<Resultaat 2442 van 2965

>

p1

Entre le mot pynappele et le mot pinnacle, il n'y a qu'un rapport fortuit de ressemblance.[1] C'est tout à fait par hasard que le mot pinus (pekboom) et le mot pinna, autre forme de penna (aile, bout de l'aile, extrémité, sommet) ont produit un mot identique de forme, mais différent d'origine et de signification, à savoir le mot pignon A (de pinna), extrémité, sommet, - pignon B (de pinus) - semence de la pomme de pin, — d'où pignolat, semence de pomme de pin confite.

Loquela 1883, pp. 73, 81, signale le fait qu'à Courtrai, on appelait autrefois le sommet de la tour de St - Martin du nom de pynboompere; il avait en effet la forme de la poire (pere) ou de la pomme (appel) du pynboom. Il se peut que la maison de Gonzalve de Aguilera fût surmontée d'un ornement en forme de pynappel, ou qu'elle portât, sculpté sur la façade, un pynappel comme signe distinctif. Si le mot pynappel signifiait trapgerel, je ne sais trop comment on aurait pu se servir de ce nom, comme marque distinctive d'une maison; presque toutes les maisons avaient des trapgevels en ce temps-là.[2]

Si le glossaire de Mr. Gilliodts, ce que je ne puis vérifier ici, mentionne en effet pynappel - pinnaculum, faîte, tout est dit

Noten

[1] Ernest Rembry had Gezelle in zijn brief van 01/08/1885 gevraagd om een verklaring van de naam ’Pijnappel’ voor het huis waar de Heilige Ignatius van Loyola verbleven had. In tegenstelling tot pater Delplace die een vervorming van met pinnakel of pignon vermoedde, poneerde Gezelle een verband met ”pijnboompere” of denneappel (zie brief van G. Gezelle aan E. Rembry van begin augustus 1885). Toen Rembry zijn artikel afwerke in 1898 moet hij Gezelle de vraag opnieuw voorgelegd hebben. Het tweede antwoord van Gezelle van 15/03/1898 nam hij op in voetnoot.
[2] Locatie van de originele brief is onbekend. Enkel citaat uit brief in publicatie: Ernest Rembry, Saint Ignace de Loyola à Bruges: une page d’histoire locale. In: Annales de la Société d'émulation pour l'étude de l'histoire et ... : (1898) 48, p.262 noot 2.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamRembry, Ernest
Datums° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Briefschrijver

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefontvanger

NaamRembry, Ernest
Datums° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Plaats van verzending

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - persoon

NaamGilliodts - Van Severen, Louis
Datums° Brugge, 04/07/1827 - ✝ Brugge, 24/07/1915
GeslachtMannelijk
Beroephistoricus; auteur; advocaat; uitgever; stadsarchivaris
BioLouis Gilliodts studeerde te Luik en behaalde er in 1850 het doctoraat in de rechten. Hij volgde te Parijs les aan l'Ecole des Chartes. Hij was verbonden aan de balie van Luik (1853) en die van Brugge (1855). Hij huwde in 1858 met Eugenie Van Severen (1824-1859). Ze stierf in het kinderbed van dochter Marie Gilliodts. In 1906 huwde hij een tweede keer met Romanie Vandenbussche (1873-1926). Op 14/10/1868 werd hij conservator van de archieven van de stad Brugge. Hij schreef de Inventaire des Archives de la ville de Bruges, die aangevuld werd door Edward Gailliard. Hij schreef in het tijdschrift La Flandre van James Weale en in Handelingen van de Société d'Emulation.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
Naamde Aguilera, Gonçalo
Datums° 1510 - ✝ Brugge, 10/11/1595
GeslachtMannelijk
Beroephandelaar
BioGonçalo de Aguilera, geboren in 1510, was een rijke Castiliaanse handelaar die een prominente rol speelde binnen de Spaanse gemeenschap in Brugge gedurende de 16e eeuw. Als ondernemende koopman bouwde hij een aanzienlijk fortuin op en was actief als importeur, makelaar in wol, bevrachter en, vanaf 1565, ook als verzekeraar. Daarnaast speelde hij een belangrijke diplomatieke rol binnen de Brugse samenleving. Hij bezat diverse huizen en was gehuwd met Anna de Castro, met wie hij vier kinderen had. Voor zijn huwelijk had hij nog een dochter bij een onbekende vrouw. Volgens een (foutieve) overlevering zou Loyola tijdens zijn bezoeken aan Brugge (1529-1531) bij hem hebben verbleven in het grote koopmanshuis “Onder den Pijnappel” in de Lange Winkel (nu de Spanjaardstraat). Omgekeerd zou Gonzalo tijdens zijn handelsreizen naar Parijs bij Loyola hebben verbleven. Aguilera overleed te Brugge op 10 november 1595.
BronnenAntoon Viaene, Ignatius van Loyola in Brugge. In: Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge: 93 (1956), p.145-152

Naam - plaats

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelLoquela
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelGlossaire flamand-latin du XIIIe siècle
AuteurGilliodts-Van Severen, L.
Datum[1881]
PlaatsBruxelles
UitgeverHayez

Indextermen

Briefontvanger

Rembry, Ernest

Briefschrijver

Gezelle, Guido

Correspondenten - personen

Gezelle, Guido
Rembry, Ernest

Naam - persoon

Gilliodts - Van Severen, Louis
de Aguilera, Gonçalo

Naam - plaats

Kortrijk

Plaats van verzending

Kortrijk

Titel - ander werk

Glossaire flamand-latin du XIIIe siècle

Titel - werk van Guido Gezelle

Loquela

Titel[15/03/1898], Kortrijk, [Guido Gezelle] aan [Ernest Rembry]
EditeurKoen Calis; Marc Carlier (research); Publicatie
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKoen Calis; Marc Carlier (research); Publicatie, Gezelle Guido aan Rembry Ernest, Kortrijk (Kortrijk), [15/03/1898]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
Verzender[Gezelle, Guido]
Ontvanger[Rembry, Ernest]
Verzendingsdatum[15/03/1898]
VerzendingsplaatsKortrijk (Kortrijk)
AnnotatieAdressaat, adressant, datum en plaats gereconstrueerd op basis van de publicatie; locatie origineel onbekend.
Gepubliceerd inSaint Ignace de Loyola à Bruges : une page d'histoire locale / door Ernest Rembry. in: Annales de la Société d'émulation pour l'étude de l'histoire et ...(1898) nr. 48, p.262 noot 2: citaat uit brief
Fysieke bijzonderheden
Staat fragment: citaat
Bewaargegevens
Bewaarplaatslocatie origineel onbekend
ID Gezellearchieflocatie origineel onbekend
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.26958
Inhoud
IncipitEntre le mot pynappele et le mot pinnacle,
Tekstsoortbrief
TalenFrans
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.