<Hit 599 of 2965

>

p1
Eerweerde Heer, Geachte Dichter,

Wij danken UE voor 't gezonden dichtje.[1] Volgens uwe aanbeveling zend ik u afschrift en handschrift op, UE verzoekend er de laatste hand aan te steken.

De "Kerkhofblommen" kan ik UE voor 't huidig oogenblik niet zenden;[2] ik heb ze aan mijne Ouders,[3] te Wambeek; bij Brussel, (waar ik u zou verzoeken de brieven van UE, van 10 Oogst tot October, - vacantietijd - te sturen), doen geworden. Binnen den verloftijd zal ik ze UE opzenden.

UE vraagt waarom ik hartekijn, niet hartekin, schrijf?[4] Ik

1 ken als néerduitsche of Vlaamsche verkleinwoordenuitgang, en kijn, ken, lijn, pje of tje, in alle spraakleeren te vinden. Hartekin, vind ik noch in spraakleer, noch in de volkstaal, voor wat Braband, Antwerpen, en een deel van Oost Vlaanderen aangaat; hartekin komt voor in de oude gedichten van Hertog Jan I, die in Zwabischen taalstam[5] schreef; daar vind ik, boomgaardekin, enz..... Hedendaagsch ken ik slechts harteken, boomgaardeken, kindeken, of hartekijn, boomgaardekijn, kindelijn, kindje. (Volkstaal, herteken).

2 Hert of hart. Bij 't volk, bij ons, hert: maar men mag in de boekentaal even goed hart schrijven.

3 Bloempje.[6] Ik houd niet meer aan bloempje, dan aan bloemken, blommeken, of bloemelijn, enz... Integendeel! Doch, daar wij die verschillige uitgangen bezitten, maak ik er gebruik van uit zucht naar verscheidenheid.

4. Waarom ik liefelik, hartelik, schrijve? - Zeker is het, dat men in zekere streken, zoo niet ijk, heel als ik, dan toch als ék (zoet) uitspreekt; bij ons, hertelek; elders, hertelik. De uitgang ijk, is vast zoo goed als ik; maar hier is deze gebruikt welluidendheidshalve en verscheidenheidshalvep2Zilveren zikkel,[7] vind ik waarlijk beter dan Zilv. sikkel, ja, welluidender, zoetvloeiender. Die alliteratie herinnert mij een uwer schoonste verzen uit een stuk, dat ik niet gelezen heb, maar waarvan ik in een boekje van d'Heer J. Bols (over de Welluidendheid der Nederd. Taal een regel zag aanhalen:

't Is schoon wanneer het koren sperkt[8]
En wiegewagend waait! [9]

Zoo is 't, denk ik.

De aanmerking over smartwoestijn[10] is goud waard! Dank ervoor! Ik zal zulks veranderen. - Idem, voor gazen[11] sluier, en geplokken.[12]

Ik dank U eindelijk voor de goedheid van mijn stukje aan te nemen. Bij de opdracht zal ik, lijk uw wil is, Presbyter weglaten.[13]

UE zal misschien denken na voorgaande regels dat ik vijand ben van 't schrijven in tongval, als 't West Vlaamsch is b.v. Verre van daar! Heel gaarne lees ik gedichten in dien zoeten tongval van West Vlaanderen. Maar, daar ik in schrijftaal alleen schrijf, sluit ik uit mijne dichtjes zooveel mogelijk in de spraakleeren onaangenomen woorden .

Eventwel, dit zal mij niet wederhouden gaarne den tongval van, West Vlaanderen te hooren en te lezen, (hoezeer ik ook de taal van Bilderdijk, David, enz... bewonder,) en, ja, zelf heên[14] of morgen, dichtjes in Klein Brabandsch[15] te vervaardigen.

Tijdgebrek belet mij meer te schrijven. Dus, nogmaals, honderdmaal dank voor uwe goedheid, en aanveerd, zoowel van mijne makkers als van mij, de beste groetenissen en dankbetuigingen.

Uw toegenegen
Pol. de Mont

Gelief, a.u.b. zoodra 't kan, om "Groeninghe" weêr te sturen. Nog eens, 100 maal dank voor dit lief; echt dietsch en Vaderlandsch stukje. Wij hopen nog meer dan eens op uwe groote welwillendheid te mogen rekenen.

