<Resultaat 564 van 2965

>

p1+
Mon cher Monsieur,[1]

Je puis enfin vous faire tenir la réponse de la Supérieure de l’Institut des Sourds-muets; cette réponse malheureusement ne vous avancera guère, car elle ne sert pas à mettre sur la trace du précieux manuscrit.[2]

Je ne connais pas le livre du chanoine Ooms, mais je sais que la Confrérie du Sacré-Coeur de Jésus fut érigée chez les Capucines de Gand, par bref d’Innocent XII, en date du 30 Avril 1699. La première Confrérie érigée sous ce vocable dans notre pays, le fut chez les Célestins de Huy (Innoc. XII, 10 Avril 1698); la seconde, par ordre de date, est celle des Visitandines de Bruxelles (Id, 12 9bre 1698), et la troisième, celle des Capucines de Gand. L’église paroissiale de Moorseele est la première des Flandres qui ait eu le bonheur de posséder une Confrérie du Sacré-Coeur de Jésus (Innocent XII, 27 Mai 1700); Moorsele relevait alors de diocèse de Tournai. Coutrai n’a donc rien à prétendre de ce chef; la palme revient, pour les églises conventuelles de Flandre, à celle des Capucines de Gand, et pour les églises paroissiales, à celle de Moorseele.p2

J’apprends que vous préparez une plaquette pour la Confrérie de St Benoît, à Saint-Louis, (Deerlyk), Confrérie qui doit célébrer son principal jour de fête le 11 Juillet, anniversaire de la translation des réliques du saint abbé, et aussi de la bataille de Groeninghe. Savez-vous que les bouchers de Bruges, qui, sous la conduite de leur vaillant chef, Jean Breydel, avaient pris une part si glorieuse à la victoire, s’étaient choisi à raison même de cette coïncidence, St Benoît pour second patron? Je lis, pp. 8, 9 de la rarissime plaquette intitulée KloeCke DaeDen beWezen In Den nIeUWJaer WensCh, door de edelmoedigheyd der geslagten van den Vleeschen-Ambachte der Stad Brugge in den glorieuzen Veld slag tegen Philippus den IV koning van Vrankryk – Brugge, by Ioseph Van Praet, 1788.

“De Geslagten van onze Ambagte, hebben om die reden den H. Benedictus voor hunnen tweeden Patroon verkozen, en synen Feestdag is lange jaeren naer dien zeer solemneel by hun geviert geweest.”[3]

Je vous réitère mes meilleurs remercîments, mon cher Monsieur, pour vos curieuses communications relatives au culte de St Gilles, et je vous prie de me croire
Tout vôtre,
Ernest Rembry

Noten

[1] Guido Gezelle bewerkte stukken van de brief (p.2) ter publicatie in zijn brochure: Het Pelgrimsboekske van Sint-Louis, p.15-16.
[2] Niet geïdentificeerd. Waarschijnlijk gaat het om een handschrift uit de nalatenschap van Charles Carton.
[3] Blauwe streep van Guido Gezelle in blauw potlood om einde van sectie b aan te duiden. Dit in functie van de publicatie van stukken uit de brief ter publicatie in Het Pelgrimsboekske van Sint-Louis, p.15-16.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamRembry, Ernest
Datums° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Briefschrijver

NaamRembry, Ernest
Datums° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - persoon

