<Hit 551 of 2965

>

p1+
Zeer Eerweerde Heer en Vriend,

Met groot genoegen heb ik uwen belangryken en wydloopigen brief[1] gelezen, en ik bedank u, uit ganscher herte, voor al de moeite die gy gedaen hebt, om myne verschillige vragen te beantwoorden.

Ik weet genoeg aengaende de Statuten der Gilde van St Gillis, en aengezien gy alles uitgepluischt hebt dat eenigzins curieus is, my dunkt dat het vruchtelooze moeite ware de statuten, zoo als zy gaen, te doen uitschryven.[2]

Uwe bemerkingen rakende de Pluime[3] schynen my geheel natuerlyk en gegrond.[4]

Vroeger reeds hadt gy my bekend gemaekt met hetgene Menzel schryft over St Gillis,[5] en gy hebt het gedrukt in ‘t Jaer 30, zaliger gedachtenis (Augusty of 7ber 1864);[6] ik wil spreken van de legende der dry lelien. Zoude Menzel St Gillis, eenen der eerste gezellen van St Franciscus van Assizië,[7] niet genomen hebben voor St Gillis van Athenen?

Uitnemende geerne zoude ik lezen wat de Vryheid schryft, in haer nummer van 14 Juny[8] laetstleden, over O.L.V. ten Olme; ongelukkiglyk ik bezit dit blad niet, en waer hetzelve gezocht?

p2
Aenveerd, zeer Eerweerde Heer en Vriend, de herhaelde verzekering myner werlverdiende dankbaerheid en regtzinnige verkleefdheid.
Totus tuus,[9]
Ernest Rembry
Mynheer Guido Gezelle
Onderpastor van O.L.V., Kortryk.

Annotations

[2] Deze statuten staan beschreven in: Oud Stadsarchief Kortrijk, voorl. nr. 1.991, Register van politique ordonnantien, fo 260 v - 262 ro. Gepubliceerd in: L. Van Acker, De oude Vlaamse vinkeniers. In: Biekorf: 93 (1993) 4, p.363-366.
[3] Herberg waar de vinkeniers samenkwamen. Zie brief van G. Gezelle aan E. Rembry van 15/06/1874.
[5] E. Rembry vermeldt Menzel, een Duitse nationalist, publicist, literair criticus en redacteur van toonaangevende tijdschriften, in zijn werk Saint Gilles, Sa vie, ses reliques, son culte en Belgique et dans le nord de la France. I ,p. 3-4 als eenchrijver die in zijn Christliche Symbolik, II , p. 32-33 St. Gillis verwart met een der volgelingen van St.-Franciscus : ’Il attribue à saint Gilles, abbé, le rôle joué par le bien heureux disciple de saint François dans la gracieuse légende des trois lis‘. (C. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.194).
[6] E. Rembry vergist zich van jaar. Het gaat over 1865: G. Gezelle, Gilleke leeft nog. In: ’t Jaer 30: (02/09/1865). Op het einde van het artikel geef Gezelle nog een weetje over Sint-Gillis m.n. de legende van de 3 leliën. De legende gaat over een man die bij Sint-Gillis kwam en twijfelde aan de onbevlekte ontvangenis. Sint-Gillis schreef in het zand: "Voor de geboorte – In de geboorte – Na de geboorte." Plots schoten er drie lelies uit de grond bij de woorden ’voor’, ’in’ en "na", als goddelijk teken van waarheid. Gezelle voegt erbij ”Dat hebben ze me verteld in Duitschland, en inderdaed, ze schilderen daer Sint Gillis met drie leliën, in de plaetse van niet ne pyl.”
[7] De attributen van Sint Franciscus zijn een lelie, crucifix en schedel.
[8] De kapel van Onze-Lieve-Vrouw ten Olm werd gebouwd in 1683 binnen de stad, ongeveer op de plaats waar nu de Sint-Antoniuskerk staat. Ze werd op het einde van de achttiende eeuw afgebroken. Guido Gezelle schreef er een artikel over in De Vrijheid van 13 juni 1874 naar aanleiding van de inhuldiging van de Sint-Antoniuskerk.

Van De Vrijheid werden slechts enkele nummers bewaard. Dit nummer niet. Gezelles tekst bleef wel bewaard omdat Adolf Duclos hem helemaal citeerde in de dagklapper van: Rond den Heerd: 18 (11 juni 1883) 28, p.218-219.

[9] Vertaling (Latijn): Geheel de jouwe.