Met der haast.

Annotations

[1] Gepubliceerd als: G. Gezelle, Groeninghe. In: Onze Dageraad. Letterkundige bijdragen uitgegeven door "De jonge taalvrienden". Herentals: V.J. du Moulin, 1877, p.95-96.
[2] Gezelle vraagt De Mont of hij zijn exemplaar Kerkhofblommen aan hem kan bezorgen, want hij wil graag de fouten die erin staan corrigeren (zie de brief van Pol De Mont aan Guido Gezelle van 01/09/1876).
[3] Het gaat om Ivo De Mont en Joséphine Baudewijns.
[4] In Onze Dageraad zal het uiteindelijk “hertekijn” worden. Zie gedicht ‘De Hemel’ verschenen in: Onze Dageraad. Letterkundige bijdragen uitgegeven door "De jonge taalvrienden". Herentals: V.J. du Moulin, 1877, p.78-82.
[5] Hoogduits dialect.
[6] Zal “bloemkes” worden in Onze Dageraad. Zie gedicht ‘De Hemel’ verschenen in: Onze Dageraad. Letterkundige bijdragen uitgegeven door "De jonge taalvrienden". Herentals: V.J. du Moulin, 1877, p.78-82.
[7] Het zal inderdaad “zikkel” worden in Onze Dageraad op aanraden van Gezelle. Zie gedicht ‘De Hemel’ verschenen in: Onze Dageraad. Letterkundige bijdragen uitgegeven door "De jonge taalvrienden". Herentals: V.J. du Moulin, 1877, p.78-82.
[8] In het boek van Jan Bols staat als voetnoot bij dit woord: “’t Gerucht van rijp koren onder de bakelende zonne, als het kaf openberst.” Zegt G. Gez.
[9] De aangehaalde regels staan op p.20-21 van de publicatie van Jan Bols als voorbeeld bij de woorduitleg bij ’bewegen, waggelen, wiggelen, wiggelen’. De Mont citeert ze niet helemaal correct. De regels komen uit het gedicht, Principium a Jesu uit Vlaemsche Dichtoefeningen, en luiden volledig:

't Is schoon wanneer, lijk ruischend goud,

het kooren sperkt en zwaait,

en, reuzlende, op en neder douwt

en wiegewagend waait.

[10] In de publicatie in Onze Dageraad werd heel dit couplet weggelaten. Zie gedicht ‘De Hemel’ verschenen in: Onze Dageraad. Letterkundige bijdragen uitgegeven door "De jonge taalvrienden". Herentals: V.J. du Moulin, 1877, p.78-82.
[11] In de publicatie in Onze Dageraad is het weergegeven als volgt: “Of, met een wazen sluier,”. Het woord “gazen” werd dus vervangen door “wazen”. Zie gedicht ‘De Hemel’ verschenen in: Onze Dageraad. Letterkundige bijdragen uitgegeven door "De jonge taalvrienden". Herentals: V.J. du Moulin, 1877, p.78-82.
[12] In de publicatie in Onze Dageraad is het weergegeven als volgt: “Dáár blijft ’t geplukte bloemken”. Het woord “geplokken” werd niet gebruikt, wél opteerde men voor “geplukte”. Zie gedicht ‘De Hemel’ verschenen in: Onze Dageraad. Letterkundige bijdragen uitgegeven door "De jonge taalvrienden". Herentals: V.J. du Moulin, 1877, p.78-82.
[13] In zijn brief aan Guido Gezelle van 06/07/1876 vroeg Pol De Mont of hij ‘Gezelle’ mocht vermelden bij zijn gedichtje in Onze Dageraad. Gezelle zal hiermee akkoord gaan, maar op voorwaarde dat hij ‘pbr’ bij zijn naam weg zou laten. In de publicatie in Onze Dageraad is het weergegeven als volgt: “Den Wesvlaamschen Dichter Guido Gezelle.” Zie gedicht ‘De Hemel’ verschenen in: Onze Dageraad. Letterkundige bijdragen uitgegeven door "De jonge taalvrienden". Herentals: V.J. du Moulin, 1877, p.78-82. In de bundel Waarheid en Leven van Pol De Mont verschenen in 1877: “Den West-Vl. Dichter G. Gezelle, pr.”
[14] Heden.
[15] Klein-Brabant is een geografische streek in Vlaanderen die zich uitstrekt langs de Schelde en de Rupel, binnen de stedendriehoek Antwerpen, Brussel en Gent. De streek behoort tot Zandig Vlaanderen. De benaming Klein-Brabant werd vroeger in ruime economische zin gebruikt voor het gebied aan de rand van Binnen-Vlaanderen. Dit gebied omvatte het zuidwesten van de provincie Antwerpen, het noordwesten van Vlaams-Brabant en het oosten van Oost-Vlaanderen, meer bepaald de streek tussen de Schelde bij Baasrode en de Zenne, en tussen de Rupel bij Boom en de lijn die Aalst en de Dender met Vilvoorde verbindt. (zie: Klein-Brabant (België). In: Wikipedia. De vrije encyclopedie.)