NaamVerschaeve, Nathalie; Alphonse (Zuster)
Datums° Ardooie, 28/04/1823 - ✝ Brugge, 14/10/1878
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; moederoverste; correspondent
BioNathalie Verschaeve, geboren op 28 april 1823 in Ardooie als dochter van Vital Verschaeve en Marie Duvivier, trad op 26 mei 1840 toe tot de Zusters van de Kindsheid van Maria in het klooster 'Ter Spermalie' in Brugge. Ze nam de kloosternaam zuster Alphonse aan en legde haar professie af op 26 juli 1841. Tussen 1847 en 1878 vervulde ze de rol van kloosteroverste. Ze stierf in Brugge op 14 oktober 1878.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenGeneanet
NaamRembry, Ernest
Datums° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).
NaamBreidel, Jan
Datums° Brugge, ca. 1264 - ✝ tussen 1328 en 1333
GeslachtMannelijk
Beroepslager; verzetsstrijder
BioVlaamse vleeshouwer uit de vroege 14de eeuw die een belangrijke rol speelde in het optreden van de gilden, voornamelijk te Brugge, tegen het patriarchaat en Frankrijk. In de Vlaamse beweging geïnterpreteerd als icoon van de nationale strijd.
Links[wikipedia]
NaamSint-Gillis de Eremiet; Egidius de Eremiet
Datums° Athene, 640 - ✝ Saint-Gilles, 720 of 724
GeslachtMannelijk
Beroepheilige
VerblijfplaatsGriekenland; Frankrijk
BioSint-Gillis de Eremiet, ook wel Egidius genoemd, was een heilige uit de 7e eeuw die volgens de legende als kluizenaar in de regio van Septimanië (Zuid-Frankrijk) leefde. Geboren in Athene, leidde hij een zwervend monnikbestaan, voordat hij zich in de buurt van Saint-Gilles (Frankrijk) vestigde, waar hij zich terugtrok als eremiet en er een klooster stichtte. Het verhaal vertelt dat tijdens zijn luizenaarsschap een hinde hem melk bracht, en dat hij gewond werd door een pijl tijdens een jachtpartij van koning Wamba. Zijn vriendschap met de hinde ontroerde de koning, die hem toestond een abdij te stichten. Sint-Gillis werd een populaire heilige, vooral in de Middeleeuwen, en zijn cultus bereikte een hoogtepunt met Saint-Gilles als belangrijke bedevaartplaats. Zijn naamdag wordt gevierd op 1 september. Ook in Brugge ontstond al in de middeleeuwen een verering van een relikwie van de heilige. De Sint-Gillisparochie en de gelijknamige kerk dragen zijn naam. In 1865 werkte Guido Gezelle mee aan een devotieprent, gedrukt door J. Petyt naar een Memling. Daarbij lanceerde hij de bekende slogan “Gilleke leeft nog”. Hij werkte ook mee aan een boek van Ernest Rembry over Sint-Gillis.
Links[wikipedia]
NaamInnocentius XII (Paus); Antonio Pignatelli
Datums° Spinazzola, 13/03/1615 - ✝ Rome, 27/09/1700
GeslachtMannelijk
Beroepnuntius; paus
VerblijfplaatsItalië
BioPaus Innocentius XII, geboren als Antonio Pignatelli op 13 maart 1615, was paus van 1691 tot zijn dood in 1700. Hij kwam uit een adellijke familie en was eerder nuntius in Florence, Warschau en Wenen, en aartsbisschop van Napels. Na de dood van paus Alexander VIII werd hij gekozen na een vijf maanden durend conclaaf. Als paus voerde hij belangrijke hervormingen door, zoals de afschaffing van de praktijk van de kardinaal-nepoot, waarmee hij pauselijke familieleden verboden om kerkelijke functies te verkrijgen. Zijn motto, "Mijn neven, dat zijn de armen", reflecteerde zijn inzet voor armoedebestrijding. Verder wees hij priesters op hun plichten en zorgde voor de armen, die zwaar getroffen werden door epidemieën en natuurrampen in Rome. Buitenlands koos hij voor de Fransen, wat zijn relatie met keizer Leopold I verzwakte. In 1700 werd een Heilig Jaar uitgeroepen. Ondanks zijn zwakke gezondheid overleed Innocentius XII op 27 september 1700.
Links[wikipedia]
NaamBenedictus van Nursia
Datums° Nursia, 480 - ✝ Monte Cassino, 547
GeslachtMannelijk
Beroepheilige
VerblijfplaatsItalië
BioBenedictus van Nursia (480-547) wordt beschouwd als de vader van het kloosterleven in de Latijnse Kerk, vooral door zijn opgestelde kloosterregel, de Regula Benedicti, die als basis diende voor het monastieke leven in Europa. Deze regel, die het principe ora et labora (biden en werken) centraal stelt, werd verplicht voor alle Rooms-Katholieke kloosters en benadrukte armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. Benedictus stichtte de beroemde Abdij van Monte Cassino, waar hij zijn regels schreef en invloed uitoefende op het behoud van de Grieks-Romeinse cultuur in de Middeleeuwen door het kopiëren van manuscripten. Zijn kloosterorde breidde zich door Europa uit, en in 1964 werd hij door paus Paulus VI uitgeroepen tot patroonheilige van Europa. Benedictus benadrukte dat monniken zowel werken als bidden, en pleitte voor zorg voor zieken en het vermijden van luiheid.
Links[wikipedia]

