adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie; maand gereconstrueerd op basis van editie Karel Platteau.
Published inGezelles groei in Kortrijk : het belang van de overdichting van The Song of Hiawatha. / door Karel Platteau. - Kortrijk : Groeninghe, 1999, p.223-224
Physical Description
Support Material 1 enkel vel, 209 mm x 134 mm
papier, wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle; idem rechts: [1879?] (inkt, beide hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive5120
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11426
Content Description
IncipitGisteren avond hebbe ik bij Alb. Rod.
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.