Register

Correspondents - persons

NameDe Mont, Pol; Olympio; Spiridio; Waarzegger; Ortwin; K.M.P. Ivoosone
Dates° Wambeek, 15/04/1857 - ✝ Berlijn, 29/06/1931
SexMannelijk
Occupationauteur; dichter; leraar
BioNa zijn middelbare studies in het Frans te Ninove, studeerde Pol De Mont aan het kleinseminarie te Mechelen. Hij was er een vurig flamingant en stichtte in mei 1874 met Jan de Block de Vlaamse leerlingenkring De Jonge Taalvrienden. Ze gaven in 1876 de bundel Letterkundige Bijdragen, Onze Dageraad uit met bijdragen van de leden en vooraanstaande Vlaamse schrijvers als Guido Gezelle, Jan R. Snieders en Servaas Daems. Na zijn middelbare studies ging hij studeren aan de Leuvense universiteit (1877) en speelde er een belangrijke rol in de opkomende Vlaamse studentenbeweging, o.m. als bondgenoot en uiteindelijk ook concurrent van Albrecht Rodenbach. Hij stichtte aan de universiteit te Leuven Het Pennoen en was er ook actief in het studentengenootschap Met Tijd en Vlijt. In 1880 publiceerde hij zijn bundel Gedichten, bekroond met de Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Vlaamse Letterkunde. Zijn militante en literaire activiteiten verhinderden hem zijn rechtenstudies verder te zetten en zo werd de liberaal-vrijzinnig geworden De Mont leraar aan het Koninklijk Atheneum te Doornik. Dit van 23 september 1880 tot eind september 1882. Op 3 oktober 1882 beviel zijn echtgenote in de Milisstraat in Antwerpen van hun eerste kind. De Mont was er eind september 1882 benoemd tot leraar Nederlands aan het Atheneum. Later ging hij daar ook lesgeven in de “Germaansche letteren” aan de Koninklijke Academie voor Schone kunsten (1886) en werd hij er benoemd tot conservator van het Museum voor Schone Kunsten (1904). In 1888 stichtte hij het tijdschrift Volkskunde dat nog altijd wordt uitgegeven. In 1905 was hij een van de stichters van het tijdschrift De Vlaamse Gids. In 1919 nam hij ontslag als conservator nadat hij in de pers beschuldigd was van activisme. Hij werd hoofdredacteur van de Vlaamsgezinde krant De Schelde. Enkelen van zijn medewerkers daar waren Paul van Ostaijen en Alice Nahon. Hij publiceerde verschillende poëziebundels, maar ook volksvertelsels en wondersprookjes en biografieën van Vlaamse kunstenaars. Als dichter en criticus, voordrachtgever en politicus heeft deze leraar een bijzonder groot publiek bereikt tot in Frankrijk en Duitsland. Hij is betrokken geraakt in alle toenmalige discussies omtrent taal en identiteit. Door zijn sterk gevoel voor de zich vrij ontwikkelende orale cultuur was hij, aansluitend bij August Gittée, ook één van de grondleggers van de volkskunde.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; Gilde van Sinte Luitgaarde; Rond den Heerd
Sources https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/de-mont-pol
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Sender

