Wij danken UE voor 't gezonden dichtje.[1] Volgens uwe aanbeveling zend ik u afschrift en handschrift op, UE verzoekend er de laatste hand aan te steken.
De "Kerkhofblommen" kan ik UE voor 't huidig oogenblik niet zenden;[2] ik heb ze aan mijne Ouders,[3] te Wambeek; bij Brussel, (waar ik u zou verzoeken de brieven van UE, van 10 Oogst tot October, - vacantietijd - te sturen), doen geworden. Binnen den verloftijd zal ik ze UE opzenden.
UE vraagt waarom ik hartekijn, niet hartekin, schrijf?[4] Ik
1 ken als néerduitsche of Vlaamsche verkleinwoordenuitgang, en kijn, ken, lijn, pje of tje, in alle spraakleeren te vinden. Hartekin, vind ik noch in spraakleer, noch in de volkstaal, voor wat Braband, Antwerpen, en een deel van Oost Vlaanderen aangaat; hartekin komt voor in de oude gedichten van Hertog Jan I, die in Zwabischen taalstam[5] schreef; daar vind ik, boomgaardekin, enz..... Hedendaagsch ken ik slechts harteken, boomgaardeken, kindeken, of hartekijn, boomgaardekijn, kindelijn, kindje. (Volkstaal, herteken).
2 Hert of hart. Bij 't volk, bij ons, hert: maar men mag in de boekentaal even goed hart schrijven.
3 Bloempje.[6] Ik houd niet meer aan bloempje, dan aan bloemken, blommeken, of bloemelijn, enz... Integendeel! Doch, daar wij die verschillige uitgangen bezitten, maak ik er gebruik van uit zucht naar verscheidenheid.
4. Waarom ik liefelik, hartelik, schrijve? - Zeker is het, dat men in zekere streken, zoo niet ijk, heel als ik, dan toch als ék (zoet) uitspreekt; bij ons, hertelek; elders, hertelik. De uitgang ijk, is vast zoo goed als ik; maar hier is deze gebruikt welluidendheidshalve en verscheidenheidshalvep2Zilveren zikkel,[7] vind ik waarlijk beter dan Zilv. sikkel, ja, welluidender, zoetvloeiender. Die alliteratie herinnert mij een uwer schoonste verzen uit een stuk, dat ik niet gelezen heb, maar waarvan ik in een boekje van d'Heer J. Bols (over de Welluidendheid der Nederd. Taal een regel zag aanhalen:
Zoo is 't, denk ik.
De aanmerking over smartwoestijn[10] is goud waard! Dank ervoor! Ik zal zulks veranderen. - Idem, voor gazen[11] sluier, en geplokken.[12]
Ik dank U eindelijk voor de goedheid van mijn stukje aan te nemen. Bij de opdracht zal ik, lijk uw wil is, Presbyter weglaten.[13]
UE zal misschien denken na voorgaande regels dat ik vijand ben van 't schrijven in tongval, als 't West Vlaamsch is b.v. Verre van daar! Heel gaarne lees ik gedichten in dien zoeten tongval van West Vlaanderen. Maar, daar ik in schrijftaal alleen schrijf, sluit ik uit mijne dichtjes zooveel mogelijk in de spraakleeren onaangenomen woorden .
Eventwel, dit zal mij niet wederhouden gaarne den tongval van, West Vlaanderen te hooren en te lezen, (hoezeer ik ook de taal van Bilderdijk, David, enz... bewonder,) en, ja, zelf heên[14] of morgen, dichtjes in Klein Brabandsch[15] te vervaardigen.
Tijdgebrek belet mij meer te schrijven. Dus, nogmaals, honderdmaal dank voor uwe goedheid, en aanveerd, zoowel van mijne makkers als van mij, de beste groetenissen en dankbetuigingen.
Gelief, a.u.b. zoodra 't kan, om "Groeninghe" weêr te sturen. Nog eens, 100 maal dank voor dit lief; echt dietsch en Vaderlandsch stukje. Wij hopen nog meer dan eens op uwe groote welwillendheid te mogen rekenen.
Met der haast.