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamBrussel
GemeenteBrussel
NaamDeerlijk
GemeenteDeerlijk
NaamGent
GemeenteGent
NaamKortrijk
GemeenteKortrijk
NaamMoorsele
GemeenteWevelgem
NaamDoornik
NaamHoei

Naam - instituut/vereniging

NaamZusters van de Kindsheid van Maria ter Spermalie
BeschrijvingIn 1836 stichtte kanunnik Charles Carton een school waar aangepast onderwijs werd gegeven aan blinde en dove kinderen. De school was ondergebracht in het voormalige jezuïetencollege aan de Spiegelrei 13 te Brugge. De zorg voor de kinderen werd toevertrouwd aan de daartoe nieuw opgerichte Congregatie van de Zusters van de Kindsheid van Maria, waarvan de eersten werden geprofest in 1838. In 1940 kocht Carton de voormalige abdij van Spermalie in de Snaggaardstraat te Brugge (nu vzw De Kade). Hierin vestigde hij in 1842 een meisjespensionaat en de eerste kleuterschool van Brugge. Om extra inkomsten te genereren, werd er tevens een rusthuis voor oudere dames geopend. In 1862 kon het instituut uitbreiden dankzij het verwerven van aanpalende gronden tussen Lang Gotje en Oliebaan. Daardoor verhuisde in 1868 het doven- en blindeninstituut eveneens naar de Snaggaardstraat. Toch bleef ook de vestiging in de Spiegelrei bestaan, en had deze tot 1880 zelfs een eigen overste. In 1952 sloot de kleuter- en lagere school de deuren, en werd de Hotelschool Spermalie geopend. Het meisjespensionaat hield op te bestaan in 1957, en in 1968 werd de V.Z.W. Gehoor- en Spraakrevalidatiecentrum opgericht.
Datering1836-heden
Links[odis]
NaamConfrerie van Sint-Benedictus, Sint-Lodewijk bij Deerlyk
BeschrijvingBroederschap opgericht in 1873 te Sint-Lodewijks (Deerlijk) door pastoor Louis van Baeten. Naar aanleiding van hun eerste feestdag op 11 juli 1874 schreef Guido Gezelle Het pelgrimsboekske van Sint-Louis bij Deerlijk.
Datering1873-?
NaamVisitandinnenklooster, Brussel
BeschrijvingHet Visitandinnenklooster van Brussel was actief van 1665 tot 1797, en na een heroprichting in 1845 tot 1930. De komst van de Visitandinnen naar Brussel was gecompliceerd en ondervond aanvankelijk veel weerstand van de stadsmagistraat en de aartsbisschop. Na een juridische strijd kregen ze toestemming in 1650, en in 1667 werd het klooster officieel gesticht. Ze richtten een kostschool voor meisjes op die succesvol werd, ondanks rivaliteit met de Ursulinen. In de 18e eeuw breidden ze uit naar Wenen. Na de opheffing van het klooster in 1797 door het Franse bewind, bleef de gemeenschap actief, en in 1845 werd het klooster opnieuw opgericht in Brussel. Uiteindelijk werd de school in 1930 naar Kraainem verplaatst, waar het in 2018 de laatste Visitandinnenschool in België was.
Datering1665-1930
Links[wikipedia]
NaamBroederschap van het Heilig Hart van Jezus, Gent
BeschrijvingDe Broederschap van het Heilig Hart van Jezus, oorspronkelijk opgericht bij de Kapucijnen van Gent bij pauselijke brief van Innocentius XII op 30 april 1699, werd nadien kerkwettelijk ingericht in de kerk van de Heilige Stephanus (Augustijnen) te Gent, vereenigd met het Aartsbroederschap van Rome, en officieel erkend door de Zeer Eerwaarde Bisschop van Gent op 1 juni 1866.
Datering1699-?
NaamCongregatie van de Celestinen, Hoei
BeschrijvingDe Congregatie van de Celestinen van Huy was ondergebracht in het 'Couvent des Célestines', gelegen aan de Rue des Augustins nr. 42 te Hoei. In 1634 gaf Ferdinand van Beieren, prins-bisschop van Luik, toestemming aan de priorin van het klooster in Luik-en-Île, Marie-Anne, om een klooster van de orde te stichten in de stad Hoei. Het overlijden van de priorin onderbrak het initiatief, dat drie jaar later met succes werd hernomen door de nieuwe priorin, Marie Poiret. De zusters Célestines leefden volgens een strenge, contemplatieve regel, geïnspireerd door de spiritualiteit van de Annunciaden en het gedachtegoed van de heilige Franciscus van Sales. Stilte, boetedoening, gebed en afzondering bepaalden hun dagelijks leven. Ze droegen een hemelsblauw habijt, wat hen de bijnaam ‘blauwe zusters’ opleverde, en wijdden zich volledig aan het geestelijk leven, los van de wereld. Hun klooster, daterend uit de 17e–18e eeuw, maakte deel uit van het rijke netwerk van religieuze instituten in Hoei, meer bepaald het hart van de stad. Het klooster werd in Franse periode onteigend. Toen de nationalisatie van het clerusbezit werd afgekondigd op 26 september 1796, bestond de gemeenschap uit dertien religieuzen en vier lekenzusters. Zij werden verplicht hun klooster binnen twintig dagen te verlaten.
Datering1637-1796