NameDe Mont, Pol; Olympio; Spiridio; Waarzegger; Ortwin; K.M.P. Ivoosone
Dates° Wambeek, 15/04/1857 - ✝ Berlijn, 29/06/1931
SexMannelijk
Occupationauteur; dichter; leraar
BioNa zijn middelbare studies in het Frans te Ninove, studeerde Pol De Mont aan het kleinseminarie te Mechelen. Hij was er een vurig flamingant en stichtte in mei 1874 met Jan de Block de Vlaamse leerlingenkring De Jonge Taalvrienden. Ze gaven in 1876 de bundel Letterkundige Bijdragen, Onze Dageraad uit met bijdragen van de leden en vooraanstaande Vlaamse schrijvers als Guido Gezelle, Jan R. Snieders en Servaas Daems. Na zijn middelbare studies ging hij studeren aan de Leuvense universiteit (1877) en speelde er een belangrijke rol in de opkomende Vlaamse studentenbeweging, o.m. als bondgenoot en uiteindelijk ook concurrent van Albrecht Rodenbach. Hij stichtte aan de universiteit te Leuven Het Pennoen en was er ook actief in het studentengenootschap Met Tijd en Vlijt. In 1880 publiceerde hij zijn bundel Gedichten, bekroond met de Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Vlaamse Letterkunde. Zijn militante en literaire activiteiten verhinderden hem zijn rechtenstudies verder te zetten en zo werd de liberaal-vrijzinnig geworden De Mont leraar aan het Koninklijk Atheneum te Doornik. Dit van 23 september 1880 tot eind september 1882. Op 3 oktober 1882 beviel zijn echtgenote in de Milisstraat in Antwerpen van hun eerste kind. De Mont was er eind september 1882 benoemd tot leraar Nederlands aan het Atheneum. Later ging hij daar ook lesgeven in de “Germaansche letteren” aan de Koninklijke Academie voor Schone kunsten (1886) en werd hij er benoemd tot conservator van het Museum voor Schone Kunsten (1904). In 1888 stichtte hij het tijdschrift Volkskunde dat nog altijd wordt uitgegeven. In 1905 was hij een van de stichters van het tijdschrift De Vlaamse Gids. In 1919 nam hij ontslag als conservator nadat hij in de pers beschuldigd was van activisme. Hij werd hoofdredacteur van de Vlaamsgezinde krant De Schelde. Enkelen van zijn medewerkers daar waren Paul van Ostaijen en Alice Nahon. Hij publiceerde verschillende poëziebundels, maar ook volksvertelsels en wondersprookjes en biografieën van Vlaamse kunstenaars. Als dichter en criticus, voordrachtgever en politicus heeft deze leraar een bijzonder groot publiek bereikt tot in Frankrijk en Duitsland. Hij is betrokken geraakt in alle toenmalige discussies omtrent taal en identiteit. Door zijn sterk gevoel voor de zich vrij ontwikkelende orale cultuur was hij, aansluitend bij August Gittée, ook één van de grondleggers van de volkskunde.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; Gilde van Sinte Luitgaarde; Rond den Heerd
Sources https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/de-mont-pol

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameMechelen
SettlementMechelen

