Gisteren avond hebbe ik bij Alb. Rod. geweest en hem gesproken van rik enz. Hij zegt dat rik bestaat in dommerik, botterik enz. en gebruikt wordt in den zin van moedigen man in het oud nevelingenlied[1] en in Gudrun. Hij en vindt niet dat het woord greten[2] zoo veel niet gebruikt mag zijn; en gelooft niet dat hij mag zetten gezeerd[3] in plaats van gesard Overigens bidt hij mij uedele zijn beste groetenissen over te talen.
Ik zende u bij dezen een proeve van vertaling van de eerste tooneelen uit "Macbeth"[4] van Shakespeare na ze nogmaals wel overzien en verbeterd te hebben.[5] Die vertaling zuiveren, zoo gij geliefdet mij te beloven, dient niet aanstonds gedaan te worden; er is geen haaste bij. Nogthans, mijn eerw. heer, ingezien gij nu wat tijd hebt in dat Macbeth veel tooneelen bevat, langer en moeilijker dan deze, bidde ik u dit kort verbeterend werk niet lang te willen uitstellen, want (en hiermeê leere ik uedele een spreuke)
een goede aanleg is d'helft van ‘t werk, zei den boer, en hij lei zijn wijf aan 't vier.
Den vers van Macbeth "fair is foul enz.”p2hebbe ik vertaald:
Logen is waarheid en waarheid is logen
Die wijze meene ik overeenkomstig te zijn met den zin der woorden van de weerdzusters[6] aan Macbeth gesproken, zoo als: Macbeth will never vanquish'd be, until great Birnam wood to high Dunsinane hill shall come against him.
en:
for none of woman born shall harm Macbeth
die twee beloften door de tooverhexen aan Macbeth gedaan, op letter genomen, waren logenachting; maar in een anderen zin hebben zij waarheid geweest.
Nu, genoeg van Macbeth en van schrijven; ik stoppe, mijn eerw. heer, u groetende zeer eerbiediglijk in mijnen en mijns broeders [7]name.