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Sender

NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameBrugge
SettlementBrugge

Name - person

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).
Namedi Pietro Bernardone, Giovanni; Franciscus van Assisi; Sint-Franciscus
Dates° Assisi, 1181 of 1182 - ✝ Assisi, 03/10/1226
SexMannelijk
Occupationheilige
ResidenceItalië
BioFranciscus van Assisi was een Italiaanse heilige die de Franciscaner orde oprichtte en zich wijdde aan armoede, gebed en dienstbaarheid aan de armen. Geboren als Giovanni di Pietro Bernardone, leidde hij een jeugd vol feesten, maar veranderde na een visioen en zijn ontmoeting met melaatsen zijn leven radicaal. Hij koos voor een leven van nederigheid, armoede en vrede, wat hem tot een invloedrijke figuur in de kerk maakte. Franciscus was ook bekend om zijn liefde voor de natuur, zijn vredesmissies en zijn stigmata. Hij stierf in 1226 en werd twee jaar later heilig verklaard door paus Gregorius IX.
Links[wikipedia]
NameSint-Gillis de Eremiet; Egidius de Eremiet
Dates° Athene, 640 - ✝ Saint-Gilles, 720 of 724
SexMannelijk
Occupationheilige
ResidenceGriekenland; Frankrijk
BioSint-Gillis de Eremiet, ook wel Egidius genoemd, was een heilige uit de 7e eeuw die volgens de legende als kluizenaar in de regio van Septimanië (Zuid-Frankrijk) leefde. Geboren in Athene, leidde hij een zwervend monnikbestaan, voordat hij zich in de buurt van Saint-Gilles (Frankrijk) vestigde, waar hij zich terugtrok als eremiet en er een klooster stichtte. Het verhaal vertelt dat tijdens zijn luizenaarsschap een hinde hem melk bracht, en dat hij gewond werd door een pijl tijdens een jachtpartij van koning Wamba. Zijn vriendschap met de hinde ontroerde de koning, die hem toestond een abdij te stichten. Sint-Gillis werd een populaire heilige, vooral in de Middeleeuwen, en zijn cultus bereikte een hoogtepunt met Saint-Gilles als belangrijke bedevaartplaats. Zijn naamdag wordt gevierd op 1 september. Ook in Brugge ontstond al in de middeleeuwen een verering van een relikwie van de heilige. De Sint-Gillisparochie en de gelijknamige kerk dragen zijn naam. In 1865 werkte Guido Gezelle mee aan een devotieprent, gedrukt door J. Petyt naar een Memling. Daarbij lanceerde hij de bekende slogan “Gilleke leeft nog”. Hij werkte ook mee aan een boek van Ernest Rembry over Sint-Gillis.
Links[wikipedia]

Name - place

NameBrugge
SettlementBrugge
NameKortrijk
SettlementKortrijk

Name - institute

NameSint-Gillisgilde, Kortrijk
DescriptionIn de 19de eeuw was er in Kortrijk een actieve vinkeniersgilde onder de bescherming van Sint-Gillis, met haar zetel in herberg De Pluime. De gilde had een eigen altaar in de Onze-Lieve-Vrouwkerk en kende een lange geschiedenis, aangezien ze al sinds 1614 bestond. In 1616 keurde het stadsbestuur een ontwerp van statuten goed, waarin de regels en bepalingen voor de gilde werden vastgelegd.
Dating1614-?

Title - work by Guido Gezelle

Titlet Jaer 30 of politieke wegwyzer voor treffelyke lieden.
Links[gezelle.be]

Title - other work

TitleDe Vrijheid (periodical)
Date1863 - 1875 [?]
PlaceKortrijk
Publisher[s.n.]
TitleSaint Gilles, Sa vie, ses reliques, son culte en Belgique et dans le Nord de la France. Essai d'hagiographie
AuthorRembry, Ernest
Date1881-1882
PlaceBrugge
PublisherEdward Gailliard
TitleChristliche Symbolik (2 dln)
AuthorMenzel, Wolfgang
Date1854
PlaceRegensburg
PublisherG. J. Manz

Title18/06/1874, Brugge, Ernest Rembry aan Guido Gezelle
EditorRik Van Gorp; Els Depuydt; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingRik Van Gorp; Els Depuydt; Universiteit Antwerpen, Rembry Ernest aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), 18/06/1874. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
SenderRembry, Ernest
RecipientGezelle, Guido
Date Sent18/06/1874
Place SentBrugge (Brugge)
Published inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899 / door Caroline Verstraeten. - Gent : Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.40
Physical Description
Support Material 1 enkel vel, 210 mm x 137 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven; zijde 2 met adres, inkt
Condition volledig
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive5011
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11327
Content Description
IncipitMet groot genoegen heb ik uwen belangryken
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.