Name - person

NameBols, Jan
Dates° Werchter, 09/02/1842 - ✝ Aarschot, 15/01/1921
SexMannelijk
Occupationpriester; folklorist; taalkundige; pedagoog; leraar; pastoor; directeur; auteur
BioJan Bols werd tot priester gewijd op 22/12/1866 te Mechelen. Op 01/10/1866 werd hij leraar aan het Sint-Romboutscollege in Mechelen. Hij was de stichter van het Sint-Jozefscollege in Aarschot, waarvan hij ook de eerste directeur werd op 12/08/1876. Op 24/12/1884 werd hij pastoor te Mechelen en op 25/06/1887 pastoor te Alsemberg. Hij was lid van de Koninklijke Zuid-Nederlandse Maatschappij voor Taal-, Letterkunde en Geschiedenis (vanaf 1876), de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (vanaf 1886) en de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, Leiden (1912). In 1886 was hij betrokken bij de oprichting van het tijdschrift Het Belfort. Hij was een belangrijk figuur in de Vlaamse beweging en hij was ook actief als schrijver. Hij publiceerde ook een Nederduitsche bloemlezing voor het middelbare onderwijs. Daarnaast was hij ook een ijverig folklorist en zanter van volksliederen. In 1897 verscheen in Namen zijn bundel “Honderd oude vlaamsche Liederen met woorden en zangwijzen verzameld en voor het eerst aan het licht gebracht”. Uit zijn nagelaten werk publiceerde de Commissie van het Oude Volkslied van het Ministerie van Openbaar Onderwijs postuum de bundel "Godsdienstige kalenderliederen" (1939) en twee bundels "Wereldlijke volksliederen" (1949).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT); adressenlijst Cordelia Van De Wiele; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
NameDe Mont, Pol; Olympio; Spiridio; Waarzegger; Ortwin; K.M.P. Ivoosone
Dates° Wambeek, 15/04/1857 - ✝ Berlijn, 29/06/1931
SexMannelijk
Occupationauteur; dichter; leraar
BioNa zijn middelbare studies in het Frans te Ninove, studeerde Pol De Mont aan het kleinseminarie te Mechelen. Hij was er een vurig flamingant en stichtte in mei 1874 met Jan de Block de Vlaamse leerlingenkring De Jonge Taalvrienden. Ze gaven in 1876 de bundel Letterkundige Bijdragen, Onze Dageraad uit met bijdragen van de leden en vooraanstaande Vlaamse schrijvers als Guido Gezelle, Jan R. Snieders en Servaas Daems. Na zijn middelbare studies ging hij studeren aan de Leuvense universiteit (1877) en speelde er een belangrijke rol in de opkomende Vlaamse studentenbeweging, o.m. als bondgenoot en uiteindelijk ook concurrent van Albrecht Rodenbach. Hij stichtte aan de universiteit te Leuven Het Pennoen en was er ook actief in het studentengenootschap Met Tijd en Vlijt. In 1880 publiceerde hij zijn bundel Gedichten, bekroond met de Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Vlaamse Letterkunde. Zijn militante en literaire activiteiten verhinderden hem zijn rechtenstudies verder te zetten en zo werd de liberaal-vrijzinnig geworden De Mont leraar aan het Koninklijk Atheneum te Doornik. Dit van 23 september 1880 tot eind september 1882. Op 3 oktober 1882 beviel zijn echtgenote in de Milisstraat in Antwerpen van hun eerste kind. De Mont was er eind september 1882 benoemd tot leraar Nederlands aan het Atheneum. Later ging hij daar ook lesgeven in de “Germaansche letteren” aan de Koninklijke Academie voor Schone kunsten (1886) en werd hij er benoemd tot conservator van het Museum voor Schone Kunsten (1904). In 1888 stichtte hij het tijdschrift Volkskunde dat nog altijd wordt uitgegeven. In 1905 was hij een van de stichters van het tijdschrift De Vlaamse Gids. In 1919 nam hij ontslag als conservator nadat hij in de pers beschuldigd was van activisme. Hij werd hoofdredacteur van de Vlaamsgezinde krant De Schelde. Enkelen van zijn medewerkers daar waren Paul van Ostaijen en Alice Nahon. Hij publiceerde verschillende poëziebundels, maar ook volksvertelsels en wondersprookjes en biografieën van Vlaamse kunstenaars. Als dichter en criticus, voordrachtgever en politicus heeft deze leraar een bijzonder groot publiek bereikt tot in Frankrijk en Duitsland. Hij is betrokken geraakt in alle toenmalige discussies omtrent taal en identiteit. Door zijn sterk gevoel voor de zich vrij ontwikkelende orale cultuur was hij, aansluitend bij August Gittée, ook één van de grondleggers van de volkskunde.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; Gilde van Sinte Luitgaarde; Rond den Heerd
Sources https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/de-mont-pol
NameDavid, Jan Baptist
Dates° Lier, 25/01/1801 - ✝ Leuven, 24/03/1866
SexMannelijk
Occupationkanunnik; leraar; hoogleraar; directeur; auteur