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelHet Pelgrimsboekske van Sint-Louis bij Deerlijk ; dat is het leven van Sint-Benedictus, patriarch van de Benedictinen, Met gebeden en andere oefeningen van devotie, benevens eenige aanteekeningen over Sint-Louis en de Eerweerde Heeren Proosten en Pastors aldaar. Kortrijk: Felix Vanderghinste, 1874

Titel - ander werk

Titelonbekend
TitelVerklaringhe van de devotie tot het alder-heylighste herte ons Heeren Jesu-Christi waer in uyt-gheleyt worden de vruchten van die devotie, ende de maniere om die wel te oeffenen op alle de mysterien vande menscheydt ons Salighmaekers.
AuteurOoms, Frederic
Datum1701
PlaatsGhendt
UitgeverMichiel Maes
TitelKloecke daeden bewezen in den nieuwjaer-wensch, door de edelmoedigheyd der geslagten van den vleeschen-ambagte der stad Brugge in dien glorieuzen veld slag tegen Philippus den IV, koning van Vrankryk
Datum1788
PlaatsBrugge
UitgeverJoseph van Praet

Titel04/07/1874, Brugge, Ernest Rembry aan [Guido Gezelle]
EditeurRik Van Gorp; Els Depuydt; Universiteit Antwerpen; Marc Carlier (research)
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenRik Van Gorp; Els Depuydt; Universiteit Antwerpen; Marc Carlier (research), Rembry Ernest aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), 04/07/1874. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderRembry, Ernest
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum04/07/1874
VerzendingsplaatsBrugge (Brugge)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie ; Guido Gezelle publiceerde fragmenten uit de brief in "Het Pelgrimsboekske van Sint-Louis", p.15-16.
Gepubliceerd inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899 / door Caroline Verstraeten. - Gent : Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.41-42
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 enkel vel, 210 mm x 137 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.); op zijde 2 stukken tekst met blauw potlood doorgehaald en notities in functie van publicatie (blauw potlood, hand G.G.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief3703
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.6560
Inhoud
IncipitJe puis enfin vous faire tenir la réponse de
Samenvatting Sint Benedictus
Tekstsoortbrief
TalenFrans; Nederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.