BioJ.B. David werd in Lier geboren waar hij al vroeg in contact kwam met J.F. Willems die hem de liefde voor taal bij bracht. Hij was aanvankelijk een apothekersleerling maar koos toch voor een priesteropleiding. Zijn priesterwijding ontving hij op 20/08/1823. Hij studeerde letteren-en wijsbegeerte aan de universiteit van Leuven, waar hij ook doctoreerde (01/08/1842). Hij was er eveneens voorzitter van de katholieke Vlaamse studentenbond Met Tijd en Vlijt. Hij was werkzaam in het onderwijs als studiemeester aan het Koninklijk Atheneum van Antwerpen (1821-1822), leraar Latijn en Nederlands aan het kleinseminarie van Mechelen en als directeur van het Koninklijk Atheneum te Mechelen (1831-1836). Op 16/09/1834 werd hij docent Vlaamse Letterkunde en Belgische Geschiedenis aan de Leuvense universiteit tot 1865. Ondertussen was hij op 25 oktober 1833 ook erekanunnik geworden van het Sint-Romboutskapittel te Mechelen. In 1835 kreeg hij van de regering officiële steun voor het vastleggen van de schrijfwijze in de Nederlandse taal. Daartoe richtte hij samen met Willems de 'Maetschappy tot bevordering der Nederduitsche Tael- en Letterkunde' op. In 1841 en 1850 werd hij verkozen tot voorzitter van de Taal- en Letterkundige Congressen. In 1856 werd hij benoemd tot lid van de Commissie der Taalgrieven en in 1864 van de spellingcommissie. In 1875 stichtte hij het Davidsfonds. Hij publiceerde tal van werken over spelling en spraakkunst zoals 'Nederduitsche Spraekkunst', bloemlezingen van prozaschrijvers en dichters, maar ook zijn schoolboeken werden gedurende tientallen jaren ruim verspreid. In de tijdschriften 'De Middelaer' en 'De School- en Letterbode' en zijn boek 'Tael- en Letterkundige Aenmerkingen' uitte hij harde taalkundige en literaire kritiek op het werk van Vlaamse schrijvers. In 1862 sprak David zich in Brugge uit tegen het particularisme van Gezelle. Gezelle bezocht David in Leuven.
Links[odis], [wikipedia]
Sources http://theater.ua.ac.be/nevb/html/David,%20Jan-Baptist.html
NameBilderdijk, Willem
Dates° Amsterdam, 07/09/1756 - ✝ Haarlem, 18/12/1831
SexMannelijk
Occupationgeschiedkundige; taalkundige; dichter; advocaat
ResidenceNederland
BioWillem Bilderdijk was een zonderling genie. Hij publiceerde enorm veel dichtbundels en 'vaderlandse' beschouwingen, demonstreerde een enorme belezenheid o.m; ook van Oosterse poëzie. Had een turbulent en droevig bestaan. Gezelle las enorm veel van hem. Op het vlak van taalkunde vond Gezelle steun bij Bilderdijk wat 'dialectwoorden' betreft. Piet Couttenier schreef in (dbnl) Het Bilderdijk-Museum jg. 21, 2004 : 'De zon is Bilderdijk' Enkele aspecten van de Bilderdijk-receptie in Vlaanderen.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to GezelleGezelle bezat zijn boeken en las die intens
SourcesPiet Couttenie, De zon is Bilderdijk' Enkele aspecten van de Bilderdijk-receptie in Vlaanderen. In: Het Bilderdijk-Museum: 21 (2004), p.8-12
Namevan Brabant, Jan I
Dates° Leuven, 1252 - ✝ Bar-le-Duc, 03/05/1294
SexMannelijk
Occupationhertog
BioJan I van Brabant werd geboren te Leuven in 1252. Hij was hertog van Brabant van 1267 tot 1294 en van Limburg van 1288 tot 1294. Hij volgde zijn oudere broer Hendrik IV op. Hij was een krachtige heerser die zijn gebied uitbreidde, onder meer door de verwerving van het hertogdom Limburg na de Slag bij Woeringen in 1288. Hij reorganiseerde het bestuur en vaardigde een algemeen landrecht uit. Zijn expansiepolitiek leidde in de jaren 1290 tot financiële problemen, waarna hij met de steden onderhandelde over belastingen in ruil voor stadscharters en nieuwe rechten, waaronder een ongehoorzaamheidsrecht. Jan I stond bekend als liefhebber van muziek, literatuur en ridderlijke activiteiten. Hij schreef ook zelf liederen in het Duits (of alleszins in een taal die er sterk op leek). Hij kwam op 3 mei 1294 om het leven tijdens een toernooi in Bar-le-Duc en werd begraven in de minderbroederklooster in Brussel.
Links[wikipedia]
NameDe Mont, Ivo
Dates° Ninove, 14/05/1827 - ✝ Antwerpen, 08/01/1904
SexMannelijk
Occupationmeestergast; landbouwer; secretaris; verzekeringsagent; boekhouder
BioIvo De Mont werd geboren in Ninove op 14 mei 1827. Hij werkte een tijdlang in de fabriek van zijn vader Ferdinand Constant De Mont. Hij werd daarna meestergast in een fabriek in Ronse. Hij huwde op 8 juni 1856 in Wambeek met Joséphine Baudewijns. Ivo en Joséphine zijn de ouders van Pol De Mont. Na zijn huwelijk was hij in Wambeek landbouwer en secretaris van het Bureel van Weldadigheid en verzekeringsagent. Enkele jaren was hij ook boekhouder in een fabriek van verfstoffen in Brussel. Hij was een verteller, speelde dwarsfluit en was geïnteresseerd in muziek en schilderkunst. Hij overleed in Antwerpen op 8 januari 1904.
SourcesLudo Stynen, Pol De Mont. Een tragisch schrijversleven, Antwerpen, 2017, p.14
NameBaudewijns, Joséphine
SexVrouwelijk
BioJoséphine Baudewijns (ook Baudewyns) werd geboren op 9 juli 1822 te Wambeek als dochter van Jozef Antoon Baudewijns, die gedurende 28 jaar burgemeester van Wambeek was. Zij huwde op 8 juni 1856 te Wambeek met Ivo De Mont. Zij was de moeder van Pol De Mont, aan wie zij verhalen, legendes, raadsels, spreekwoorden en Vlaamse liederen leerde. Joséphine Baudewijns overleed te Wambeek op 11 april 1891.
SourcesLudo Stynen, Pol De Mont. Een tragisch schrijversleven, Antwerpen, 2017, p.14

Name - place

NameBrussel
SettlementBrussel
NameWambeek
SettlementTernat

Title - poem by Guido Gezelle

TitleGroeninghe
PublicationLiederen, Eerdichten et Reliqua (Verzameld dichtwerk, deel II), p. 299
TitlePrincipium a Jesu
PublicationDichtoefeningen (Verzameld dichtwerk, deel I), p. 67

Title - work by Guido Gezelle

Title(Vlaemsche) dichtoefeningen
Links[gezelle.be]
TitleKerkhofblommen (Kerkhofbloemen)
Links[gezelle.be]

Title - other work

TitleOver de welluidendheid der Nederlandsche taal: voordracht gehouden in het genootschap "Met Tijd en Vlijt"
AuthorBols, Jan
Date1873
PlaceLeuven
Publishergebr . van Linthout
TitleWaarheid en leven : gedichten
AuthorDe Mont, Pol
Date1877
PlaceBrugge
PublisherAmaat De Zuttere

Titlexx/[07/1876], Mechelen, Pol De Mont aan [Guido Gezelle]
EditorFrederic Vandeputte; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingFrederic Vandeputte; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen, De Mont Pol aan Gezelle Guido, Mechelen (Mechelen), xx/[07/1876]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
SenderDe Mont, Pol
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sentxx/[07/1876]
Place SentMechelen (Mechelen)
AnnotationJaartal en maand gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie ; plaats gereconstrueerd op basis van de brieftekst: Pol De Mont is nog op school in het kleinseminarie van Mechelen, volgens hem start de vakantie op 10 augustus (tot oktober); van adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Published inLiederen, eerdichten et reilqua, p.195 (citaat)
Physical Description
Support Material 1 enkel vel, 212 mm x 138 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle; idem rechts: [Juli 1876] (inkt, beide hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive5075
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11381
Content Description
IncipitWij danken UE voor voor 't gevonden dichtje.
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.